<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (NISO Z39.96-2019) Journal Publishing DTD v1.2 20190208//EN" "https://jats.nlm.nih.gov/publishing/1.2/JATS-journalpublishing1-mathml3.dtd">
<article dtd-version="1.2" xml:lang="nl" xmlns:mml="http://www.w3.org/1998/Math/MathML" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">tseg</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>The Low Countries Journal of Social and Economic History</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="ppub">1572-1701</issn>
<issn pub-type="epub">2468-9068</issn>
<isbn publication-format="ppub">978 94 6270 336 0</isbn>
<publisher>
<publisher-name>Leuven University Press</publisher-name>
<publisher-loc>Leuven, Belgium</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">tseg.12303</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.52024/tseg.12303</article-id>
<article-categories>
<subj-group>
<subject>Book Reviews</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Albert Buursma, <italic>Caritas in verandering. Vier eeuwen rooms</italic>-<italic>katholieke sociale zorg in de stad Groningen</italic> (Hilversum: Uitgeverij Verloren, 2017). 352 p. ISBN 9789087046774</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Looijesteijn</surname>
<given-names>Henk</given-names>
</name>
<aff>Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis</aff>
</contrib>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>09</month>
<year>2022</year>
</pub-date>
<volume>19</volume>
<issue>2</issue>
<fpage>144</fpage>
<lpage>146</lpage>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00a9; Henk Looijesteijn</copyright-statement>
<copyright-year>2022</copyright-year>
<copyright-holder>Henk Looijesteijn</copyright-holder>
</permissions>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>Hoewel het aantal katholieken in de noordelijke gewesten al vroeg in de zeventiende eeuw veel lager lag dan in bijvoorbeeld Holland en Utrecht, zijn er op bepaalde plekken wel altijd katholieke minderheden blijven bestaan. Een van die plekken was de grootste stad van het gebied, Groningen. Terwijl het leeuwendeel van de bevolking mee ging met de Reformatie, bleef een kleine kern van toegewijde gelovigen ervoor zorgen dat ook in Groningen de katholieke kerk niet helemaal verdween. Zoals elders in de Republiek speelde een elite van vooraanstaande katholieke leken daarbij een doorslaggevende rol: zonder hen en hun bereidheid de zorg voor minder bedeelde geloofsgenoten op zich te nemen, zouden veel arme katholieken hun zielenheil uiteindelijk hebben verspeeld door naar de protestantse kerk over te gaan.</p>
<p>Zo zagen die katholieken dat, en terwijl het geestelijken werd moeilijk gemaakt, hielden lekengemeenschappen overal in de Republiek het katholicisme gaande, ook toen de vervolging van katholieke geestelijken afnam in de tweede helft van de zeventiende eeuw. Het leidde tot een situatie waarin sterke lekenorganisaties konden ontstaan, die het in sommige gevallen volhouden tot de dag van vandaag, zoals bijvoorbeeld het Roomsch Catholijk Oude Armen Kantoor van Amsterdam, dat de vier eeuwen geschiedenis al in 2008 liet vastleggen door de bekroonde en helaas te jong overleden historicus Jurjen Vis (1958-2019). Niet altijd waren de geestelijken blij met wat zij beschouwden als &#x2018;lekenvoogdij&#x2019;, en met name na het herstel van de bisschoppelijke hi&#x00EB;rarchie in 1853 poogden de bisschoppen hun invloed op de katholieke armenzorg te vergroten, hetgeen op sommige plaatsen beter lukte dan elders.</p>
<p>In Groningen zien we een vergelijkbare ontwikkeling. Weliswaar duurde het daar tot 1684 voordat de katholieken &#x2013; daartoe aangemoedigd door de stedelijke overheid &#x2013; een eigen armenzorg opzetten. Voor die tijd vielen de katholieke armen zoals alle stadsarmen onder de protestantse diaconie, maar die zag de katholieken op een gegeven ogenblik liever gaan dan komen. Al in 1660 werd er geklaagd dat er katholieke Groningers waren die uitsluitend aan de eigen armen geld nalieten. Vanaf de late zeventiende eeuw was er echter een katholieke diaconie, met uiteindelijk zeven diakenen, voor elke katholieke statie een. Net als elders betrof het hier mannen uit een bovenlaag van de bevolking, middenstanders, maar ook goud- en zilversmeden en andere welgestelde Groningers, zoals in het bijzonder leden van het geslacht Cremers.</p>
<p>Albert Buursma (1960) is een Gronings historicus met een aanzienlijke staat van dienst, die in een eerder boek al de geschiedenis van de protestantse diaconie van Groningen heeft behandeld. Dat boek beschreef de geschiedenis echter tot 1795; in het boek over de katholieke sociale zorg wordt deze behandeld tot 2013. In grote lijnen worden de ontwikkelingen beschreven tot ongeveer 1800; daarna beginnen de bronnen blijkbaar wat rijkelijker te vloeien. Aan de orde komen wat men van een boek als dit ook zou verwachten: wie de diaconie zoal bemande, hoe de relatie was tot de kerkelijke overheden (dikwijls gespannen), hoe men aan geld kwam (vooral giften, legaten en collectes) en voor wie er zoal werd gezorgd. Vanaf 1847 werden de Zusters van Liefde ingezet voor de daadwerkelijke zorg in het &#x2018;armhuis&#x2019; van de katholieken, iets wat af en aan werd voortgezet tot 1974. Toen verhuisden de laatste bewoners van deze zorginstelling naar een modern bejaardentehuis &#x2013; Maartenshof &#x2013; en ontwikkelde de Groningse katholieke armenzorginstelling zich meer tot vermogensfonds dat op aanvraag bijdragen verstrekt aan liefdadige doelen. Waaronder tegenwoordig ook veel doelen in ontwikkelingslanden. Bij alle verandering door de tijd heen, is er ook sprake van aanzienlijke continu&#x00EF;teit: geestelijken klagen ook in moderne tijden dikwijls over de zuinigheid van de lekenbestuurders en pogen geld te krijgen voor andere dan strikt liefdadige doelen, en na al die eeuwen is er pas in 2011 voor het eerst een vrouw in het bestuur benoemd.</p>
<p><italic>Caritas in verandering</italic> is een zeer grondige studie van de ontwikkeling van de katholieke armenzorg in de stad Groningen. Buursma heeft de geschiedenis uitvoerig behandeld. De inhoud zal voor een specialist op het gebied van armenzorggeschiedenis niet heel veel nieuws bieden, maar dat is inherent aan het onderwerp: de meeste armenzorg in de Nederlandse geschiedenis verliep langs herkenbare patronen, en er bestond weinig vernieuwingsdrang. Zoals meestal waren de bestuurders gezeten burgers met verantwoordelijkheidsgevoel, die op de centen pasten en zorgvuldigheid betrachtten. Daardoor kon de Groningse katholieke armenzorg tot op de dag van vandaag blijven voortbestaan, zoals zoveel andere Nederlandse instellingen van dien aard. Geen spectaculair verhaal, maar een onmisbaar onderdeel van de infrastructuur die de Nederlandse armen poogde te vrijwaren van de grootste ellende. Dit Groningse boek is kortom een nuttige aanvulling op de bestaande studies op het gebied van de Nederlandse armenzorg, en draagt ertoe bij dat Groningen op dit vlak inmiddels behoorlijk in kaart is gebracht.</p>
</body>
</article>