<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (NISO Z39.96-2019) Journal Publishing DTD v1.2 20190208//EN" "https://jats.nlm.nih.gov/publishing/1.2/JATS-journalpublishing1-mathml3.dtd">
<article dtd-version="1.2" xml:lang="nl" xmlns:mml="http://www.w3.org/1998/Math/MathML" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">tseg</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>The Low Countries Journal of Social and Economic History</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="print">1572-1701</issn>
<issn pub-type="electronic">2468-9068</issn>
<isbn publication-format="print">978 94 6270 311 7</isbn>
<publisher>
<publisher-name>Leuven University Press</publisher-name>
<publisher-loc>Leuven, Belgium</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">tseg10791</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.52024/tseg10791</article-id>
<article-categories>
<subj-group>
<subject>Book Reviews</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Ton Sliphorst, Verbonden levenslopen. Sociale ongelijkheid en kindersterfte binnen Bossche deelbuurten, 1814-1903 (Eigen beheer, 2020). 376 p. ISBN 9789464210522.</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Muurling</surname>
<given-names>Sanne</given-names>
</name>
<aff>Radboud Universiteit Nijmegen</aff>
</contrib>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="electronic">
<year>2021</year>
</pub-date>
<volume>18</volume>
<issue>2</issue>
<fpage>140</fpage>
<lpage>142</lpage>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00a9; Sanne Muurling</copyright-statement>
<copyright-year>2021</copyright-year>
</permissions>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>COVID-19 heeft allerlei historici en literatuurwetenschappers een mooie kans geboden om hun onderzoek over leven en dood tijdens epidemie&#x00EB;n en crises in het verleden te berde te brengen. Camus&#x2019; <italic>La peste</italic> was opeens weer actueler dan ooit, en quarantainemaatregelen van weleer leken onze lockdowns in de vroege dagen van de pandemie wat dragelijker te maken. Historici en opiniemakers waren er ook als de kippen bij om zich openlijk af te vragen of COVID-19 net als de Zwarte Dood zou kunnen functioneren als een grote gelijkmaker. Al in het najaar van 2020 was dit optimisme over de maatschappelijke gevolgen als sneeuw voor de zon verdwenen, toen studies uitwezen dat de sociale ongelijkheden niet af- maar juist toe lijken te nemen &#x2013; op mondiaal, nationaal en ook op lokaal niveau, op het gebied van gender, ras, en klasse.</p>
<p>De vraag wat de relatie is tussen iemands sociaaleconomische status en diens sterftekans, is er een die de gemoederen van historisch demografen al decennia lang bezighoudt. Het formuleren van een antwoord is erg complex, niet in de laatste plaats omdat het defini&#x00EB;ren van wat sociaaleconomische status dan inhoudt (beroep? bezit? opleidingsniveau?) en hoe je het dient te meten geen sinecure is. Naast geaggregeerde statistische bronnen, hebben historici vaak uitsluitend informatie over iemands beroep om de positie van een persoon in de maatschappij te bepalen. Met name voor de negentiende eeuw, toen besmettelijke ziektes de belangrijkste doodsoorzaken vormden en sanitaire voorzieningen (indien aanwezig) ongelijk verdeeld waren, is het onzeker of dat gegeven alleen voldoende verklarende kracht heeft om geografische en maatschappelijke sterfteverschillen te kunnen duiden. Steeds meer dringt de realisatie door dat ook de fysieke en sociale leefomgeving wel eens bepalend zou kunnen zijn geweest. Het is deze bredere opvatting van sociale ongelijkheid waar <italic>Verbonden levenslopen</italic> een mooie bijdrage aan levert.</p>
<p><italic>Verbonden levenslopen</italic> is het in eigen beheer uitgegeven proefschrift van Ton Sliphorst over sociale ongelijkheid en kindersterfte tussen 1814 en 1903. Een vijftal onderling redelijk verschillende, maar intern homogene &#x2018;deelbuurten&#x2019; binnen &#x2018;bouwblok 5.3&#x2019; in de binnenstad van Den Bosch staan hierin centraal: de Hinthamerstraat, de Schilderstraat en de stegen Louwsche Poort, Zusters van Orthenpoort en Achter de Gapert. Aan de hand van de circa 161 woningen die hij bestudeert, tezamen goed voor ongeveer drie procent van de Bossche bevolking, schetst Sliphorst de ontwikkelingen van kindersterfte gedurende een kleine eeuw. Hij signaleert, globaal overeenkomstig met wat bekend is voor de rest van Nederland, een toename van de kindersterfte in Den Bosch in het midden van de negentiende eeuw, mogelijk door de toenemende bevolkingsdichtheid. Het inzetten van sterftedaling laat iets langer op zich wachten dan elders in Nederland, mogelijk door het lange uitblijven van de aanleg van gescheiden riolering en drinkwatervoorziening onder grote delen van de bevolking. Deze sterfte was echter niet gelijk verdeeld over de bestudeerde buurten. Met name het contrast tussen het armste Achter de Gapert en de meer welgestelde Hinthamerstraat bleek groot te zijn: gedurende de hele onderzochte periode waren de sterftekansen van kinderen vele malen hoger in de eerstgenoemde deelbuurt. Hiermee samenhangende risicofactoren die in zeer veel detail de revue passeren zijn onder andere de bevolkings- en kinderdichtheid, moedersterfte, bedeling, hulp van stadsvroedvrouwen en ongehuwd moederschap.</p>
<p>Sliphorst heeft in <italic>Verbonden levenslopen</italic> een ontzagwekkende hoeveelheid informatie bij elkaar gebracht afkomstig uit een breed scala aan archiefbronnen: van de geboorte-, huwelijks- en overlijdensakten, de volkstellingen en de bevolkingsregisters, tot aan de pati&#x00EB;ntenregisters van het ziekenhuis, signalementen van bedeelden, het kadaster, en het militieregister. Door de overdaad aan tabellen en grafieken die uit dit monnikenwerk zijn voortgevloeid is het echter geen publieksboek te noemen, maar voor academici die ge&#x00EF;nteresseerd zijn in de rol van de leefomgeving en persoonlijke risicofactoren biedt dit boek wel een schat aan informatie. De gekozen onderzoeksmethoden staan helaas niet toe welke risicofactoren wanneer, waar, en in welke mate invloed uitoefenden op de verschillende fases van de sterftetransitie. Ook een belangrijke claim van Sliphorst &#x2013; dat de sociale status van een buurt mogelijk een meer betekenisvolle indicator is voor sterftekansen dan het beroep of de belastingklasse van het gezinshoofd (p. 19, 311) &#x2013; wordt meer gesuggereerd dan empirisch gestaafd. Wel geeft dit boek een aanzet voor een andere benadering van sociale ongelijkheid in het onderzoek, &#x00E9;&#x00E9;n waarin ook de fysieke en sociale leefomgeving een plaats moet hebben. Dit is een grote verdienste.</p>
</body>
</article>