<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (NISO Z39.96-2019) Journal Publishing DTD v1.2 20190208//EN" "https://jats.nlm.nih.gov/publishing/1.2/JATS-journalpublishing1-mathml3.dtd">
<article dtd-version="1.2" xml:lang="nl" xmlns:mml="http://www.w3.org/1998/Math/MathML" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">tseg</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>The Low Countries Journal of Social and Economic History</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="ppub">1572-1701</issn>
<issn pub-type="epub">2468-9068</issn>
<isbn publication-format="ppub">978 94 6270 336 0</isbn>
<publisher>
<publisher-name>Leuven University Press</publisher-name>
<publisher-loc>Leuven, Belgium</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">tseg.12299</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.52024/tseg.12299</article-id>
<article-categories>
<subj-group>
<subject>Book Reviews</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Cor Smit, <italic>Strijden tegen armoede. Tweehonderd jaar Leidsche Maatschappij van Weldadigheid ter Voorkoming van Verval tot Armoede</italic> (Leiden: Ginkgo, 2018). 132 p. ISBN 9789071256639.</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>van der Steen</surname>
<given-names>Bart</given-names>
</name>
<aff>Universiteit Leiden</aff>
</contrib>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>09</month>
<year>2022</year>
</pub-date>
<volume>19</volume>
<issue>2</issue>
<fpage>133</fpage>
<lpage>136</lpage>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00a9; Bart van der Steen</copyright-statement>
<copyright-year>2022</copyright-year>
<copyright-holder>Bart van der Steen</copyright-holder>
</permissions>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>Wat gebeurt als deftige Leidse liberalen, allen fel voorstander van de nachtwakersstaat, zich vanaf 1817 bezig gaan houden met armoedebestrijding? Zij richten een Maatschappij van Weldadigheid op en besluiten allereerst om steun te onthouden aan mensen die &#x2018;te arm&#x2019; zijn of &#x2018;niet voor armoede te behoeden&#x2019;. Men wil namelijk alleen &#x2018;eerbare armen&#x2019; helpen, evenals middenstanders en vakarbeiders die nog &#x2018;potentie&#x2019; hebben. (p. 18, 64). Vervolgens ontplooien ze een reeks van initiatieven, die alle doordrenkt zijn van deze kille, liberale wereldvisie. Zo organiseren ze financi&#x00EB;le bijdragen aan onderwijs en opleiding, hoewel sommige bestuurders het afkeuren wanneer ouders hun kinderen opleiden &#x2018;voor een stand, waartoe zij zelven niet in staat waren hen te brengen&#x2019; (p. 59). Ook richten ze een Informatie Bureau op om te controleren &#x2018;of iemand die om hulp vroeg daar wel recht op had&#x2019; (p. 63). Als de regering in 1913 besluit om vanaf 1919 Ouderdomsrente uit te keren, besluiten ze direct te stoppen met het ondersteunen van ouden van dagen. Hoe de laatsten de tussenliggende zes jaar moeten overbruggen, is hun eigen zaak (p. 67).</p>
<p>Deze voorbeelden, alle opgetekend door de Leidse stadshistoricus Cor Smit, roepen vragen op: wat bezielde deze liberalen, waarom bestaat hun weldadigheidsstichting nog steeds en wat kan zo&#x2019;n organisatie betekenen voor Leidenaren van vandaag? Deze vragen staan dan ook centraal in het werk van Smit, die de opdracht kreeg om de geschiedenis te schrijven van de Leidsche Maatschappij van Weldadigheid ter Voorkoming van Verval tot Armoede, die in 2018 haar tweede eeuwfeest vierde. Nauwgezet reconstrueert Smit hoe de organisatie zich telkens weer inzette om de &#x2018;juiste&#x2019; armen te ondersteunen en de andere armen op afstand te houden, maar ook hoe de liberalen telkens weer probeerden om op basis van hun wereldbeeld aan armoedebestrijding te doen, daarbij vastliepen, water bij de wijn moesten doen en regelmatig moesten herbronnen.</p>
<p>De Maatschappij was namelijk niet opgericht om armen te ondersteunen, maar om te voorkomen dat mensen tot armoede zouden vervallen. &#x2018;Wie naar Weldadigheid gaat, rangschikt zich niet onder de armen&#x2019;, stelde de organisatie dan ook in 1917 tijdens haar eerste eeuwfeest. Men richtte zich dus op kleine ambachtslieden en vakarbeiders. Door hen een steuntje in de rug te geven, wilde men hen helpen moeilijke periodes te overbruggen. Dit betekende dat steun doelgericht en tijdelijk moest zijn. Dat was de bedoeling, maar in de praktijk was armoede in Leiden in de negentiende en vroege twintigste eeuw zo structureel en wijdverbreid dat het moeilijk was aan deze principes vast te houden. Vooral ook omdat de Maatschappij werkte met vrijwilligers, die de ondersteunden moesten controleren maar dikwijls een persoonlijke band kregen met de families. De Maatschappij kende dan ook meerdere periodes waarin overbruggingssteun feitelijk plaats maakte voor structurele hulp. Wanneer de slinger echter weer naar de andere kant doorsloeg, en de principes weer werden opgepoetst, kon men plots hardvochtig zijn, zoals in 1901, toen men in korte tijd de helft van de ondersteunde huishoudens, 300 gezinnen, duidelijk maakte dat zij beter bij de &#x2018;gewone bedeling&#x2019; konden aankloppen (p. 62).</p>
<p>Smit laat mooi zien hoe de Maatschappij voortdurend worstelde met de spanning tussen principe en praktijk. Na een inleiding waarin hij ingaat op de geschiedenis van (het denken over) armoede in Nederland en Leiden, bespreekt hij de geschiedenis van de Maatschappij in vier perioden (1818-1854, 1864-1900, 1900-1965, 1965-heden), waarbij hij telkens ingaat op de sociale situatie en welvaartsverdeling in de stad, de hoofdfiguren en initiatieven van de Maatschappij en haar effecten. De geschiedenis van de Maatschappij wordt aldus stevig ingebed in de geschiedenis van de stad en vervolgens in die van het land &#x2013; en vooral in die van de langzaam opkomende verzorgingsstaat.</p>
<p>Smit toont dat de Maatschappij in haar eerste jaren, die gekenmerkt werden door de lange depressie van de vroege jaren negentig, feitelijk niets aankon met haar idealen en eigenlijk niet meer kon doen dan het leveren van materi&#x00EB;le en financi&#x00EB;le steun aan haar doelgroep. De bloei van deze Maatschappij, die armoede moest bestrijden, plaatst Smit in de tweede helft van die eeuw, toen de economie juist aantrok. Haar Afdeling Arbeid leverde werk aan honderden &#x2018;kleermakers, naaisters en breisters&#x2019;, omdat de Maatschappij een grote order had binnengesleept voor het leveren van uniformen voor het koloniale leger. De Hulpbank, een tweede succesvol initiatief, leverde kleine kredieten aan honderden kleine zelfstandigen, vakarbeiders en middenstanders. Smit zegt het niet met zoveel woorden, maar het liberale idee van armoedebestrijding werkte ironisch genoeg het beste tijdens periodes van economische voorspoed.</p>
<p>De opkomst van de verzorgingsstaat in de twintigste eeuw stelde de Maatschappij voor problemen. De oude garde had daar grote moeite mee en probeerde zo lang mogelijk op de oude voet door te gaan. Men wilde aanvankelijk niet samenwerken met de gemeente of andere stedelijke weldadigheidsorganisaties. Het Leidsche Steuncomit&#x00E9;, dat in 1914 was opgericht ter ondersteuning van families die getroffen waren door de gevolgen van de oorlog, wilde men alleen helpen op voorwaarde dat het zich zou beperken tot het helpen van mensen van &#x2018;goed zedelijk gedrag&#x2019; (p. 67). Maar de opkomst van de welvaartsstaat zette door en plaatste de Maatschappij feitelijk buitenspel. De organisatie versukkelde en in de jaren tachtig van de twintigste eeuw was er volgens Smit sprake van &#x2018;de onbekende Leidse Maatschappij van Weldadigheid&#x2019;.</p>
<p>Een nieuw elan en een nieuwe taakopvatting vond de organisatie in de jaren negentig en erna, doordat de verzorgingsstaat kleiner en restrictiever werd en steeds meer mensen tussen wal en schip belandden. Juist daar ziet een hernieuwde Maatschappij haar rol. Via de Stichting Urgente Noden levert de Maatschappij directe steun aan Leidenaren die nergens anders terecht kunnen. En via projecten ondersteunt de organisatie ex-gedetineerden bij hun terugkeer in de samenleving, uitgeprocedeerde vluchtelingen die medische hulp nodig hebben, de voedselbank, het straatpastoraat en de Weekendklas.</p>
<p>Met dat laatste hoofdstuk is ook de vraag beantwoord waarom de stichting nog steeds bestaat. Ze heeft haar liberale veren afgeschud en is in plaats daarvan een betrokken en actieve organisatie geworden die mensen daar ondersteunt waar de overheid het laat afweten. Smits boek beschrijft haar ontwikkeling en geeft daarbij tevens een beeld van de stad en van de geschiedenis van armoede en armoedebestrijding.</p>
</body>
</article>