<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (NISO Z39.96-2019) Journal Publishing DTD v1.2 20190208//EN" "https://jats.nlm.nih.gov/publishing/1.2/JATS-journalpublishing1-mathml3.dtd">
<article dtd-version="1.2" xml:lang="nl" xmlns:mml="http://www.w3.org/1998/Math/MathML" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">tseg</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>The Low Countries Journal of Social and Economic History</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="print">1572-1701</issn>
<issn pub-type="electronic">2468-9068</issn>
<isbn publication-format="print">978 94 6270 311 7</isbn>
<publisher>
<publisher-name>Leuven University Press</publisher-name>
<publisher-loc>Leuven, Belgium</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">tseg10067</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.52024/tseg10067</article-id>
<article-categories>
<subj-group>
<subject>Artikel</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Geen makke schapen</article-title>
<subtitle>Loonpolitiek, vakbonden en &#x2018;wilde&#x2019; stakingen in de aanloop naar de loonexplosie van 1964</subtitle>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Knotter</surname>
<given-names>Ad</given-names>
</name>
<bio><p><bold>Ad Knotter</bold> (1952) is honorair hoogleraar aan de Universiteit Maastricht en research fellow bij het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG) in Amsterdam. Na zijn pensionering als directeur van het Sociaal Historisch Centrum voor Limburg in 2018 is hij op het IISG begonnen aan een onderzoek naar de actiegeschiedenis van de vakbeweging in Nederland in de periode 1959-1982.</p></bio>
<email>ad.knotter@iisg.nl</email>
</contrib>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="electronic">
<year>2021</year>
</pub-date>
<volume>18</volume>
<issue>2</issue>
<fpage>73</fpage>
<lpage>108</lpage>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00a9; Ad Knotter</copyright-statement>
<copyright-year>2021</copyright-year>
</permissions>
<abstract xml:lang="en">
<title>Abstract</title>
<p>&#x2018;No flock of gentle sheep&#x2019;. Wage policies, trade unions, and unofficial strikes in the Netherlands in the run up to the wage explosion of 1964.</p>
<p>In 1964, the Netherlands experienced an average gross wage increase of 17 per&#x00AD; cent. In the economic literature, this wage explosion is mostly explained by the con&#x00AD; trast between labour market developments and the restrictive wage policies by the Dutch government, which until that year adhered to central, state led wage deter&#x00AD; mination. Overfull employment pressured employers to circumvent and ignore gov&#x00AD; ernment regulations, and induced trade unions to increase wage demands, which, under labour market pressure, in 1963/64 were easily and willingly met by both employers and the government. In this article, it is argued that this explanation is too one sided, as it only takes <italic>marketplace bargaining power</italic> of workers into account (the power that results directly from tight labour markets), and ignores <italic>associational power</italic> (the power that results from the formation of collective organizations of workers). Focussing on unofficial strikes in the metal industries between 1959 and 1963, it is shown that in the run up to the wage explosion, tensions between rank and file and union leadership increased, which eventually forced the leaders to change their attitude. Remnants of the post&#x00AD;war, but now dissolved, communist trade union&#x2018;Eenheidsvakcentrale&#x2019; in the Amsterdam shipbuilding industry played a pivotal role in the mobilisation for these wildcat strikes.</p>
</abstract>
</article-meta>
</front>
<body>
<disp-quote>
<p>[&#x2026;] dat ook de Nederlandse arbeiders geen kudde makke schapen vormen, die zich gedwee schikken naar wat hun leiders, op grond van theoretische overwegingen, voor hen het beste achten.<xref ref-type="fn" rid="fn1" specific-use="fn"><sup>1</sup></xref></p>
</disp-quote>
<sec id="s1">
<title>De loonexplosie van 1964</title>
<p>De loonexplosie van 1964 is een van de bepalende, maar ook een van de merkwaardigste episodes in de naoorlogse geschiedenis van Nederland. Merkwaardig is dat de vertegenwoordigers van de centrale werkgeversen werknemersorganisaties in een <italic>Advies inzake de begrenzing van de stijging der loonkosten</italic> van de Sociaal Economische Raad (SER) voor 1963 waren uitgekomen op een maximaal haalbare loonruimte van 2,7 procent, maar dat zij op 29 oktober van dat jaar in de Stichting van de Arbeid een akkoord sloten over een loonstijging per 1 januari 1964 van ten minste 10 procent. Behalve de loonmatiging zelf werd ook de centrale sturing losgelaten. Daardoor kon dit percentage in de daaropvolgende cao-onderhandelingen per bedrijfstak nog aanzienlijk hoger uitvallen.<xref ref-type="fn" rid="fn2" specific-use="fn"><sup>2</sup></xref> Volgens de Nederlandsche Bank kwam de gemiddelde nominale loonstijging in 1964 uit op 17 procent, de re&#x00EB;le op 9 procent.<xref ref-type="fn" rid="fn3" specific-use="fn"><sup>3</sup></xref> Deze ommezwaai betekende een breuk in het naoorlogse beleid van de bij het centraal overleg betrokken vakorganisaties, die een politiek gericht op loonmatiging steeds hadden gesteund. De loonexplosie markeerde bovendien het einde van de door de overheid geleide loonpolitiek, zoals die in verschillende gedaantes na de Tweede Wereldoorlog in Nederland gestalte had gekregen.<xref ref-type="fn" rid="fn4" specific-use="fn"><sup>4</sup></xref></p>
<p>De plotselinge loonstijging in 1964 kan als een inhaalmanoeuvre van het in de voorgaande jaren kunstmatig laag gehouden offici&#x00EB;le loonpeil worden gezien, die al was voorbereid door een aanzienlijke <italic>wage drift</italic> in de vorm van uitbetaling van premies, toeslagen, herindeling van functies en &#x2018;zwarte&#x2019; (tarief)lonen boven de zogenoemde regelingslonen in de overeengekomen cao&#x2019;s.<xref ref-type="fn" rid="fn5" specific-use="fn"><sup>5</sup></xref> Berekeningen van de loontechnische dienst toonden een toename in het verschil tussen de werkelijk betaalde en de regelingslonen van ca. 3 procent in 1959 tot ca. 7 procent in 1963.<xref ref-type="fn" rid="fn6" specific-use="fn"><sup>6</sup></xref> In 1964 werd een groot deel van de &#x2018;zwarte&#x2019; loonvorming in de cao&#x2019;s opgenomen, waardoor dit verschil sterk werd gereduceerd.<xref ref-type="fn" rid="fn7" specific-use="fn"><sup>7</sup></xref></p>
<p>De loonexplosie van 1964 wordt meestal verklaard door de grote krapte op de arbeidsmarkt. Daardoor ontstond er een zodanige opwaartse druk op de lonen, dat het ingrijpen door instituties als de overheid of de centrale overlegorganen van de &#x2018;sociale partners&#x2019; niet meer baatte. Het explosieve karakter van de loonstijging in 1964 zou dan een gevolg zijn geweest van een te strakke en te lang volgehouden politiek van loonmatiging in de daaraan voorafgaande jaren. Deze verklaring heeft de vraag opgeroepen naar de effectiviteit van de geleide loonpolitiek in het algemeen, waaraan op grond van deze redenering inderdaad kan worden getwijfeld, althans voor de langere termijn.<xref ref-type="fn" rid="fn8" specific-use="fn"><sup>8</sup></xref></p>
<p>Omgekeerd roept dit de vraag op naar de bijdrage van de vakbonden en loonacties in de bedrijven aan de loonexplosie: volgden die slechts de ontwikkeling van de arbeidsmarktverhoudingen of hebben die ook een eigen rol gespeeld? In sociologische termen: hoe was de verhouding tussen <italic>marketplace bargaining power</italic>: &#x2018;the power that results directly from tight labor markets&#x2019; en <italic>associational power</italic>: &#x2018;the power that results from the formation of collective organizations of workers&#x2019;?<xref ref-type="fn" rid="fn9" specific-use="fn"><sup>9</sup></xref> <italic>Associational power</italic> moet hierbij in brede zin worden opgevat, dus ook de machtsvorming via actiecomit&#x00E9;s en andere vormen van mobilisatie, en niet alleen die van de vakorganisaties in enge zin.</p>
<p>In een kort na de loonexplosie verschenen analyse van de OECD werd erop gewezen dat de overspannen arbeidsmarkt niet de hele verklaring kan zijn:</p>
<disp-quote>
<p>Whilst the connection between overfull employment and wage development in the Netherlands cannot be denied, the timing and the dimensions of the 1963-64 wage increases probably depended on factors which lie beyond the scope of economic analysis properly speaking. [&#x2026;] The change in attitude of the unions, from relative moderation and acceptance of the centrally established &#x2018;norms&#x2019; or &#x2018;guidelines&#x2019; up to massive demands in 1963 and 1964 may have reflected tensions between rank and file and union leadership, which eventually forced the leaders to change their attitude.<xref ref-type="fn" rid="fn10" specific-use="fn"><sup>10</sup></xref></p>
</disp-quote>
<p>Het is de bedoeling van dit artikel om deze &#x2018;tensions between rank and file and union leadership&#x2019; in de aanloop naar de loonexplosie van 1964 nader te onderzoeken. De toegankelijkheid van de contemporaine kranten via de site Delpher van de Koninklijke Bibliotheek maakte het mogelijk gedetailleerd en systematisch onderzoek te doen naar de onvrede over de loonpolitiek en over de houding van de &#x2018;erkende&#x2019; vakbonden daarin, die zich na de bestedingsbeperking van 1958 op verschillende manieren begon te manifesteren. Over de rol van communisten in de mobilisatie van deze onvrede verschaften de online geplaatste maandoverzichten van de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) veel informatie.<xref ref-type="fn" rid="fn11" specific-use="fn"><sup>11</sup></xref> Onderzoek in deze bronnen werd gecombineerd met onderzoek in de archieven en periodieken van de vakcentrale en de metaalbond van het Nederlands Verbond van Vakverenigingen (NVV). Daaruit bleek dat de &#x2018;tensions between rank and file and union leadership&#x2019; als aanleiding voor de loonexplosie niet uit de lucht kwamen vallen, maar in de periode 1959- 1963 waren opgebouwd in een soort veenbrand van onvrede en acties in verschillende bedrijfstakken, met name in de bouw, de Amsterdamse haven, de grafische industrie, het streekvervoer en de metaalindustrie.</p>
<p>De arbeidsonrust kwam tot uiting in &#x2018;wilde&#x2019; stakingen, actiemeetings, oppositie op ledenvergaderingen van de vakbonden, en de oprichting van actiecomit&#x00E9;s buiten de bonden om. Onder druk van de &#x2018;wilde&#x2019; acties barstte in het najaar van 1963 de bom en moesten de &#x2018;erkende&#x2019; vakcentrales overstag. Plotseling verlieten zij de tot dan toe op matiging gerichte loonpolitiek met als uitgangspunt de 2,7 procent uit het SER-rapport en kwamen met forse looneisen. In oktober 1963 leidden die tot een akkoord in de Stichting van de Arbeid over een loonsverhoging van minimaal 10 procent. De acties in de metaalindustrie waren hierbij van bijzonder belang, niet alleen vanwege hun omvang, maar ook omdat de metaalindustrie algemeen als <italic>wage leader</italic> werd gezien.<xref ref-type="fn" rid="fn12" specific-use="fn"><sup>12</sup></xref> Dit artikel spitst zich daarom toe op die bedrijfstak.</p>
</sec>
<sec id="s2">
<title>De loonexplosie in de sociologie en de historiografie van de vakbeweging</title>
<p>Over de geschiedenis van de vakbeweging is al heel wat geschreven, maar over de vraag of en hoe acties &#x2018;van onderop&#x2019; het loonbeleid van de vakbonden in deze periode hebben be&#x00EF;nvloed is de informatie weinig specifiek. In hun klassieker over de geschiedenis van de Nederlandse arbeidsverhoudingen constateren Windmuller c.s. slechts dat het aantal stakingen en stakingsdagen in de jaren voorafgaand aan de loonexplosie beperkt bleef.<xref ref-type="fn" rid="fn13" specific-use="fn"><sup>13</sup></xref> In andere publicaties over de geschiedenis van de arbeidsverhoudingen en de vakbeweging wordt wel gewezen op &#x2018;wilde&#x2019; acties aan de vooravond van de loonexplosie, met name die in 1963, maar het blijft bij het noemen van enkele losse stakingen zonder analyse van hun precieze rol en betekenis.<xref ref-type="fn" rid="fn14" specific-use="fn"><sup>14</sup></xref> Er wordt onder meer verwezen naar stakingen in de Amsterdamse scheepsbouw in augustus 1963.<xref ref-type="fn" rid="fn15" specific-use="fn"><sup>15</sup></xref> In het meest recente overzicht van de vakbondsgeschiedenis in Nederland maakt Sjaak van der Velden eveneens melding van &#x2018;wilde&#x2019; stakingen die de vakbondsleiding onder druk zetten. Ook hij wijst erop dat de loonacties van scheepsbouwarbeiders bij de Amsterdamse Droogdok Maatschappij (ADM) en de Nederlandse Doken Scheepsbouw Maatschappij (NDSM) in Amsterdam in augustus 1963 de aanzet vormden voor de verhoogde looneisen van de offici&#x00EB;le vakorganisaties in het najaar.<xref ref-type="fn" rid="fn16" specific-use="fn"><sup>16</sup></xref></p>
<p>Van der Velden noemt deze niet door de vakorganisaties gesteunde stakingen &#x2018;spontaan&#x2019;, maar er is reden om te veronderstellen dat er in veel van deze acties meer organisatie aanwezig was dan de kwalificatie &#x2018;spontaan&#x2019; doet vermoeden. Elders drukt hij zich genuanceerder uit en wijst hij erop dat het vaak zo is &#x2018;dat bepaalde groepen of individuen de strijd voorbereiden&#x2019; en dat de stakers in veel gevallen overgaan &#x2018;tot het vormen van een stakingscomit&#x00E9; voor de dagelijkse leiding&#x2019;.<xref ref-type="fn" rid="fn17" specific-use="fn"><sup>17</sup></xref> Te onderzoeken is welke rol de mobilisatiekracht van dit soort comit&#x00E9;s in de acties voorafgaand aan de loonexplosie heeft gespeeld.</p>
</sec>
<sec id="s3">
<title>Mobilisatietheorie en agitatorhypothese</title>
<p>In zijn gevangenisnotities schreef de Italiaanse communistische theoreticus Antonio Gramsci ook over spontane&#x00EF;teit in maatschappelijke bewegingen.<xref ref-type="fn" rid="fn18" specific-use="fn"><sup>18</sup></xref> Zuivere spontane&#x00EF;teit kwam volgens hem in de geschiedenis niet voor: in succesvolle acties werd spontane&#x00EF;teit en leiderschap gecombineerd. Door de Britse socioloog John Kelly is dit uitgewerkt voor de arbeidsverhoudingen in een theorie over de mobilisatie van arbeiders.<xref ref-type="fn" rid="fn19" specific-use="fn"><sup>19</sup></xref> Daarvoor gaat hij te rade bij sociologen van sociale bewegingen, van wie Charles Tilly de voornaamste is.<xref ref-type="fn" rid="fn20" specific-use="fn"><sup>20</sup></xref> Uitgangspunt is dat de belangentegenstelling tussen werkgevers en werknemers niet vanzelf (&#x2018;spontaan&#x2019;) tot uiting komt in collectieve actie. Daarvoor is &#x2018;mobilisatie&#x2019; nodig, gedefinieerd als &#x2018;the process by which a group acquires collective control over the resources needed for action&#x2019;.<xref ref-type="fn" rid="fn21" specific-use="fn"><sup>21</sup></xref> Voor de arbeidsverhoudingen leidt Kelly daaruit af dat arbeiders moeten beschikken over &#x2018;organizational means&#x2019; om uitdrukking te kunnen geven aan hun collectieve belangen.</p>
<p>Mobilisatie voor arbeidersactie veronderstelt volgens hem, ten eerste, een gevoel van onrechtvaardigheid of de ervaring van een onrechtvaardige behandeling; ten tweede, de bewustwording van gemeenschappelijke belangen en een gemeenschappelijke identiteit tegenover de werkgever(s); en ten derde de bereidheid om mee te doen aan een vorm van collectief optreden. Of deze voorwaarden daadwerkelijk tot actie leiden is echter afhankelijk van de inzet van activisten die daaraan leiding kunnen geven. Leiding is nodig omdat de actiebereidheid niet uniform is: er is altijd een groep die tot actie moet worden overgehaald, eventueel onder druk.<xref ref-type="fn" rid="fn22" specific-use="fn"><sup>22</sup></xref></p>
<p>In Groot-Brittanni&#x00EB; werd die rol vaak vervuld door zogeheten <italic>shop stewards,</italic> gekozen vakbondsvertegenwoordigers per bedrijf of bedrijfsonderdeel die konden optreden als leiders van buiten de vakbond om georganiseerde stakingen. Deze positie werd in de jaren 1960 en 1970 in veel gevallen ingenomen door leden van de Britse Communistische Partij (CPGB) en na de teruglopende invloed daarvan in de jaren 1980 ook door leden van andere links-radicale groepen.<xref ref-type="fn" rid="fn23" specific-use="fn"><sup>23</sup></xref> Dat geeft aan dat leiderschap in arbeidersacties wordt gestimuleerd door politiek inzicht in de aard van de arbeidsverhoudingen. De Britse arbeidssocioloog Ralph Darlington ziet daarin aanleiding voor een zekere herwaardering van wat hij noemt de <italic>agitator &#x2018;theory&#x2019; of strikes</italic> binnen de kaders van Kelly&#x2019;s mobilisatietheorie.<xref ref-type="fn" rid="fn24" specific-use="fn"><sup>24</sup></xref> Hij pleit met name voor erkenning van de &#x2018;pivotal role played by networks of CP union militants in industrial disputes in the late 1960s and early 1970s&#x2019;.<xref ref-type="fn" rid="fn25" specific-use="fn"><sup>25</sup></xref> De Britse vakbondshistorici John McIlroy en Alan Campbell wijzen in dit verband op de rol van het door de CPGB opgezette <italic>Liaison Committee for the Defence of Trade Unions</italic> (LCDTU) in de jaren 1960 en 1970.<xref ref-type="fn" rid="fn26" specific-use="fn"><sup>26</sup></xref> Het <italic>Liaison Committee</italic> en de rol van de CPGB in het algemeen is volgens deze auteurs veronachtzaamd in de Britse vakbewegingshistoriografie.<xref ref-type="fn" rid="fn27" specific-use="fn"><sup>27</sup></xref></p>
<p>Communisten waren niet de enige, maar wel de best georganiseerde, actiefste en daardoor meest invloedrijke van de politiek gemotiveerde actieleiders. Ook in die rol konden zij echter geen stakingen uitroepen waar geen actiebereidheid bestond. Actievoerende arbeiders waren geen willoze marionetten, die naar willekeur door politieke actieleiders in beweging konden worden gebracht. In die zin is de Koude-Oorlogsretoriek over &#x2018;wilde&#x2019; stakingen als &#x2018;communistische manipulatie&#x2019; misplaatst. Niettemin is het in het kader van Kelly&#x2019;s mobilisatietheorie en Darlingtons agitatorhypothese ook voor Nederland van belang onderzoek te doen naar de rol van communisten in de &#x2018;wilde&#x2019; stakingsbeweging voorafgaand aan de loonexplosie.</p>
<p>Dat is te meer relevant, omdat de CPN na de splitsing van de door communisten geleide Eenheidsvakcentrale (EVC) in 1958 en de formele opheffing van de aan de CPN gelieerde EVC-&#x2018;58 in januari 1960 een politiek van &#x2018;eenheid in het NVV&#x2019; voorstond, waarbij de communistische activiteit in de Britse vakcentrale TUC nadrukkelijk als voorbeeld werd gezien.<xref ref-type="fn" rid="fn28" specific-use="fn"><sup>28</sup></xref> In de praktijk kwam er van het communistische streven naar eenheid in het NVV echter weinig terecht. Daarom hield de CPN- leiding de (restanten van de) oude EVC-organisaties (noodgedwongen) in stand. In bedrijven waar die nog aanwezig waren en nog over aanhang konden beschikken, hadden de overgebleven EVC-activisten vaak een mobiliserende rol in de &#x2018;wilde&#x2019; stakingsacties voorafgaand aan de loonexplosie.</p>
</sec>
<sec id="s4">
<title>De vakbondspolitiek van de CPN</title>
<p>De EVC was direct na de Tweede Wereldoorlog ontstaan als uiting van het communistische streven naar brede samenwerkingsverbanden.<xref ref-type="fn" rid="fn29" specific-use="fn"><sup>29</sup></xref> In 1958 brak er een openlijk conflict uit over het voortbestaan van de EVC als zelfstandige vakcentrale. De EVC-bestuurders, die daar voorstanders van waren, werden uit de partij gezet. Vanuit de CPN werd een Commissie EVC-bonden opgericht met het doel de leiding van de EVC in handen te krijgen. De organisatie van CPN-getrouwen mocht om juridische reden niet de naam EVC gebruiken en noemde de nieuwe organisatie daarom EVC-&#x2019;58.<xref ref-type="fn" rid="fn30" specific-use="fn"><sup>30</sup></xref> Volgens de BVD bleven er na de splitsing minder dan 3000 leden in de oude EVC achter, tegen 15 &#x00E0; 18.000 in de EVC-&#x2019;58.<xref ref-type="fn" rid="fn31" specific-use="fn"><sup>31</sup></xref> De laatste werd formeel opgeheven in 1960, de oude EVC in 1964.</p>
<p>Na de opheffing van de afgesplitste vakcentrale EVC-&#x2019;58 in januari 1960 werd de bemoeienis van de CPN met te voeren loonacties ge&#x00EF;ntensiveerd. Om die te co&#x00F6;rdineren werd een Centrum van Propaganda voor Eenheid en Klassenstrijd in de Vakbeweging opgericht, dat qua doelstelling misschien enigszins te vergelijken is met het hiervoor genoemde Britse <italic>Liaison Committee for the Defence of Trade Unions</italic>. Het was de bedoeling dat de afzonderlijke bonden van de EVC-&#x2019;58 over zouden gaan naar het NVV, maar aangezien het er niet naar uitzag dat dit daadwerkelijk zou gebeuren en individuele communisten evenmin werden toegelaten, werd besloten dat de voorheen bij de EVC-&#x2019;58 aangesloten bonden &#x2018;op volle kracht blijven draaien&#x2019;.<xref ref-type="fn" rid="fn32" specific-use="fn"><sup>32</sup></xref> Men deinsde ervoor terug om de EVC-&#x2019;58-bonden daadwerkelijk op te heffen, omdat daarmee het contact met &#x2018;slapende&#x2019; en niet in CPN-verband actieve leden van deze bonden zou worden verbroken.<xref ref-type="fn" rid="fn33" specific-use="fn"><sup>33</sup></xref></p>
<p>CPN-geschiedschrijver Verrips schatte op basis van BVD-gegevens dat ongeveer de helft van de leden van de EVC in 1958 werkzaam was in de bouw, de metaalindustrie, de havens en de gemeentelijke overheid in Amsterdam.<xref ref-type="fn" rid="fn34" specific-use="fn"><sup>34</sup></xref> Van de sterke positie van de EVC in Amsterdam vlak na de oorlog was weliswaar niet veel meer over, maar veel ex-EVCers in en buiten de &#x2018;erkende&#x2019; bonden waren nog wel vatbaar voor radicale eisen. Uit de uitslagen van de ondernemingsraadsverkiezingen, waarover de BVD in december 1959 informatie gaf,<xref ref-type="fn" rid="fn35" specific-use="fn"><sup>35</sup></xref> is af te leiden dat de EVC-&#x2019;58 metaalbond in enkele Amsterdamse metaalbedrijven nog over aanzienlijke aanhang beschikte, met 40-50 procent van de stemmen bij de NDSM, de ADM, Werkspoor, Verschure, Ducroo &#x0026; Brauns en Draka. Buiten Amsterdam was dat, zij het in mindere mate, het geval bij Verblifa Krommenie en Hoogovens IJmuiden. In Rotterdam was de EVC echter niet meer vertegenwoordigd bij de vroegere EVC-bolwerken Wilton- Fijenoord en RDM. Al deze bedrijven zullen wij hieronder tegenkomen in &#x2018;wilde&#x2019; acties in de metaal in de jaren 1960. Volgens de BVD was de EVC-&#x2019;58-bond van metaalarbeiders in 1960 vergeleken met de andere EVC-&#x2019;58-bonden &#x2018;nog het hechtst georganiseerd en nog het minst afgebrokkeld&#x2019;, maar zij had &#x2018;in het algemeen nog slechts een grote aanhang bij scheepswerven en metaalfabrieken te Amsterdam, in de Zaanstreek en te IJmuiden&#x2019;.<xref ref-type="fn" rid="fn36" specific-use="fn"><sup>36</sup></xref></p>
<p>De oprichting van het Centrum stelde het partij van de CPN in staat zich rechtstreeks te mengen in de activiteiten op het loonfront. In de partij zitting van 30 en 31 mei 1963 werd vastgesteld dat de partij en het Centrum in 1962 in gebreke waren gebleven bij het organiseren van loonacties. Het partijriep op tot een actievere opstelling van de CPN-bedrij oepen en tot de vorming van actiecomit&#x00E9;s, die eigen looneisen zouden moeten stellen.<xref ref-type="fn" rid="fn37" specific-use="fn"><sup>37</sup></xref> Op 26 juni 1963 werd vervolgens door het Centrum, in de woorden van het BVD-rapport over die maand</p>
<disp-quote>
<p>verklaard dat de arbeiders geen genoegen nemen met de 2,7 &#x0025; loonsverhoging die &#x2013; conform het advies van de SER &#x2013; in 1963 is toegestaan. Derhalve viel het besluit op zaterdag 28 september a.s. te Amsterdam een &#x2018;nationaal loonapp&#x00E8;l&#x2019; te organiseren. Kennelijk is het de bedoeling der communisten een gemakkelijk aansprekende, concrete looneis op te stellen en met de hantering daarvan wat meer beweging onder de bedrijfsarbeiders te veroorzaken. Of deze communistische toeleg zal slagen, hangt in het algemeen van factoren af die zijzelf niet in de hand hebben.<xref ref-type="fn" rid="fn38" specific-use="fn"><sup>38</sup></xref></p>
</disp-quote>
<p>Al v&#x00F3;&#x00F3;r het aangekondigde &#x2018;loonapp&#x00E8;l&#x2019; op 28 september bleken die &#x2018;factoren&#x2019; in een voor de communisten positieve richting te werken. In het maandrapport over juli en augustus 1963 meldde de BVD-rapporteur: &#x2018;De CPN-leiding verlangde dus meer leven in de brouwerij en dat is er inderdaad de laatste maanden enigermate in gekomen. Enkele arbeidsconflicten deden zich voor, waarin de communisten ijverig hun rol hebben gespeeld&#x2019;.<xref ref-type="fn" rid="fn39" specific-use="fn"><sup>39</sup></xref> Volgens het BVD-rapport over september &#x2018;spitste de communistische activiteit zich toe op de twee grootste Amsterdamse scheepswerven, de ADM en de NDSM, bij welke bedrijven de communistische leden van de ondernemingsraad de meerderheid van de fabrieksarbeiders achter zich hebben&#x2019;, en met succes: &#x2018;De krappe arbeidsmarkt en de overtuiging van velen dat de loonstijging in 1963 ongerechtvaardigd klein was geweest begunstigden de plannen van het Centrum, getuige de ontwikkeling bij de ADM en de NDSM en de prompt daarop gemeenschappelijk door de erkende metaalbewerkersbonden gevolgde publicatie van eisen&#x2019;.<xref ref-type="fn" rid="fn40" specific-use="fn"><sup>40</sup></xref></p>
<p>Stakingen bij de scheepsbouwondernemingen ADM en NDSM zouden de opmaat vormen voor een stakingsbeweging in de metaalindustrie, die in het najaar van 1963 voor de &#x2018;erkende&#x2019; bonden aanleiding zou zijn om met een veel hogere looneis te komen, met als resultaat de loonexplosie in 1964. De voorgeschiedenis, ontplooiing en afloop van deze stakingsbeweging in de metaal zal hieronder worden uitgediept na een schets van de positie van de &#x2018;erkende&#x2019; vakorganisaties.</p>
</sec>
<sec id="s5">
<title>De &#x2018;erkende&#x2019; vakbonden: gevangen in de loonpolitiek</title>
<p>De &#x2018;erkende&#x2019; vakbondsfederaties NVV, Katholieke Arbeiders Beweging (KAB) en Christelijk Nationaal Vakverbond (CNV) hadden zich in de naoorlogse periode verbonden aan de geleide loonpolitiek en aan de uitkomsten van het centraal overleg met de overheid en de werkgeversorganisaties in de Sociaal Economische Raad en de Stichting van de Arbeid. In deze periode waren de Partij van de Arbeid (PvdA) en het NVV de meest uitgesproken voorstanders van een uniforme centrale loonvaststelling door de regering. Het aantreden van het confessioneel-liberale kabinet De Quay in 1959 zonder de PvdA maakte de weg vrij voor een meer gedifferentieerde aanpak per bedrijfstak, zoals steeds bepleit door de confessionelen. Tot een werkelijk vrije loonvorming kwam het niet, integendeel, de centrale sturing werd alleen ingewikkelder. De mogelijkheid tot loonsverhoging werd nu afhankelijk gemaakt van de productiviteitsontwikkeling per bedrijfstak. De bedoeling was te voorkomen dat loonsverhoging ten koste van de bedrijfswinsten zou gaan of tot prijsstijging zou leiden. Op die manier bleef de regering binnen de eerdere uitgangspunten van de geleide loonpolitiek.<xref ref-type="fn" rid="fn41" specific-use="fn"><sup>41</sup></xref></p>
<p>In het gedifferentieerde loonbeleid moest voor elke nieuwe cao worden getoetst of de overeengekomen loonsverhoging mogelijk werd gemaakt door de productiviteitsontwikkeling. Die taak viel formeel toe aan het College van Rijksbemiddelaars, maar op de achtergrond bleef de regering aanwijzingen geven. Het College werd nu een soort uitvoerend orgaan van het ministerie van Sociale Zaken, waar oud-CNV bestuurder en ARP-staatssecretaris Bauke Roolvink (1912-1979) de scepter zwaaide.<xref ref-type="fn" rid="fn42" specific-use="fn"><sup>42</sup></xref> Het zogenaamde gedifferentieerde loonbeleid weerhield de regering niet van centraal overleg over de loonvorming.<xref ref-type="fn" rid="fn43" specific-use="fn"><sup>43</sup></xref> Om de loonontwikkeling in de hand te houden voerde de regering in 1961 besprekingen met de vertegenwoordigers van de werkgevers- en werknemersorganisaties op kasteel Oud-Wassenaar. In het Akkoord van Oud-Wassenaar, ook wel de Loonvrede van Wassenaar genoemd, dat daaruit voortvloeide, gingen de vakcentrales akkoord met een vastgestelde uniforme formule voor loonmatiging.<xref ref-type="fn" rid="fn44" specific-use="fn"><sup>44</sup></xref> Het op 17 november 1961 gesloten akkoord gold als leidraad voor de loononderhandelingen per bedrijfstak.</p>
<p>In de loop van 1962 bleek echter dat de praktij van de loonvorming een veel dynamischer verloop had dan in het akkoord was voorzien. Het NVV eiste aanpassing in de vorm van tussentij loonsverhogingen, zogeheten opstapjes, maar de regering wilde van geen wij en weten en kwam met een Algemene Aanwij waarin het verboden werd lopende contracten open te breken. In februari 1962 trok het NVV daarom zij deelname aan het Akkoord van Oud-Wassenaar in. Maar daar bleef het bij In theorie hield men vast aan het oude adagium van de geleide loonpolitiek, maar in de praktij moest de NVV-leiding erkennen dat die geen toekomst meer had. Wat ervoor in de plaats moest komen bleef onduidelij In maart 1962 verklaarde de regering dat de Loonvrede van Wassenaar na 1 januari 1963 niet langer zou gelden en dat er een aangepast loonstelsel zou komen. Mede omdat er daarover een SER-advies in de maak was, bleef het NVV (evenals de KAB en het CNV) zich in 1962 afwachtend opstellen.</p>
<p>Eind 1962 kwam de SER met het eerder genoemde rapport, waarin was bedacht dat er in 1963 2,7 procent ruimte voor loonsverhoging beschikbaar was. In feite was die 2,7 procent een compromis tussen de standpunten van de werkgevers en werknemers in de SER: de werkgeversvertegenwoordigers wensten slechts verlenging van lopende contracten (dus een nullijn), maar daar konden de vakcentrales niet mee leven. Zij zagen ruimte voor ten minste 3 procent loonsverhoging. Na enig gegoochel met cijfers kwam men uit op de genoemde 2,7 procent,<xref ref-type="fn" rid="fn45" specific-use="fn"><sup>45</sup></xref> die door de regering en de Stichting van de Arbeid werd overgenomen. Voor de regering was van belang dat de Stichting &#x2018;haar verantwoordelijkheid&#x2019; nam &#x2018;door de achterbannen [&#x2026;] bij de les te houden bij de daarop volgende cao-onderhandelingen&#x2019;.<xref ref-type="fn" rid="fn46" specific-use="fn"><sup>46</sup></xref></p>
<p>De vakcentrales beschouwden deze beperkte verhoging niet als matiging, maar als een overwinning op de werkgevers, die immers aanvankelijk slechts de bestaande cao&#x2019;s wilden verlengen.<xref ref-type="fn" rid="fn47" specific-use="fn"><sup>47</sup></xref> Niettemin maakt alleen al de titel van het SER-rapport waar de 2,7 procent op was gebaseerd (&#x2018;inzake de begrenzing van de stijging der loonkosten&#x2019;) duidelijk dat het om een matigingsakkoord ging. Op de hoofbesturenvergadering van het NVV op 5 december 1962 deed vicevoorzitter Andr&#x00E9; Kloos (1922-1989) een beroep op de aangesloten bonden om toch vooral niet boven de 2,7 procent uit te gaan,<xref ref-type="fn" rid="fn48" specific-use="fn"><sup>48</sup></xref> en op de KAB-verbondsraadsvergadering van 17 december 1962 riep voorzitter Toon Middelhuis (1902- 1979) op tot matiging van de looneisen.<xref ref-type="fn" rid="fn49" specific-use="fn"><sup>49</sup></xref> Omdat de &#x2018;erkende&#x2019; vakbonden alleen konden denken in termen van overleg en niet bereid waren de haalbaarheid van hogere looneisen door acties te toetsen, bleek hun inschatting echter in een situatie van toenemende krapte op de arbeidsmarkt en steeds openlijker arbeidsonrust in de woorden van Windmuller c.s. &#x2018;volkomen onrealistisch te zijn geweest&#x2019;,<xref ref-type="fn" rid="fn50" specific-use="fn"><sup>50</sup></xref> zoals zij in september 1963 tot hun schade en schande moesten ervaren.</p>
</sec>
<sec id="s6">
<title>Loonaffaires in de metaalindustrie, 1959-1960</title>
<p>Als geen andere hebben &#x2018;wilde&#x2019; stakingen in de metaalindustrie bijgedragen aan de ommezwaai van de &#x2018;erkende&#x2019; vakbonden in het najaar van 1963 en de daaropvolgende loonexplosie. Dat was ook te voorzien: al in 1960 constateerde de NVV-metaalbond ANMB dat &#x2018;niet de metaalindustrie ingepast is in een algemeen landelijke loonpolitiek, maar dat juist andersom de metaalindustrie a.h.w. richting gegeven heeft aan de algemene loonpolitiek&#x2019;.<xref ref-type="fn" rid="fn51" specific-use="fn"><sup>51</sup></xref> Daarin was zichtbaar dat de metaalindustrie na het loslaten van de uniforme geleide loonpolitiek als <italic>wage leader</italic> in de loonvorming ging functioneren. De regering vond grote loonsverhogingen in de metaal daarom niet wenselijk en greep diverse malen in de onderhandelingen tussen werkgevers en werknemers. Dat leidde vanaf het begin van de &#x2018;gedifferentieerde&#x2019; loonpolitiek tot confrontaties en met name in 1960 tot &#x2018;wilde&#x2019; stakingen, die als een soort generale repetitie voor de uitbarsting van onvrede in september 1963 kunnen worden beschouwd.</p>
<sec id="s6.1">
<title>De metaal-cao van 1959: de regering stribbelt tegen</title>
<p>De metaal-cao waarover na negen maanden onderhandelen op 4 juli 1959 overeenstemming werd bereikt tussen de werkgevers- en werknemersorganisaties, was de eerste die onderworpen werd aan de nieuwe regels en procedures van de gedifferentieerde loonpolitiek.<xref ref-type="fn" rid="fn52" specific-use="fn"><sup>52</sup></xref> Voor het eerst sinds de bestedingsbeperking van 1958 was er een loonsverhoging overeengekomen (van 5 procent). In overeenstemming met het <italic>wage leadership</italic> van de metaalindustrie was de metaal-cao leidend in de loononderhandelingen in andere sectoren &#x2013; de salarisbepaling bij de overheid werd er onder meer rechtstreeks van afgeleid.<xref ref-type="fn" rid="fn53" specific-use="fn"><sup>53</sup></xref> De regering was daarom bang dat de loonsverhoging in de ontwerp-cao tot een soort verkapte algemene loonronde zou leiden.<xref ref-type="fn" rid="fn54" specific-use="fn"><sup>54</sup></xref> Tijdens de goedkeuringsprocedure voor deze cao hield de regering zich formeel op de vlakte, maar uit alles bleek dat men wilde voorkomen &#x2018;dat de loonsverhoging in de metaalindustrie als een magneet gaat werken&#x2019;.<xref ref-type="fn" rid="fn55" specific-use="fn"><sup>55</sup></xref> Voor een bespreking van &#x2018;richtlijnen voor het College van Rijksbemiddelaars&#x2019; werden ministers en staatssecretarissen speciaal van vakantie teruggeroepen.<xref ref-type="fn" rid="fn56" specific-use="fn"><sup>56</sup></xref> Besprekingen op 25 augustus 1959, waaraan werd deelgenomen door vertegenwoordigers van de regering, van het College van Rijksbemiddelaars, van de looncommissie van de Stichting van de Arbeid en van de Vakraad voor de metaalindustrie (het overlegorgaan van werkgevers en werknemers), duurden tot laat in de avond en werden op 26 augustus voortgezet.<xref ref-type="fn" rid="fn57" specific-use="fn"><sup>57</sup></xref></p>
<p>Uit alles bleek dat de uitkomst onzeker was en dat er een grote kans bestond dat de 5 procent loonsverhoging niet zou doorgaan. &#x2018;Opruiende pamfletten&#x2019; van de &#x2018;communistische vakbonden&#x2019; (aldus <italic>Trouw</italic>) leidden er op 26 augustus 1959 toe dat in Amsterdam &#x2018;grote groepen arbeiders, vooral ongeorganiseerden, weigerden aan het werk te gaan&#x2019; om druk op de onderhandelingen te zetten.<xref ref-type="fn" rid="fn58" specific-use="fn"><sup>58</sup></xref> Bij de Amsterdamse vestiging van Werkspoor, &#x00E9;&#x00E9;n van de bolwerken van de EVC-metaalbond,<xref ref-type="fn" rid="fn59" specific-use="fn"><sup>59</sup></xref> kwam daardoor een groot deel van het bedrijf stil te liggen.<xref ref-type="fn" rid="fn60" specific-use="fn"><sup>60</sup></xref> In andere metaalbedrijven in Amsterdam en in het Waterweggebied waren kleinere acties, of, zoals <italic>De Telegraaf</italic> het noemde, &#x2018;werd door het personeel onderling langdurig gediscussieerd&#x2019;.<xref ref-type="fn" rid="fn61" specific-use="fn"><sup>61</sup></xref></p>
<p>Uiteindelijk werd de knoop door het College van Rijksbemiddelaars nog diezelfde dag (26 augustus 1959) doorgehakt en werd tegen de wens van de regering in besloten om de 5 procent loonsverhoging goed te keuren.<xref ref-type="fn" rid="fn62" specific-use="fn"><sup>62</sup></xref> Al voor de beslissing officieel bekend werd gemaakt was de uitslag meegedeeld aan de Werkspoorstakers na uitvoerig telefonisch contact tussen de directie en de onderhandelaars.<xref ref-type="fn" rid="fn63" specific-use="fn"><sup>63</sup></xref> Men kan zich niet aan de indruk onttrekken dat de arbeidsonrust bij Werkspoor en andere bedrijven een rol heeft gespeeld in de positieve besluitvorming, niet zozeer vanwege de acties zelf, maar omdat daarmee een signaal was afgegeven.<xref ref-type="fn" rid="fn64" specific-use="fn"><sup>64</sup></xref></p>
</sec>
<sec id="s6.2">
<title>&#x2018;Wilde&#x2019; stakingen, cao-vernieuwing en confrontatie met de regering in 1960</title>
<p>Volgens <italic>De beheerste vakbeweging</italic> was er door het &#x2018;oud zeer&#x2019; bij de metaalarbeiders over de totstandkoming van de cao in 1959 een voedingsbodem ontstaan voor nieuwe eisen en acties.<xref ref-type="fn" rid="fn65" specific-use="fn"><sup>65</sup></xref> De cao was door het College van Rijksbemiddelaars goedgekeurd voor een looptijd tot 30 september 1962, met pas per 1 juli 1961 een mogelijkheid om een looncorrectie aan te brengen als de stijging van de arbeidsproductiviteit hoger zou blijken te zijn dan voorzien. In de loop van 1960 kwam steeds scherper tot uiting dat er een groot verschil was tussen deze begrenzing van de cao-lonen en de restrictieve regeringspolitiek aan de ene, en de ontwikkeling van de arbeidsmarkt in de metaalindustrie aan de andere kant. De arbeidsproductiviteit steeg met sprongen en de goed gevulde orderportefeuilles zorgden voor een nijpend tekort aan arbeidskrachten, waarin door ondernemers nogal eens werd voorzien door via koppelbazen extra personeel in te lenen dat aanzienlijk meer verdiende dan het gangbare arbeidsloon.<xref ref-type="fn" rid="fn66" specific-use="fn"><sup>66</sup></xref></p>
<fig id="fg001">
<label>Grafiek 1</label>
<caption><p><bold>Het aantal stakers in de metaalindustrie in de tweede helft van 1960 per maand en regio</bold></p></caption>
<graphic xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xlink:href="tseg10067_fig1.jpg"/>
<attrib><italic>NB &#x2018;svdv&#x2019;=database bij Van der Velden, Stakingen in Nederland; &#x2018;kr&#x2019;=eigen krantenonderzoek</italic></attrib>
</fig>
<p>In het tweede halfjaar van 1960 barstte de bom in twee korte stakingsgolven: een eerste in augustus, een tweede in november en december (zie grafiek <xref ref-type="fig" rid="fg001">1</xref>). Omdat deze stakingen niet werden gesteund door de vakorganisaties en er dus geen stakingsuitkering werd verstrekt, ging het om kortdurende acties van enkele uren tot een dag. In veel gevallen hadden zij het karakter van proteststakingen, prikacties, of machtsvertoon voor beperkte eisen. In grafiek <xref ref-type="fig" rid="fg001">1</xref> heb ik daarom gekozen voor het aantal stakers in plaats van het aantal stakingsdagen als maatstaf voor de omvang van de stakingen.</p>
<p>Uit het systematische krantenonderzoek kon worden afgeleid dat lang niet alle kortdurende acties en werkonderbrekingen als staking werden geregistreerd. Een vergelijking met de door Sjaak van der Velden opgemaakte database van stakingen in Nederland (hoofdzakelijk gebaseerd op CBS-registraties) met de uit het krantenonderzoek bekende stakingen in de metaalindustrie laat zien dat er in deze maanden 30 in de dagbladpers genoemde metaalstakingen in de database ontbreken, in het algemeen kortdurende werkonderbrekingen van &#x00E9;&#x00E9;n of enkele uren tot een dag.<xref ref-type="fn" rid="fn67" specific-use="fn"><sup>67</sup></xref> Opvallend is dat de in de kranten genoemde aantallen stakers per staking veelal hoger waren dan die in de database. Mijn conclusie is dat het aantal stakers in de database van Van der Velden te laag is.</p>
<fig id="fg002">
<label>Illustratie 1</label>
<caption><p><italic>Stakers van scheepswerf Verschure bij de poort van de Amsterdamse Droogdokmaatschappij om ook daar tot staking op te roepen, 7 december 1960 (bron: Foto Jo van Bilsen, IISG, collectie Arbeiderspers).</italic></p></caption>
<graphic xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xlink:href="tseg10067_fig2.jpg"/>
</fig>
<fig id="fg003">
<label>Illustratie 2</label>
<caption><p><italic>Stakers van Wilton-Fijenoord demonstreren bij het kantoor van de NVV-metaalbedrijfsbond aan de Tuinlaan in Schiedam, 8 december 1960 (bron: Foto Herbert Behrens, Nationaal Archief, collectie ANEFO).</italic></p></caption>
<graphic xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xlink:href="tseg10067_fig3.jpg"/>
</fig>
<fig id="fg004">
<label>Illustratie 3</label>
<caption><p><italic>Staking bij Werkspoor-Amsterdam (bron: Arbeiderspers, IISG, collectie Werkspoor).</italic></p></caption>
<graphic xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xlink:href="tseg10067_fig4.jpg"/>
</fig>
<p>In de stakingen in augustus ging het erom per bedrijf loonsverbeteringen af te dwingen in de informele sfeer. Er was een grote bereidheid tot concessies bij de werkgevers vanwege de krappe arbeidsmarkt en de uitstekende bedrijfsresultaten.<xref ref-type="fn" rid="fn68" specific-use="fn"><sup>68</sup></xref> Het ging om aanwezigheidspremies, koffiegelden, vervoersvergoedingen, winstdelingen, overwerken kostgelden, tariefs- of premieverhogingen, andere functie-indelingen, en wat dies meer zij. Omdat de beloning van veel arbeiders in de metaalindustrie afhankelijk was van prestatieloonsystemen, was verhoging van de tarieflonen een populair instrument om boven de offici&#x00EB;le loonmaxima uit te komen.<xref ref-type="fn" rid="fn69" specific-use="fn"><sup>69</sup></xref> Met name in het Westen van het land was het door de arbeidskrapte niet moeilijk om dit soort verbeteringen te realiseren. Daarvoor waren beperkte acties of dreiging daarmee vaak al voldoende.</p>
<fig id="fg005">
<label>Illustratie 4</label>
<caption><p><italic>Staking bij de NDSM, stakers voor het directiekantoor, 25 augustus 1960 (bron: Foto Henk Lindeboom, Nationaal Archief, collectie ANEFO).</italic></p></caption>
<graphic xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xlink:href="tseg10067_fig5.jpg"/>
</fig>
<p>Zoals eerder aangehaald, was de communistische metaalbond EVC-&#x2019;58 (kortweg &#x2018;De Metaal&#x2019;) in het begin van de jaren 1960 nog volop actief en naar het oordeel van de BVD van de overblij ende EVC-bonden &#x2018;nog het hechtst georganiseerd&#x2019;. In de stakingen in enkele grote metaalbedrijven in augustus 1960 was het aandeel van communisten volgens de BVD echter &#x2018;niet overal aanwij &#x2019;.<xref ref-type="fn" rid="fn70" specific-use="fn"><sup>70</sup></xref> Dat lag anders bij de stakingen op de scheepswerven NDSM en ADM in Amsterdam op 25 en 26 augustus,<xref ref-type="fn" rid="fn71" specific-use="fn"><sup>71</sup></xref> waar de uit EVC-&#x2019;58-leden samengestelde &#x2018;Vrij Lij en&#x2019; hoog hadden gescoord bij de verkiezingen voor de ondernemingsraden (40-50 procent).<xref ref-type="fn" rid="fn72" specific-use="fn"><sup>72</sup></xref> Volgens de BVD hadden &#x2018;verschillende leden van &#x2018;De Metaal-1958&#x2019; &#x2013; welke organisatie bij dit bedrij nog een vrij grote aanhang heeft &#x2013; een werkzaam aandeel gehad&#x2019; in de organisatie van de staking bij de NDSM.<xref ref-type="fn" rid="fn73" specific-use="fn"><sup>73</sup></xref></p>
<p>De vakbonden waren tegen incidentele loonregelingen buiten de cao om en tegen acties om die voor elkaar te krijgen. Niettemin zag men in de augustusacties aanleiding om met de werkgevers te gaan onderhandelen over het openbreken van de lopende cao.<xref ref-type="fn" rid="fn74" specific-use="fn"><sup>74</sup></xref> Op 27 augustus 1960 kwam het overlegorgaan van de werkgevers- en werknemersorganisaties in de metaal, de zogeheten Vakraad voor de Metaalindustrie, &#x2018;in spoedzitting&#x2019; bijeen om de &#x2018;onrust in een aantal bedrijven waar stakingen hadden plaatsgevonden&#x2019; te bespreken.<xref ref-type="fn" rid="fn75" specific-use="fn"><sup>75</sup></xref> Op 14 september 1960 kwamen door de metaalbonden geformuleerde loonvoorstellen ter tafel van 6 percent &#x2018;op de kortst mogelijke termijn&#x2019; en nog eens 3 percent in het voorjaar van 1961.<xref ref-type="fn" rid="fn76" specific-use="fn"><sup>76</sup></xref></p>
<p>Op de loonvoorstellen van de metaalvakbonden werd van werkgeverszijde met &#x2018;grote welwillendheid&#x2019; gereageerd.<xref ref-type="fn" rid="fn77" specific-use="fn"><sup>77</sup></xref> Tegenstand kwam er vooral van de kant van de regering.<xref ref-type="fn" rid="fn78" specific-use="fn"><sup>78</sup></xref> Om aan de bezwaren van de regering tegemoet te komen werd in de Vakraad overeenstemming bereikt over een loonsverhoging van 3 procent per 1 januari 1961 en een volgende van 5 procent per 1 juli 1961. Tevens werden voor 1960 en 1961 extra winstuitkeringen overeengekomen van telkens 1,5 procent over het jaarloon.<xref ref-type="fn" rid="fn79" specific-use="fn"><sup>79</sup></xref> Dit slappe aftreksel van de oorspronkelijke looneisen van de metaalbewerkersbonden kon echter evenmin op goedkeuring van de regering rekenen. Zonder de daartoe gebruikelijke adviesronde af te wachten, liet Roolvink op 1 oktober 1960 aan de Stichting van de Arbeid en op 17 oktober in een &#x2018;algemene aanwijzing&#x2019; aan het College van Rijksbemiddelaars weten dat openbreken van de cao niet mogelijk was.<xref ref-type="fn" rid="fn80" specific-use="fn"><sup>80</sup></xref> Op 2 december deelde de regering nogmaals mee dat &#x2018;van een loonsverhoging v&#x00F3;&#x00F3;r 1 juli 1961 in de metaalindustrie g&#x00E9;&#x00E9;n sprake kon zijn&#x2019;.<xref ref-type="fn" rid="fn81" specific-use="fn"><sup>81</sup></xref> Op 12 december volgde de offici&#x00EB;le afwijzende beschikking. De actieve metaalarbeiders in de bedrijven lieten dit niet over hun kant gaan: vanaf september waren er protestacties tegen de houding van de regering, die in november en december een hoogtepunt bereikten.</p>
<p>Meteen na het bekend worden van de loonvoorstellen van de Vakraad op 28 september begon de EVC&#x2019;-58 metaalbond &#x2018;De Metaal&#x2019; op te roepen, volgens de BVD &#x2018;na de nodige instructies van de CPN-leiding&#x2019;, om per bedrijf actie te gaan voeren voor de onmiddellijke uitbetaling van de in deze voorstellen opgenomen winstuitkering van 1,5 procent over het jaarloon in 1960.<xref ref-type="fn" rid="fn82" specific-use="fn"><sup>82</sup></xref> In de stakingsacties tegen de afkeuring van de cao-voorstellen die in het najaar in verschillende grote metaalbedrijven in de Randstad losbarstten, werd het protest veelal gecombineerd met deze eis. De beweging vond zijn hoogtepunt in stakingen op 25 en 26 november 1960 en opnieuw op 7 en 8 december in verschillende metaalbedrijven, voornamelijk in Amsterdam, Utrecht en het Rijnmondgebied, maar ook elders in de Randstad (Haarlem, Leiden, Delft).</p>
</sec>
</sec>
<sec id="s7">
<title>Communistische winst bij ondernemingsraadverkiezingen in de metaal</title>
<p>De door de regering afgewezen loonvoorstellen van de Vakraad voor de metaalindustrie van 3 procent per 1 januari en nog eens 5 procent per 1 juli 1961, verdwenen in 1961 geruisloos van tafel.<xref ref-type="fn" rid="fn83" specific-use="fn"><sup>83</sup></xref> Eind mei bleek overeenstemming met de werkgevers te zijn bereikt over een geheel nieuw loonplan: dit keer geen loonsverhoging in procenten, maar in centen.<xref ref-type="fn" rid="fn84" specific-use="fn"><sup>84</sup></xref> De cao werd op 23 juni 1961 goedgekeurd door het College van Rijksbemiddelaars, met een looptijd tot 1 januari 1963.<xref ref-type="fn" rid="fn85" specific-use="fn"><sup>85</sup></xref> Gedurende de looptijd van de cao bleef het rustig aan het loonfront in de metaalindustrie. De onderhandelingen over de vernieuwing van de cao per 1 januari 1963, die in november 1962 van start gingen, vonden plaats onder het regime van het SER-rapport van 26 oktober 1962, waarin een maximum loonruimte van 2,7 procent was afgesproken. De werkgevers in de metaal wilden aanvankelijk niet verder gaan dan 1,5 procent.<xref ref-type="fn" rid="fn86" specific-use="fn"><sup>86</sup></xref> Na langdurige onderhandelingen werd op 6 februari 1963 een compromis bereikt, waarbij de gemiddelde uurloonstijging iets onder 2,5 procent uitkwam en alleen samen met enkele andere verbeteringen op 2,7 procent.<xref ref-type="fn" rid="fn87" specific-use="fn"><sup>87</sup></xref></p>
<p>Het gebrek aan beweging aan het loonfront betekende niet dat de ontevredenheid van de metaalarbeiders over de loonpolitiek van de regering en over de passieve houding van de &#x2018;erkende&#x2019; vakbonden was verminderd. In bedrijven waar in het najaar van 1960 actie was gevoerd, vertaalde die onvrede zich in een opmerkelijke vooruitgang van de zogenoemde Vrije lijsten of Eenheidslijsten van communistische/ EVC-&#x2019;58-kandidaten voor de ondernemingsraadsverkiezingen (zie tabel <xref ref-type="table" rid="tab1">1</xref>).<xref ref-type="fn" rid="fn88" specific-use="fn"><sup>88</sup></xref> Communistische winst was er vooral in bestaande EVC-bolwerken in de scheepsbouw en andere metaalbedrijven in Amsterdam. In actievoerende bedrijven elders in de Randstad nam het aantal stemmen op communistische kandidaten eveneens toe: bij scheepswerf Piet Smit in Rotterdam was de communist Eef Eerkens in 1962 goed voor 35 procent (3 zetels);<xref ref-type="fn" rid="fn89" specific-use="fn"><sup>89</sup></xref> bij Wilton-Fijenoord nam het aantal gekozen communisten in 1963 toe van 1 tot 3;<xref ref-type="fn" rid="fn90" specific-use="fn"><sup>90</sup></xref> en bij Werkspoor-Utrecht sprong de EVC/Vrije Lijst van 1 zetel in 1960 (6 procent) naar 3 zetels in 1962 (16 procent) en 5 zetels in 1964.<xref ref-type="fn" rid="fn91" specific-use="fn"><sup>91</sup></xref></p>
<table-wrap id="tab1">
<label>Tabel 1</label>
<caption><title>Percentage stemmen uitgebracht op EVC (&#x2019;58)&#x2018;De Metaal&#x2019;, Vrije en Eenheidslijsten bij ondernemingsraadverkiezingen in enkele communistische bolwerken in de metaal, 1957/58-1965/66</title></caption>
<table id="table1" width="1*">
<colgroup>
<col width="0.10*"/>
<col width="0.10*"/>
<col width="0.10*"/>
<col width="0.10*"/>
<col width="0.10*"/>
<col width="0.10*"/>
<col width="0.10*"/>
<col width="0.10*"/>
<col width="0.05*"/>
<col width="0.05*"/>
<col width="0.05*"/>
<col width="0.05*"/>
</colgroup>
<thead>
<tr>
<th>jaar</th>
<th>ADM</th>
<th>NDSM</th>
<th>Draka</th>
<th>Du Croo &#x0026; Brauns</th>
<th>De Cirkel</th>
<th>Verschure</th>
<th>Eland-Brandt</th>
<th>Werkspoor</th>
<th>Plaatwellerij</th>
<th>Hoogovens</th>
<th>Verblifa Krommenie</th>
</tr>
</thead>
<tbody>
<tr>
<td>1957/58</td>
<td>48,3&#x0025;</td>
<td></td>
<td>37,7&#x0025;</td>
<td></td>
<td></td>
<td>44,8&#x0025;</td>
<td></td>
<td></td>
<td>36,2&#x0025;</td>
<td>23,9&#x0025;</td>
<td></td>
</tr>
<tr>
<td>1959/60</td>
<td>50,4&#x0025;</td>
<td>35,7&#x0025;</td>
<td>38,2&#x0025;</td>
<td>50,3&#x0025;</td>
<td>38,9&#x0025;</td>
<td>45,6&#x0025;</td>
<td>54,2&#x0025;</td>
<td>23,7&#x0025;</td>
<td>35,8&#x0025;</td>
<td>20,5&#x0025;</td>
<td>39,4&#x0025;</td>
</tr>
<tr>
<td>1961/62</td>
<td>68,5&#x0025;</td>
<td>59,1&#x0025;</td>
<td>41,5&#x0025;</td>
<td>44,0&#x0025;</td>
<td>60,3&#x0025;</td>
<td>50,9&#x0025;</td>
<td>70,5&#x0025;</td>
<td></td>
<td>37,7&#x0025;</td>
<td></td>
<td>37,7&#x0025;</td>
</tr>
<tr>
<td>1963/64</td>
<td>65,5&#x0025;</td>
<td>54,9&#x0025;</td>
<td>44,2&#x0025;</td>
<td>48,7&#x0025;</td>
<td>49,1&#x0025;</td>
<td></td>
<td></td>
<td></td>
<td>35,2&#x0025;</td>
<td>15,9&#x0025;</td>
<td></td>
</tr>
<tr>
<td>1965/66</td>
<td>65,6&#x0025;</td>
<td>44,5&#x0025;</td>
<td>42,0&#x0025;</td>
<td>60,9&#x0025;</td>
<td>52,9&#x0025;</td>
<td></td>
<td></td>
<td>25,8&#x0025;</td>
<td></td>
<td></td>
<td></td>
</tr>
</tbody>
</table>
<table-wrap-foot>
<p><italic>Bronnen: krantenberichten via Delpher, trefwoord &#x2018;ondernemingsraad&#x2019;.</italic></p>
</table-wrap-foot>
</table-wrap>
<p>Van deze communistische verkiezingssuccessen trok die bij de NDSM van 35,7 procent in 1959 naar 59,1 procent in 1961 de meeste aandacht.<xref ref-type="fn" rid="fn92" specific-use="fn"><sup>92</sup></xref> De overwinning van de Eenheidslijst bij de ADM &#x2013; van 50,4 procent in februari 1960 naar 68,5 procent in februari 1962 &#x2013; werd minder opgemerkt.<xref ref-type="fn" rid="fn93" specific-use="fn"><sup>93</sup></xref> De hoge score was daar niettemin van meer dan symbolische betekenis. Dat bleek onder meer in het kort geding dat de metaalwerkgeversbond (de Metaalbond) op 10 oktober 1963 aanspande tegen de directie van ADM, nadat die op 10 september 1963 met de &#x2018;erkende&#x2019; bonden een &#x2018;illegale&#x2019; loonsverhoging was overeengekomen. Door de vakbonden werd ter verdediging aangevoerd &#x2018;dat aan een communistisch actiecomit&#x00E9; de wind uit de zeilen moest worden genomen. Acht van de elf leden van de ondernemingsraad van de ADM zijn geen lid van de erkende bonden [&#x2026;] en onder deze omstandigheden konden de districtsbestuurders de victorie niet aan het actiecomit&#x00E9; laten&#x2019;.<xref ref-type="fn" rid="fn94" specific-use="fn"><sup>94</sup></xref></p>
</sec>
<sec id="s8">
<title>Loonaffaires bij ADM en NDSM in 1963</title>
<p>Naast dit kort geding, dat de Metaalbond verloor,<xref ref-type="fn" rid="fn95" specific-use="fn"><sup>95</sup></xref> werd tegen de ADM ook strafvervolging ingesteld wegens overtreding van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen. In het op 18 oktober 1963 gehouden strafproces beriep directeur J. W.R. Thomson (1902-1973) zich op &#x2018;overmacht&#x2019;:</p>
<disp-quote>
<p>Toen we tot loonsverhoging overgingen hadden we al negen stakingen achter de rug. [&#x2026;] Het waren speldeprikken, die niet te negeren zijn en het bedrijf schade berokkenden. [&#x2026;] Er waren al acties geweest op 8 augustus, 9 augustus, 14 augustus, 24 augustus, 25 augustus en 5 september. Op de laatste datum werden een hele reeks nieuwe acties aangekondigd.<xref ref-type="fn" rid="fn96" specific-use="fn"><sup>96</sup></xref></p>
</disp-quote>
<p>De &#x2018;moeilijkheden&#x2019; bij de ADM waren eind juni 1963 begonnen met een petitie van de kokers en de hakkers voor meer loon.<xref ref-type="fn" rid="fn97" specific-use="fn"><sup>97</sup></xref> Al snel werd de handtekeningactie overgenomen door andere groepen arbeiders, waarbij iedere groep zijn eigen eisen stelde. Aanleiding voor de petitionnementsacties was de inschakeling van koppelbazen door de ADM. Om haastklussen af te maken waren er in de weekeinden via koppelbazen ingehuurde arbeidskrachten aan het werk, &#x2018;duizendpoters&#x2019; genoemd, tegen aanzienlijk hogere lonen dan de cao toestond. Als het bedrijf bereid was zulke hoge lonen aan deze &#x2018;duizendpoters&#x2019; te betalen, zou dit ook aan de reguliere arbeiders mogelijk moeten zijn, zo was de redenering.<xref ref-type="fn" rid="fn98" specific-use="fn"><sup>98</sup></xref></p>
<p>De in de petities geuite verlangens werden door de arbeiderscommissie uit de ondernemingsraad (vijf leden van de Eenheidslijst, twee ANMB-ers, en een KAB-er) op 17 juli vertaald in concrete loonvoorstellen aan de directie. De ADM-directie wilde echter niet met de ondernemingsraad over loonkwesties overleggen en hield vast aan het standpunt dat alleen met de &#x2018;erkende&#x2019; vakbonden onderhandeld kon worden.<xref ref-type="fn" rid="fn99" specific-use="fn"><sup>99</sup></xref> Uit onvrede met deze houding begonnen arbeiders van diverse afdelingen op 8 en 9 augustus estafettestakingen van telkens een uur.<xref ref-type="fn" rid="fn100" specific-use="fn"><sup>100</sup></xref> Op 14 augustus volgde een staking van een uur door het hele personeel en een demonstratie over het terrein direct na de middagschaft.<xref ref-type="fn" rid="fn101" specific-use="fn"><sup>101</sup></xref></p>
<p>Op vrijdag 23 augustus brak na de middagpauze opnieuw een staking uit bij ADM,<xref ref-type="fn" rid="fn102" specific-use="fn"><sup>102</sup></xref> die gedurende het weekeinde werd voortgezet.<xref ref-type="fn" rid="fn103" specific-use="fn"><sup>103</sup></xref> De vrees &#x2018;in directiekringen in de Amsterdamse scheepsbouwindustrie [&#x2026;] dat de staking zich verder zou kunnen uitbreiden&#x2019;,<xref ref-type="fn" rid="fn104" specific-use="fn"><sup>104</sup></xref> werd een dag later (24 augustus) bewaarheid, toen de actie bij ADM oversloeg naar de NDSM.<xref ref-type="fn" rid="fn105" specific-use="fn"><sup>105</sup></xref> De maandag daarop (26 augustus) nam nagenoeg het gehele in dagdienst werkende personeel, naar schatting 2500 tot 3000 man, aan de staking deel.<xref ref-type="fn" rid="fn106" specific-use="fn"><sup>106</sup></xref> Ook hier weigerde de directie overleg met het actiecomit&#x00E9;.<xref ref-type="fn" rid="fn107" specific-use="fn"><sup>107</sup></xref></p>
<p>De loonkwestie kwam begin september in een stroomversnelling, toen een Zweedse opdrachtgever een premie van &#x0192; 200.000,- aan de NDSM-arbeiders in het vooruitzicht stelde als de af te bouwen supertanker <italic>Danaland</italic> v&#x00F3;&#x00F3;r 15 december gereed zou zijn. De ANMB reageerde in eerste instantie afwijzend en zag de premie slechts als een poging om de arbeidsrust in het bedrijf te herstellen,<xref ref-type="fn" rid="fn108" specific-use="fn"><sup>108</sup></xref> maar op aandrang van de ondernemingsraad besloot de directie dit bedrag als voorschot van drie maal &#x0192; 20,- per maand aan alle weekloners uit te keren.<xref ref-type="fn" rid="fn109" specific-use="fn"><sup>109</sup></xref> Deze <italic>deal</italic> bij NDSM had tot gevolg dat ook de ADM-directie onder sterke druk kwam te staan.<xref ref-type="fn" rid="fn110" specific-use="fn"><sup>110</sup></xref> In de ondernemingsraadsvergadering van 10 september 1963 merkte de vertegenwoordiger van de Eenheidslijst Joop Stout (1924- ?) op &#x2018;dat van alle kanten naar het geval van de N.D.S.M. wordt gekeken en dat de ontevredenheid hierdoor nog meer oplaait&#x2019; en dreigde hij verkapt met een nieuwe staking.<xref ref-type="fn" rid="fn111" specific-use="fn"><sup>111</sup></xref></p>
<p>Nog diezelfde dag sloot de ADM-directie een overeenkomst met de Amsterdamse districtsbestuurders van de drie &#x2018;erkende&#x2019; vakorganisaties in de metaal om de uurlonen met 10 cent (ongeveer 5 procent) te verhogen. De verhoging kwam neer op &#x0192; 20,- netto per maand, dus eenzelfde bedrag als de NDSM uitkeerde. Voor de districtsbestuurders was de NDSM-gratificatie &#x2018;de druppel die de emmer deed overlopen&#x2019; om &#x2013; tegen het beleid van hun moederorganisaties in &#x2013; bij ADM een loonsverhoging boven de cao af te spreken.<xref ref-type="fn" rid="fn112" specific-use="fn"><sup>112</sup></xref> Volgens het ANMB-blad <italic>De Metaalkoerier</italic> moesten de bonden wel onderhandelen over loonsverhoging, &#x2018;omdat anders het communistische actiecomit&#x00E9; de eer voor zich had opge&#x00EB;ist en de positie van de bonafide vakorganisaties, die toch al niet zo florissant is bij de ADM, zou zijn verzwakt&#x2019;.<xref ref-type="fn" rid="fn113" specific-use="fn"><sup>113</sup></xref></p>
</sec>
<sec id="s9">
<title>&#x2018;Leve de ADM&#x2019;: arbeidsonrust in de metaalindustrie in september 1963</title>
<p>Voor de partijen in het &#x2018;georganiseerd overleg&#x2019; kwam de eigenmachtige loonsverhoging bij de ADM als een complete verrassing, maar men zag wel onmiddellijk in dat die verstrekkende gevolgen zou kunnen hebben. Meteen na het bekend worden van de overeenkomst met de ADM kwamen de besturen van de &#x2018;erkende&#x2019; metaalvakbonden op 11 september bijeen in Den Haag. ANMB-voorzitter Ies Baart (1914-1967) keerde daarvoor vervroegd terug van een bijeenkomst in Gen&#x00E8;ve. De reactie van de bonden leek op die na de stakingsacties in augustus 1960, namelijk opnieuw een forse looneis van ditmaal 8 procent. Dat deze looneis onder druk van de omstandigheden tot stand kwam blijkt uit het feit dat het ANMB-bestuur op 24 juni 1963 onder bepaalde voorwaarden nog positief had geoordeeld over een voorstel van werkgeverszijde tot verlenging van de geldende cao tot drie maanden na het aflopen daarvan op 1 januari 1964.<xref ref-type="fn" rid="fn114" specific-use="fn"><sup>114</sup></xref> Dit standpunt was op 23 augustus 1963 herhaald,<xref ref-type="fn" rid="fn115" specific-use="fn"><sup>115</sup></xref> en werd pas op 25 september formeel ingetrokken.<xref ref-type="fn" rid="fn116" specific-use="fn"><sup>116</sup></xref></p>
<p>Anders dan in 1960 was de looneis dit keer niet gericht op het openbreken van de cao. Handhaving van de arbeidsrust stond voorop. Het agenderen van looneisen voor de lange termijn had echter niet het beoogde effect. <italic>Trouw</italic> schreef over een &#x2018;schokgolf van arbeidsonrust na de jongste loonmaatregel van de A.D.M.-directie&#x2019;,<xref ref-type="fn" rid="fn117" specific-use="fn"><sup>117</sup></xref> <italic>Het Vrije Volk</italic> over een &#x2018;kettingreactie op de doorbreking van de c.a.o.-lonen door twee Amsterdamse scheepsbouwbedrijven&#x2019; in de vorm van &#x2018;felle acties&#x2019;.<xref ref-type="fn" rid="fn118" specific-use="fn"><sup>118</sup></xref> Meteen na het bekend worden van het akkoord bij ADM werd er op 12 september in metaalbedrijven &#x2018;veel gepraat&#x2019;. Op de werven en bij grote machinefabrieken in Amsterdam en Utrecht hing &#x2018;een onrustige stemming&#x2019;, die zich her en der vertaalde in korte stakingen, bijvoorbeeld bij Werkspoor Utrecht en de Amsterdamse werf Verschure. Onrust werd ook gemeld bij de Amsterdamse bedrijven Fokker, Voorwaarts, Loos &#x0026; Co, Kromhout en Werkspoor. Overal werden dezelfde lonen ge&#x00EB;ist als bij de ADM.<xref ref-type="fn" rid="fn119" specific-use="fn"><sup>119</sup></xref> Onder het zingen van &#x2018;Geen woorden, maar daden, leve de ADM!&#x2019; demonstreerden stakende Werkspoor-arbeiders in Amsterdam over het fabrieksterrein.<xref ref-type="fn" rid="fn120" specific-use="fn"><sup>120</sup></xref> In het Rijnmondgebied heerste een &#x2018;ontevreden stemming&#x2019;.<xref ref-type="fn" rid="fn121" specific-use="fn"><sup>121</sup></xref></p>
<p>In de weken daarna raakte &#x2018;de metaalsector steeds verder op drift&#x2019;.<xref ref-type="fn" rid="fn122" specific-use="fn"><sup>122</sup></xref> Gedurende de maand september waren er vrijwel elke dag stakingen in telkens weer andere bedrijven om eigen looneisen op tafel te leggen, meestal in de vorm van een uitkering ineens, eenzelfde loonsverhoging als bij de ADM, of om de door de vakbonden gestelde looneis al v&#x00F3;&#x00F3;r het aflopen van de cao te realiseren (zie grafiek <xref ref-type="fig" rid="fg006">2</xref>). Het grootste aantal op &#x00E9;&#x00E9;n dag werd op 13 september bereikt met ca. 7400 stakers in 13 bedrijven. In sommige bedrijven werd gedurende meerdere dagen achter elkaar kort gestaakt. In grafiek <xref ref-type="fig" rid="fg006">2</xref>, waarin het aantal stakers per dag is weergegeven, zijn deze stakers voor elke stakingsdag afzonderlijk opgenomen. In grafiek <xref ref-type="fig" rid="fg007">3</xref> en tabel <xref ref-type="table" rid="tab2">2</xref> is het aantal stakers per bedrijf maar &#x00E9;&#x00E9;n keer geteld, ongeacht het aantal keren dat er bij een bepaald bedrijf werd gestaakt.<xref ref-type="fn" rid="fn123" specific-use="fn"><sup>123</sup></xref></p>
<fig id="fg006">
<label>Grafiek 2</label>
<caption><p><bold>Aantal stakers per dag in de metaal, juli-december 1963</bold></p></caption>
<graphic xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xlink:href="tseg10067_fig6.jpg"/>
<attrib><italic>Bron: krantensite Delpher, trefwoord &#x2018;staking&#x2019;.</italic></attrib>
</fig>
<p>Grafiek <xref ref-type="fig" rid="fg007">3</xref> laat zien dat de beweging in de metaalindustrie zich in de loop van september steeds meer uitbreidde naar ander delen van het land.<xref ref-type="fn" rid="fn124" specific-use="fn"><sup>124</sup></xref> In Rotterdam en omgeving kwamen de acties wat trager op gang. Het Rijnmondgebied had het grootste aandeel in de tweede helft van september. Opvallend is het vrij grote aandeel van Oost-Nederland in de eerste week na 11 september, met een hoofdrol voor de Hengelose metaalbedrijven Hollandsche Signaal en Dikkers &#x0026; Co.<xref ref-type="fn" rid="fn125" specific-use="fn"><sup>125</sup></xref> In de tweede helft van september deden voor het eerst ook diverse metaalbedrijven in Noord-Nederland mee.<xref ref-type="fn" rid="fn126" specific-use="fn"><sup>126</sup></xref> De zuidelijke provincies ontbraken.</p>
<fig id="fg007">
<label>Grafiek 3</label>
<caption><p><bold>Procentuele verdeling van het aantal stakers in de metaalindustrie per periode en regio, augustus-september 1963</bold></p></caption>
<graphic xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xlink:href="tseg10067_fig7.jpg"/>
<attrib><italic>Bron: krantensite Delpher, trefwoord &#x2018;staking&#x2019;.</italic></attrib>
</fig>
<table-wrap id="tab2">
<caption><title>Tabel 2 Aantal metaalbedrijven waarin werd gestaakt en aantal stakers per regio, november/december 1960 en augustus/september 1963</title></caption>
<table id="table2" width="1*">
<colgroup>
<col width="0.15*"/>
<col width="0.15*"/>
<col width="0.15*"/>
<col width="0.15*"/>
<col width="0.15*"/>
<col width="0.15*"/>
<col width="0.10*"/>
</colgroup>
<thead>
<tr>
<th rowspan="2">regio</th>
<th colspan="3">november/december 1960</th>
<th colspan="3">augustus/september 1963</th>
</tr>
<tr>
<th>bedrijven</th>
<th>stakers</th>
<th>&#x0025;</th>
<th>bedrijven</th>
<th>stakers</th>
<th>&#x0025;</th>
</tr>
</thead>
<tbody>
<tr>
<td>Amsterdam e.o.</td>
<td>12</td>
<td>7.070</td>
<td>25&#x0025;</td>
<td>26</td>
<td>21.270</td>
<td>54&#x0025;</td>
</tr>
<tr>
<td>Rijnmond</td>
<td>20</td>
<td>15.305</td>
<td>55&#x0025;</td>
<td>21</td>
<td>9.032</td>
<td>23&#x0025;</td>
</tr>
<tr>
<td>Overige Randstad</td>
<td>11</td>
<td>4.775</td>
<td>17&#x0025;</td>
<td>9</td>
<td>3.675</td>
<td>9&#x0025;</td>
</tr>
<tr>
<td>Oost&#x00AD;Nederland</td>
<td>3</td>
<td>650</td>
<td>3&#x0025;</td>
<td>6</td>
<td>4.760</td>
<td>12&#x0025;</td>
</tr>
<tr>
<td>Noord&#x00AD;Nederland</td>
<td>0</td>
<td>0</td>
<td>0&#x0025;</td>
<td>9</td>
<td>560</td>
<td>2&#x0025;</td>
</tr>
<tr>
<td><bold>Totaal</bold></td>
<td><bold>46</bold></td>
<td><bold>27.800</bold></td>
<td><bold>100&#x0025;</bold></td>
<td><bold>71</bold></td>
<td><bold>39.297</bold></td>
<td><bold>100&#x0025;</bold></td>
</tr>
</tbody>
</table>
<table-wrap-foot>
<p><italic>Bron: krantensite Delpher, trefwoord &#x2018;staking&#x2019;.</italic></p>
</table-wrap-foot>
</table-wrap>
<p>Uit tabel <xref ref-type="table" rid="tab2">2</xref> blijkt dat de stakingsbeweging in de metaal in augustus en september 1963 omvangrijker was dan die in november en december 1960, maar dat het zwaartepunt deze keer weer meer in de regio Amsterdam/Noordzeekanaalgebied lag. In het Rijnmondgebied kwamen de stakingen niet alleen wat later op gang, er waren ook minder stakers bij betrokken dan in november/december 1960.</p>
</sec>
<sec id="s10">
<title>De ommezwaai van de &#x2018;erkende&#x2019; vakcentrales</title>
<p>In zijn vergadering van 16 september 1963 stelde het dagelijks bestuur van het NVV vast dat de loonsverhogingen bij ADM en NDSM &#x2018;tot gevolg [hebben] gehad, dat door metaalbewerkers in andere bedrijven acties zijn gevoerd met het doel eenzelfde verhoging van de lonen te bewerkstelligen&#x2019;, en dat &#x2018;door de drie werknemersorganisaties in de metaalindustrie [is] aangekondigd dat bij de onderhandelingen over de c.a.o. voor 1964 een loonsverhoging van 8 &#x0025; zal worden ge&#x00EB;ist&#x2019;. Het bestuur betreurde &#x2018;dat door de ANMB voordat het percentage werd genoemd geen overleg is gepleegd met het verbond&#x2019;.<xref ref-type="fn" rid="fn127" specific-use="fn"><sup>127</sup></xref> Door het (grotere) verbondsbestuur werd gesteld &#x2018;dat de reacties van de ANMB begrip hebben ontmoet in het dagelijks verbondsbestuur, doch dat de ANMB door de gedane uitspraken zich zelf en het verbond gebonden heeft met betrekking tot de voor 1964 te stellen looneisen&#x2019;.<xref ref-type="fn" rid="fn128" specific-use="fn"><sup>128</sup></xref> Met andere woorden: nu kon ook de vakcentrale NVV er niet meer onderuit.</p>
<p>Na een bespreking in Den Haag met vertegenwoordigers van de regering en de werkgevers op 24 september concludeerden de drie &#x2018;erkende&#x2019; vakcentrales &#x2018;dat de vakbeweging vergaande eisen zou moeten formuleren om greep te krijgen op de loonontwikkeling&#x2019;.<xref ref-type="fn" rid="fn129" specific-use="fn"><sup>129</sup></xref> Om te voorkomen dat &#x2018;de toenemende spanning [&#x2026;] tot een chaos leidt&#x2019;, brachten zij op 30 september, zonder de gebruikelijke economische analyses van de SER af te wachten, hun eisen naar buiten. Behalve een loonsverhoging van 8 &#x00E0; 10 procent per 1 januari 1964, werd ook een uitkering ineens over 1963 ge&#x00EB;ist, &#x2018;in verband met het feit, dat de loonsverhoging van 2,7 &#x0025; voor 1963 [&#x2026;] aan de voorzichtige kant is geweest&#x2019;.<xref ref-type="fn" rid="fn130" specific-use="fn"><sup>130</sup></xref> Op een in verband met loonsituatie georganiseerd buitengewoon congres van het NVV op 19 oktober verklaarde vicevoorzitter Kloos:</p>
<disp-quote>
<p>dat de looneisen die wij gesteld hebben een tweeledig doel beogen: gezonde economische en daardoor gezonde sociale verhoudingen te scheppen en tevens de vertrouwensband, die tussen de leden en de leiding van de vakbeweging moet bestaan, te herstellen. Wanneer wij op het ogenblik bereid zijn meer economische risico&#x2019;s aan te durven dan in het verleden wel eens het geval is geweest, dan wordt die houding tevens ingegeven [&#x2026;] door de noodzaak de verhouding tussen leden en leiding te verbeteren.<xref ref-type="fn" rid="fn131" specific-use="fn"><sup>131</sup></xref></p>
</disp-quote>
<p>In het overleg dat hierop volgde toonden de werkgevers en de regering veel begrip voor de &#x2018;gezagscrisis&#x2019; waarin de vakbeweging was komen te verkeren.<xref ref-type="fn" rid="fn132" specific-use="fn"><sup>132</sup></xref> De werkgevers gingen in eerste instantie uit van een loonruimte van 8 procent, maar nadat de vakcentrales hadden gedreigd verdere medewerking aan de Stichting van de Arbeid op te zeggen,<xref ref-type="fn" rid="fn133" specific-use="fn"><sup>133</sup></xref> werd er op 24 oktober op initiatief van de werkgevers een geheime bespreking georganiseerd in het werkgeversvormingscentrum <italic>De Baak</italic> in Noordwijk.<xref ref-type="fn" rid="fn134" specific-use="fn"><sup>134</sup></xref> Daar kwam een uitruil tot stand: de werkgevers verhoogden hun inzet tot 10 procent en de vakcentrales lieten de uitkering ineens over 1963 vallen. Vervolgens werd op 29 oktober in de Stichting een akkoord gesloten over een loonsverhoging in de voor 1964 af te sluiten cao&#x2019;s van ten minste 10 procent. Bevoegde instanties als de regering en de SER gingen zonder problemen akkoord.<xref ref-type="fn" rid="fn135" specific-use="fn"><sup>135</sup></xref> Een rapport van het CPB, waarin de loonruimte voor 1964 op 4 procent was geschat, was al eerder van tafel geveegd.<xref ref-type="fn" rid="fn136" specific-use="fn"><sup>136</sup></xref></p>
<p>De uitkering ineens ter compensatie van de te lage loonsverhoging van 2,7 procent in 1963 werd dus ingeleverd in ruil voor een toekomstige loonsverhoging met 10 procent. In de bestuursvergadering van de Stichting van de Arbeid op 29 oktober probeerden de vakbondsvertegenwoordigers er nog wel een vervroeging van de ingangsdatum naar 1 november door te krijgen. Hierbij werd de niet door de &#x2018;erkende&#x2019; bonden gesteunde arbeidsonrust ingeroepen om de eigen onderhandelingspositie te versterken. NVV-voorzitter Derk Roemers (1915-1983) noemde de vervroeging &#x2018;een pleister op de wonde&#x2019;, waardoor &#x2018;de hier en daar al ontstane en de nog dreigende deining&#x2019; zou kunnen verminderen, en even later:</p>
<disp-quote>
<p>De vakcentralen achten het onverstandig, dat de werkgevers niet ingaan op de suggestie de datum van de eerste loonsverhoging te verschuiven naar 1 november. Zonder de onderhandelingen hier nu onder druk te willen zetten [<italic>sic</italic>] moet spreker mededelen, dat er onrust dreigt in Amsterdam; de actiecomit&#x00E9;s willen morgen Amsterdam plat hebben.</p>
</disp-quote>
<p>KAB-voorzitter Middelhuis betreurde &#x2018;de halsstarrigheid van de werkgevers met betrekking tot de uitkering ineens eerst en de datum-verschuiving nu. De laatste oplossing zou steun bieden aan de goedwillende arbeiders en aan een aantal werkgevers, die onder druk staan van communistische onruststokers&#x2019;.<xref ref-type="fn" rid="fn137" specific-use="fn"><sup>137</sup></xref></p>
<p>Hoewel zij er in de onderhandelingen wel gebruik van maakten, was het voor de vakbondsbestuurders moeilijk te erkennen dat de &#x2018;wilde&#x2019; acties een positieve rol hadden gespeeld in hun ommezwaai. Op een buitengewone verbondsvergadering van de KAB op 4 november 1963 meende voorzitter Middelhuis dat &#x2018;de grote meerderheid van de goedwillende werknemers in sommige bedrijven in Amsterdam en enkele andere plaatsen zich door een kleine groep communisten of door communisten gedirigeerde heethoofden [had] laten terroriseren en tegen hun zin tot wilde stakingen [had] laten verleiden&#x2019;.<xref ref-type="fn" rid="fn138" specific-use="fn"><sup>138</sup></xref> PvdA-voorzitter (en oud-NVVer) J.G. Suurhoff (1905-1967) schreef over &#x2018;Communisten en andere extremisten, die voortdurend in de wilde akties der arbeiders roeren. [&#x2026;] Wil de extremistische aktie zin hebben, dan moet de arbeiders worden bijgebracht, dat men de lonen naar believen omhoog kan jagen, als de vakbondsleiders maar &#x2018;strijdbaar&#x2019; genoeg zijn&#x2019;.<xref ref-type="fn" rid="fn139" specific-use="fn"><sup>139</sup></xref></p>
<p>Het is echter niet geloofwaardig om de arbeidsonrust die tot het loonakkoord in de Stichting van de Arbeid had geleid alleen aan het &#x2018;roeren van communisten en andere extremisten&#x2019; toe te schrijven. In een kort na het akkoord door het NIPO uitgevoerd opinieonderzoek bleek dat 71 procent van de ondervraagde handarbeiders de loonsverhoging van 10 procent onvoldoende of zeer onvoldoende vond. Bijna tweederde van de ondervraagden (65 procent) meende dat er vergeleken met &#x2018;de afgelopen maanden&#x2019; geen vermindering of zelfs een vergroting van het aantal stakingen was te verwachten.<xref ref-type="fn" rid="fn140" specific-use="fn"><sup>140</sup></xref></p>
</sec>
<sec id="s11">
<title>Conclusie</title>
<p>In het hierboven aangehaalde artikel over de loonsituatie in het najaar van 1963 in het PvdA-kaderblad <italic>Paraat</italic> schreef PvdA-voorzitter Suurhoff schamper over &#x2018;spelletjes, die de aktie-comit&#x00E9;&#x2019;s ons vandaag laten zien [&#x2026;] met nu eens hier een paar uur en dan weer elders een dag te staken om daarna zonder dat er iets bereikt is weer aan het werk te gaan, omdat je toch de bond de schuld kan geven&#x2019;.<xref ref-type="fn" rid="fn141" specific-use="fn"><sup>141</sup></xref> Dat was nogal hypocriet: omdat de &#x2018;erkende&#x2019; bonden de stakingen niet steunden en er dus geen stakingsuitkeringen werden versterkt, moesten strijdbare arbeiders wel voor dit soort actievormen kiezen. In de gegeven omstandigheid van extreme krapte op de arbeidsmarkt bleken zelfs die beperkte machtsmiddelen de &#x2018;erkende&#x2019; bonden zodanig onder druk te kunnen zetten, dat zij forse looneisen gingen stellen en die ook konden realiseren. Hun houding voorafgaand aan de loonbeweging na de loonsverhogingen bij ADM en NDSM in september 1963 maakt duidelijk dat het hier om een ommezwaai ging, waarin de door Suurhoff tot &#x2018;spelletjes&#x2019; verklaarde acties een doorslaggevende rol speelden.</p>
<p>In het licht van deze conclusie is de suggestie in de studie van Windmuller over de Nederlandse arbeidsverhoudingen dat de stakingsactiviteit &#x2018;in het hart van de loonexplosie [&#x2026;] bijna onzichtbaar&#x2019; was,<xref ref-type="fn" rid="fn142" specific-use="fn"><sup>142</sup></xref> en dat die derhalve uitsluitend aan de krapte op de arbeidsmarkt kan worden toegeschreven, te eenzijdig en daarom onjuist. De loonexplosie in 1964 was het resultaat van een unieke combinatie van <italic>marketplace bargaining power</italic> en <italic>associational power</italic>. De conclusie van Windmuller was gebaseerd op het aantal gestaakte dagen als maatstaf voor de arbeidsonrust. Mijn onderzoek heeft laten zien dat deze maatstaf geen goed beeld geeft van de werkelijke arbeidsverhoudingen, zoals die in de bedrijven en op de werkvloer gestalte kregen. Gezien de voortdurende en veelzijdige arbeidsonrust in het najaar van 1963, niet alleen in de metaal, maar ook in de haven, de bouw, de grafische industrie en het streekvervoer, durf ik te veronderstellen dat opening van de stakingskassen in dat jaar tot een aanzienlijke in aantal stakingsdagen gemeten stakingsactiviteit had kunnen leiden.</p>
<p>Door de consequente weigering van de &#x2018;erkende&#x2019; bonden om &#x2013; met uitzondering van de bouwvakstaking van 1960 &#x2013; stakingen uit te roepen of te ondersteunen, is de groeiende onvrede over de loonverhoudingen en de loonpolitiek in de periode v&#x00F3;&#x00F3;r de loonexplosie van 1964 moeilijk te kwantificeren. De gedetailleerde, evenementi&#x00EB;le beschrijving van de oplopende reeks ogenschijnlijk kleine arbeidsconflicten in de metaalindustrie in dit artikel geeft echter ruim voldoende stof voor een kwalitatief oordeel over de toename van deze onvrede. Die begon zich vanaf 1959 te manifesteren en bereikte in 1960 een eerste hoogtepunt, overigens ook in dit geval niet alleen in de metaal, maar ook in de bouw, de Amsterdamse haven en het streekvervoer (die in de grafische bedrijven was al in 1959 tot uitbarsting gekomen).</p>
<p>Deze toegenomen actiebereidheid in de vroege jaren 1960 kan worden gezien als een reactie op de restrictieve loonpolitiek tijdens de recessie van 1958 en de medewerking van de vakbonden daaraan. In een vergelijkende analyse van het loonmatigingsbeleid gedurende de recessie van 1966-1967 en de daaropvolgende stakingsgolf en loonexplosie in negen Europese landen, kwamen Flanagan, Soskice en Ulman tot de conclusie dat</p>
<disp-quote xml:lang="en">
<p>[&#x2026;] efforts by national union officials to cooperate with the incomes policy of their governments eroded the institutional authority of the officials over the rank-and-file membership. [This kind of cooperation] brought about reductions in real wage growth that were followed by grass-roots revolt, wildcat strikes, and the wage explosions of the late 1960s.<xref ref-type="fn" rid="fn143" specific-use="fn"><sup>143</sup></xref></p>
</disp-quote>
<p>De stakingen in Nederland en in andere Europese landen in het begin van de jaren 1960 waren natuurlijk veel minder omvangrijk dan de grote stakingsbewegingen in Europa na &#x2018;mei 1968&#x2019; waar Flanagan c.s. op doelden,<xref ref-type="fn" rid="fn144" specific-use="fn"><sup>144</sup></xref> maar in de Nederlandse verhoudingen zie ik in deze jaren een soortgelijk mechanisme. Na de loonmatigingspolitiek (bestedingsbeperking) van de regering en de vakbonden tijdens de recessie van 1958 leidde de voortzetting van het matigingsbeleid in de periode van economisch herstel in het begin van de jaren 1960 tot een verhevigde reactie, die zich door de co&#x00F6;peratieve en legalistische houding van de offici&#x00EB;le vakbonden alleen kon uiten in &#x2018;wilde&#x2019; acties (uitgezonderd de bouwstaking van 1960).</p>
<p>Dit algemene verband werkte niet overal en in het hele land op uniforme wijze. Het epicentrum lag in de Randstad en meer in het bijzonder in Amsterdam. Ter verklaring kan als objectieve omstandigheid worden aangevoerd dat de arbeidsmarkt daar het krapst was en de druk op de lonen het grootst, maar met name in Amsterdam speelden subjectieve factoren ook een grote rol. Door de traditionele strijdbaarheid van de Amsterdamse arbeiders kon die gemakkelijker worden gemobiliseerd en omgezet in actie dan elders. Dat neemt niet weg dat er in de metaalindustrie meer actiecentra waren, in het bijzonder in het Rijnmondgebied en in Utrecht.</p>
<p>In de organisatie van de &#x2018;wilde&#x2019; acties in de metaalindustrie in Amsterdam speelden communistische arbeiders een hoofdrol. Zij beschikten over organisatorische hulpmiddelen om richting te geven aan een breder levende onvrede. Er schuilt daarom iets paradoxaals in de sinds de splitsing van de EVC gevoerde communistische vakbondspolitiek van &#x2018;eenheid in het NVV&#x2019;. Omdat communisten niet tot het NVV werden toegelaten zag de CPN zich genoodzaakt de structuren van de oude EVC-bonden in stand te houden, maar juist daardoor beschikten communisten over organisatorische kaders waarmee &#x2018;wilde&#x2019; acties konden worden vormgegeven. De buiten het NVV opererende restanten van de EVC&#x2019;58 bestonden grotendeels uit leden van de CPN, maar konden steunen op de vele oud-leden van de EVC in de Amsterdamse bedrijven, die deels (conform aansporing van de CPN) lid waren geworden van het NVV, deels ongeorganiseerd waren gebleven. In metaalbedrijven met een sterke aanwezigheid van EVC-&#x2019;58/&#x2019;De Metaal&#x2019; werd deze rol voortgezet door de vertegenwoordigers van de Vrije of Eenheidslijsten in de ondernemingsraden.</p>
<p>Via het door de CPN opgerichte Centrum van Propaganda voor Eenheid en Klassenstrijd in de Vakbeweging probeerde de CPN-leiding met wisselend succes richting te geven aan het optreden van communisten in de bedrijven. De acties in de metaalbedrijven buiten Amsterdam laten echter zien dat die lang niet overal tot stand kwamen onder invloed van communistische agitatie. Waar die wel zichtbaar is moet die invloed evenmin worden verabsoluteerd. In veel gevallen bouwden door communisten gevormde actiecomit&#x00E9;s voort op acties die spontaan in bepaalde onderdelen of afdelingen van een bedrijf waren begonnen. Zo begon de actiedruk bij de ADM, die in september 1963 tot het toegeven van directeur Thomson zou leiden, in juli met een petitie van de hakkers en de kokers om extra loon, die daarna werd overgenomen door andere beroepsgroepen en pas later door de arbeiderscommissie van de ondernemingsraad werden veralgemeend tot een looneis voor het hele bedrijf. Het voorbeeld laat zien dat de mobiliserende rol van communistische activisten alleen resultaat kon hebben als er een bredere, door andere factoren begunstigde actiebereidheid bestond.</p>
</sec>
</body>
<back>
<fn-group>
<title>Noten</title>
<fn id="fn1" symbol="1"><p>H. Hoefnagels SJ, &#x2018;Loonpolitieke crisis in Nederland&#x2019;, <italic>Streven. Maandblad voor geestesleven en cultuur</italic> 17 (1963-1964) 221-229, aldaar 223. Zie over hem: A. Knotter, &#x2018;De socioloog Harry Hoefnagels SJ (1922-1990). Een kritische Limburger in vakbondszaken&#x2019;, <italic>Studies over de Sociaaleconomische Geschiedenis van Limburg/Jaarboek van het Sociaal Historisch Centrum voor Limburg</italic> LXIV (2019) 138-171 en <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://socialhistory.org/bwsa/biografie/hoefnagels">https://socialhistory.org/bwsa/biografie/hoefnagels</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn2" symbol="2"><p>J.P. Windmuller. C. de Galan en A.F. van Zweeden, <italic>Arbeidsverhoudingen in Nederland</italic> (Utrecht/ Antwerpen 1983) 192-195; K. van Doorn, e.a., <italic>De beheerste vakbeweging. Het NVV tussen loonpolitiek en loonstrijd, 1959-1973</italic> (Amsterdam 1976) 140-147; W. Camphuis, <italic>Tussen analyse en opportuniteit. De SER als adviseur voor de loon- en prijspolitiek</italic> (Amsterdam 2009) 298-306.</p></fn>
<fn id="fn3" symbol="3"><p>De Nederlandsche Bank, <italic>Verslag van de Directie aan de Commissarissen 1964. Deel I</italic>, 4. Digitaal beschikbaar op <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://www.dnb.nl/over-dnb/organisatie/geschiedenis/jaarverslagen-historisch/index.jsp">https://www.dnb.nl/over-dnb/organisatie/geschiedenis/jaarverslagen-historisch/index.jsp</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn4" symbol="4"><p>Windmuller e.a., <italic>Arbeidsverhoudingen in Nederland</italic>, 119-216.</p></fn>
<fn id="fn5" symbol="5"><p><italic>Ibid.</italic>, 190-191; 214-215.</p></fn>
<fn id="fn6" symbol="6"><p>N. van Hulst, <italic>De effectiviteit van geleide loonpolitiek in theorie en praktijk</italic> (Groningen 1984) 222.</p></fn>
<fn id="fn7" symbol="7"><p><italic>Ibid.</italic>; A.A.J. Smulders, &#x2018;De loondrift en zijn implicaties voor de economische politiek&#x2019;, <italic>Maandschrift Economie</italic> 30 (1966) 489-529, aldaar 503.</p></fn>
<fn id="fn8" symbol="8"><p>Vgl. Van Hulst, <italic>De effectiviteit van geleide loonpolitiek</italic>.</p></fn>
<fn id="fn9" symbol="9"><p>Ontleend aan E.O. Wright, &#x2018;Working-class power, capitalist-class interests, and class compromise&#x2019;, <italic>American Journal of Sociology</italic> 105 (2000) 957-1002.</p></fn>
<fn id="fn10" symbol="10"><p><italic>Economic Surveys by the OECD. Netherlands</italic> (Parijs 1966) 16, geraadpleegd via <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://www.oecd-ilibrary.org/economics/oecd-economic-surveys-netherlands-1966_eco_surveys-nld-1966-en">https://www.oecd-ilibrary.org/economics/oecd-economic-surveys-netherlands-1966_eco_surveys-nld-1966-en</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn11" symbol="11"><p>Deze maandrapporten van de BVD zijn door de Stichting Argus en Buro Jansen &#x0026; Janssen online geplaatst onder de benaming &#x2018;nationaal veiligheidsarchief&#x2019;. Zie <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="http://www.inlichtingendiensten.nl/">http://www.inlichtingendiensten.nl/</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn12" symbol="12"><p>J.L. van Zanden, <italic>Een klein land in de 20e eeuw. Economische geschiedenis van Nederland 1914-1995</italic> (Utrecht 1997) 117-119; F. van Gaal, <italic>Spanning in de polder. 55 jaar cao-ontwikkeling in de metaal- en elektrotechnische industrie</italic> (Leidschendam 2001) 57-81.</p></fn>
<fn id="fn13" symbol="13"><p>Windmuller e.a., <italic>Arbeidsverhoudingen in Nederland</italic>, 218.</p></fn>
<fn id="fn14" symbol="14"><p>Van Doorn e.a., <italic>De beheerste vakbeweging</italic>, 73-74, 92-102, 143-148; W. Albeda en W.J. Dercksen, <italic>Arbeidsverhoudingen in Nederland</italic> (Alphen aan den Rijn 1994) 217-218; G. Harmsen en B. Reinalda, <italic>Voor de bevrijding van de arbeid. Beknopte geschiedenis van de Nederlandse vakbeweging</italic> (Nijmegen 1975) 359-360 en 368-369.</p></fn>
<fn id="fn15" symbol="15"><p>F. Leijnse, &#x2018;Vakbeweging en arbeidersacties&#x2019;, in: G.E. van Vliet (red.), <italic>Vakbond en bedrijf. Nieuwe vormen van interactie en confrontatie</italic> (Rotterdam 1976) 53-74, aldaar 55; Van Doorn e.a., <italic>De beheerste vakbeweging</italic>, 143-144.</p></fn>
<fn id="fn16" symbol="16"><p>S. van der Velden, <italic>Broodnodig. 150 jaar geschiedenis van de Nederlandse vakbeweging</italic> (Rotterdam 2016) 117-119.</p></fn>
<fn id="fn17" symbol="17"><p><italic>Idem</italic>, <italic>Stakingen in Nederland. Arbeidersstrijd 1830-1995</italic> (Amsterdam 2000) 158.</p></fn>
<fn id="fn18" symbol="18"><p>Q. Hoare and G. Nowell Smith (red.), <italic>Selections from the prison notebooks of Antonio Gramsci</italic> (Londen 1971) 196-200.</p></fn>
<fn id="fn19" symbol="19"><p>J. Kelly, <italic>Rethinking industrial relations. Mobilization, collectivism and long wave</italic>s (Londen/New York 1998) hoofdstuk 3: &#x2018;Mobilization theory&#x2019; en 4: &#x2018;Mobilization and industrial relations&#x2019;. Zie ook <italic>Economic and Industrial Democracy</italic> 39:4 (2018). Special Issue: &#x2018;John Kelly&#x2019;s <italic>Rethinking industrial relations</italic> &#x2013; a celebration and critique&#x2019;.</p></fn>
<fn id="fn20" symbol="20"><p>Onder verwijzing naar Charles Tilly, <italic>From mobilization to revolution</italic> (New York 1978).</p></fn>
<fn id="fn21" symbol="21"><p><italic>Ibid.</italic>, 7, geciteerd door Kelly, <italic>Rethinking industrial relations,</italic> 25.</p></fn>
<fn id="fn22" symbol="22"><p><italic>Ibid.</italic>, 34-35.</p></fn>
<fn id="fn23" symbol="23"><p><italic>Ibid.</italic>, 50.</p></fn>
<fn id="fn24" symbol="24"><p>R. Darlington, &#x201C;Agitator &#x2018;theory&#x2019; of strikes re-evaluated&#x201D;, <italic>Labor History</italic> 47 (2006) 485-509; <italic>Idem</italic>, &#x2018;The leadership component of Kelly&#x2019;s mobilisation theory. Contributions, tensions, limitations and further development&#x2019;, <italic>Economic and Industrial Democracy</italic> 39 (2018) 617-638; <italic>Idem</italic>, &#x2018;The interplay of structure and agency dynamics in strike activity&#x2019;, <italic>Employee Relations</italic> 34 (2012) 518-533.</p></fn>
<fn id="fn25" symbol="25"><p>Voor een goed begrip van zijn positie is het relevant op te merken dat hij zich elders &#x2018;longstanding member of the Socialist Workers&#x2019; Party&#x2019; noemt (een trotskistische variant ter linkerzijde van de CPGB): R. Darlington en D. Lyddon, <italic>Glorious summer. Class struggle in Britain 1972</italic> (Londen etc., 2001).</p></fn>
<fn id="fn26" symbol="26"><p>J. McIlroy en A. Campbell, &#x2018;Organising the militants. The liaison committee for the defence of trade unions, 1966-1979&#x2019;, <italic>British Journal of Industrial Relations</italic> 37 (1999) 1-31. Overigens hebben deze auteurs een aan Darlington verwante politieke positie.</p></fn>
<fn id="fn27" symbol="27"><p>Zie ook J. McIlroy, &#x2018;Notes on the Communist Party and industrial politics&#x2019;, in: J. McIlroy, N. Fishman, A. Campbell (red.), <italic>The high tide of British trade unionism. Trade unions and industrial politics, 1964-79</italic> (Londen 2007) 216-258.</p></fn>
<fn id="fn28" symbol="28"><p><italic>Maandoverzicht Binnenlandse Veiligheidsdienst</italic> nr. 4, april 1959, nr. 10, oktober 1960 en nr. 3, maart 1968, 12; W. Gortzak, <italic>Kluiven op een buitenbeen. Kanttekeningen bij enige naoorlogse ontwikkelingen van het Nederlandse communisme</italic> (Amsterdam 1967) 115.</p></fn>
<fn id="fn29" symbol="29"><p>Vgl. G. Harmsen en L. Noordegraaf, &#x2018;Het ontstaan van de Eenheidsvakcentrale&#x2019;, <italic>Te Elfder Ure</italic> 14 (1973) 791-908; P. Coomans, T. de Jonge, E. Nijhof, <italic>De Eenheidsvakcentrale (EVC) 1943-1948</italic> (Groningen 1976).</p></fn>
<fn id="fn30" symbol="30"><p><italic>Ibid.</italic>, 351; Harmsen en Reinalda, <italic>Voor de bevrijding van de arbeid</italic>, 354; <italic>Maandoverzichten Binnenlandse Veiligheidsdienst</italic> nr. 3-5, maart, april, mei en juni 1958.</p></fn>
<fn id="fn31" symbol="31"><p><italic>Ibid.,</italic> nr. 4, april 1958, 26 en nr. 12, december 1958, 27; G. Verrips, <italic>Dwars, duivels en dromend. De geschiedenis van de CPN 1938-1991</italic> (Amsterdam 1995) 357-358.</p></fn>
<fn id="fn32" symbol="32"><p><italic>Maandoverzicht Binnenlandse Veiligheidsdienst</italic> nr. 1, januari 1960, 16-18 en nr. 4, april 1961, 19- 20.</p></fn>
<fn id="fn33" symbol="33"><p><italic>Ibid.,</italic> nr. 2, februari 1961, 13 en 18-19.</p></fn>
<fn id="fn34" symbol="34"><p>Verrips, <italic>Dwars, duivels en dromend</italic>, 361.</p></fn>
<fn id="fn35" symbol="35"><p><italic>Maandoverzicht Binnenlandse Veiligheidsdienst</italic> nr. 12, december 1959, 35.</p></fn>
<fn id="fn36" symbol="36"><p><italic>Ibid.,</italic> nr. 6, juni 1960, 14.</p></fn>
<fn id="fn37" symbol="37"><p><italic>Ibid.,</italic> nr. 6, juni 1963, 25; zie ook: &#x2018;De discussie in het partijbestuur&#x2019;, <italic>De Waarheid</italic> 8 juni (1963).</p></fn>
<fn id="fn38" symbol="38"><p><italic>Maandoverzicht Binnenlandse Veiligheidsdienst</italic> nr. 6, juni 1963, 25; zie ook diverse berichten over dit loonapp&#x00E8;l in <italic>De Waarheid</italic> 28 juni, 25 juli, 8 en 9 augustus, 13-30 september 1963 en in <italic>Vakbondseenheid</italic> september en oktober/november 1963. Volgens dit laatste bericht zouden er ca. 1000 aanwezigen zijn geweest.</p></fn>
<fn id="fn39" symbol="39"><p><italic>Maandoverzicht Binnenlandse Veiligheidsdienst</italic> nr. 7, juli/augustus 1963, 21-22.</p></fn>
<fn id="fn40" symbol="40"><p><italic>Ibid.,</italic> nr. 9, september 1963, 19 en 22.</p></fn>
<fn id="fn41" symbol="41"><p>Windmuller e.a., <italic>Arbeidsverhoudingen in Nederland</italic>, 183.</p></fn>
<fn id="fn42" symbol="42"><p>M. van Bottenburg, &#x2018;<italic>Aan den Arbeid!&#x2019; In de wandelgangen van de Stichting van de Arbeid 1945-1995</italic> (Amsterdam 1995) 136.</p></fn>
<fn id="fn43" symbol="43"><p>Onderstaande is ontleend aan <italic>ibid.</italic>, 138-140; Windmuller e.a., <italic>Arbeidsverhoudingen in Nederland</italic>, 115-125 en Camphuis, <italic>Tussen analyse en opportuniteit</italic>, 184-185 en 298-299.</p></fn>
<fn id="fn44" symbol="44"><p>Vgl. C. Brand e.a., &#x2018;Sociaaleconomisch beleid. Een breuk met het brede-basisverleden?&#x2019;, in: J.W. Brouwer en J. Ramakers (red.), <italic>Regerenzonderrood. Hetkabinet-De Quay, 1959-1963</italic> (Amsterdam 2007) 247-301, aldaar 258-274.</p></fn>
<fn id="fn45" symbol="45"><p>Van Doorn e.a., <italic>De beheerste vakbeweging</italic>, 141 noot 2.</p></fn>
<fn id="fn46" symbol="46"><p>Geciteerd door Camphuis, <italic>Tussen analyse en opportuniteit</italic>, 305.</p></fn>
<fn id="fn47" symbol="47"><p>Van Doorn e.a., <italic>De beheerste vakbeweging</italic>, 142.</p></fn>
<fn id="fn48" symbol="48"><p>IISG, archief NVV, inv.nr. 351: Kort verslag van de op 5 december 1962 te Amsterdam gehouden hoofdbesturenvergadering.</p></fn>
<fn id="fn49" symbol="49"><p>&#x2018;KAB-voorzitter maant: &#x2018;matig looneisen&#x201D;, <italic>De Volkskrant</italic> 18 december (1962).</p></fn>
<fn id="fn50" symbol="50"><p>Windmuller e.a., <italic>Arbeidsverhoudingen in Nederland</italic>, 192.</p></fn>
<fn id="fn51" symbol="51"><p>IISG, Archief ANMB, inv.nr. 87: Verslag van de verrichtingen van het bondsbestuur 1 okt &#x2013; 31 dec 1960, 3.</p></fn>
<fn id="fn52" symbol="52"><p>Van Doorn e.a., <italic>De beheerste vakbeweging</italic>, 73; &#x2018;Vijf procent meer loon in metaalindustrie&#x2019;, <italic>Het Parool</italic> 4 juli (1959); &#x2018;Regering en bedrijfsleven vinden elkaar op verbeterde &#x2018;spelregels&#x201D;, <italic>De Volkskrant</italic> 30 juli (1959).</p></fn>
<fn id="fn53" symbol="53"><p>Zie onder meer: &#x2018;Ambtenarenbonden houden vast aan koppeling metaalindustrie&#x2019;, <italic>Het Parool</italic> 5 augustus (1959); &#x2018;Regering weigert salarissen ambtenaren te koppelen aan lonen in metaalbedrijf&#x2019;, <italic>De Volkskrant</italic> 4 september (1959).</p></fn>
<fn id="fn54" symbol="54"><p>&#x2018;Akkoord na negen maanden&#x2019;, <italic>Het Parool</italic> 4 juli (1959); &#x2018;Het eerste schaap&#x2019;, <italic>De Volkskrant</italic> 27 augustus (1959); &#x2018;Maatstaf voor andere bedrijfstakken. Loonsverhoging metaal maakt goede kans&#x2019;, <italic>Idem</italic>, 25 augustus (1959); &#x2018;Nieuwe richtlijnen loonpolitiek&#x2019;, <italic>Algemeen Handelsblad</italic> 25 augustus (1959).</p></fn>
<fn id="fn55" symbol="55"><p>&#x2018;Verantwoordelijkheid primair bij bedrijfsleven&#x2019;, <italic>Trouw</italic> 1 augustus (1959).</p></fn>
<fn id="fn56" symbol="56"><p>&#x2018;Voltallig kabinet zal beslissen over metaal-cao&#x2019;, <italic>Trouw</italic> 21 augustus (1959).</p></fn>
<fn id="fn57" symbol="57"><p>&#x2018;Regering niet akkoord met metaal-cao?&#x2019;, <italic>Trouw</italic> 26 augustus (1959); &#x2018;Metaal: t&#x00F3;ch 5 &#x0025; ineens?&#x2019;, <italic>Het Vrije Volk</italic> 26 augustus (1959).</p></fn>
<fn id="fn58" symbol="58"><p>&#x2018;C.A.O. voor metaal goedgekeurd&#x2019;, <italic>Trouw</italic> 27 augustus (1959).</p></fn>
<fn id="fn59" symbol="59"><p><italic>Maandoverzicht Binnenlandse Veiligheidsdienst</italic> nr. 12, december 1959, 35.</p></fn>
<fn id="fn60" symbol="60"><p>&#x2018;Werkspoor Amsterdam in staking&#x2019;, <italic>De Waarheid</italic> 26 augustus (1959).</p></fn>
<fn id="fn61" symbol="61"><p>&#x2018;Wilde staking bij Werkspoor&#x2019;, <italic>De Telegraaf</italic> 26 augustus (1959); &#x2018;Metaalbewerkers dwongen hun 5 pct af&#x2019;, <italic>De Waarheid</italic> 27 augustus (1959).</p></fn>
<fn id="fn62" symbol="62"><p>&#x2018;Vijf pct in metaal lijkt er te komen&#x2019;, <italic>Het Parool</italic> 26 augustus (1959); &#x2018;Metaal-C.A.O.&#x2019;s goedgekeurd&#x2019;, <italic>Het Vrije Volk</italic> 26 augustus (1959); &#x2018;C.A.O.-metaalbedrijf goedgekeurd&#x2019;, <italic>Algemeen Handelsblad</italic> 27 augustus (1959).</p></fn>
<fn id="fn63" symbol="63"><p>&#x2018;A.N.M.B. en Werkspoor: de 5&#x0025; gaat wel door&#x2019;, <italic>Algemeen Handelsblad</italic> 26 augustus (1959).</p></fn>
<fn id="fn64" symbol="64"><p>Vgl.: &#x2018;Metaal: t&#x00F3;ch 5 &#x0025; ineens?&#x2019;, <italic>Het Vrije Volk</italic> 26 augustus (1959); &#x2018;Metaal staakte uit ongeduld&#x2019;, <italic>De Volkskrant</italic> 27 augustus (1959); &#x2018;Door het oog van de naald&#x2019;, <italic>De Metaalkoerier</italic> 12 september (1959).</p></fn>
<fn id="fn65" symbol="65"><p>Van Doorn e.a., <italic>De beheerste vakbeweging</italic>, 98-99.</p></fn>
<fn id="fn66" symbol="66"><p>Vgl.: &#x2018;Uitleenbedrijven hebben volop werk&#x2019;, <italic>Algemeen Handelsblad</italic> 8 februari (1960); &#x2018;Toenemend tekort aan arbeiders&#x2019;, <italic>De Volkskrant</italic> 8 april (1960); &#x2018;Personeelstekort metaalindustrie groeit nog steeds&#x2019;, <italic>Het Parool</italic> 8 juni (1960); &#x2018;Orderportefeuille industrie wordt steeds beter gevuld&#x2019;, <italic>Trouw</italic> 24 juni (1960).</p></fn>
<fn id="fn67" symbol="67"><p>De door Van der Velde opgebouwde database is te raadplegen via de website van het IISG: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://datasets.iisg.amsterdam/dataset.xhtml?persistentId=hdl:10622/APNT4U">https://datasets.iisg.amsterdam/dataset.xhtml?persistentId=hdl:10622/APNT4U</ext-link></p></fn>
<fn id="fn68" symbol="68"><p>Dat blijkt concreet in een door de NVV-metaalbond opgemaakt overzicht per bondsdistrict van de in augustus 1960 door bedrijven (veelal na actie of actief aandringen) toegekende verkapte loonsverhogingen. IISG archief ANMB, inv.nr. 331: Agenda&#x2019;s en notulen van de werkgroep &#x2018;Grootmetaal&#x2019;, 1960- 1961. Notities uit de vergadering van de werkgroep grootindustrie 30 aug. 1960. Bijlage van L. Vooys bij het weekrapport van R. Baarda over de week van 29 aug. &#x2013; 3 sept. 1960.</p></fn>
<fn id="fn69" symbol="69"><p>Windmuller e.a., <italic>Arbeidsverhoudingen in Nederland</italic>, 214. Zie ook H. Kijne, <italic>Het gemeten tarief. Taylorisme en de Nederlandse metaalindustrie 1945-1963</italic> (Delft 1990) 147-150.</p></fn>
<fn id="fn70" symbol="70"><p><italic>Maandoverzicht Binnenlandse Veiligheidsdienst</italic> nr. 7/8, juli/augustus 1960, 20.</p></fn>
<fn id="fn71" symbol="71"><p>&#x2018;Wilde staking bij N.D.S.M. breidde zich snel uit&#x2019;, <italic>Algemeen Handelsblad</italic> 25 augustus (1960); &#x2018;Arbeidsonrust metaalindustrie duurt voort&#x2019;, <italic>Idem</italic>, 26 augustus 1960; &#x2018;Vakraad voor de metaalindustrie vandaag bijeen&#x2019;, <italic>Idem</italic>, 27 augustus (1960); &#x2018;Metaal zet fel voort. Thans ook actie bij ADM&#x2019;, <italic>De Waarheid</italic> 26 augustus (1960); &#x2018;Onrust in metaal breidt zich uit&#x2019;, <italic>Het Parool</italic> 26 augustus (1960); &#x2018;Metaalstaking breidt zich uit in hoofdstad&#x2019;, <italic>Het Vrije Volk</italic> 26 augustus (1960).</p></fn>
<fn id="fn72" symbol="72"><p>In 1960 gold bij NDSM nog de uitslag van 1959 (40 procent voor de EVC&#x2019;58); bij ADM waren in mei 1960 verkiezingen gehouden (50 procent). <italic>Maandoverzicht Binnenlandse Veiligheidsdienst</italic> nr. 6, juni 1960, 14.</p></fn>
<fn id="fn73" symbol="73"><p><italic>Ibid.,</italic> nr. 7/8, juli/augustus 1960, 20-21.</p></fn>
<fn id="fn74" symbol="74"><p>Van Doorn e.a., <italic>De beheerste vakbeweging</italic>, 98-99.</p></fn>
<fn id="fn75" symbol="75"><p>IISG archief ANMB, inv.nr. 331: Kort verslag van de vergaderingen van het bestuur van de Vakraad voor de Metaalindustrie op 27 augustus en 2 september 1960. Bijlage behorend bij de weekrapporten van I. Baart en R. Baarda over de weken van 22 augustus tot 28 augustus en van 29 augustus tot 4 september 1960.</p></fn>
<fn id="fn76" symbol="76"><p>&#x2018;Metaalbewerkers vragen flinke loonsverhoging&#x2019;, <italic>De Volkskrant</italic> 15 september (1960); &#x2018;Metaalarbeiders vragen 6 + 3 pct. loonsverhoging&#x2019;, <italic>Algemeen Handelsblad</italic> 15 september (1960); Zie ook Van Doorn e.a., <italic>De beheerste vakbeweging</italic>, 99-102.</p></fn>
<fn id="fn77" symbol="77"><p>IISG archief ANMB, inv.nr. 331: Beknopt verslag van de vergadering van de Vakraad Grootmetaal op woensdag 14 sept. 1960. Bij e bij weekrapport van R. Baarda over de week van 12 tot 18 september 1960.</p></fn>
<fn id="fn78" symbol="78"><p>&#x2018;Spannende dagen in de metaal&#x2019;, <italic>Het Vrije Volk</italic> 16 september (1960); &#x2018;Regering grijpt fors in&#x2019;, <italic>Idem</italic> 17 september (1960); &#x2018;Regering wijst loonsverhoging in metaal af&#x2019;, <italic>Idem</italic> 27 september (1960); &#x2018;Regering zou loonbeweging beperken&#x2019;, <italic>Het Parool</italic> 26 september (1960).</p></fn>
<fn id="fn79" symbol="79"><p>IISG archief ANMB, inv.nr. 87: ANMB. Verslag van de verrichtingen van het bondsbestuur 1 juli &#x2013; 30 sept. 1960, 8; &#x2018;Overeenstemming bereikt in vakraad metaalindustrie&#x2019;, <italic>De Tijd</italic> 29 september (1960); &#x2018;Vakraad metaalindustrie doet nieuwe voorstellen&#x2019;, <italic>Algemeen Handelsblad</italic> 29 september (1960).</p></fn>
<fn id="fn80" symbol="80"><p>IISG archief ANMB, inv.nr. 87: ANMB. Verslag van de verrichtingen van het bondsbestuur 1 juli &#x2013; 30 sept. 1960, 11-13.</p></fn>
<fn id="fn81" symbol="81"><p><italic>Ibid.</italic>, 1 okt. &#x2013; 31 dec. 1960, 14.</p></fn>
<fn id="fn82" symbol="82"><p>Vgl. <italic>Maandoverzicht Binnenlandse Veiligheidsdienst</italic> nr. 10, oktober 1960, 18 en nr. 11, november 1960, 20; &#x2018;Manifest &#x201C;De Metaal&#x201D;. De 1,5&#x0025; ineens n&#x00FA; binnenhalen!&#x2019;, <italic>De Waarheid</italic> 5 oktober (1960); &#x2018;Nu onmiddellijk uitbetalen van de 1&#x00BD; procent! Eist directe goedkeuring accoord Vakraad&#x2019;, <italic>De Werker. Krant voor alle Nederlandse metaalbewerkers</italic> oktober (1960).</p></fn>
<fn id="fn83" symbol="83"><p>&#x2018;Loongesprek in metaalindustrie&#x2019;, <italic>Trouw</italic> 24 april (1961).</p></fn>
<fn id="fn84" symbol="84"><p>&#x2018;Loonsverhogingen in metaal f 5,- en f 2,50&#x2019;, <italic>Het Parool</italic> 30 mei (1961); &#x2018;Tien cent per 1 juli, vijf cent per 1 april&#x2019;, <italic>Het Vrije Volk</italic> 30 mei (1961); &#x2018;Vakraad metaalindustrie: Akkoord loonsverhoging per 1 juli a.s.&#x2019;, <italic>Algemeen Handelsblad</italic> 30 mei (1961).</p></fn>
<fn id="fn85" symbol="85"><p>&#x2018;CAO metaalindustrie goedgekeurd&#x2019;, <italic>Algemeen Handelsblad</italic> 24 juni (1961); IISG, Archief ANMB, inv.nr. 87: Verslag van de verrichtingen van het bondsbestuur 1 april-30 juni 1961, 13-15.</p></fn>
<fn id="fn86" symbol="86"><p>&#x2018;Onderhandelingen over metaal-CAO in impasse&#x2019;, <italic>Algemeen Handelsblad</italic> 7 december (1962); &#x2018;Geschil over lonen in metaalindustrie&#x2019;, <italic>Het Parool</italic> 7 december (1962).</p></fn>
<fn id="fn87" symbol="87"><p>&#x2018;Overeenkomst over metaal-cao&#x2019;, <italic>Algemeen Handelsblad</italic> 7 februari (1963). Zie ook: &#x2018;Het resultaat&#x2019;, en &#x2018;Niet voldaan&#x2019;, <italic>Metaalkoerier</italic> 8 februari (1963) en IISG, Archief ANMB, inv.nr. 88: Verslag van de verrichtingen van het bondsbestuur 1 okt &#x2019;62 &#x2013; 31 mrt &#x2018;63, 23-26.</p></fn>
<fn id="fn88" symbol="88"><p>Zoals ook opgemerkt in <italic>Maandoverzicht Binnenlandse Veiligheidsdienst</italic> nr. 2, februari 1962, 19.</p></fn>
<fn id="fn89" symbol="89"><p>&#x2018;Bij O.R.-verkiezing Piet Smit&#x2019;, <italic>De Waarheid</italic> 15 februari (1962); &#x2018;OR-verkiezing bij P. Smit te Rotterdam&#x2019;, <italic>De Metaalkoerier</italic> 2 maart (1962); Zie ook Verrips, <italic>Dwars, duivels en dromend</italic>, 414-415.</p></fn>
<fn id="fn90" symbol="90"><p>&#x2018;OR-verkiezing Wilton-Fijenoord&#x2019;, <italic>De Waarheid</italic> 18 mei (1963); &#x2018;Communisten in ondernemingsraad WF&#x2019;, <italic>Het Vrije Volk</italic> 17 mei (1963); &#x2018;Wilton-Fijenoord: Zetelverlies voor OR&#x2019;, <italic>De Metaalkoerier</italic> 31 mei (1963).</p></fn>
<fn id="fn91" symbol="91"><p>&#x2018;Op het goede (Werk)spoor&#x2019;, <italic>De Metaalkoerier</italic> 1 februari (1963); &#x2018;Bij Werkspoor Utrecht: Vijf zetels Vrije Lijst&#x2019;, <italic>De Waarheid</italic> 26 november (1964).</p></fn>
<fn id="fn92" symbol="92"><p>&#x2018;Communistische winst bij OR-verkiezingen NDSM&#x2019;, <italic>De Metaalkoerier</italic> 1 juli (1961); &#x2018;Ondernemingsraad NDSM: Communisten krijgen 2/3 van de zetels&#x2019;, <italic>Algemeen Handelsblad</italic> 16 juni (1961); &#x2018;Van 7 naar 12 zetels. Communisten overwinnaars bij NDSM&#x2019;, <italic>Het Parool</italic> 16 juni (1961); &#x2018;Verkiezing bij de NDSM&#x2019;, <italic>De Waarheid</italic> 15 juni (1961); <italic>Maandoverzicht Binnenlandse Veiligheidsdienst</italic> nr. 6, juni 1961, 15.</p></fn>
<fn id="fn93" symbol="93"><p>De BVD ontging het niet: <italic>Maandoverzicht Binnenlandse Veiligheidsdienst</italic> nr. 2, februari 1962, 19. Zie ook &#x2018;Teleurstellend. ADM en Fokker&#x2019;, <italic>De Metaalkoerier</italic> 16 maart (1962).</p></fn>
<fn id="fn94" symbol="94"><p>Geciteerd in &#x2018;Kort geding tegen ADM en NDSM&#x2019;, <italic>Algemeen Handelsblad</italic> 11 oktober (1963).</p></fn>
<fn id="fn95" symbol="95"><p>&#x2018;Metaalbond verliest kort geding tegen ADM en NDSM&#x2019;, <italic>Algemeen Handelsblad</italic> 17 oktober (1963).</p></fn>
<fn id="fn96" symbol="96"><p>Geciteerd in : &#x2018;Ingrijpen Justitie&#x2019;, <italic>De Waarheid</italic> 19 oktober (1963).</p></fn>
<fn id="fn97" symbol="97"><p>&#x2018;ADM-arbeiders treden op voor loonsverhoging&#x2019;, <italic>De Waarheid</italic> 26 juni (1963). Een hakker maakt naden om te lassen als twee platen aan elkaar gelast moeten worden; een koker (Engels: <italic>caulker</italic>) maakt de naden dicht. Zie: Stadsarchief Amsterdam, documentaire foto-opdracht nr. 23 (1976) &#x2018;Havenarbeid&#x2019; door Cor Jaring, inv. nrs. 2574-2594: arbeiders aan het werk bij ADM en NDSM.</p></fn>
<fn id="fn98" symbol="98"><p>&#x2018;ADM-arbeiders treden op voor loonsverhoging&#x2019;, <italic>De Waarheid</italic> 26 juni (1963); &#x2018;Loonactie bij ADM breidt uit&#x2019;, <italic>Idem</italic> 2 juli (1963).</p></fn>
<fn id="fn99" symbol="99"><p>&#x2018;Ondernemingsraad ADM besprak eisen arbeiders&#x2019;, <italic>De Waarheid</italic> 18 juli (1963).</p></fn>
<fn id="fn100" symbol="100"><p>&#x2018;Stakingen bij de ADM voor hoger loon&#x2019;, <italic>De Waarheid</italic> 9 augustus (1963); &#x2018;Nieuwe stakingen bij de ADM&#x2019;, <italic>Idem</italic> 10 augustus (1963).</p></fn>
<fn id="fn101" symbol="101"><p>&#x2018;Bij ADM werk een uur stil&#x2019;, <italic>De Waarheid</italic> 15 augustus (1963); Zie over deze stakingen ook <italic>Maand-overzicht Binnenlandse Veiligheidsdienst</italic> nr. 7, juli/augustus 1963, 22-23.</p></fn>
<fn id="fn102" symbol="102"><p>&#x2018;Weer staking bij ADM&#x2019;, <italic>Algemeen Handelsblad</italic> 24 augustus (1963); &#x2018;Arbeiders willen meer loon&#x2019;, <italic>Het Parool</italic> 24 augustus (1963).</p></fn>
<fn id="fn103" symbol="103"><p>&#x2018;Avondploeg ADM ook in staking&#x2019;, <italic>Het Vrije Volk</italic> 24 augustus (1963); &#x2018;Arbeiders ADM in staking tot maandagmorgen&#x2019;, <italic>De Waarheid</italic> 24 augustus (1963).</p></fn>
<fn id="fn104" symbol="104"><p>&#x2018;Arbeiders willen meer loon&#x2019;, <italic>Het Parool</italic> 24 augustus (1963).</p></fn>
<fn id="fn105" symbol="105"><p>&#x2018;Weer staking bij ADM&#x2019;, <italic>Algemeen Handelsblad</italic> 24 augustus (1963).</p></fn>
<fn id="fn106" symbol="106"><p>&#x2018;Ondernemers ongerust door stakingsacties&#x2019;, <italic>De Waarheid</italic> 28 augustus (1963).</p></fn>
<fn id="fn107" symbol="107"><p>&#x2018;Staking bij NDSM&#x2019;, <italic>Algemeen Handelsblad</italic> 26 augustus (1963); &#x2018;Arbeidsonrust in metaal&#x2019;, <italic>Het Parool</italic> 26 augustus (1963); &#x2018;Nu 2500 man bij NDSM in staking&#x2019;, <italic>Het Vrije Volk</italic> 26 augustus (1963); &#x2018;Massale staking bij NDSM te Amsterdam&#x2019;, <italic>De Waarheid</italic> 27 augustus (1963).</p></fn>
<fn id="fn108" symbol="108"><p>&#x2018;Vakbond: Premie om arbeidsrust te verzekeren&#x2019;, <italic>De Tijd</italic> 10 september (1963).</p></fn>
<fn id="fn109" symbol="109"><p>&#x2018;Tweehonderdduizend gulden voor NDSM-arbeiders&#x2019;, <italic>De Waarheid</italic> 6 september (1963).</p></fn>
<fn id="fn110" symbol="110"><p>Vgl. &#x2018;Drie bonden handhaven lopende cao-metaal&#x2019;, <italic>De Volkskrant</italic> 12 september (1963).</p></fn>
<fn id="fn111" symbol="111"><p>Stadsarchief Amsterdam, Archief van de Ondernemingsraad van de Amsterdamse Droogdok Maatschappij, inv. nr. 3: Notulen ondernemingsraad 1963-1964.</p></fn>
<fn id="fn112" symbol="112"><p>&#x2018;Breuk dreigt in loonfront na A.D.M-ingreep&#x2019;, <italic>Trouw</italic> 12 september (1963).</p></fn>
<fn id="fn113" symbol="113"><p>&#x2018;Metaalbond contra ADM en NDSM&#x2019;, <italic>De Metaalkoerier</italic> 18 oktober (1963).</p></fn>
<fn id="fn114" symbol="114"><p>IISG, Archief ANMB, inv.nr. 82: Notulen van de bondsbestuursvergadering 24 juni 1963, agendapunt 10. Nota betreffende de expiratiedatum van de cao-en in de metaalindustrie.</p></fn>
<fn id="fn115" symbol="115"><p>IISG, archief NVV, inv. nr. 363: D.B.-verg. 26-8-1963, Verrichtingen van W. Olthoff 19 t/m 24 augustus.</p></fn>
<fn id="fn116" symbol="116"><p>IISG, Archief ANMB, inv.nr. 82: Notulen van de bondsbestuursvergadering 25 september 1963: agendapunt 10. Wijzigingsvoorstellen c.a.o.-handarbeiders in de metaalindustrie per 1 januari 1964.</p></fn>
<fn id="fn117" symbol="117"><p>&#x2018;Metaalbonden stellen forse eisen voor &#x2018;64&#x2019;, <italic>Trouw</italic> 13 september (1963).</p></fn>
<fn id="fn118" symbol="118"><p>&#x2018;Doorbreking c.a.o.-metaal leidt reeds tot felle acties&#x2019;, <italic>Het Vrije Volk</italic> 13 september (1963).</p></fn>
<fn id="fn119" symbol="119"><p>&#x2018;In metaalsector: Beroering over lonen&#x2019;, <italic>Algemeen Handelsblad</italic> 12 september (1963); &#x2018;Minister stuurt looncontroleurs naar ADM&#x2019;, <italic>Het Parool</italic> 12 september (1963); &#x2018;Hier en daar onrust&#x2019;, <italic>Het Vrije Volk</italic> 12 september (1963).</p></fn>
<fn id="fn120" symbol="120"><p>&#x2018;Staking in Amsterdam, Delfzijl, Utrecht, Veendam en Schiedam. Massale actie bij Werkspoor&#x2019;, <italic>De Waarheid</italic> 14 september (1963).</p></fn>
<fn id="fn121" symbol="121"><p>&#x2018;Metaalbonden stellen forse eisen voor &#x2019;64&#x2019;, <italic>Trouw</italic> 13 september (1963).</p></fn>
<fn id="fn122" symbol="122"><p>&#x2018;Ook elders loononrust&#x2019;, <italic>Het Vrije Volk</italic> 14 september (1963).</p></fn>
<fn id="fn123" symbol="123"><p>Waar het aantal stakers in de krantenberichten ontbrak is het aantal in de database van Van der Velden aangehouden.</p></fn>
<fn id="fn124" symbol="124"><p>&#x2018;Werkspoor Utrecht&#x2019;, <italic>De Waarheid</italic> 2 september (1963); &#x2018;Stakingen in metaal breiden zich uit&#x2019;, <italic>Idem</italic> 13 september (1963); &#x2018;Staking in Amsterdam, Delfzijl, Utrecht, Veendam en Schiedam. Massale actie bij Werkspoor&#x2019;, <italic>Idem</italic> 14 september (1963); &#x2018;Stakingsacties breiden zich uit&#x2019;, <italic>Idem</italic> 17 september; &#x2018;De staking bij Werkspoor in Utrecht&#x2019;, <italic>Trouw</italic> 13 september (1963); &#x2018;Doorbreking c.a.o.-metaal leidt reeds tot felle acties&#x2019;, <italic>Het Vrije Volk</italic> 13 september (1963); &#x2018;Ook elders loononrust&#x2019;, <italic>Idem</italic> 14 september (1963); &#x2018;Staking in Leiden&#x2019;, <italic>Idem</italic> 16 september (1963); &#x2018;Stakingen in Utrecht en Amsterdam&#x2019;, <italic>De Tijd</italic> 13 september (1963).</p></fn>
<fn id="fn125" symbol="125"><p>&#x2018;Nu ook metaalstakingen in Twente&#x2019;, <italic>De Waarheid</italic> 18 september (1963); &#x2018;Onrust in &#x201C;metaal&#x201D; duurt voort&#x2019;, <italic>DeVolkskrant</italic> 18 september (1963); &#x2018;Onrust in metaal duurt voort&#x2019;, <italic>DeTelegraaf</italic> 18 september (1963).</p></fn>
<fn id="fn126" symbol="126"><p>&#x2018;Bij metaal nog steeds onrustig&#x2019;, <italic>Leeuwarder Courant</italic> 25 september (1963); &#x2018;Ook staking bij de Standard Electric in Hoogeveen&#x2019;, <italic>Nieuwsblad van het Noorden</italic> 27 september (1963); &#x2018;Staking bij Borger Hoogezand ten einde&#x2019;, <italic>Idem</italic> 28 september (1963).</p></fn>
<fn id="fn127" symbol="127"><p>IISG, archief NVV, inv. nr. 365, Resum&#x00E9; van de voornaamste besluiten van de vergadering van het dagelijks bestuur, gehouden op 16 september 1963, 4-5.</p></fn>
<fn id="fn128" symbol="128"><p><italic>Ibid.</italic>, Kort verslag van de speciale verbondsbestuursvergadering, gehouden op maandag 16 september 1963, 1.</p></fn>
<fn id="fn129" symbol="129"><p><italic>Ibid.</italic>, inv.nr. 65: Verrichtingen van het Verbondsbestuur van het NVV over het tijdvak 1 juli &#x2013; 30 september 1963, 40; zie ook inv.nr. 366: Resum&#x00E9; van de voornaamste besluiten van de vergadering van het dagelijks bestuur, gehouden op 28 september 1963.</p></fn>
<fn id="fn130" symbol="130"><p><italic>Ibid.</italic>, inv.nr. 65: Verrichtingen van het Verbondsbestuur van het NVV over het tijdvak 1 juli &#x2013; 30 september 1963, 43.</p></fn>
<fn id="fn131" symbol="131"><p>Geciteerd in: &#x2018;NVV hield buitengewoon congres&#x2019;, <italic>Paraat. Orgaan van de Partij van de Arbeid</italic> 1 november (1963).</p></fn>
<fn id="fn132" symbol="132"><p>IISG, archief NVV, inv.nr. 65: Verrichtingen van het Verbondsbestuur van het NVV over het tijdvak 1 april-30 juni 1963, 41 en <italic>Ibid.</italic>, 1 oktober &#x2013; 31 december 1963, 35; Van Bottenburg, <italic>&#x201C;Aan den Arbeid!&#x201D;</italic>, 147-148.</p></fn>
<fn id="fn133" symbol="133"><p>IISG, archief NVV, commissiearchief com. nr. 315: NVV-looncommissie: Kort verslag van de op 19 oktober gehouden vergadering van het bestuur van de Stichting van de Arbeid, 6. Zie ook: &#x2018;Voortbestaan Stichting van de Arbeid staat op het spel&#x2019;, <italic>Het Vrije Volk</italic> 5 oktober (1963).</p></fn>
<fn id="fn134" symbol="134"><p>Van Bottenburg, <italic>&#x201C;Aan den Arbeid!&#x201D;</italic>, 148. Zie ook: &#x2018;Toenadering bereikt in geheim overleg&#x2019;, <italic>De Telegraaf</italic> 26 oktober (1963).</p></fn>
<fn id="fn135" symbol="135"><p>IISG, archief NVV, inv.nr. 65: Verrichtingen van het Verbondsbestuur van het NVV over het tijdvak 1 oktober &#x2013; 31 december 1963, 35-49. Het onderhandelingsproces is ook te volgen in de bestuursstukken van het NVV: <italic>ibid.</italic>, inv.nr. 366 en 367. Zie ook: &#x2018;Kans op basisakkoord in de Stichting&#x2019;, <italic>Het Vrije Volk</italic> 26 oktober (1963); en Windmuller e.a., <italic>Arbeidsverhoudingen in Nederland</italic>, 193.</p></fn>
<fn id="fn136" symbol="136"><p>&#x2018;Het toekomstige loonbeleid&#x2019;, <italic>Algemeen Handelsblad</italic> 19 september (1963); &#x2018;Roemers: &#x201C;Die 4 percent van planbureau is belachelijk&#x201D;&#x2019;, <italic>Het Vrije Volk</italic> 19 september (1963).</p></fn>
<fn id="fn137" symbol="137"><p>IISG, archief NVV, commissiearchief com. nr. 315: NVV-looncommissie: Kort verslag van de op dinsdag 29 oktober gehouden vergadering van het bestuur van de Stichting van de Arbeid, 5, 7, 8.</p></fn>
<fn id="fn138" symbol="138"><p>&#x2018;KAB-voorzitter laakt wilde stakingen&#x2019;, <italic>Algemeen Handelsblad</italic> 5 november (1963).</p></fn>
<fn id="fn139" symbol="139"><p>&#x2018;Twee maal twee blijft vier&#x2019;, <italic>Paraat. Orgaan van de Partij van de Arbeid</italic> 1 november (1963).</p></fn>
<fn id="fn140" symbol="140"><p>&#x2018;Tien procent&#x2019; [door H. Daudt en H. Lange], <italic>Algemeen Handelsblad</italic> (supplement) 11 januari (1964); &#x2018;Volgens NIPO-enqu&#x00EA;te: men verwacht niet veel van de 10 pct&#x2019;, <italic>De Tijd</italic> 13 januari (1964).</p></fn>
<fn id="fn141" symbol="141"><p><italic>&#x2018;</italic>Twee maal twee blijft vier&#x2019;.</p></fn>
<fn id="fn142" symbol="142"><p>Windmuller e.a., <italic>Arbeidsverhoudingen in Nederland</italic>, 218.</p></fn>
<fn id="fn143" symbol="143"><p>R.J. Flanagan, D.W. Soskice, L. Ulman, <italic>Unionism, economic stabilization, and incomes policies. European experience</italic> (Washington (DC) 1983) 4.</p></fn>
<fn id="fn144" symbol="144"><p>Ook in andere Europese landen waren er in de vroege jaren 1960 veel stakingen. Vgl. <italic>Ibid.,</italic> 241-242, 512-515, 576-577, 593-594.</p></fn>
</fn-group>
</back>
</article>
