<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (NISO Z39.96-2019) Journal Publishing DTD v1.2 20190208//EN" "https://jats.nlm.nih.gov/publishing/1.2/JATS-journalpublishing1-mathml3.dtd">
<article dtd-version="1.2" xml:lang="nl" xmlns:mml="http://www.w3.org/1998/Math/MathML" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">tseg</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>The Low Countries Journal of Social and Economic History</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="ppub">1572-1701</issn>
<issn pub-type="epub">2468-9068</issn>
<isbn publication-format="ppub">978 94 6270 336 0</isbn>
<publisher>
<publisher-name>Leuven University Press</publisher-name>
<publisher-loc>Leuven, Belgium</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">tseg.12305</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.52024/tseg.12305</article-id>
<article-categories>
<subj-group>
<subject>Book Reviews</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>John Smit, <italic>Tussen leger en maatschappij. Militaire muziek in Nederland 1819-1923</italic> (Hilversum: Uitgeverij Verloren, 2021). 480 p. ISBN 9789087049157.</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Hoegaerts</surname>
<given-names>Josephine</given-names>
</name>
<aff>Helsingin Yliopisto</aff>
</contrib>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>09</month>
<year>2022</year>
</pub-date>
<volume>19</volume>
<issue>2</issue>
<fpage>149</fpage>
<lpage>151</lpage>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00a9; Josephine Hoegaerts</copyright-statement>
<copyright-year>2022</copyright-year>
<copyright-holder>Josephine Hoegaerts</copyright-holder>
</permissions>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>In <italic>Tussen leger en maatschappij</italic> bestudeert John Smit de ontwikkeling van de militaire muziek in Nederland in de lange negentiende eeuw &#x2013; een periode van niet alleen budgettaire veranderingen (met effecten op de verloning van militaire muzikanten en de bezetting van muziekkapellen), maar ook grote ontwikkelingen in de bouw van blaasinstrumenten, een uitbreiding van professionele en amateurmuziek, en belangrijke politiek-militaire gebeurtenissen zoals de Frans-Duitse Oorlog en de Eerste Wereldoorlog. Smits studie is chronologisch opgebouwd, en volgt zo de materi&#x00EB;le en ideologische verschuivingen rond militaire muziek doorheen de eeuw. Hij hanteert daarbij een opvallend internationaal perspectief: <italic>Tussen leger en maatschappij</italic> plaatst de Nederlandse militaire muziek in de context van de soms tegenstrijdige ontwikkelingen in Frankrijk, de Duitse landen (vooral Pruisen) en Belgi&#x00EB;. Dat stelt hem enerzijds in staat om een omvattend beeld te schetsen van de instrinsiek internationale praktijk van de muzikanten, dirigenten en instrumenten, maar ook om hier en daar specifiek &#x2018;Nederlandse&#x2019; ontwikkelingen te onderscheiden en verklaren &#x2013; zoals de atypische plaats van de &#x2018;mars&#x2019; in de Nederlandse militaire compositiecultuur (p. 342-355).</p>
<p>Smit heeft een achtergrond als zowel archivaris en muzikant, en dat blijkt ook uit de uitgesproken gedetailleerde kennis en empirische precisie in dit boek. <italic>Tussen leger en maatschappij</italic> is een lijvig, rijk ge&#x00EF;llustreerd werk dat niet alleen op een grondige studie van militaire interne discussie over de militaire muziek berust, maar ook op een brede selectie van representaties en uitwisselingen in de lokale en nationale pers, en in het parlement. Het resultaat is een naslagwerk dat het instrumentarium, het personeelsbestand en de interne status van muziek binnen de Nederlandse strijdmacht systematisch uiteenzet. Bovendien bevat het boek een uitgebreid persoonsregister en veertien bijlagen met meer empirisiche informatie over bijvoorbeeld de discografie en het repertoire van de Nederlandse krijgsmacht. Zoals aangegeven in de inleiding, heeft Smit daarbij gebruikgemaakt van een relatief smalle definitie van zijn onderzoeksonderwerp: aan de connecties tussen militaire muziek en een bredere Europese muziekgeschiedenis, of de Nederlandse militaire geschiedenis, besteedt hij relatief weinig aandacht. Dat voelt soms als een gemiste kans om deel te nemen aan bredere historiografische debatten: de &#x2018;diapason queestie&#x2019; bijvoorbeeld (een discussie over de standaardisering van de toon) die hij beschrijft in hoofdstuk drie, lijkt hier vooral een onderonsje tussen Nederlandse en Europese muzikanten over een relatief eenvoudige praktische kwestie. De rijke discussie in de wetenschaps- en muziekgeschiedenis over de rol van de gestandaardiseerde toon in de ontwikkeling van Westerse idee&#x00EB;n over akoestiek, of muzikale autoriteit en smaak, is afwezig, terwijl Smit daar met zijn werk net een vernieuwende bijdrage aan had kunnen leveren.</p>
<p>Ondanks de nadruk op maatschappij in de titel, lijkt dit werk vooral uitgesproken instutioneel in aanpak en thematiek: actoren (met name directeurs en kapelmeesters), budgetten en materieel binnen de strijdmacht staan centraal. Daarmee is <italic>Tussen leger en maatschappij</italic> echter niet zomaar een geschiedenis van &#x2018;grote mannen&#x2019;: net omdat Smit zo gedetailleerd ingaat op alle aspecten van het empirische materiaal in de militaire archieven<xref ref-type="fn" rid="fn4" specific-use="fn"><sup>4</sup></xref> kan hij ook inzichten verschaffen in het dagelijks leven van de muzikanten waarover hij schrijft. Zo komt bijvoorbeeld de praktijk van transcriptie en het componeren van bewerkingen (een vaak onderbelicht aspect van de muziekgeschiedenis, waar de nadruk veelal op originele composities ligt) sterk naar voren. Ook de interpersoonlijke relaties tussen de hoofdpersonages komen levendig naar voren&#x2026;zo leren we bijvoorbeeld dat de dirigeerstok van Francois Dunkler (dirigent van het stafmuziekkorps van de grenadiers en jagers, en later inspecteur der muziekkorpsen) niet alleen in handen van zijn opvolger Nicola&#x00EF; terechtkwam, maar later ook door diens weduwe werd doorgegeven aan Gottfried Mann: een materi&#x00EB;le herinnering aan het intergenerationele karakter van historische evolutie (p. 189). Deze verhalen nemen de vorm aan van anekdotiek, maar bieden ook een uitstekend vertrekpunt voor socio-culturele perspectieven op de geschiedenis van de militaire muziek als niet alleen een instutionele of esthetische praktijk, maar ook als een emotionele aangelegenheid.</p>
<p>De verschillende rollen van muziek binnen het leger komen versnipperd aan bod: Smit wijst op verschillende visies over hoe muziek kon bijdragen aan het prestige van de strijdmacht ten opzichte van de bevolking maar ook aan het moreel van de soldaten (p. 94), de mogelijke rol van militaire muziek in de culturele opvoeding van militairen (p. 145) en de ontspanning die muziek kon bieden (p. 280). In een periode waarin militaire muziek nauwelijks of geen rol meer speelde op het slagveld (p. 396), bleef deze muziek een belangrijk aspect van het militaire leven en een bron van discussie. Uit deze wat gefragmenteerde beschrijvingen komt een mogelijke evolutie van de rol van de muziek in de Nederlandse strijdmacht wat moeizaam naar voor. Ook de spanningen tussen de muzikale en militaire verwachtingen en verantwoordelijkheden van de &#x2018;ge&#x00FC;niformeerde artiesten&#x2019; (p. 384) komen verspreid aan bod. De volgehouden chronologische structuur van het boek (die ook wordt aangehouden in de samenvattingen van elk hoofdstuk) staat een heldere conclusie hier wat in de weg.</p>
<p>Met deze opbouw en de vele institutionele details is <italic>Tussen leger en maatschappij</italic> mogelijk een wat te veeleisende tekst voor niet-experten. Tegelijk kan het, door de rijkdom aan inzichten in de praktische organisatie, interpersoonlijke relaties, dagelijkse muzikale praktijken en politiek-culturele opinies over het belang van de band tussen leger, muziek en maatschappij, een belangrijke bijdrage leveren aan onderzoek buiten de institutionele context van de strijdmacht, en ver buiten de grenzen van de Nederlandse geschiedenis.</p>
</body>
<back>
<fn-group>
<title>Noot</title>
<fn id="fn4" symbol="4"><p>Archieven m.b.t. de strijdmacht in het Nationaal Archief en het Koninklijk Huisarchief zijn geraadpleegd, en de vernieling van het muzikaal archief in de Oranjekazerne door brand in het begin van de twintigste eeuw wordt ook grondig beschreven.</p></fn>
</fn-group>
</back>
</article>