<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (NISO Z39.96-2019) Journal Publishing DTD v1.2 20190208//EN" "https://jats.nlm.nih.gov/publishing/1.2/JATS-journalpublishing1-mathml3.dtd">
<article dtd-version="1.2" xml:lang="nl" xmlns:mml="http://www.w3.org/1998/Math/MathML" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">tseg</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>The Low Countries Journal of Social and Economic History</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="print">1572-1701</issn>
<issn pub-type="electronic">2468-9068</issn>
<isbn publication-format="print">978 94 6270 290 5</isbn>
<publisher>
<publisher-name>Leuven University Press</publisher-name>
<publisher-loc>Belgium</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
    <article-id pub-id-type="publisher-id">tseg.1214</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.18352/tseg.1214</article-id>
<article-categories>
<subj-group>
<subject>Book Reviews</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Hittjo Kruyswijk, <italic>Gek, niet ziek? Lucas Lindeboom, Abraham Kuyper en de stichting van gereformeerde ziekenhuizen in Nederland (1880-1940)</italic> [Donum Reeks.] (Amsterdam: HDC Centre for Religious History, 2020). 198 p. ISBN 9789072319401.</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Fennema</surname>
<given-names>Meindert</given-names>
</name>
<aff>Universiteit van Amsterdam</aff>
</contrib>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="electronic">
<year>2021</year>
</pub-date>
<volume>18</volume>
<issue>1</issue>
<fpage>169</fpage>
<lpage>172</lpage>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00a9; Meindert Fennema</copyright-statement>
<copyright-year>2021</copyright-year>
</permissions>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>Hoe komt het dat het gereformeerde volksdeel tien keer meer psychiatrische inrichtingen heeft voorgebracht dan algemene ziekenhuizen? Zouden gereformeerden zo veel vaker psychisch gestoord zijn geweest? Het omgekeerde blijkt het geval: gereformeerden waren, volgens gegevens uit 1909 en 1914, minder vaak opgenomen als psychiatrische pati&#x00EB;nt dan hervormden of katholieken. Zou het lidmaatschap van de gereformeerde broederschap misschien een heilzame werking hebben op de geestelijke gezondheid?</p>
<p>In zijn boek <italic>Gek, niet ziek?</italic> doet de cardioloog en historicus Hittjo Kruyswijk onderzoek naar de grondlegger van het gereformeerde ziekenhuiswezen, Lucas Lindeboom, en naar de opvattingen van Abraham Kuyper over ziek zijn en beter worden. Ik beperk mij hier tot Abraham Kuyper, die uitgesproken idee&#x00EB;n had over de verzorging van krankzinnigen, die in zijn ogen in de eerste plaats een <italic>sociaal</italic> probleem waren. De verzorging van zieken en krankzinnigen was geen staatstaak, maar in eerste instantie een taak van de familie. Mochten bloedverwanten niet in de gelegenheid zijn hun krankzinnige familieleden te verzorgen, dan moeten ze &#x2018;elders&#x2019; ondergebracht worden. Zij dienden verzorgd te worden door (1) De kerken van Jezus Christus, (2) Bij ontstentenis van de Kerk van Jezus trede de Christelijke Vereeniging op den voorgrond (3) Waar ook die macht terugbleef, de gewone particuliere nijverheid, die verpleegt tegen gereede betaling; niet om Godswil maar voor geld.&#x2019; (p. 126). Pas als de krankzinnige niet &#x2018;in eigen kring&#x2019; kan worden verpleegd, dan &#x2018;zou de Overheid tussen beide moeten komen.&#x2019;</p>
<p>Die overheid moest vanaf 1841 al optreden omdat bij een opname in een inrichting niet alleen een arts, maar ook een rechter te pas kwam. Kuyper wilde de arts en de rechter vervangen door een curator, omdat hij volgens Kruyswijk krankzinnigheid meer als een maatschappelijk en juridisch probleem zag, dan een als medisch te behandelen ziekte. Overigens is Kuyper ook geen groot voorstander van ziekenhuizen, maar als het medisch noodzakelijk was moest een zieke in een hospitaal worden verpleegd. Dat gold nog in sterkere mate voor krankzinnigen. Hoewel Kuyper de eerste verantwoordelijkheid voor de verpleging van zieken bij de bloedverwanten legde, was hij in de praktijk een groot voorstander van het afzonderen van krankzinnigen. &#x2018;Wezenlijk krankzinnigen <italic>stichten</italic> gemeenlijk niet, maar <italic>verwilderen</italic> een gezin. (&#x2026;) Zij moeten afgezonderd zijn.&#x2019; De krankzinnige heeft dus een andere, en vooral ook lagere status dan de zieke. Treft de krankzinnige zelf enige blaam? Nee, dat nu ook weer niet. Weliswaar ziet Kuyper ziekte &#x2013; en ook krankzinnigheid &#x2013; als een straf van God, maar de gevolgen van de zondeval drukken op de gehele mensheid; ziekte is dus niet het gevolg van zonde van de pati&#x00EB;nt zelf. Wel is het volgens Kuyper zo, dat God alles bepaalt op dit ondermaanse; hij is dus direct verantwoordelijk voor ziektes.</p>
<p>In de loop van de negentiende eeuw werden in de geneeskunde verschillende methodes ontwikkeld om lichamelijke ziektes te voorkomen of te genezen. Vaccinatie was daar een belangrijk voorbeeld van. Maar waarom zou men, als alles Gods wil was en ook ziektes door Hem gezonden werden moeite mogen doen om ziektes te voorkomen of zieken te genezen? Kuyper was voorstander van vaccinatie, hij zag het als een vorm van natuurgeneeswijze, door God (aan)geboden in het kader van de algemene genade. Zo weet hij ook hier weer een passende draai aan te geven. De legitimatie van de bestrijding van bacteri&#x00EB;n (antisepsis, asepsis) ontleent hij wonderlijk genoeg aan de macht over het dierenrijk die de mens in het paradijs werd gegeven (p. 144). We mogen, aldus Kuyper, God niet vragen een zieke te genezen, maar we mogen zelf wel alles op alles zetten om ziektes te genezen.</p>
<p>Hoe zit dat bij krankzinnigheid? Krankzinnigheid is geen ziekte in de medische zin van het woord, noch kan het antwoord op de vraag &#x2018;wel of niet behandelen?&#x2019; door de pati&#x00EB;nt zelf gegeven worden. In Kuypers tijd waren er, zo schrijft Kruyswijk, nog weinig geneesmiddelen die hielpen tegen krankzinnigheid, buiten de kalmeringsmiddelen als broom. Liefderijke verzorging was vrijwel het enige dat bestond en een verzorging op basis van rust, reinheid en regelmaat was vaak heel effectief. Die verzorging werden aangevuld met badtherapie&#x00EB;n en arbeidstherapie. Dat dit gebeurde in de afzondering van een inrichting, had te maken met de eerder genoemde opvatting van Kuyper dat krankzinnigen een verwilderende invloed hadden op het gezinsleven en het dorpsleven.</p>
<p>Wie de verhandeling van Kruyswijk leest kan zich niet aan de indruk onttrekken dat Kuyper weliswaar de suggestie weet te wekken dat hij zijn sociologische observaties en zijn morele oordelen afleidt van de Schrift of van zijn interpretatie daarvan, maar dat hij eigenlijk het omgekeerde doet. Zijn maatschappelijke en morele oordelen vormen de basis van zijn theologische bespiegelingen, die op zichzelf al behoorlijk tegenstrijdig zijn. Zo luidt de kop van een paragraaf in hoofdstuk 4: Hoe kan ziekte tegelijkertijd naar Gods wil en tegen Gods wil zijn? Met een zo tegenstrijdige Godsbesef moet het niet moeilijk zijn om voor alle maatschappelijke problemen een theologisch sluitende oplossing te vinden. Dat komt misschien nog het sterkst naar voren in Kuypers beschouwingen over de rol van arts en rechter bij de bepaling of iemand krankzinnig is. Zijn voorstel om het besluit tot opname aan een door de Rechter-commissaris aangewezen &#x2018;curator&#x2019; over te laten, getuigt van een groot vertrouwen in de sociale omgeving van de krankzinnige. En ook het feit dat het besluit van de Rechtbank gebaseerd moet zijn op een medisch attest voorzien van een schriftelijke verklaring van onderzoek naar de geestelijke toestand door een predikant, pastoor of rabbijn, getuigt daarvan.</p>
<p>De theologie lijkt voor Abraham Kuyper een middel om zijn persoonlijke inzichten over hoe de maatschappij dient te worden ingericht kracht bij te zetten met de donder en bliksem uit het Oude Testament. Dat verklaart misschien ook zijn geweldige populariteit bij zijn achterban. Abraham Kuyper verwoordt de opvattingen van zijn achterban inzake familie en moraal en doet dat in zeer verheven en dwingende taal: de tale Kana&#x00E4;ns. Het verklaart in ieder geval het oordeel van Kruyswijk over de persoon van Kuyper: &#x2018;Over ziekenverzorging, geneeskunde en artsen had Kuyper evenals op veel ander gebied een uitgesproken mening die hij met grote overtuigingskracht en meer dan zachte dwang placht over te brengen.&#x2019;(p. 123).</p>
</body>
</article>
