<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (NISO Z39.96-2019) Journal Publishing DTD v1.2 20190208//EN" "https://jats.nlm.nih.gov/publishing/1.2/JATS-journalpublishing1-mathml3.dtd">
<article dtd-version="1.2" xml:lang="nl" xmlns:mml="http://www.w3.org/1998/Math/MathML" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">tseg</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>The Low Countries Journal of Social and Economic History</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="ppub">1572-1701</issn>
<issn pub-type="epub">2468-9068</issn>
<isbn publication-format="ppub">978 94 6270 336 0</isbn>
<publisher>
<publisher-name>Leuven University Press</publisher-name>
<publisher-loc>Leuven, Belgium</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">tseg.12307</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.52024/tseg.12307</article-id>
<article-categories>
<subj-group>
<subject>Book Reviews</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Bert Koene, <italic>De man die op Thorbecke moest passen. Politicus, vrijmetselaar en slavenvriend Jan Nedermeijer van Rosenthal, 1792-1857</italic> (Amsterdam: Amsterdam University Press, 2021). 209 p. ISBN 9789463725262.</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>van Veen</surname>
<given-names>Adriejan</given-names>
</name>
<aff>Radboud Universiteit Nijmegen</aff>
</contrib>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>09</month>
<year>2022</year>
</pub-date>
<volume>19</volume>
<issue>2</issue>
<fpage>154</fpage>
<lpage>157</lpage>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00a9; Adriejan van Veen</copyright-statement>
<copyright-year>2022</copyright-year>
<copyright-holder>Adriejan van Veen</copyright-holder>
</permissions>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>Johan Theodorus Hendrik Nedermeijer ridder van Rosenthal (1792- 1857) zal bij weinig mensen een belletje doen rinkelen. Bij de connaisseur van de midden-negentiende-eeuwse Nederlandse parlementaire politiek zal hij bekend staan als een wat gematigde liberale edelman uit Gelderland. Hij behoorde in de Tweede Kamer tot de voorstanders van grondwetswijziging v&#x00F3;&#x00F3;r 1848, en formeerde met Thorbecke diens eerste kabinet in 1849. Van Rosenthal werd gezien als iemand die Thorbecke mogelijk zou kunnen matigen &#x2013; vandaar de titel van het boek. Daar slaagde de aimabele maar weinig daadkrachtige notabele niet in. Hij werd Minister van Justitie, maar strandde op een poging een wet op de rechterlijke organisatie te voltooien. In 1852 trad hij af, waarna hij de rest van zijn leven goeddeels doorbracht in priv&#x00E9;sferen, tot hij stierf in 1857.</p>
<p>De vraag is waarom deze niet heel lange of opmerkelijke Haagse carri&#x00E8;re een biografie rechtvaardigt. E&#x00E9;n levensfeit van Van Rosenthal is echter markant. Hij schreef al in 1816 een juridische dissertatie waarin hij zich krachtig uitsprak voor afschaffing van slavernij en slavenhandel. Hoewel hij daarin niet de enige of eerste was (een jaar later verscheen de utopische roman <italic>Aardenburg</italic> van Petronella Moens, die zich al sinds de late achttiende eeuw tegen slavernij uitsprak), was het in het vroeg-negentiende-eeuwse Nederland toch opmerkelijk. Voor zover er belangstelling voor het onderwerp bestond, was de publieke opinie overwegend tegen afschaffing. Het hielp de verspreiding van Van Rosenthals boodschap niet dat de dissertatie, zoals toen gebruikelijk, in het Latijn verscheen. Pas in 1841 werd zijn boodschap enigszins opgepikt, waarna Van Rosenthal een rol speelde in de Nederlandsche Maatschappij ter Bevordering van de Afschaffing der Slavernij.</p>
<p>Koene en classicus Dirk Kottke bewijzen de geschiedschrijving van de Nederlandse antislavernijbeweging een dienst met hun vertaling van Van Rosenthals dissertatie. Helaas doet Koene echter weinig moeite om de relevantie van het proefschrift voor deze geschiedschrijving te duiden, noch om Van Rosenthals argumentatie te verklaren en contextualiseren. Was hij vernieuwend, of juist conventioneel? Dezelfde analytische zwakte kenmerkt de rest van het boek goeddeels. Koene reconstrueert zorgvuldig, en op vlot geschreven wijze, Van Rosenthals leven. Hij had een adellijke vader uit Pruisen, die een schandaal veroorzaakte, het gezin verliet en aan lager wal raakte. Van Rosenthal werd advocaat en werd actief in het armbestuur, culturele genootschappen en de vrijmetselarij. In 1833 werd hij gekozen in de Arnhemse Stedelijke Raad, en in 1841 door de Gelderse Staten in de Tweede Kamer, waar hij zich gematigd liberaal opstelde. Zeven jaar later werd hij daar via rechtstreekse verkiezingen opnieuw in gekozen, waarna eerder vermelde ministerscarri&#x00E8;re zich afspeelde. Koene verklaart Van Rosenthals keuzes steeds vanuit verondersteld individuele karaktereigenschappen, die tegelijk nogal algemeen geformuleerd worden, zoals diens gevoel voor het &#x2018;nut van het algemeen&#x2019; dat tegelijk door standsbesef getekend werd. Dit waren in de betere kringen echter algemeen geldende normen, die de auteur weinig als zodanig duidt. De vraag is, kortom, wat deze biografie oplevert als maatschappijanalyse &#x00F3;f als karakterstudie.</p>
<p>Er zijn interessante vragen te stellen over Van Rosenthal. Zijn politieke stellingnames waren zo af en toe opvallend tegenstrijdig. Hij was doorgaans gematigd en compromisbereid, maar soms sterk principieel. Hij schurkte in tal van zaken aan tegen de parlementaire liberalen, maar bekende zich niet als Thorbeckeaan. Koene hint soms op de idee&#x00EB;nwereld die coherentie zou kunnen aanbrengen in de contradicties: Van Rosenthal was &#x2013; in de woorden van de <italic>Arnhemsche Courant</italic> &#x2013; een &#x2018;conservateur progressif&#x2019;, een &#x2018;Peelite&#x2019; (p. 95). Hij was, zoals de achterflap stelt, iemand bij wie de toenmalige botsing tussen conservatisme en standenmaatschappij, en liberalisme en democratie, zich <italic>binnen</italic> hart en hoofd afspeelde. Dit is overigens al wel eerder gesteld, door Remieg Aerts, die Van Rosenthal in <italic>Thorbecke wil het</italic> (2018) iemand noemt &#x2018;van de oude en nieuwe wereld&#x2019;. Deze biografie was een mooie gelegenheid geweest om de denkwereld van de grote groep niet- Thorbeckeaanse, gematigde liberalen eens uit te lichten, of de politieke habitus van de Gelderse notabelen, waar Van Rosenthal een vertegenwoordiger van was. Koene laat het echter goeddeels na. Het blijft soms bij een wat droge opsomming van de wetsvoorstellen die Van Rosenthal lanceerde, zonder poging hierin een intellectuele rode draad te vinden. Koene stelt dat zijn onderzoeksobject stapje voor stapje werkte en pragmatisch handelde &#x2013; als een &#x2018;negentiende-eeuwse Mark Rutte&#x2019; (p. 198). Maar hoe graag een politicus als Rutte zichzelf ook zo wil neerzetten, achter diens handelen schuilt toch altijd een idee&#x00EB;nwereld.</p>
<p>Het meest overtuigend is het hoofdstuk waarin Koene Van Rosenthal neerzet als een perfectionistische twijfelaar in de context van de parlementaire politiek na 1848. De onzekere jurist miste de intellectuele arrogantie van een Thorbecke die nodig was om in deze omgeving een sterk minister te zijn. Onder grote deadlinedruk trachtte Van Rosenthal de wet op de nieuwe rechterlijke organisatie aangenomen te krijgen, terwijl de Tweede Kamer nog worstelde met haar wetgevende instrumentarium maar tegelijk de minister genadeloos bekritiseerde. Het hoofdstuk maakt, in aanvulling op Jouke Turpijns <italic>Mannen van gezag. De uitvinding van de Tweede Kamer 1848-1888</italic> (2008), inzichtelijk hoe kabinet en volksvertegenwoordiging, ministers en Kamerleden nog bezig waren de onderlinge rollen af te bakenen, waarbij individuen makkelijk konden sneuvelen. &#x2018;Ik meen dat zelfvertrouwen niet altijd de waarborg is der deugdzaamheid van hetgeen men voorstaat&#x2019;, verzuchtte Van Rosenthal kort voor zijn aftreden (p. 149) &#x2013; een mooi citaat dat tegelijk direct inzicht biedt in zijn karakter.</p>
<p>Verder blijft de analyse van de invloeden op en drijfveren van Van Rosenthal tamelijk aan de oppervlakte. Natuurlijk kunnen primaire bronnen hun beperkingen hebben, maar dan zijn vergelijkende en contextuele analyse altijd nog opties. Tegelijk schrijft Koene aan sommige personen, zoals Van Rosenthals vader, juist wel weer heel specifieke motivaties toe (p.15), die dan niet direct onderbouwd worden met bronmateriaal. Al met al is de ietwat onfortuinlijke titel van het boek wel gepast. Van Rosenthal blijft &#x2018;de man die op Thorbecke moest passen&#x2019;, maar wat hem motiveerde, hoe dat in zijn tijd paste en hoe dat ons beeld van hem en zijn tijd zou moeten veranderen &#x2013; dat blijft ietwat in het ongewisse.</p>
</body>
</article>