<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (NISO Z39.96-2019) Journal Publishing DTD v1.2 20190208//EN" "https://jats.nlm.nih.gov/publishing/1.2/JATS-journalpublishing1-mathml3.dtd">
<article dtd-version="1.2" xml:lang="nl" xmlns:mml="http://www.w3.org/1998/Math/MathML" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">tseg</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>The Low Countries Journal of Social and Economic History</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="print">1572-1701</issn>
<issn pub-type="electronic">2468-9068</issn>
<isbn publication-format="print">9789462703360</isbn>
<publisher>
<publisher-name>Leuven University Press</publisher-name>
<publisher-loc>Leuven, Belgium</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">tseg.11526</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.52024/tseg.11526</article-id>
<article-categories>
<subj-group>
<subject>Book Reviews</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Sven Ringelberg, <italic>De Nederlandse aardgastransitie. Lessen voor de energietransitie van de 21<sup>ste</sup> eeuw</italic> (Utrecht: Eburon, 2021). 202 p. ISBN 9789463013284.</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Bouw</surname>
<given-names>Kathelijne</given-names>
</name>
<aff>Hanzehogeschool Groningen</aff>
</contrib>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="electronic">
<month>05</month>
<year>2022</year>
</pub-date>
<volume>19</volume>
<issue>1</issue>
<fpage>136</fpage>
<lpage>139</lpage>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00a9; Kathelijne Bouw</copyright-statement>
<copyright-year>2022</copyright-year>
</permissions>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>In de huidige tij is veel te doen over het aardgasvrij maken van woningen. Deze energietransitie is echter niet de eerste transitie in de gebouwde omgeving die Nederland doormaakt. Auteur Sven Ringelberg neemt de lezer mee in de geschiedenis van de vorige energietransitie: die van kolen naar aardgas. Ringelberg kiest er in <italic>De Nederlandse aardgastransitie</italic> voor om specifiek in te gaan op de transitie die miljoenen huishoudens in de jaren 1960 doormaakten, waarbij andere facetten van de transitie grotendeels buiten beschouwing blij en. Hierdoor kan op een behoorlij detailniveau gekeken worden naar hoe deze transitie verliep. Aan de hand van archiefmateriaal, waaronder krantenartikelen en interviews met ervaringsdeskundigen uit die tij geeft het boek een goed beeld van de gebeurtenissen en hoe deze &#x2013; met name door huishoudens &#x2013; werden ervaren.</p>
<p>Om de impact van de aardgastransitie op Nederlandse huishoudens goed te begrijpen is het relevant om te weten hoe woningen destijds verwarmd werden en hoe Nederlanders woonden. Op basis van oude enqu&#x00EA;tes uit de jaren 1940/1950 schetst Ringelberg een helder beeld van welke verwarmingsapparaten in omloop waren en wat men voor verwarming betaalde. Een belangrijk gegeven is dat het overgrote deel van de huishoudens in die tijd geen centrale verwarming had. Zo&#x2019;n 70 procent van de huishoudens verwarmden slechts &#x00E9;&#x00E9;n ruimte, waarvoor veelal kolen werden gebruikt. Met de toegenomen welvaart in de naoorlogse jaren nam ook de wens voor centrale verwarming toe, wat werd gezien als &#x2018;een sociale eis&#x2019; van die tijd. Deze comfortverbetering was een lang gekoesterde wens van veel huishoudens die goedkoper te bereiken was met aardgas dan met kolen of stookolie en vormde zodoende een belangrijke stimulans in de transitie naar aardgas.</p>
<p>Het boek ontkracht effectief een aantal &#x2018;mythes&#x2019; over de aardgastransitie, waaronder de mythe dat aardgas goedkoop was. Ringelberg maakt duidelijk dat de omschakeling naar aardgas voor veel huishoudens een forse investering betekende. Weliswaar werden kookstellen op kosten van de staat omgebouwd, maar de vervanging van oude apparaten kwam voor rekening van de huishoudens. Ook de investering in centrale verwarming was zeker niet gratis en bleef nog wel een tijdje buiten het bereik van de armste huishoudens. Aardgas zelf werd wel goedkoop verkocht omdat ingezet werd op schaalvergroting welke bewerkstelligd kon worden door ruimteverwarming met aardgas aantrekkelijk te maken. De uitgangspunten van het beleid gingen kort samengevat over snelheid, terugverdientijd en concurrentie. Huishoudens vormden de sector waar de opbrengsten het hoogste zouden zijn en die het meeste zouden opbrengen voor de nationale economie.</p>
<p>Een andere mythe waar het boek op ingaat is dat iedereen na de introductie van aardgas ook gelijk centrale verwarming had. Hoewel de transitie zeer snel verlopen is, hebben veel veranderingen eerder stapsgewijs plaatsgevonden. Zo zijn huishoudens niet allemaal in &#x00E9;&#x00E9;n keer voorzien van de nieuwe gaskachel, noch is het zo dat nog geen enkel huis bij de start aardgas had. In werkelijkheid had zo&#x2019;n 70 procent van de huishoudens voor de introductie van aardgas in 1963 al stadsgas, waar zij op kookten. In eerste instantie werden kooktoestellen omgebouwd om ze geschikt te maken voor aardgas. De stap naar centrale verwarming heeft meer tijd in beslag genomen. Er was zeker 15 jaar nodig om de kolenkachels en oliehaarden te vervangen door gaskachels. Er was dus sprake van een stapsgewijze aanpak die rekening hield met het tempo van bewoners, stelt Ringelberg vast.</p>
<p>Het heersende beeld is dat van een vlekkeloze transitie waar niet of nauwelijks fouten zijn gemaakt. Ringelberg gaat ook in op de klachten en protesten bij de introductie van aardgas en laat zo een realistisch beeld zien van wat goed en minder goed ging bij de transitie. Zo ging niet iedereen erop vooruit en werden de minder draagkrachtigen het meest benadeeld. Er werd geklaagd over technische fouten bij de ombouw en over hogere kosten voor het vervangen van de apparatuur dan verwacht. Ook ontkwam men niet aan technische mankementen in het aardgasnet. Zo hadden bestaande regionale gasnetten meer aanpassingen nodig dan gedacht, waren deze niet altijd tegen hogedruk bestand en kwamen verliezen en storingen in de beginperiode vaak voor. Toch bleven echte problemen uit en kon het plan voor de uitrol van aardgas relatief probleemloos worden uitgevoerd. Het resultaat was een succesvolle, maar niet perfecte transitie, zo concludeert Ringelberg.</p>
<p>Aan het eind van het boek reflecteert Ringelberg op het proces van de aardgastransitie en trekt hier lessen uit voor onze huidige energietransitie. Hij is hierin kritisch naar het huidige beleid, wat dit deel van het boek waardevol maakt voor betrokkenen in de transitie van nu. Ringelberg benoemt een aantal relevante punten waarmee een parallel getrokken kan worden met de aardgastransitie in de jaren zestig van de vorige eeuw. Zo wordt de rol van de rijksoverheid uitgelegd als niet passend bij de opgave waar we nu voor staan. Ringelberg stelt dat er heldere kaders en een duidelijke koers nodig zijn, dingen die in de huidige tijd ontbreken maar die in de jaren zestig essentieel waren voor een snelle en succesvolle transitie. Interessant is ook de invalshoek vanuit sociaal perspectief. In de jaren zestig was duidelijk dat de discussie juist niet moest gaan over betaalbaarheid, maar dat sociale normen doorslaggevend waren in de keuze van huishoudens. Ook in de communicatie en reclame werd daarop ingezet, zoals de voorbeelden van advertenties in het boek illustreren. Daarin werden voordelen als comfort, veiligheid, gezondheid, betrouwbaarheid, moderniteit en gebruiksgemak genoemd terwijl olie en kolen werden neergezet als brandgevaarlijk, smerig en onhygi&#x00EB;nisch. Daarnaast is een belangrijke les die door Ringelberg wordt aangehaald de hoge mate van standaardisatie in de aanpak die inherent is aan het succes van de ombouw naar aardgas. Schaalvergroting is nodig om te voldoen aan het tempo en de benodigde kostenreductie. Dat geldt ook voor participatie, wat in de jaren zestig ook gestandaardiseerd werd uitgevoerd, tot voorlichtingsmateriaal en conceptbrieven voor verschillende doelgroepen aan toe. Door die standaardisatie was er een zeer effici&#x00EB;nte aanpak mogelijk waardoor de enorme opgave in een korte tijd kon worden uitgevoerd. Zo worden verschillende aspecten benoemd waar men van de aardgastransitie kan leren, hoewel echte aanbevelingen uit blijven. Naast de waardevolle gegevens waarmee een helder beeld wordt geschetst van de omstandigheden waarin de transitie kon plaatsvinden, kunnen de geschetste parallellen waardevolle input zijn voor het vormgeven van de huidige transitie.</p>
</body>
</article>