<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (NISO Z39.96-2019) Journal Publishing DTD v1.2 20190208//EN" "https://jats.nlm.nih.gov/publishing/1.2/JATS-journalpublishing1-mathml3.dtd">
<article dtd-version="1.2" xml:lang="nl" xmlns:mml="http://www.w3.org/1998/Math/MathML" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">tseg</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>The Low Countries Journal of Social and Economic History</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="print">1572-1701</issn>
<issn pub-type="electronic">2468-9068</issn>
<isbn publication-format="print">978 94 6270 311 7</isbn>
<publisher>
<publisher-name>Leuven University Press</publisher-name>
<publisher-loc>Leuven, Belgium</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">tseg10838</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.52024/tseg10838</article-id>
<article-categories>
<subj-group>
<subject>Book Reviews</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Gaila Jehoel, <italic>Het culturele netwerk van Jan van Scorel. Schilder, kanunnik, ondernemer en kosmopoliet</italic> (Hilversum: Uitgeverij Verloren, 2020). 500 p. ISBN 9789087048600.</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Verhoeven</surname>
<given-names>Gerrit</given-names>
</name>
<aff>freelance historicus en archivaris</aff>
</contrib>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="electronic">
<year>2021</year>
</pub-date>
<volume>18</volume>
<issue>2</issue>
<fpage>153</fpage>
<lpage>155</lpage>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00a9; Gerrit Verhoeven</copyright-statement>
<copyright-year>2021</copyright-year>
</permissions>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>Geen betere basis voor een dissertatie dan verbazing. Gaila Jehoel begint ermee, in de eerste zin van haar boek: waarom wordt het werk van kunstenaars zo vaak thematisch ingedeeld en los van hun levensloop beschreven? Zij wil in haar onderzoek naar Jan van Scorel (1495-1562) aantonen dat zijn carri&#x00E8;re en ontwikkeling als schilder niet los kunnen worden gezien van zijn contacten in kringen van geestelijken, bestuurders, kooplieden, geleerden en vorsten. Zij volgt hem op zijn reizen door Europa en naar Jeruzalem en legt waar mogelijk verbanden tussen wie hij ontmoette en wat hij produceerde. Haar belangrijkste gids is het in 1604 gepubliceerde <italic>Schilder-boeck</italic> van Karel van Mander. Diens schematische beeld kleurt Jehoel in met behulp van een indrukwekkende hoeveelheid literatuur en archiefbronnen.</p>
<p>Jan was de zoon van de vice-cureit van Schoorl, die het pastoorsambt bekleedde namens het Utrechtse kapittel van Sint-Jan &#x2013; niet namens een onbekend gebleven persoon, zoals Jehoel abusievelijk stelt. Hij volgde de Latijnse School in Alkmaar en ging daar vermoedelijk in de leer bij de schilder Cornelis Buys. Via hem kreeg Van Scorel toegang tot families als Van Egmond en Pijnssen, die een belangrijke rol speelden in het landsbestuur, en tot het geleerde milieu rond abt Meynard Man van de abdij van Egmond. Hij zette zijn opleiding voort in Amsterdam, waar hij zijn netwerk van letterkundigen en humanisten verder uitbreidde. Vervolgens toog hij naar de bisschopsstad Utrecht en vond in de internationaal geori&#x00EB;nteerde hoge geestelijkheid een ideale springplank voor een carri&#x00E8;re in het buitenland.</p>
<p>Vermoedelijk eind 1517 vertrok Van Scorel voorzien van aanbevelingsbrieven van zijn kennissen via Keulen en Spiers naar Straatsburg, Basel en Neurenberg. Hij ontmoette toonaangevende kunstenaars als Albrecht D&#x00FC;rer en machtige bestuurders als Matth&#x00E4;us Lang, vertrouweling van keizer Maximiliaan I. Najaar 1519 arriveerde hij in Veneti&#x00EB;, waar hij aansluiting vond bij Duitse en Vlaamse kooplieden. Van Scorel ging met een groep voorname Hollanders scheep voor een pelgrimage naar het Heilige Land. Het zal geen toeval zijn dat hij later in zijn carri&#x00E8;re opdrachten kreeg van of via reisgenoten, zoals Jan de Heuyter, schout van Delft, en Lambrecht Willemsz van Varick, pastoor van de Oude Kerk aldaar.</p>
<p>Terug in Itali&#x00EB; vestigde Van Scorel zich in Rome, waar intussen de Nederlandse paus Adrianus VI was aangetreden. Het verblijf in diens entourage vol oude bekenden uit Utrecht was uiterst vruchtbaar voor zijn artistieke ontwikkeling en voor zijn netwerk. Van Scorel voerde het beheer over de pauselijke kunstcollecties en beschikte over een atelier in het Belvedere. Bovendien kreeg hij zekerheid over zijn financi&#x00EB;le toekomst omdat de paus hem een kanunnikprebende in Utrecht in het vooruitzicht stelde. Na het overlijden van Adrianus in september 1523 keerde Van Scorel terug naar het noorden. Wegens politieke woelingen in Utrecht verhuisde hij zijn atelier tijdelijk naar Haarlem, waar hij onder meer Maarten van Heemskerck opleidde. Hij kreeg prestigieuze opdrachten van het vermogende klooster van de Johannieters en portretteerde de leden van de broederschap van de Jeruzalempelgrims, inclusief zichzelf.</p>
<p>Nadat keizer Karel V het wereldlijk gezag van de bisschop had overgenomen, keerde Van Scorel terug naar Utrecht. Hij beschikte over uitstekende contacten met de nieuwe machthebbers en wist met hun steun eindelijk het door de paus toegezegde kanonikaat in het kapittel van St. Marie in te nemen. Slechts in een voetnoot (p. 258) merkt Jehoel op dat Van Scorel daarvoor moest zweren dat hij een van de hogere wijdingen had ontvangen en als subdiaken, diaken of priester diende deel te nemen aan de hoogmis. Het is jammer dat zij zich nergens de vraag stelt wanneer en waar hij tot de geestelijke stand is toegetreden. Die stap is relevant, te meer daar zij poneert dat kerken en kloosters Van Scorel juist graag inhuurden omdat hij kanunnik was.</p>
<p>Voor het dagelijks leven maakte deze status overigens niet veel uit: Van Scorel leefde &#x2018;gewoon&#x2019; samen met een vrouw. Dat was toentertijd niet ongebruikelijk in kringen van kanunniken, al was het aantal van zes kinderen dat hij kreeg met Aecht van Schoonhoven wel bovengemiddeld. Hij kocht een groter huis naarmate zijn gezin omvangrijker werd en huurde een atelier voor zijn groeiende aantal leerlingen. Zo kon hij ondanks zijn bestuurlijke en diplomatieke werkzaamheden voor het kapittel toch steeds meer opdrachten aannemen.</p>
<p>In 1549 stortte Van Scorel zich op een waterstaatkundige uitdaging: de drooglegging van de Zijpe, een zeearm in zijn geboortestreek die regelmatig voor overstromingen zorgde. Hij haalde tal van vermogende lieden uit zijn enorme netwerk over om hierin te investeren. Van deze onderneming wist hij echter geen succes te maken en in 1554 liep het project vast. Drie jaar later overleed Van Scorel. In het laatste hoofdstuk stelt Jehoel zijn artistieke nalatenschap aan de orde, met aandacht voor zijn reputatie, de werken die aan hem worden toegeschreven en hun lotgevallen. Al tijdens zijn leven werd hij erkend als de schilder die de Italiaanse renaissance naar het noorden had gebracht. Jehoel had ook wel even stil mogen staan bij zijn kinderen, want hun wel en wee laat goed zien hoezeer artistiek talent en een groot netwerk konden zorgen voor sociale stijging van het nageslacht van een eenvoudige dorpspastoor. Van Scorels oudste zoon trad als schilder in de voetsporen van zijn vader en was lid van het Utrechtse stadsbestuur. Hij en andere nazaten trouwden partners uit voorname burgerkringen of de adel.</p>
<p>Jehoel heeft een bijzonder informatief boek geschreven, waarin onnoemelijk veel personen de revue passeren. Juist daarom had een register niet mogen ontbreken. Een ander minpunt is dat de illustraties achterin zijn samengebracht en dat veel daarvan echt te klein zijn afgedrukt. Jehoel stelt in haar inleiding dat er weliswaar veel over Van Scorel is gepubliceerd, maar dat het beeld erg versnipperd is. Zij past talloze puzzelstukjes vaardig aan elkaar en vult heel wat gaatjes waarvan we niet eens wisten dat ze bestonden. Alle bouwstenen lijken klaar te liggen voor een oeuvrecatalogus en een biografie over een van de interessantste schilders uit de zestiende eeuw.</p>
</body>
</article>