<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (NISO Z39.96-2019) Journal Publishing DTD v1.2 20190208//EN" "https://jats.nlm.nih.gov/publishing/1.2/JATS-journalpublishing1-mathml3.dtd">
<article dtd-version="1.2" xml:lang="nl" xmlns:mml="http://www.w3.org/1998/Math/MathML" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">tseg</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>The Low Countries Journal of Social and Economic History</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="print">1572-1701</issn>
<issn pub-type="electronic">2468-9068</issn>
<isbn publication-format="print">978 94 6270 311 7</isbn>
<publisher>
<publisher-name>Leuven University Press</publisher-name>
<publisher-loc>Leuven, Belgium</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">tseg.11108</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.52024/tseg.11108</article-id>
<article-categories>
<subj-group>
<subject>Book Reviews</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Hildo van Engen, Han Nijdam en Kaj van Vliet (red.), <italic>Macht, bezit en ruimte. Opstellen over de noordelijke Nederlanden in de middeleeuwen</italic> (Hilversum: Uitgeverij Verloren, 2021). 640 p. ISBN 9789087048754.</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Haemers</surname>
<given-names>Jelle</given-names>
</name>
<aff>KU Leuven</aff>
</contrib>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="electronic">
<month>12</month>
<year>2021</year>
</pub-date>
<volume>18</volume>
<issue>3</issue>
<fpage>182</fpage>
<lpage>184</lpage>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00a9; Jelle Haemers</copyright-statement>
<copyright-year>2021</copyright-year>
</permissions>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>Vier uitgangspunten vormen de basis van het onderzoek van Hans Mol, die met deze veelzijdige bundel opstellen gevierd wordt. Als bijzonder hoogleraar &#x2018;Geschiedenis van de Friese landen in de Middeleeuwen&#x2019; aan de Universiteit Leiden en voormalig hoofd van de vakgroep geschiedenis op de Fryske Akademy focuste het onderzoek van Hans Mol immers voornamelijk op de politieke, religieuze, institutionele en geografische geschiedenis van Friesland, maar, meer nog, van de gehele Nederlanden. Als waardige hommage herbergt het huldeboek dan ook in totaal 39 bijdragen over deze vier thema&#x2019;s: macht, religie, bezit en ruimte. Eigenaardig genoeg haalde het woord &#x2018;religie&#x2019; de titel van deze rijke verzamelbundel niet, hoewel bijna de helft van de opstellen daarmee in verband te brengen is. Evenmin weerspiegelt de titel de chronologische focus van het boek, want de lezer treft er ook bijdragen aan over de recentere geschiedenis, zoals de zeer lezenswaardige essays over de pioniersjaren van medisch-topografische kaarten in negentiende-eeuws Nederland en over de zogenaamde &#x2018;HisGis&#x2019;-methode om historische geodata voor Nederland samen te brengen op perceelsniveau. Tenslotte beperkt het boek zich, alweer wars van de titel, niet tot de noordelijke Nederlanden, aangezien ook stukken over de Duitse orde in Pruisen of de Leuvense universiteitsgeschiedenis hun weg vonden tot deze bundel. Kortom, een blik op de inhoudstafel is een <italic>must</italic> voor historici die met de onderzoeksthematiek van Hans Mol vertrouwd zijn, want er is voor nagenoeg elk wat wils.</p>
<p>De verscheidenheid aan bijdragen van deze bundel is zo groot dat een recensie van het geheel onmogelijk is, vandaar dat ik mij hier beperk tot enkele opmerkelijke bijdragen. Bijvoorbeeld vindt de lezer er een bijzondere uitgave terug van de levensbeschrijving (of <italic>vita</italic>) van Viglius van Aytta, een zestiende-eeuwse clericus en staatsman, afkomstig uit Friesland, maar later een belangrijke rondreizende rechtsgeleerde. De enige authentieke <italic>vita</italic> van Viglius vindt namelijk in dit boek een uitstekende uitgave en vertaling (door Peter van der Meer en Liuwe Westra), die nog vaak geconsulteerd zal worden. Evenzeer de moeite waard is de tekst van Justine Smithuis over de mobilisatie van politieke facties in veertiende-eeuws Utrecht. Op basis van nieuw bronnenonderzoek toont ze aan dat de stedelijke elites in deze bisschopsstad een aan de adel gelijkaardige manier van politieke groepsvorming erop na hielden: kledingvoorschriften en het uitdelen van zogenaamde &#x2018;livrei&#x2019; zoals specifieke hoofddeksels behoorden kennelijk ook voor de stedelijke toplaag tot de methode om aan te tonen dat ze over een hoge mate van invloed onder de bevolking beschikten. Ook opmerkelijk is de bijdrage van Remi van Scha&#x00EF;k over de boekproductie in Groninger kloosters. Hij maakt aannemelijk dat in de periode rond 1500 nonnen het leeuwendeel van de bewaarde handschriften vervaardigd hebben in enkele benedictijnerkloosters in deze regio. Bijgevolg voegt dit essay een belangrijke genderdimensie toe aan dit boek &#x2013; een thematiek die in de andere bijdragen wat achterwege is gebleven. De geschiedenis van macht, religie, bezit en ruimte zijn namelijk niet enkel het speeldomein van mannen geweest, zoals een haastige blik op de vele essays in dit boek zou kunnen doen uitschijnen. Best mogelijk natuurlijk dat andere onderzoekers een andere selectie zouden maken van de meest opmerkenswaardige essays in dit boek, maar dat vormt &#x2013; zoals betoogd &#x2013; juist de meerwaarde van deze bundel. Om de samenstellers ervan gelijk te geven: de oogst is rijk, zoals ze in hun inleiding aanhalen, en er is veel waar een volgende generatie onderzoekers kan op voortbouwen.</p>
</body>
</article>