<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (NISO Z39.96-2019) Journal Publishing DTD v1.2 20190208//EN" "https://jats.nlm.nih.gov/publishing/1.2/JATS-journalpublishing1-mathml3.dtd">
<article dtd-version="1.2" xml:lang="nl" xmlns:mml="http://www.w3.org/1998/Math/MathML" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">tseg</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>The Low Countries Journal of Social and Economic History</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="print">1572-1701</issn>
<issn pub-type="electronic">2468-9068</issn>
<isbn publication-format="print">9789462703360</isbn>
<publisher>
<publisher-name>Leuven University Press</publisher-name>
<publisher-loc>Leuven, Belgium</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">tseg.11552</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.52024/tseg.11552</article-id>
<article-categories>
<subj-group>
<subject>Book Reviews</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>J. van Bourgondi&#x00EB;n et al., <italic>Sporen van Six in Lisse. De voetafdruk van een Amsterdamse familie op een dorpsgemeenschap in de jaren 1640-1763</italic> (Hilversum: Uitgeverij Verloren, 2020). 240 p. ISBN 9789087048891.</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Renes</surname>
<given-names>Hans</given-names>
</name>
</contrib>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="electronic">
<month>05</month>
<year>2022</year>
</pub-date>
<volume>19</volume>
<issue>1</issue>
<fpage>123</fpage>
<lpage>126</lpage>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00a9; Hans Renes</copyright-statement>
<copyright-year>2022</copyright-year>
</permissions>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>In 2016 publiceerde Geert Mak zijn boek <italic>De levens van Jan Six, een familiegeschiedenis</italic>. Het boek beschrijft het leven van de zeventiende-eeuwse Amsterdamse patrici&#x00EB;r Jan Six, zoon van Jean Six en Anna Wijmer, en van zijn nazaten, waarvan de oudste zoon van de oudste zoon steeds weer Jan heette, over vier eeuwen. Het was, zoals gebruikelijk bij deze schrijver, een goed geschreven en succesvol boek. Op tournee gaf de schrijver op 4 november een lezing in een stampvolle Hervormde Kerk in Lisse. Daarbij kwam bijna terloops af en toe ook het dorp Lisse aan bod.</p>
<p>Het leidde onder de aanwezigen tot de vraag welke sporen de familie Six in hun gemeente heeft nagelaten. Een aantal leden van de Cultuur-Historische Vereniging &#x2018;Oud-Lisse&#x2019; voerde in de jaren nadien een uitgebreid onderzoek uit in literatuur en archieven en in het landschap. Het resultaat verscheen in 2020 in het fraaie boek dat hier voor mij ligt. Centraal staat de familietak van Pieter Six, de broer van de eerste Jan Six.</p>
<p>Het boek is helder opgebouwd, al had de volgorde van de hoofdstukken logischer gekund. Na de Inleiding (hoofdstuk 1) en de wel erg korte Samenvatting (2) volgen een hoofdstuk (3) over de achtergronden van de familie Six en een reeks levensbeschrijvingen van de verschillende Sixen (hoofdstuk 4). Daarna volgen de bezittingen (5), de voorgeschiedenis van het landschap rond de buitenplaats Daerrode (6; dit hoofdstuk had beter naar voren gekund; het maakt dat we na de behandeling van alle Pieters ineens weer bij het Holoceen beginnen), de inrichting van de buitenplaats (7) en de afzandingen (8). Vervolgens krijgt het hofje in Lisse een hoofdstuk en aan het eind volgt een hoofdstuk over de sporen van de Sixen in het huidige landschap. Het boek wordt voorbeeldig afgesloten met registers op personen en plekken.</p>
<p>De familie Six arriveerde in Amsterdam als rijke geloofsvluchtelingen uit Frans-Vlaanderen. In Amsterdam investeerden ze met succes in de lakenindustrie en sloten ze lucratieve huwelijken. Ze staken dat geld in huizen en in kunst, maar kochten ook land. Hun rijkdom en, meer nog, hun contacten in de Amsterdamse elite leverden niet alleen meer rijkdom, maar ook posities en banen op.</p>
<p>Het landbezit van de familie in Lisse begon in 1640 met de aankoop van de hofstede bij het Knappenland door Anna Wijmer (1584-1654), toen al lange tijd weduwe van Jean Six (ca. 1575-1617). Haar familie was eveneens afkomstig uit Noord-Frankrijk. In het boek staan de nazaten van dit echtpaar centraal. Het bezit in Lisse vererfde op de oudste zoon Pieter Six I en vandaar op Pieter Six II en III. Met de dood van Pieter III (1755) en van zijn weduwe (1763) hield deze tak op te bestaan. Waar nodig worden andere takken van de familie Six opgevoerd, zoals de belangrijke tak in Hillegom. Op de grens van Lisse en Noordwijkerhout stond een boerderij of een kleine buitenplaats Sixenburg.</p>
<p>De aankoop van land in Lisse past in een bredere beweging, waarbij leden van de Amsterdamse elite land kochten in de binnenduinrand, een gebied dat beschikte over goede verbindingen met Amsterdam en dat investeringsmogelijkheden bood in afzandingen en in een enkel geval in waterplassen (de Lisserpoelpolder, drooggemaakt in 1624).</p>
<p>Voor mij zijn de meest fascinerende hoofdstukken die over grondbezit, de buitenplaats en de afzandingen. Het grondbezit wordt gevisualiseerd in een grafiek, waaruit blijkt hoe dat bezit na de eerste aankoop van ruim twintig hectare door Anna Wijmer is gegroeid. De eerste Pieter Six kocht al snel 80 hectare bij en na verdere aankopen door Pieter II en III beschikte de laatste over 170 hectare. Daarnaast wordt het grondbezit weergegeven op kaarten, gebaseerd op de oudste kadastrale minuutplans, maar aangevuld met gegevens van de verpondingen. Veel van de aankopen van Pieter I en II betroffen duinen, die nadien zijn afgezand. Pieter III breidde daarentegen het bezit uit met boerderijen en landbouwgrond. Volgens de Verponding van 1750, die in het boek mooi wordt uitgewerkt, was de laatste Pieter Six de grootste grondbezitter van Lisse.</p>
<p>Uit de gegevens blijkt dat Lisse een reeks van buitenplaatsen kende. Die zijn lastig te reconstrueren, onder meer door de verschillende benamingen: huis, hofstede, buitenplaatsen. Het Knappenland van Anna Wijmers omvatte een deel van de strandwal en een laag gebied aan de westzijde. De boerderij, de latere Knappenhof, wordt door de schrijvers omschreven als deel van een dertiende-eeuwse ontginning Daerrode. In de zestiende eeuw wordt gesproken van &#x2018;de hofstede bij het Knappenland&#x2019;. Hofstede was in die tijd een gebruikelijke benaming voor wat we tegenwoordig een buitenplaats noemen. Bij de aankoop door Anna Wijmers omvatte het bezit onder meer een, verhuurd, huis met een &#x2018;plantagie&#x2019; en landerijen waaronder twee boomgaarden. Het beschreven huis maakt een bescheiden indruk, maar kreeg wat meer allure door verbouwingen en uitbreidingen rond 1650 en nogmaals rond 1688. Een afbeelding uit 1732 toont de &#x2018;hofstede&#x2019; als een echte buitenplaats. Na de afbraak in 1765 werd een nieuw huis gebouwd dat de naam Grootenhof kreeg.</p>
<p>De buitenplaatsen langs de binnenduinrand zijn voor een belangrijk deel gesticht op afgezande grond. V&#x00F3;&#x00F3;r de afgraving werden vooral de hoge &#x2018;Jonge&#x2019; duinen en de onontgonnen delen van de strandwallen gebruikt voor de jacht, met name op konijnen. De naam van de buitenplaats (&#x2018;hofstede&#x2019;) Lapinenburg, gelegen in Hillegom tegen de grens met Lisse en in 1776 gekocht door Jan Six, zal hier nog naar verwijzen. Daarnaast werd er roodwild gejaagd en vee geweid.</p>
<p>De afgravingen hebben het landschap sterk be&#x00EF;nvloed. Veel zand werd gebruikt om lage veengronden te &#x2018;bezanden&#x2019; maar het werd ook wel verkocht naar Amsterdam, Haarlem en Leiden om land voor huizenbouw op te hogen en te verstevigen. De afzanding leverde geld op maar leidde vooral tot een hogere waarde van het land, dat na de verlaging goed wei- of bouwland bood. De vaarten waarlangs het zand werd afgevoerd, konden dienen als ontsluiting. De Sixen hebben in Lisse aanzienlijke stuken land afgezand.</p>
<p>Het laatste hoofdstuk laat zien welke sporen in Lisse nog herinneren aan de familie Six. Dat zijn er nog aardig wat: het hofje dat uit de nalatenschap van de laatste Pieter Six en zijn echtgenote is gebouwd, een aantal afgezande gebieden en de bijbehorende zanderijvaarten. De &#x2018;hofstede&#x2019; en andere huizen die aan de familie hebben toebehoord, zijn verdwenen maar de plekken zijn vaak nog bebouwd en terug te vinden. Al met al laat <italic>Six in Lisse</italic> zien wat plaatselijke geschiedschrijving vermag. De resultaten van het onderzoek zijn van bovenlokaal belang en verdienen een grote lezerskring.</p>
</body>
</article>