<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (NISO Z39.96-2019) Journal Publishing DTD v1.2 20190208//EN" "https://jats.nlm.nih.gov/publishing/1.2/JATS-journalpublishing1-mathml3.dtd">
<article dtd-version="1.2" xml:lang="nl" xmlns:mml="http://www.w3.org/1998/Math/MathML" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">tseg</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>The Low Countries Journal of Social and Economic History</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="print">1572-1701</issn>
<issn pub-type="electronic">2468-9068</issn>
<isbn publication-format="print">978 94 6270 290 5</isbn>
<publisher>
<publisher-name>Leuven University Press</publisher-name>
<publisher-loc>Belgium</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
    <article-id pub-id-type="publisher-id">tseg.1204</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.18352/tseg.1204</article-id>
<article-categories>
<subj-group>
<subject>Book Reviews</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Rudolf A.A. Bosch, <italic>Stedelijke macht tussen overvloed en stagnatie. Stadsfinanci&#x00EB;n, sociaal-politieke structuren en economie in het hertogdom Gelre, ca. 1350-1550</italic> (Hilversum: Uitgeverij Verloren, 2019). 581 p. ISBN 9789087047726.</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Zuijderduijn</surname>
<given-names>Jaco</given-names>
</name>
<aff>Universiteit Lund</aff>
</contrib>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="electronic">
<year>2021</year>
</pub-date>
<volume>18</volume>
<issue>1</issue>
<fpage>161</fpage>
<lpage>163</lpage>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00a9; Jaco Zuijderduijn</copyright-statement>
<copyright-year>2021</copyright-year>
</permissions>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>Rudolf A.A. Bosch, <italic>Stedelijke macht tussen overvloed en stagnatie. Stadsfinanci&#x00EB;n, sociaal-politieke structuren en economie in het hertogdom Gelre, ca. 1350-1550</italic> (Jaco Zuijderduijn) &#x2013; Jessica Dijkman and Bas van Leeuwen (eds.), <italic>An Economic History of Famine Resilience</italic> (Michiel de Haas) &#x2013; Jan Luiten van Zanden, Tine de Moor and Sarah Carmichael, <italic>Capital Women. The European Marriage Pattern, Female Empowerment and Economic Development in Western Europe 1300-1800</italic> (Anna Bellavitis) &#x2013; Marianne Eekhout, <italic>Memorabilia van de Tachtigjarige Oorlog</italic> (Michel van Duijnen) &#x2013; Hittjo Kruyswijk, <italic>Gek, niet ziek? Lucas Lindeboom, Abraham Kuyper en de stichting van gereformeerde ziekenhuizen in Nederland (1880-1940)</italic> (Meindert Fennema) &#x2013; Maarten Hell, <italic>De Amsterdamse herberg 1450-1800. Geestrijk centrum van het openbare leven</italic> (Anne Wegener Sleeswijk) &#x2013; Sharika D. Crawford, <italic>The Last Turtlemen of the Caribbean. Waterscapes of Labor, Conservation, and Boundary Making</italic> (Stephanie van Dam) &#x2013; Lodewijk Petram en Samu&#x00EB;l Kruizinga, <italic>De oorlog tegemoet. Nederlanders en de strijd om Spanje, 1936-1939</italic> (Bart van der Steen) &#x2013; David Onnekink and Gijs Rommelse, <italic>The Dutch in the Early Modern World. A History of a Global Power</italic> (Elisabeth Heijmans) &#x2013; Ewout Frankema and Anne Booth (eds.), <italic>Fiscal Capacity and the Colonial State in</italic> <italic>Asia and Africa, c. 1850-1960</italic> (Ellen Hillbom) &#x2013; Thomas Max Safley, <italic>Family Firms and Merchant Capitalism in Early Modern Europe. The Business, Bankruptcy and Resilience of the H&#x00F6;chstetters of Augsburg</italic> (Jeroen Puttevils)</p>
<p>Middeleeuwse stadsfinanci&#x00EB;n zijn notoir lastig te doorgronden. Hoewel het rekeningmateriaal de indruk wekt een afgeronde boekhouding te zijn, is dit vaak deels schijn. Het werkelijk doorgronden van de administratie is daarom een tijdrovende klus: vele tientallen lijvige rekeningboeken moeten op een rijtje worden gezet en met veel kunst- en vliegwerk moet er omgegaan worden met de onvermijdelijke hiaten. Daarbij is het bovendien zaak gebruik te maken van aanvullende documentatie &#x2013; zoals kladrekeningen en persoonlijke administratie &#x2013; die de historicus in staat stellen financi&#x00EB;le feiten van boekhoudkundige fictie te onderscheiden. Rudolf Bosch onderneemt deze <italic>tour de force</italic> niet &#x00E9;&#x00E9;n, maar twee keer in deze studie naar de stadsfinanci&#x00EB;n van Arnhem en Zutphen.</p>
<p>Het werd ook wel weer eens tijd voor een Gelderse bijdrage aan debatten over de laatmiddeleeuwse economie en samenleving, die in de afgelopen decennia inderdaad werden gekenmerkt door een sterke &#x2018;flandro- en hollandocentrische bias&#x2019; (p. 16). Historici van deze regio&#x2019;s hebben onder meer betoogd dat financi&#x00EB;le innovaties de basis legden voor de machtige en welvarende Bourgondisch-Habsburgse Nederlanden &#x2013; en in het Noorden uiteindelijk ook voor De Republiek. Bosch presenteert het hertogdom Gelre als een soort controlegroep: hier was geen sprake van economische groei, maar juist van stagnatie. Lag dit dan aan een gebrekkig financieel systeem, zoals de historiografie lijkt te impliceren? Het bronnenmateriaal is alvast om van te watertanden: de Arnhemse stadsrekeningen zijn &#x2013; vrijwel zonder onderbreking! &#x2013; overgeleverd van het boekjaar 1353/1354 tot het begin van de moderne tijd, die van Zutphen zijn iets minder goed bewaard gebleven, maar gaan desondanks terug tot 1381.</p>
<p>De lezer wordt getrakteerd op twee eeuwen stadsfinanci&#x00EB;n van twee steden. Wat levert dat op? Ten eerste een zeer gedegen overzicht van de middeleeuwse geschiedenis van de schatkist van respectievelijk Arnhem en Zutphen. Net als in naburige gewesten kwamen de stadsfinanci&#x00EB;n van Arnhem en Zutphen steeds meer onder druk te staan in de tweede helft van de vijftiende eeuw. Belastingen op levensmiddelen stegen en de publieke schuld groeide, door de aanhoudende verkoop van renten. Het droevige eindresultaat was een langdurige financi&#x00EB;le crisis. Bosch ziet deze als een cruciale gebeurtenis, die vooral in Arnhem ruimte cre&#x00EB;erde voor vernieuwing. De elite die zich van oudsher over de stadsfinanci&#x00EB;n ontfermde, moest geleidelijk aan de boeken openen voor Arnhemse burgerij, die ook weleens wilde meelezen. Want: waarom werd zij eigenlijk jaar na jaar geconfronteerd met stijgende lasten? Vanaf 1483 kwam er daarom een burgercommissie die met stadsinkomsten onbetaalde renten diende uit te keren. En in 1487 vergrootte de burgerij haar invloed zelfs verder: de ambachtslieden verwierven het recht om zich in gilden te organiseren en zitting te nemen in het stadsbestuur.</p>
<p>De burgerij wendde haar politieke invloed aan om de publieke schuld te gaan saneren. Dat was onder meer nodig, omdat renteniers het recht hadden om stedelingen hoofdelijk aansprakelijk te stellen voor achterstallige rentebetalingen. Dit &#x2018;represaillerecht&#x2019; kon leiden tot schuldgijzelingen en de confiscatie van handelswaar. In Arnhem stuurde de burgerij aan op het uitbetalen van renten aan vreemdelingen &#x2013; die het handelsverkeer lam konden leggen &#x2013; en het opschorten van rentebetalingen aan de Arnhemmers zelf. In ruil voor deze aanpak zou de burgerij akkoord gegaan zijn met hogere belastingen en slaagde Arnhem erin om renten te betalen en ook om de publieke schuld geleidelijk af te Bouw- en. In Zutphen kwam de burgerparticipatie in stedelijke financi&#x00EB;n daarentegen niet echt van de grond, waardoor het stadsbestuur geen draagvlak had voor structurele belastingverhogingen. Daardoor stond de stad tot diep in de zestiende eeuw in het rood.</p>
<p><italic>No taxation without representation.</italic> Door burgerinspraak te koppelen aan de sanering van de publieke schuld van Arnhem, levert Bosch een belangrijke bijdrage aan het debat over laatmiddeleeuwse stadsfinanci&#x00EB;n &#x2013; hoewel er nog wel wat werk verzet moet worden. Zo lijkt de auteur er impliciet van uit te gaan dat de Arnhemse burgers niet in eigen vlees sneden toen zij voorstelden rentebetalingen aan de Arnhemmers op te schorten (p. 202). Maar zonder een analyse van de Sociaal-Economische achtergrond van Arnhemse rentekopers is dit moeilijk hard te maken en is het lastig om in te schatten welke belangen de burgerij had en hoe we de maatregelen die zij afdwongen moeten interpreteren. Hetzelfde geldt voor de suggestie dat vooral de &#x2018;handeldrijvende burgers van de stad&#x2019; (p. 494) werden getroffen door represailles &#x2013; en <italic>niet</italic> de elite: waren de laatsten werkelijk helemaal niet actief in de langeafstandshandel, of daarvan op zijn minst afhankelijk?</p>
<p>Buiten Gelre ontvingen steden die in zwaar weer verkeerden moratoria, waarmee het represaillerecht tijdelijk werd opgeschort en het weer mogelijk werd om op handelsreis te gaan. Op deze manier reikte vooral Filips de Schone vele steden de helpende hand &#x2013; hij had daar ook alle belang bij, omdat hij voor zijn inkomsten en leningen grotendeels afhankelijk was van zijn steden en die mochten daarom absoluut niet in het slop raken. Volgens Bosch hoefden Arnhem en Zutphen niet op hulp van de hertog van Gelre te rekenen. Maar toch ontving Arnhem wel degelijk moratoria, in 1474 van Karel de Stoute en in 1505 van Filips de Schone (p. 490, 495) die destijds de scepter over Gelre zwaaiden. Weliswaar Bourgondisch-Habsburgse landsheren, maar toch&#x2026; In hoeverre werd het herstel van de Arnhemse stadsfinanci&#x00EB;n niet (ook) door deze moratoria mogelijk gemaakt?</p>
<p><italic>Stedelijke macht tussen overvloed en stagnatie</italic> is een ambitieuze studie. De financi&#x00EB;n van Arnhem en Zutphen worden onderling vergeleken. Ook wordt in kaart gebracht hoe de verhoudingen tussen de twee steden en de hertogen van Gelre zich ontwikkelden. Bovendien worden de stadsfinanci&#x00EB;n en politieke economie van Arnhem en Zutphen gespiegeld aan die van steden elders in de Lage Landen. Ik was vooral getroffen door de overeenkomsten: ook steden in Gelre moesten blijkbaar mee in de financieringswedloop die de Bourgondi&#x00EB;rs en Habsburgers ontketenden in de Lage Landen. Overal waren er wel steden zich zolang in de schulden staken totdat grootschalige saneringen noodzakelijk werden. Of ze daarmee nu de Bourgondi&#x00EB;rs en Habsburgers financieel ondersteunden, zoals in Vlaanderen, Brabant en Holland, of zich juist deze dynastie&#x00EB;n van het lijf trachtten te houden, zoals in Gelre: linksom of rechtsom kwam de bodem van de stedelijke schatkist al snel in zicht.</p>
</body>
</article>
