<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (NISO Z39.96-2019) Journal Publishing DTD v1.2 20190208//EN" "https://jats.nlm.nih.gov/publishing/1.2/JATS-journalpublishing1-mathml3.dtd">
<article dtd-version="1.2" xml:lang="nl" xmlns:mml="http://www.w3.org/1998/Math/MathML" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">tseg</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>The Low Countries Journal of Social and Economic History</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="print">1572-1701</issn>
<issn pub-type="electronic">2468-9068</issn>
<isbn publication-format="print">978 94 6270 311 7</isbn>
<publisher>
<publisher-name>Leuven University Press</publisher-name>
<publisher-loc>Leuven, Belgium</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">tseg10790</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.52024/tseg10790</article-id>
<article-categories>
<subj-group>
<subject>Book Reviews</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Camille Baillargeon en Luc Peiren, 125 BBTK (Brussel/ Gent/ Seraing: BBTK-Setca/ Amsab/ IHOES, 2019). 317 p. ISBN 9789490880262.</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Hemmerijckx</surname>
<given-names>Rik</given-names>
</name>
<aff>Emile Verhaeren Museum Sint-Amands</aff>
</contrib>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="electronic">
<year>2021</year>
</pub-date>
<volume>18</volume>
<issue>2</issue>
<fpage>138</fpage>
<lpage>140</lpage>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00a9; Rik Hemmerijckx</copyright-statement>
<copyright-year>2021</copyright-year>
</permissions>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>Het syndicalisme in Europa is lange tijd gedomineerd geweest door het arbeiderssyndicalisme: sectoren als de metaalindustrie, de textielnijverheid, de mijnbouw, de bouwsector en de transportsector waren bepalend in de industri&#x00EB;le maatschappij van het einde van de negentiende en een belangrijk deel van de twintigste eeuw en manifesteerden zich ook als bolwerken van het syndicalisme. Binnen dit geheel nam het bediendesyndicalisme aanvankelijk een eerder bescheiden plaats in. Door de ontwikkeling naar een informatiemaatschappij en een diensteneconomie &#x2013; de secundaire sector verloor aan belang ten voordele van de tertiaire en quartaire sector &#x2013; kreeg ook de bediende een steeds belangrijker rol toebedeeld. Parallel met deze ontwikkeling evolueerde het bediendesyndicalisme van een kleine organisatie tot een van de syndicale sterkhouders bij het begin van de 21ste eeuw. Het boek dat werd uitgegeven naar aanleiding van de 125ste verjaardag van de oprichting van de eerste socialistische bediendevakbond van Belgi&#x00EB; (1891) en de 70ste verjaardag van de Bond van Bedienden, Technici en Kaders van Belgi&#x00EB; (BBTK) (1949) geeft een vrij goed beeld van deze ontwikkeling. Twee auteurs tekenden voor deze uitgave: Luc Peiren (Amsab-ISG) en Camille Baillargeon (IHOES).</p>
<p>Onder het statuut van de bediende valt een vrij breed scala aan beroepsprofielen, maar het wordt vooral gedomineerd door de kantoorbediende in de industrie en de commerci&#x00EB;le bediende in de handel en financi&#x00EB;n. Vanaf de jaren 1970 wonnen de dienstensector en de sociale non-profit sectoren aan belang. Typisch voor de sector is ook de belangrijke aanwezigheid van vrouwelijke werknemers. In een uitgebreid inleidend hoofdstuk wordt er nader ingegaan op de specifieke positie van de bediende die zich aanvankelijk in een ietwat ambigue positie bevond: puur sociaaleconomisch gezien was deze een gesalarieerde, maar door zijn betere verloning en zijn hogere status (dit uitte zich onder meer in kleding en huisvesting) had hij de neiging om zich te distanti&#x00EB;ren van de arbeiders en dichter bij de bedrijfsdirectie aan te leunen. Sommigen verkozen zich eerder aan te sluiten bij een mutualiteit of gaven de voorkeur aan een meer corporatistische vriendenkring. Vandaar dat het syndicalisme &#x2013; en dan vooral het socialistisch syndicalisme &#x2013; er eerder moeizaam van de grond kwam. De eerste socialistische bediendenbond werden in 1891 opgericht in Brussel, Luik volgde in 1895 en pas in 1905 werd er een nationale federatie opgericht. Voor 1914 liet vooral de Brusselse afdeling zich opmerken met verschillende acties voor de bedienden van de grote magazijnen. De figuur die deze strijd belichaamde was nationaal secretaris Joseph Jacquemotte, die zelfs veroordeeld werd en een gevangenisstraf opliep.</p>
<p>De eerste doorbraak van het socialistische bediendesyndicalisme kwam er na de Eerste Wereldoorlog. De verschillende bonden werden gecentraliseerd en dit leidde in 1920 tot de oprichting van de Algemeene Bond der Bedienden, Magazijniers-inpakkers, Technici en Handelsreizigers van Belgi&#x00EB; (ABB). Deze bond is er evenwel niet in geslaagd om haar ledental op peil te houden: het ledental liep terug van 13.000 leden in 1921 tot 6.300 in 1927. Concurrentie van patronale werken, christelijke of liberale vakbonden, maar ook ideologische geschillen hebben daartoe bijgedragen: omwille van zijn communistisch militantisme werd de vrij populaire Jacquemotte uit zijn syndicale functies ontheven. Pas na 1929, met het uitbreken van de economische crisis, kende het socialistische bediendesyndicalisme opnieuw een opwaartse beweging. De toegenomen slagkracht van de vakcentrale manifesteerde zich vooral tijdens de algemene staking van 1936: dit leidde onder meer tot de oprichting van de eerste paritaire comit&#x00E9;s voor de bedienden. Tijdens de bezettingsjaren waren er in het verzet verschillende linkse vakorganisaties actief: onder anderen de communisten waren er in geslaagd om van hun strijdcomit&#x00E9;s een machtsfactor van betekenis te maken. Dit heeft in 1945 geleid tot een herstructurering van de socialistische bediendenbond: de verschillende linkse organisaties werden samengebracht in een nieuwe organisatie en deze nam in 1949 de naam aan van de Bond van Bedienden, Technici en Kaders van Belgi&#x00EB; (BBTK).</p>
<p>Sinds deze periode kende deze vakcentrale een vrij continue ontwikkeling: zelfs de staking van 1960-1961 kon de eenheid binnen de BBTK niet in het gedrang brengen. Na 1969 kregen de gewesten in de bestuursorganen van de vakbond wel een grotere inbreng. Parallel met de federalisering van de Belgische staatsstructuur werd er in 2004 een Vlaams, Waals en Brussels BBTK opgericht, maar dit neemt niet weg dat de vakcentrale heel sterk vasthoudt aan de federale eenheid. Sinds de jaren 1960-1970 is het socialistische bediendensyndicalisme er in geslaagd een definitieve doorbraak te forceren: het ledental van de BBTK steeg van ongeveer 20.000 leden in 1945 tot ruim 424.000 in 2015. De BBTK groeide zo uit tot een van de machtigste centrales binnen het socialistische Algemeen Belgisch Vakverbond (ABVV). Verschillende figuren uit de nationale leiding van de BBTK wisten zelfs door te stoten naar de nationale top van het ABVV. Vermelden we Fran&#x00E7;ois Janssens, Henri Carpentier en Anne Demelenne. Dit alles neemt niet weg dat de christelijke bediendenbond haar dominante positie in de sector heeft weten te bestendigen.</p>
<p>De auteurs zijn er in geslaagd om de ontwikkeling van het socialistische bediendesyndicalisme in Belgi&#x00EB; op een bevattelijke wijze weer te geven en hebben zich voornamelijk gebaseerd op syndicale bronnen. Occasioneel kon men ook gebruik maken van politieverslagen. Lovenswaardig is ook dat men de analyse tot de recentste periode heeft laten doorlopen waardoor men een mooi langetermijnperspectief krijgt. Het is alleszins een boek dat het traditionele syndicale huldeboek overstijgt.</p>
</body>
</article>