<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (NISO Z39.96-2019) Journal Publishing DTD v1.2 20190208//EN" "https://jats.nlm.nih.gov/publishing/1.2/JATS-journalpublishing1-mathml3.dtd">
<article dtd-version="1.2" xml:lang="nl" xmlns:mml="http://www.w3.org/1998/Math/MathML" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">tseg</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>The Low Countries Journal of Social and Economic History</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="print">1572-1701</issn>
<issn pub-type="electronic">2468-9068</issn>
<isbn publication-format="print">978 94 6270 311 7</isbn>
<publisher>
<publisher-name>Leuven University Press</publisher-name>
<publisher-loc>Leuven, Belgium</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">tseg.11090</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.52024/tseg.11090</article-id>
<article-categories>
<subj-group>
<subject>Book Reviews</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Joyce Goggin en Frans de Bruyn (red.), <italic>Comedy and Crisis. Pieter Lan- gendijk, the Dutch, and the Speculative Bubbles of 1720</italic> (Liverpool: Liver- pool University Press, 2020). 286 p. ISBN 9781789622201.</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>de Haas</surname>
<given-names>Anna</given-names>
</name>
<aff>Toneelhistoricus</aff>
</contrib>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="electronic">
<month>12</month>
<year>2021</year>
</pub-date>
<volume>18</volume>
<issue>3</issue>
<fpage>172</fpage>
<lpage>174</lpage>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00a9; Anna de Haas</copyright-statement>
<copyright-year>2021</copyright-year>
</permissions>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>De koortsachtige handel in acties (aandelen) van meestal in de gauwigheid en voor de gelegenheid opgerichte compagnie&#x00EB;n was in 1720 het gesprek van de dag, zeker toen de meeste acties slechts waardeloos papier bleken te zijn. Deze zogeheten windhandel gaf aanleiding tot talloze pamfletten en prenten, waarin verontwaardiging, onbegrip, leedvermaak en spot over elkaar heen buitelen. Daaronder ook twaalf &#x2018;actie&#x2019;-toneelstukken, geschreven door Jacob Clyburg, Gijsbert Tijssens, Pieter Langendijk en Govert van Mater, waarvan alleen de twee van Langendijk zijn opgevoerd (september t/m november 1720). Als gelegenheidsstukken waren ze commercieel echter alleen interessant zolang hun onderwerp, de windhandel, actueel was. Om die reden is voor de hedendaagse lezer toelichting op tekst en context onontbeerlijk. En dat is wat <italic>Comedy and Crisis</italic> biedt.</p>
<p>Allereerst zijn er de volledige teksten van Langendijks blijspel <italic>Quincampoix</italic> en &#x2018;kluchtig blijspel&#x2019; <italic>Arlequyn actionist</italic> (<italic>Harlequin Stock-Jobber</italic>), van Nederlands rijm overgezet in Engels proza en voorzien van annotaties zowel uit de tekstuitgave van C.H.P. Meijer (1892) als van de tekstbezorgers. Ze vormen de basis van de zes daaropvolgende &#x2018;Critical Essays&#x2019;.</p>
<p>Aan de wieg van de actiehandel stond de Schotse econoom John Law. Meer over hem in &#x2018;John Law, the South Sea Bubble, and Dutch Satire&#x2019;, het essay van Helen J. Paul, waarin ze uitlegt waarom de meeste mensen toen nog de voorkeur gaven aan klinkende munt, specie met intrinsieke waarde, boven aandelen, &#x2018;papiertjes&#x2019; met een veronderstelde waarde. Volgens haar begreep Langendijk, anders dan zijn editor Meijer, redelijk goed hoe de actiehandel werkte en hoe het mis kon gaan.</p>
<p>Ter excuus voert Henk Looijesteijn aan dat Meijer in 1892 op slechts &#x00E9;&#x00E9;n artikel kon terugvallen, terwijl wij inmiddels beschikken over een respectabel aantal studies over het fenomeen &#x2018;bubbel&#x2019; en over enkele roemruchte eerdere bubbels, zoals de tulpomanie (1630). Uit al die literatuur distilleert Looijesteijn een helder overzicht van &#x2018;onze&#x2019; actiehandel: &#x2018;Opportunity in an Age of Folly. The Bubble of 1720 in the Dutch Republic&#x2019;. Over voorgeschiedenis, achtergronden en het wel en wee van enkele compagnie&#x00EB;n en individuele speculanten, waarbij duidelijk wordt dat het wee bij ons relatief beperkt bleef. Evenals trouwens het wel.</p>
<p>De wellicht nu aanstootgevende &#x2018;racial slurs and gendered remarks&#x2019; in Langendijks toneelteksten, die ten dienste van &#x2018;historical accuracy&#x2019; (p. 75, noot 33), terecht gehandhaafd zijn, worden besproken door Joyce Goggin in &#x2018;Culture and Finance. Langendijk&#x2019;s <italic>Wind Traders</italic>&#x2019;. Al belooft deze titel een verhaal over geld en cultuur, het gaat toch vooral over de &#x2018;various racial and gender stereotypes&#x2019; (p. 152) bij Langendijk of, zoals Goggin zelf concludeert (p. 167), zijn &#x2018;cultural stereotypes of &#x201C;foreigners&#x201D;.&#x2019; Het gaat dan om de stereotiepe Joodse geldhandelaar en om &#x2018;de&#x2019; Fransen, die de mis&#x00E8;re zouden hebben veroorzaakt. De besproken &#x2018;gendered stereotypes&#x2019; (vrouwen) zijn niet zozeer van Langendijk als wel van Meijer. Terzijde: in het fraaie kaartspel, met John Law als hartenheer, verbeeldt de jokerkaart niet &#x2018;Lautje [=Law] van <italic>Schoften</italic>&#x2019; maar &#x2018;van <italic>Schotten</italic>&#x2019; (p. 149-150).</p>
<p>&#x2018;Harlequin Stock-Jobber&#x2019; van Frans de Bruyn gaat over <italic>Arlequyn actionist</italic> dat, net als <italic>Quincampoix</italic>, &#x2018;ephemeral and forgettable&#x2019; (p. 170) was geweest, als het niet was opgenomen in <italic>Het groote tafereel der dwaasheid</italic>, de befaamde eigentijdse bundeling van windhandel-geschriften en dito prenten. Toch concludeert De Bruyn dat het stuk nog altijd actualiteit bezit en speelbaar zou zijn.</p>
<p>In &#x2018;&#x201C;New Plays resemble Bubbles, we must own&#x201D;. Staging the Stock Market, 1719-1720&#x2019; verkent Inger Leemans de theatrale en commerci&#x00EB;le mogelijkheden die de windhandel bood. Uiteraard zagen drukkers, uitgevers, graveurs en schrijvers brood in de geruchtmakende gebeurtenissen, daarvan getuigt alleen al <italic>Het groote tafereel der dwaasheid</italic>. Leemans beschrijft hoe ook Engelse en Franse theaters en toneelgezelschappen en bij ons de Amsterdamse Schouwburg een graantje van de actie probeerden mee te pikken, soms met &#x2013; zij het per definitie kortstondig &#x2013; succes.</p>
<p>Het laatste essay, &#x2018;Transnational Networks in 1720 and the German <italic>Quincampoix</italic>&#x2019; van Eve Rosenhaft, gaat over de Duitse prozavertaling van Langendijks blijspel. Die verscheen al in november 1720 in Hamburg, een stad met internationale handelsconnecties, dus met op z&#x2019;n minst belangstelling voor de actiehandel. In die vertaling is de handeling naar Duitsland verplaatst, met voor Hamburgers herkenbare plekken en plaatsen, zoals Wandbek voor Vianen. Dat was trouwens een algemeen gangbare ingreep bij vertalingen van blijspelen, die bij voorkeur gesitueerd werden in een voor het plaatselijke publiek herkenbare locatie. Onbekend is of deze <italic>Quincampoix</italic> is opgevoerd, maar zoals Rosenhaft schrijft: het was &#x2018;nonetheless the product of a pan-European print culture in which performativity was embedded in many visual and textual genres not destined for the stage&#x2019; (p. 221). Een van die genres was, althans in Duitsland blijkbaar, het bruiloftsvers. Rosenhaft noemt twee voorbeelden, waaronder een &#x2018;Tafel-Musik&#x2019;, waarin de actiehandel een prominente rol speelt (p. 209-212). En in Goggins hoofdstuk figureert een Duitse huwelijksrebus (p. 165), maar onduidelijk is of die bedoeld is als echt, maar grappig huwelijksgedicht of als pamflet in de vorm van een huwelijksgedicht in de vorm van een rebus.</p>
<p>Vervolgens zijn er drie appendices (p. 231-263), waarvan de eerste Meijers inleiding op zijn Langendijk-editie bevat en de derde het voorwoord bij de Duitse <italic>Quincampoix</italic>. Appendix 2, &#x2018;Checklists of English, Dutch and French Bubble Plays&#x2019;, geeft ook opvoeringsdata, voor zover bekend.</p>
<p>In de &#x2018;Critical Essays&#x2019; komt meer aan de orde dan dit korte bestek toelaat te vermelden. Om maar wat te noemen: de theatrale aspecten van veel prenten ofwel het <italic>theatrum mundi</italic>-idee, de vraag waarom het publiek naar de toneelstukken ging kijken en de relatie tussen de Nederlandse windhandel en de Engelse en Franse bubbels. Zo geeft <italic>Comedy and Crisis</italic>, met hier en daar verhelderende illustraties, een veelzijdig overzicht van en inzicht in de (inter)nationale context waarbinnen we de teksten van Langendijk moeten plaatsen en begrijpen. Dat neemt niet weg dat de bubbel ook in het hier en nu een herkenbaar fenomeen is, welks principe, speculatie, nog even geldig is als in 1720. Maar, zoals Paul opmerkt (p. 105), bubbels herkennen we pas als zodanig als het kwaad al is geschied, dus voorlopig kunnen we niet anders dan ons, bijvoorbeeld, afvragen: zal de bitcoin onze eigen bubbel blijken? En zo ja: zal die dan ook zo theatraal de geschiedenis in gaan?</p>
</body>
</article>