<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (NISO Z39.96-2019) Journal Publishing DTD v1.2 20190208//EN" "https://jats.nlm.nih.gov/publishing/1.2/JATS-journalpublishing1-mathml3.dtd">
<article dtd-version="1.2" xml:lang="nl" xmlns:mml="http://www.w3.org/1998/Math/MathML" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">tseg</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>The Low Countries Journal of Social and Economic History</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="print">1572-1701</issn>
<issn pub-type="electronic">2468-9068</issn>
<isbn publication-format="print">978 94 6270 311 7</isbn>
<publisher>
<publisher-name>Leuven University Press</publisher-name>
<publisher-loc>Leuven, Belgium</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">tseg10841</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.52024/tseg10841</article-id>
<article-categories>
<subj-group>
<subject>Book Reviews</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Heidi Deneweth, <italic>Goede muren maken goede buren. Verbouwingen en buurtleven in Brugge 1500-1800</italic> (Brugge: Van de Wiele, 2020). 223 p. ISBN 9789076297835.</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>D&#x2019;haene</surname>
<given-names>Emma</given-names>
</name>
<address/>
<aff>KU Leuven</aff>
</contrib>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="electronic">
<year>2021</year>
</pub-date>
<volume>18</volume>
<issue>2</issue>
<fpage>161</fpage>
<lpage>163</lpage>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00a9; Emma D&#x2019;haene</copyright-statement>
<copyright-year>2021</copyright-year>
</permissions>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>Begin 2021 laaide in de Vlaamse media een stevige discussie op over de leesbaarheid van academische publicaties. De resultaten van historisch onderzoek zouden enkel collega&#x2019;s in andere ivoren torens bereiken. Wat vaak vergeten wordt is dat resultaten van historici zowel gepubliceerd worden in vakliteratuur, als in werken die bedoeld zijn voor het brede publiek. <italic>Goede muren maken goede buren. Verbouwingen en buurtleven in Brugge 1500-1800</italic> van Heidi Deneweth is daar een mooi voorbeeld van. In feite is dit werk een uitgave van het derde deel van haar doctoraatsverhandeling (VUB, 2008), namelijk dat over het bouwen en verbouwen door particuliere eigenaars in interactie met de overheid en hun buren. Op een toegankelijke manier schetst ze hoe stedelijke, economische en sociaal-culturele veranderingen zich in het vroegmoderne Brugge voltrokken en hoe die veranderingen invloed hadden op de bebouwde omgeving. Wat dit onderzoek zo bijzonder maakt is dat burenrelaties een centrale plaats krijgen.</p>
<p>De eerste twee hoofdstukken zijn als het ware een aanloop naar het eigenlijke verhaal. In het eerste hoofdstuk laat de auteur zien hoe haar onderzoek zich op het snijpunt bevindt van sociaaleconomisch, architectuur-historisch, bouwhistorisch en archeologisch onderzoek. Anders dan in de bestaande historiografie ligt de focus op het belang van de verbouwingen en de invloed die ze hadden op de relaties met de buren. Het is al langer bekend dat goede relaties onontbeerlijk waren in buurten, omdat men op alle vlakken meer op elkaar aangewezen was, zoals voor kredieten. Ook overstijgt dit werk het louter oikologisch en microhistorisch onderzoek. Want hoewel wordt vertrokken vanuit het perspectief van de individuele huizen, gaat het hier vooral over evoluties in de bredere maatschappij. Aan de hand van onder meer bronnen uit het Brugse stadsarchief illustreert Deneweth hoe dit alles evolueerde in drie verschillende stadswijken. Hierna volgt een hoofdstuk dat wellicht moeilijker verteerbaar zal zijn voor de gemiddelde lezer. Toch is dit stuk over de sociaaleconomische veranderingen in Brugge en de vastgoedmarkt een meerwaarde omdat het laat zien hoe Brugge evolueerde van d&#x00E9; <italic>gateway</italic> van West-Europa naar een flexibele stad die probeerde om te gaan met emigratiegolven die resulteerden in veranderende huisvestingspatronen. Dit deel wordt terecht afgesloten met de opmerking dat de bouwsector een goede indicator is voor de economische conjunctuur.</p>
<p>De volgende drie hoofdstukken behandelen de private huisvesting en de interactie tussen eigenaars, de overheid en de buren. Het eerste van de drie gaat in op de overheidsrichtlijnen met betrekking tot de publieke en private ruimte en illustreert hoe de lokale overheid haar greep op de openbare ruimte stelselmatig vergrootte. Die probeerde leegstand door emigratie te verbergen, om zo voor een veiliger gevoel te zorgen. Daar bovenop kwamen initiatieven om de publieke en private ruimte beter van elkaar te scheiden, met als doel om het transport vlotter te maken. Vanaf de zeventiende eeuw kwamen daar nieuwe argumenten van esthetiek bij. Deze bevindingen passen binnen de algemene evolutie waarbij steden bewust werden van hun openbare ruimte en die mee vormgaven en transformeerden (Borsay, 1989). Het wonen en werken werd teruggedrongen naar de private ruimte, waardoor stedelingen oplossingen moesten zoeken voor concrete problemen in hun onmiddellijke woonomgeving. Hierover gaan de twee volgende hoofdstukken. In het vierde deel ligt de nadruk op de afspraken die werden gemaakt met de buren over inkijk en doorgaansrecht. De auteur wijst erop dat goede afspraken met buren over vrije doorgang op private grond meer voorkwamen dan ruzies. Maar hoewel die laatste uitzonderingen zijn, verdienden ze iets meer aandacht omdat ze uiteenlopende meningen over het samenleven in de stad kunnen illustreren. Het vijfde hoofdstuk, dat licht doet schijnen op nutsvoorzieningen en tuinen, bevat opnieuw mooie case studies. De overheid verplichtte inwoners om de straten schoon te houden, maar vertelde hen niet hoe. Dit boek verklaart dat bewoners dan maar zelf voor een oplossing zorgden, door toiletten, afwatering en lichtrijke tuinen te voorzien om hun eigen comfort te vergroten.</p>
<p>Echte verklaringen vinden we vooral in het zesde en laatste hoofdstuk. Hierin keren we terug naar de essentie krijgen we antwoord op de vragen (1) wanneer de verbouwingen gebeurden en hoe ze de structuur en het uitzicht van de onderzochte stadswijken veranderd hebben, en (2) hoe de eigenaars en bewoners interageerden met hun buren en de overheid. Verbouwingen en aanpassingen aan erfdienstbaarheden vertoonden grote paralellen met de Brugse conjunctuur. In de eerste helft van de vroegmoderne periode werd dan ook veel intensiever verbouwd dan in de tweede helft van die periode. Verklaringen voor deze verbouwingen en aanpassingen zoekt de auteur voornamelijk in de richting van een groter verlangen naar privacy en wooncomfort. Hoewel niet iedereen daar het geld, de technische kennis en juridische macht voor had, hadden ze daar allemaal de toestemming van hun buren voor nodig. Hier pasten de Bruggelingen uiteraard verschillende strategie&#x00EB;n voor toe.</p>
<p>Zelfs in tijden van economische neergang bleef Brugge flexibel en veerkrachtig. Crisissen leidden niet tot een totale leegloop van de stad, maar zorgden voor een transformatie van de huisvestingspatronen. Die verschilden in het centrum en aan de rand van de stad, waar er vooral na 1585 meer gehuurd werd. Het samenbrengen van burenrelaties en die nieuwe huisvestingspatronen is vernieuwend, het verhaal is helder gebracht en het werk is prachtig vormgegeven. Elke tabel, kaart en afbeelding is een meerwaarde. Wie hoopt op een hapklare brok informatie over huizen en wonen in Brugge komt enigszins bedrogen over omdat het een wetenschappelijk werk blijft, maar het werk hoort thuis op de boekenplank van iedereen die geboeid is door stedelijke ontwikkeling, huisvesting en het buurtleven.</p>
</body>
</article>