<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (NISO Z39.96-2019) Journal Publishing DTD v1.2 20190208//EN" "https://jats.nlm.nih.gov/publishing/1.2/JATS-journalpublishing1-mathml3.dtd">
<article dtd-version="1.2" xml:lang="nl" xmlns:mml="http://www.w3.org/1998/Math/MathML" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">tseg</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>The Low Countries Journal of Social and Economic History</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="print">1572-1701</issn>
<issn pub-type="electronic">2468-9068</issn>
<isbn publication-format="print">978 94 6270 311 7</isbn>
<publisher>
<publisher-name>Leuven University Press</publisher-name>
<publisher-loc>Leuven, Belgium</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">tseg10796</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.52024/tseg10796</article-id>
<article-categories>
<subj-group>
<subject>Book Reviews</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Maarten van den Bos, <italic>Geloven in het ideaal. Geschiedenis en actualiteit van de Arbeidersgemeenschap der Woodbrookers</italic> (Hilversum: Uitgeverij Verloren, 2019). 140 p. ISBN 9789087048037.</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>van Leeuwen</surname>
<given-names>Karin</given-names>
</name>
<aff>Universiteit Maastricht</aff>
</contrib>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="electronic">
<year>2021</year>
</pub-date>
<volume>18</volume>
<issue>2</issue>
<fpage>145</fpage>
<lpage>147</lpage>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00a9; Karin van Leeuwen</copyright-statement>
<copyright-year>2021</copyright-year>
</permissions>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>Het 100 jarig bestaan van Arbeidersgemeenschap der Woodbrookers &#x2013; tegenwoordig Banning Vereniging &#x2013; vormde aanleiding voor dit beknopte boek over de beweging die sinds 1919 streefde naar verbinding tussen christelijk geloof en socialisme. Maarten van den Bos, historicus en secretaris van de Banning Vereniging, biedt hierin tegelijkertijd een historische analyse en een hedendaagse beschouwing. Het &#x2018;eigentijds pamflet&#x2019; is hoofdzakelijk te vinden in het laatste hoofdstuk, waar de auteur de Banning Vereniging oproept om weer verder te kijken dan de functie van &#x2018;platform voor zingevingsvraagstukken&#x2019; die de vereniging en haar voorgangers sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw hadden aangenomen. Het aan de vereniging gerichte pleidooi om, net als in de vroege Arbeidersgemeenschap, daarnaast weer een sterkere ideologische rol in te nemen kleurt echter ook de ongeveer 100 pagina&#x2019;s historische analyse, waarin juist op die idee&#x00EB;nvorming binnen het religieus socialisme de nadruk ligt.</p>
<p>Met die focus op de intellectuele geschiedenis van de Arbeidersgemeenschap wil Van den Bos ook historiografisch het &#x00E9;&#x00E9;n en ander rechtzetten. In de geschiedenis van de sociaaldemocratie is de zoektocht naar religieuze inspiratie binnen de rode beweging immers vooral benaderd als strategie om christelijke kiezers te winnen. Dat geldt in het bijzonder de &#x2018;doorbraak&#x2019; die in 1946 werd ingeluid met de oprichting van de Partij van de Arbeid als &#x2018;grote progressieve volkspartij&#x2019;, bedoeld om &#x2018;politieke scheidslijnen te doorbreken&#x2019; (p. 104). Het denken van &#x00E9;&#x00E9;n van de architecten van die doorbraak, Willem Banning, tevens de grondlegger van de Arbeidersgemeenschap, noopt er volgens Van den Bos echter toe om ook de idealen achter de doorbraak serieus te nemen, ook al kwam er van die idealen &#x2013; het bijeenbrengen van levensovertuiging en politiek, via het zogenaamde &#x2018;personalistisch socialisme&#x2019; &#x2013; uiteindelijk weinig terecht. Tegelijkertijd wil Van den Bos het vooral door religiehistorici opgeroepen beeld bijstellen van de Arbeidersgemeenschap als &#x2018;verbindende schakel&#x2019; tussen de vrijzinnig-protestantse en socialistische morele gemeenschappen, door te laten zien dat de gemeenschap juist tijdens de piekjaren van de verzuiling niet alleen een ontmoetingsplaats was, maar vooral ook een &#x2018;laboratorium voor ideeenvorming over politiek, kerk en samenleving&#x2019; (p. 13).</p>
<p>De geschiedenis van dat &#x2018;laboratorium&#x2019;, waarvoor Van den Bos zich voornamelijk baseert op publicaties van de Arbeidersgemeenschap en haar leiders, ontvouwt zich in vier chronologische hoofdstukken over respectievelijk (1) de vorming van de gemeenschap tot in de jaren dertig, (2) de intellectuele bijdrage aan de doorbraak, (3) de herori&#x00EB;ntatie van de beweging op vormingswerk vanaf de jaren vijftig en (4) de omzwervingen richting verzelfstandiging van de beweging als &#x2018;platform voor zingevingsvraagstukken&#x2019;. Binnen die hoofdstukken voert de chronologie de lezer razendsnel van partijcongressen naar collegebanken, en van praktische organisatiekwesties naar diepgravende beschouwingen over de beschaving van de arbeiders, waarbij de rijke beschrijvingen het overzicht niet altijd ten goede komen. Bovendien is het materiaal soms weerbarstig: na vele bladzijden over Bannings personalistisch socialisme, toch wel het voornaamste idee dat uit diens laboratorium voortkwam, blijkt dat ook Banning zelf eind jaren vijftig erkende dat het begrip &#x2018;een wat vage noemer [was] waaronder heel veel verschillende gedachten bijeen te brengen vielen&#x2019; (p. 104). Maar die verzuchting onderstreept tegelijkertijd het belang van inzicht in de denkwereld waarin idee&#x00EB;n ontstonden &#x2013; en die biedt het boek rijkelijk.</p>
<p>Zo maken de eerste hoofdstukken duidelijk waarom de Friese visserszoon Banning, via zijn Leidse leermeester Roessingh, tegelijkertijd het vrijzinnig protestantisme en het socialisme omarmde en die vanaf 1919 in de Arbeidersgemeenschap bijeenbracht ter verheffing van de arbeider onder het officieuze motto &#x2018;het socialisme is een prachtig ding, maar mijn ziel verkommert&#x2019; (p. 28). Het vraagstuk van gemeenschap, als alternatief voor massa en individu, trok in de jaren twintig al snel enkele honderden belangstellenden. Via publicaties, maar vooral tijdens cursussen in de eigen centra Bentveld en Kortehemmen werd een nieuwe generatie socialisten gevormd die voor de ideologische grondslag van de eigen beweging verder keek dan het marxisme (p. 34, 39). De opkomst van het plansocialisme (p. 40), de intellectuele beweging Eenheid door Democratie (1935, p. 51), maar vooral ook de uitwisselingen met politici en theologen als gijzelaar in Beekvliet (p. 55, 59) vormden de achtergrond voor het voornaamste antwoord dat Banning, op basis van de gedachtevorming binnen de Arbeidersgemeenschap, op de uitdagingen van zijn tijd formuleerde: het personalistisch socialisme. Het socialisme was hierin vooral een &#x2018;zedelijke levensvorm&#x2019;, geworteld in de &#x2018;verantwoordelijkheid voor gerechtigheid en naastenliefde&#x2019; van ieder mens (p. 53).</p>
<p>Met de doorbraakbeweging en de plannen voor radicale verandering in Hervormde Kerk na 1945 leek het personalisme &#x2018;plotsklaps (..) genesteld in het hart van de gedachtenvorming en organisatieontwikkeling in het Nederlandse politieke en religieuze landschap&#x2019; (p. 60). Dit noopte echter tot herbezinning op de rol van de Arbeidersgemeenschap, zeker toen zowel de &#x2018;grondige herkerstening&#x2019; als de doorbraak via de PvdA uitbleven (p. 65). Bakens werden verzet: voortaan zou de Arbeidersgemeenschap het personalistisch ideaal van &#x2018;vorming van de totale mens&#x2019; zelf uitdragen via cursussen voor eigen leden en specifieke beroepsgroepen, vakbondsbestuurders, PvdA&#x2019;ers, en andere doelgroepen (p. 69). Subsidi&#x00EB;ring van dit werk vereiste professionalisering en afstand tot de PvdA (p. 76). Vervolgens zetten algemene secularisering en radicalisering binnen de PvdA de eigen boodschap van de Arbeidersgemeenschap verder onder druk (p. 83). En toen in de jaren tachtig de roep om een meer ideologische rol weer toenam waren er eerst de nodige organisatorische hindernissen te overwinnen (p. 90-92). Pas eind jaren negentig ontstond er binnen de Arbeidersgemeenschap weer ruimte voor eigen gedachten over &#x2018;zingeving&#x2019;, aldus Van den Bos. Toen leek de invulling die Banning daaraan had gegeven &#x2018;voltooid verleden tijd&#x2019; (p. 102). Het laatste hoofdstuk, dat hier verder buiten beschouwing blijft, suggereert echter dat Bannings zoektocht naar &#x2018;gemeenschap&#x2019; mogelijk weer een vervolg krijgt.</p>
</body>
</article>