<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (NISO Z39.96-2019) Journal Publishing DTD v1.2 20190208//EN" "https://jats.nlm.nih.gov/publishing/1.2/JATS-journalpublishing1-mathml3.dtd">
<article dtd-version="1.2" xml:lang="nl" xmlns:mml="http://www.w3.org/1998/Math/MathML" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">tseg</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>The Low Countries Journal of Social and Economic History</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="print">1572-1701</issn>
<issn pub-type="electronic">2468-9068</issn>
<isbn publication-format="print">9789462703360</isbn>
<publisher>
<publisher-name>Leuven University Press</publisher-name>
<publisher-loc>Leuven, Belgium</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">tseg.11525</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.52024/tseg.11525</article-id>
<article-categories>
<subj-group>
<subject>Book Reviews</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Ivo Zandhuis, <italic>Dwarsliggers. Stakers bij de Centrale Werkplaats in Haarlem in 1903</italic> [Haerlem Reeks, 21.] (Hilversum: Uitgeverij Verloren, 2021). 112 p. ISBN 9789087049218.</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Peiren</surname>
<given-names>Luc</given-names>
</name>
<aff>Amsab-ISG</aff>
</contrib>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="electronic">
<month>05</month>
<year>2022</year>
</pub-date>
<volume>19</volume>
<issue>1</issue>
<fpage>141</fpage>
<lpage>143</lpage>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00a9; Luc Peiren</copyright-statement>
<copyright-year>2022</copyright-year>
</permissions>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>De studie <italic>Dwarsliggers. Stakers bij de Centrale Werkplaats in Haarlem in 1903</italic> van Ivo Zandhuis is een zeer boeiend en leerrijk werk. Het werd uitgegeven in de <italic>Haerlem Reeks</italic> (nr. 21) van de Historische Vereniging Haerlem. De studie peilt naar de motieven van de werknemers van de Centrale Werkplaats van Haarlem om deel te nemen aan de in Nederland befaamde staking van het spoorwegpersoneel van april 1903.</p>
<p>Daarbij wordt een logisch pad gevolgd. De geschiedenis van het bedrijf passeert de revue, net als de evolutie van de lonen en arbeidsomstandigheden (evenals de diverse werknemersstatuten) en de reactie van de arbeiders om deze te verbeteren. Dan hebben we het over hun, maar ook door de werkgevers opgerichte, ziekenfondsen en vakbonden en hun acties. Uiteraard heeft de auteur ook oog voor de eisen van deze organisaties die in eerste instantie betrekking hadden op de lonen en premies. Die laatste stonden in het teken van de patronale willekeur, net zoals de evengoed problematische boetes en straffen. Andere grieven betroffen de arbeidsduur (inbegrepen feest- en vrije dagen), de pensioenen (als het om de bedienden en ploegbazen ging) of tegemoetkomingen van de werkgever als werknemers te oud werden om nog te werken (waarbij opnieuw de patronale willekeur een rol speelde), de gezondheid en veiligheid, enzovoort. Zandhuis heeft verder ook aandacht voor de leef- en woonomstandigheden van de arbeiders en hun zelfredzaamheid in deze (onder meer via consumptie- en woningco&#x00F6;peraties).</p>
<p>Vervolgens beschrijft hij de aanloop naar, het verloop en de afloop van de staking, zowel landelijk als in de werkplaats zelf. Voor vele Nederlanders is dit wellicht een bekend verhaal. Maar helaas voor Zandhuis kwam zijn boek terecht bij een onwetende Belg. Als je vanuit die optiek al kritiek hebt op de studie, is het toch wel dat de chronologie van de gebeurtenissen voor de buitenstaander niet altijd even duidelijk is. Het is ook niet altijd even evident om alle nuances van de toenmalige Nederlandse arbeidersbeweging op te pikken en als het over het Comit&#x00E9; van Verweer ging, was het voor mij evenmin even duidelijk of het dan om het Landelijk of Plaatselijk Comit&#x00E9; van Verweer ging.</p>
<p>Maar dat zijn allemaal details die <italic>an sich</italic> weinig belang hebben. Het meest belangwekkende deel van Zandhuis&#x2019; werk betreft immers het onderzoek naar de motieven van de stakers van de Centrale Werkplaats van Haarlem die in vergelijking met (centrale werkplaatsen) elders in het land in 1903 bovengemiddeld staakten. Dit luik is bijzonder omdat de auteur er door de combinatie van verschillende bronnen in slaagde een idee te krijgen van de individuele en collectieve motieven van arbeiders om wel of niet te staken. Zo combineerde Zandhuis een door de werkgever opgestelde lijst van stakers (en niet-stakers) met (onderzoek van) bevolkings-, personeels- en belastingregisters. Zo zocht hij naar verschillende relaties tussen de stakers (buren, familie, werkafdeling enz.) als een bijkomende verklaringsgrond voor hun stakingsmotieven.</p>
<p>Dat leverde interessante resultaten op die niet altijd overeenkomen met bestaande aannames over de motieven van stakers. En als dat wel zo is, gaat Zandhuis op zoek naar aannemelijke verklaringsgronden waarom dat zo in 1903 in de Centrale Werkplaats van Haarlem was. E&#x00E9;n van de aannames die men over het algemeen heeft als het over stakers gaat, is bijvoorbeeld dat zij over het algemeen jong zijn, weinig of minder familiale verplichtingen (kinderen) en minder dienstjaren op de teller hebben. Ook de stakers op de centrale werkplaatsen waren jonger, maar de leeftijdskloof was niet erg uitgesproken: de gemiddelde leeftijd van de stakers was 32 jaar, die van alle werknemers samen 36. Zandhuis brengt wel een belangrijke nuance aan: wie ouder was of al een pak dienstjaren op de teller had, wilde een aantal voordelen (woning van de spoorwegen, pensioen of tegemoetkoming in geval van werkonbekwaamheid &#x2026;) niet in het gedrang brengen. Getrouwd zijn en (veel) kinderen hebben deed er minder of niet toe, geografische afkomst en religieuze achtergrond des te meer. Werklieden uit Haarlem zelf of het noorden van Nederland staakten eerder dan werklieden uit andere regio&#x2019;s. Gereformeerde en rooms-katholieke arbeiders staakten dan weer minder dan arbeiders met andere geloofsovertuigingen. Werklieden uit het noorden waren al veel vroeger in aanraking gekomen met emancipatorische bewegingen en gereformeerde en roomskatholieke arbeiders waren gezagsgetrouwer. Scholing deed er weinig toe, al valt op dat de niet-geschoolden toch iets minder staakten. Ook zij die het minst verdienden, staakten minder. Naarmate het loon steeg, nam de stakingsbereidheid toe, tot we bij de hoogste lonen uitkomen. Dan nam de stakingsbereidheid weer af. Als we naar de onderlinge relaties tussen werklieden kijken, zien we dat familie- of burenrelaties geen significante rol speelden in de stakingsbereidheid. Wat wel meespeelde waren de onderlinge relaties tussen bestuurders van arbeidersverenigingen, maar dat verbaast uiteraard niet &#x2026; De bedrijfsafdelingen ten slotte speelden wel een rol, al was er totaal geen verschil tussen de metaal- en houtbewerkers in het bedrijf. Bij beide was de stakingsbereidheid even groot. In de onderafdelingen van beide zien we wel grote verschillen. In de afdeling Locomotieven (metaal) werd veel gestaakt in de nieuwe draaierijen en weinig bij de poetsers, in de afdeling Rijtuigen en Wagens (hout) waren die rollen weggelegd voor respectievelijk de zadel- en zeilmakerij en de wagenmakerij, houtloods en balkzagerij. De grootte van de (onderafdeling) deed er dan weer niet toe.</p>
<p>Het allermooiste aan dit belangwekkende luik over de motieven van de stakers vond ik persoonlijk dat Zandhuis zijn bevindingen illustreerde met persoonlijke levensverhalen van diverse betrokkenen die hij filterde uit de verschillende bronnen. Dat maakt zijn boek (en doctoraat), samen met zijn toch wel innovatieve onderzoek naar de motieven van de stakers, zeer lezenswaardig en aan te bevelen voor sociaal historici (ook buiten Nederland). Misschien wel met de waarschuwing dat je de bevindingen van Zandhuis niet zomaar mag extrapoleren naar andere bedrijven en tijdvakken. Zijn methodiek daarentegen overstijgt deze beperkingen en valt alleen maar aan te bevelen.</p>
</body>
</article>