<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (NISO Z39.96-2019) Journal Publishing DTD v1.2 20190208//EN" "https://jats.nlm.nih.gov/publishing/1.2/JATS-journalpublishing1-mathml3.dtd">
<article dtd-version="1.2" xml:lang="nl" xmlns:mml="http://www.w3.org/1998/Math/MathML" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">tseg</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>The Low Countries Journal of Social and Economic History</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="ppub">1572-1701</issn>
<issn pub-type="epub">2468-9068</issn>
<isbn publication-format="ppub">978 94 6270 365 0</isbn>
<publisher>
<publisher-name>Leuven University Press</publisher-name>
<publisher-loc>Leuven, Belgium</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">tseg.12925</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.52024/tseg.12925</article-id>
<article-categories>
<subj-group>
<subject>Artikel</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Jan Breman, het racisme, het kolonialisme en de sociale kwestie</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>van der Linden</surname>
<given-names>Marcel</given-names>
</name>
<email>mvl@iisg.nl</email>
</contrib>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>12</month>
<year>2022</year>
</pub-date>
<volume>19</volume>
<issue>3</issue>
<fpage>141</fpage>
<lpage>150</lpage>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00a9; Marcel van der Linden</copyright-statement>
<copyright-year>2022</copyright-year>
<copyright-holder>Marcel van der Linden</copyright-holder>
</permissions>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>In <italic>Kolonialisme en racisme</italic> heeft Jan Breman veertien opstellen van eigen hand verzameld waarvan de helft niet eerder gepubliceerd werd. Als inleiding heeft hij daar nog enkele fragmenten uit zijn autobiografie bij opgenomen die duidelijk maken waar hij vandaan komt en wat hem drijft. De bundel is helder geschreven en kent, ondanks het brede scala van behandelde onderwerpen, enkele duidelijke lijnen. In het bijzonder drie thema&#x2019;s komen uitgebreid aan de orde: <italic>de sociale kwestie, de koloniale kwestie</italic> en <italic>de verbanden tussen beide</italic>. Jan meent dat deze vraagstukken een geschiedenis van minstens tweehonderd jaar kennen en dat ze verklaard moeten worden uit de economische verhoudingen en politieke culturen binnen het wereldkapitalisme &#x2013; of, zoals hij meerdere keren zegt &#x2013; het imperialisme.</p>
<p>Het is in bepaalde akademische kringen gebruikelijk het imperialisme te beperken tot een korte tijdspanne, ongeveer vanaf 1870 tot 1914. Daar moet Jan niets van hebben. Hij meent dat het imperialisme zijn wortels in de vroege negentiende eeuw heeft en ook na de ondergang van het kolonialisme is blijven voortbestaan. Met deze opvatting heeft hij zich bij sommigen onpopulair gemaakt. Hij bericht in deze bundel zelf over de lotgevallen van zijn boekmanuscript over het Javaanse Preanger-stelsel. Het Leidse Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde weigerde dat te publiceren, met als reden &#x2018;gebrek aan voldoende kwaliteit&#x2019;. Later zou het boek in het Engels verschijnen bij Amsterdam University Press en werd het door de International Association of Asian Studies onderscheiden als de beste sociaalwetenschappelijke publicatie van 2015. Met zijn structurele kritiek op het Nederlandse (en Belgische) kolonialisme heeft Jan al vele jaren een aantal Leidse <italic>Intimfeinde</italic> verworven.</p>
<p>Het lijkt mij evident &#x2013; en het nieuwe boek bevestigt dat volkomen &#x2013; dat Jans kritische benadering gerechtvaardigd is. De twee vormen van kolonialisme die Jan hier bestudeert &#x2013; Nederlands Indi&#x00EB; en de Belgische Congo &#x2013; waren van het begin tot het eind gebaseerd op geweld, uitbuiting, repressie en een diepgeworteld racisme. Pogingen om de koloniale projecten een <italic>mission civilisatrice</italic> te geven waardoor de indigene bevolking opgetild zou worden naar een hoger niveau van beschaving zijn steeds onwaarachtig en oppervlakkig gebleven.</p>
<p>Hoe moet de koloniale expansie worden verklaard? Jan sluit zich &#x2013; ondogmatisch als hij is &#x2013; aan bij de Leidse conservatieve historicus Henk Wesseling. Die heeft betoogd &#x2018;dat het imperialisme uit andere dan uitsluitend economische motieven voortkwam&#x2019; (p. 338). Dat is juist, lijkt mij. Het kolonialisme kwam niet <italic>uitsluitend</italic> voort uit economische motieven. Vele koloniale projecten waren langdurig verliesgevend voor de kolonisatoren, met waarschijnlijk als extreemste voorbeeld de Duitse koloni&#x00EB;n in Afrika en Oceani&#x00EB;. Dit mag ons echter niet over het hoofd doen zien dat het kolonialisme in een aantal belangrijke gevallen bijzonder winstgevend was. We hoeven maar aan Brits Indi&#x00EB; te denken, het subcontinent dat Jan zo goed kent. De analyses van Amiya Kumar Bagchi, Irfan Habib, Utsa Patnaik en anderen tonen dat overtuigend aan.<xref ref-type="fn" rid="fn1" specific-use="fn"><sup>1</sup></xref></p>
<p>Welke motieven speelden <italic>naast</italic> economische een rol? &#x00C9;&#x00E9;n motief krijgt bij Jan weinig aandacht, namelijk de wedijver tussen Europese landen die dachten dat zij op het wereldtoneel in de toekomst alleen nog een rol zouden kunnen spelen als zij ook een eigen imperium opbouwden. Hij ziet meer in een derde motief, dat hij ontleent aan Alexis de Tocqueville. Tocqueville verklaarde de buiten-Europese expansie uit &#x2018;de escalatie van klassentegenstellingen in de metropool&#x2019; die bezworen moesten worden &#x2018;met een patriottisch appel&#x2019; (p. 62) dat &#x2018;op het thuisfront nationale eensgezindheid&#x2019; (p. 267) zou bewerkstelligen. Historisch onderzoek bevestigt het belang van deze factor ten volle. Fran&#x00E7;ois B&#x00E9;darida heeft bijvoorbeeld aannemelijk gemaakt dat een groot deel van de Franse arbeidersklasse dankzij het kolonialisme in de negentiende eeuw een superioriteitsgevoel ontwikkeld had ten opzichte van de gekoloniseerden, die zij als minderwaardig en primitief beschouwde. Toen in het Verenigd Koninkrijk met de Second Reform Act van 1867-1868 het kiesrecht werd uitgebreid, wakkerde de Britse staatsman Benjamin Disraeli heel bewust kolonialistische sentimenten aan om af te leiden van de toenemende klassenconflicten in het land. En Bismarck probeerde met veroveringen buiten Europa de opkomende sociaaldemocratie te paaien. De <italic>sociale kwestie</italic> heeft kortom flink bijgedragen aan het ontstaan van de <italic>koloniale kwestie</italic> &#x2013; al kunnen we niet van een &#x00E9;&#x00E9;n-op-&#x00E9;&#x00E9;n causaliteit spreken.<xref ref-type="fn" rid="fn2" specific-use="fn"><sup>2</sup></xref></p>
<fig id="fg001">
<label>Illustratie 1</label>
<caption><p><italic>Verax, Twee&#x00EB;rlei waarheid. De hongersnood op Java (Amsterdam 1903) (bron: IISG BG C5/193, <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://hdl.handle.net/10622/091D2BAA-E78D-416B-904B-FEF992C0F33D">https://hdl.handle.net/10622/091D2BAA-E78D-416B-904B-FEF992C0F33D</ext-link>.)</italic></p></caption>
<graphic xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xlink:href="tseg.12925_fig1.jpg"/>
</fig>
<p>De vraag is nu echter hoe de verdere samenhang tussen beide kwesties zich heeft ontwikkeld. Daarbij wil ik vooropstellen dat &#x2013; en Jan hamert daar geregeld op &#x2013; de koloniale kwestie natuurlijk &#x00F3;&#x00F3;k een sociale kwestie was, maar een sociale kwestie die door de koloniale mogendheden niet als zodanig werd gezien. Er bestond voor hen geen sociale kwestie in de koloni&#x00EB;n, er waren alleen maar luie, onwillige inlanders die met marteling en pijn tot werken moesten worden aangezet.</p>
<p>In zijn verkenning van de samenhangen tussen beide kwesties zie ik twee aspecten die ik kritisch zou willen belichten. Op de eerste plaats komt in <italic>Kolonialisme en racisme</italic> &#x00E9;&#x00E9;n kwestie niet aan de orde die volkomen verweven is met de andere twee kwesties: het gendervraagstuk. Vrouwen komen in de bundel bijna niet voor, behalve in de autobiografische inleiding. Maar de specifieke onderdrukking van vrouwen speelde een enorme rol in de koloniale projecten. Elise van Nederveen Meerkerk heeft drie jaar geleden in haar boek <italic>Women, Work and Colonialism in the Netherlands and Java</italic> laten zien dat koloniale connecties duidelijk van invloed zijn geweest op de status en economische positie van vrouwen in Nederland en op Java. Het cultuurstelsel en de latere economische veranderingen op Java leidden tot dramatische verslechteringen voor Javaanse vrouwen en verhoogden tegelijkertijd het levenspeil van vrouwen in Nederland.<xref ref-type="fn" rid="fn3" specific-use="fn"><sup>3</sup></xref> Maar ook de antikoloniale strijd kende belangrijke genderaspecten. Tijdens de <italic>Bersiap</italic>-periode vlak na de Tweede Wereldoorlog maakten de opstandelingen zich, zo schrijft Jan terecht, schuldig aan &#x2018;plundering, beroving en afpersing&#x2019; (p. 293). Het feit dat er ook massaal moorden en verkrachtingen plaatsvonden blijft daarentegen onvermeld. David van Reybrouck schrijft: &#x2018;De wreedheid van de pemoeda&#x2019;s kende geen grenzen. Qua moedwillig sadisme overtroffen ze dikwijls hun Japanse leermeesters. Hele gezinnen werden gemarteld en uitgemoord. Kinderen werden met hun hoofd tegen een putrand geslagen tot hun schedels verbrijzeld waren. Meisjes werden verkracht en vervolgens gedood met bamboesperen die in de vagina geramd werden.&#x2019;<xref ref-type="fn" rid="fn4" specific-use="fn"><sup>4</sup></xref></p>
<p>Een tweede punt betreft de rol van de Nederlandse arbeidersbeweging. In zijn analyse van het verband tussen sociale en koloniale kwestie laat Jan zich als een ouderwetse sociaaldemocraat zien &#x2013; waarbij &#x2018;sociaaldemocraat&#x2019; eerder verwijst naar een politieke traditie dan naar de huidige Partij van de Arbeid. Zowel in het dertiende hoofdstuk, met de veelzeggende titel &#x2018;De essentie van de sociaaldemocratie&#x2019;, als ook elders in de bundel ziet Jan het &#x2013; net als Jan Pronk, die een eigen hoofdstuk heeft gekregen &#x2013; als de &#x2018;sociaaldemocratische opgave &#x2026; om op basis van collectieve actie in de boven-nationale sfeer ontwikkeling voor allen tot stand te brengen&#x2019; (p. 371). Daar geeft hij goede argumenten voor.</p>
<p>Met zo&#x2019;n sociaaldemocratisch perspectief is natuurlijk niets mis &#x2013; al wil ik eraan toevoegen dat deze opvatting ook buiten de sociaaldemocratie werd en wordt aangehangen. Maar dit perspectief gaat volgens mij wel gepaard met een vertekening van het verleden. Het optreden van de sociaaldemocratie wordt te rooskleurig beschreven. Jan betoogt dat er volgens de SDAP (de voorloper van de PvdA) &#x2018;een verwantschap [bestond] tussen de sociale strijd die in Nederland werd gevoerd met de opstandige beweging die het Indonesische volk opriep tot verzet tegen uitbuiting en knechting&#x2019; (p. 272). Dat was natuurlijk zo, maar vooral <italic>in abstracto</italic>. Reeds sedert het congres van de Tweede (socialistische) Internationale in Stuttgart 1907 had het grootste deel van de internationale sociaaldemocratie (inclusief de SDAP) afstand genomen van antikoloniale acties. Men kon zich immers geen actieve historische rol van de koloniale bevolkingen voorstellen: traditionele opstanden in de koloni&#x00EB;n zouden tot regressie leiden en de nationalistische bewegingen behartigden de belangen van de potenti&#x00EB;le inheemse bourgeoisie&#x00EB;n.</p>
<p>Sterker nog, de grote meerderheid van de Nederlandse sociaaldemocratie was van mening dat de eigen arbeidersklasse er sterk op achteruit zou gaan als de koloniale uitbuiting zou wegvallen. Jan refereert daar al aan (p. 264). Misschien is het goed om in dat verband te citeren wat Charles Guillaume Cramer, een vooraanstaand koloniaal deskundige van de SDAP, in 1930 zei tijdens het zogenoemde Koloniale Congres van de partij:</p>
<disp-quote>
<p>Welke zijn nu de <italic>thans bestaande</italic> belangen der Nederlandsche arbeidersklasse bij het koloniale vraagstuk? De koloniale loonbronnen zijn te splitsen in:</p>
<list list-type="order">
<list-item><p><italic>Drainage</italic>: uitstrooming van winsten door bodem-ontginning en uitbuiting van den Indonesischen arbeider. De winsten uit deze bron mogen voor Nederland gemiddeld op <italic>f</italic> 400 millioen per jaar worden geschat. Deze winst schept natuurlijk werkgelegenheid; zij bedraagt gekapitaliseerd tegen 10 pCt. plm. 17 pCt. van het nationale vermogen.</p></list-item>
<list-item><p><italic>Afzetgebied</italic> voor de Nederlandsche industrie. In 1920 beliep de waarde van den totalen export <italic>f</italic> 1700 millioen, waarvan 14 pCt. naar Indonesi&#x00EB; ging. In 1927 bedroegen deze cijfers <italic>f</italic> 1900 millioen en 7.2 pCt. De textielindustrie exporteerde in 1922 67.1 pCt. van de totale hoeveelheid productie voor Indonesi&#x00EB;. Dit cijfer is in 1928 gedaald tot 55.9 pCt. Men lette nu reeds op deze (relatief) dalende lijn.</p></list-item>
<list-item><p><italic>Afzetgebied voor persoonlijke arbeidskrachten.</italic> Volgens Van Gelderen (&#x201C;Soc. Gids&#x201D; 1921, blz. 99) bekleeden 43.500 Europeanen leidende betrekkingen in Indonesi&#x00EB;. Dit is de &#x201C;bovenlaag&#x201D;. Het aantal hierin begrepen rechtstreeks uit Nederland herkomstige personen mag op een 40.000 worden geschat.</p></list-item>
</list>
<p>Voor de schatting van wat een <italic>onmiddellijke</italic> verbreking van den kolonialen band voor de Nederlandsche arbeiders zou beteekenen, raadpleegde spr. onzen bekwamen pg. dr. Tinbergen; deze becijferde, natuurlijk globaal, een verlies van werkgelegenheid voor 150.000 Nederlandsche arbeiders, d.i. ongeveer 10 pCt. van het totale aantal.<xref ref-type="fn" rid="fn5" specific-use="fn"><sup>5</sup></xref></p>
</disp-quote>
<p>Dat er in het beginselprogramma van de SDAP sprake was van een &#x2018;grensoverschrijdend karakter van de aansporing tot solidariteit&#x2019;, zoals Jan constateert, betekende daarom weinig. Wanneer dan vervolgens de Partij van de Arbeid na 1945 door haar steun aan de Politionele Acties het &#x2018;nationalistisch eigenbelang&#x2019; voorop stelt, noemt Jan dat een &#x2018;verzaking van het sociaaldemocratische gedachtegoed&#x2019; (p. 43). Maar dat was het dus niet. Ook de sociaaldemocratische partijen in andere koloniale metropolen aarzelden niet om antikoloniale bewegingen militair te bestrijden. Ik herinner aan de Britse Labour Party en Maleisi&#x00EB; en aan de Franse SFIO en Algerije. Het logische gevolg was dat de sociaaldemocratie in de voormalige koloni&#x00EB;n na de onafhankelijkheid aanvankelijk <italic>nergens</italic> voet aan de grond kreeg. Het speelde niet alleen communistische partijen in de kaart maar ook andere varianten &#x2013; zoals het Arabisch socialisme van de Ba&#x2019;ath-beweging of het Afrikaanse socialisme in onder meer Kenia en Ghana.</p>
<fig id="fg002">
<label>Illustratie 2</label>
<caption><p><italic>Albert Funke K&#x00FC;pper, Deelnemers aan het koloniaal congres der SDAP (</italic>Het Volk<italic>, 1930) (source: IISG BG C1/939, <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://hdl.handle.net/10622/A980AAA6-D0AC-47EA-AD26-8BD68A4865AB">https://hdl.handle.net/10622/A980AAA6-D0AC-47EA-AD26-8BD68A4865AB</ext-link>.)</italic></p></caption>
<graphic xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xlink:href="tseg.12925_fig2.jpg"/>
</fig>
<p>Deze vertekeningen nemen niet weg dat Jans analyses van het grootste belang zijn, niet alleen wetenschappelijk, maar ook politiek. Zeer belangrijk vind ik zijn standpunt dat de (waarschijnlijk tijdelijke) beslechting van de sociale strijd in Nederland mede mogelijk werd gemaakt &#x2018;door de uitbuiting en knechting van de arbeidende klassen in het voornaamste overzeese wingewest&#x2019; (p. 43). Precies uit dit verband zou misschien ook de onprincipi&#x00EB;le houding van SDAP en PvdA ten opzichte van de koloniale kwestie verklaard kunnen worden. Een groot deel van de Nederlandse arbeidersklasse profiteerde mee van de ellende in Nederlands Indi&#x00EB;.<xref ref-type="fn" rid="fn6" specific-use="fn"><sup>6</sup></xref></p>
<p>De grote vraag is nu natuurlijk: hoe gaat het verder? Ook daar zegt Jan behartenswaardige dingen over. Hij wijst op het feit dat een groeiend deel van de wereldbevolking wordt buitengesloten. We kennen allemaal de uitspraak van de econome Joan Robinson dat het erger is om <italic>niet</italic> dan om <italic>wel</italic> te worden uitgebuit.<xref ref-type="fn" rid="fn7" specific-use="fn"><sup>7</sup></xref> Een aanzienlijk deel van de mensen in het globale Zuiden wordt inmiddels niet meer uitgebuit. Zij zijn zelfs geen &#x2018;reserveleger&#x2019; meer, ze zijn helemaal geen leger meer. Een kwarteeuw geleden schatte de economisch historicus Paul Bairoch al dat in het Zuiden de totale inactiviteit ongeveer 30-40 procent bedroeg van de potenti&#x00EB;le arbeidstijd. Hij noemde deze toestand &#x2018;historisch ongekend, misschien met uitzondering van het Romeinse Rijk&#x2019;. En hij voegde eraan toe: &#x2018;Als we de huidige situatie in de landen van de Derde Wereld vergelijken met die van de ontwikkelde landen tijdens de negentiende eeuw, dan worden twee fundamentele verschillen duidelijk. In de steden van de ontwikkelde landen was het werkloosheidspercentage veel lager, ergens tussen 4 en 6 procent; en, nog belangrijker, de werkloosheid was cyclisch, dat wil zeggen sterk geconcentreerd in de jaren van economische tegenspoed, terwijl de werkloosheid in de Derde Wereld een structureel karakter heeft&#x2019;.<xref ref-type="fn" rid="fn8" specific-use="fn"><sup>8</sup></xref> Tegelijkertijd neemt ook in het Noorden de verborgen werkloosheid toe. De Internationale Arbeids-Organisatie schat de totale werkloosheid op wereldschaal op 5 &#x00E0; 6 procent. Maar dat is een vertekening van de werkelijkheid. Het bekende consultancybedrijf Gallup heeft in 2014 en 2016 representatieve enqu&#x00EA;tes georganiseerd onder 23- tot 65-jarigen in 155 landen. Daaruit bleek, dat 32 procent van de ondervraagden &#x2018;good jobs&#x2019; hadden van minimaal dertig uur per week bij &#x00E9;&#x00E9;n werkgever. Van de overigen moet volgens Gallup een groot deel als geheel of gedeeltelijk werkloos worden beschouwd: de helft van de zzp&#x2019;ers en de mensen die in deeltijd werken maar graag een voltijds baan zouden willen. Daaruit volgt dat 33 procent geheel of gedeeltelijk werkloos is.<xref ref-type="fn" rid="fn9" specific-use="fn"><sup>9</sup></xref> Een boven-nationaal, ja zelfs boven-continentaal sociaal en solidair beleid is meer nodig dan ooit. Jans boek laat dat duidelijk zien.</p>
<p>Maar waarom is zo&#x2019;n wereldomspannend beleid zo moeilijk te realiseren? Welke hardnekkige belemmeringen staan in de weg? Deze vragen brengen ons terug bij Jans centrale problematiek: het verband tussen het racisme, de sociale kwestie en de koloniale kwestie. In zijn boek toont Jan overtuigend aan dat het racisme dienst deed als legitimatie van het Nederlandse en Belgische kolonialisme, en hij laat ook zien dat daar meedogenloos winstbejag achter zat. Ook de sociale kwestie &#x2013; die nog lang niet de wereld uit is<xref ref-type="fn" rid="fn10" specific-use="fn"><sup>10</sup></xref> &#x2013; moet worden beschouwd als een gevolg van een weinig gebreideld streven naar kapitaalaccumulatie. Zijn zulke verbanden min of meer toevallig? Is hier &#x2018;slechts&#x2019; sprake van een <italic>moreel</italic> falen? Of zijn er connecties van <italic>structurele</italic> aard, zoals Jans verwijzingen naar het imperialisme suggereren? In de Nederlandstalige wereld hebben historici en sociale wetenschappers zich nog maar weinig met deze kwesties beziggehouden. Ik zie Jan Bremans <italic>Kolonialisme en racisme</italic> als een uitnodiging aan Belgische en Nederlandse onderzoek(st)ers om zich hierin te verdiepen.<xref ref-type="fn" rid="fn11" specific-use="fn"><sup>11</sup></xref></p>
<sec id="s1">
<title>Over de auteur</title>
<p><bold>Marcel van der Linden</bold> is Senior Research Fellow en voormalig Directeur Onderzoek bij het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, en emeritus hoogleraar in de geschiedenis der sociale bewegingen aan de Universiteit van Amsterdam. Zijn nieuwste publicaties zijn de tweedelige <italic>The Cambridge History of Socialism</italic> (Cambridge: Cambridge University Press, 2022) en, in Open Access , <italic>The World Wide Web of Work: A History in the Making</italic> (London: UCL Press, te verschijnen in maart 2023).</p>
<p>E-mail: <email>mvl@iisg.nl</email></p>
</sec>
</body>
<back>
<fn-group>
<title>Noten</title>
<fn id="fn1" symbol="1"><p>Zie bijvoorbeeld Amiya Kumar Bagchi, <italic>Private investment in India, 1900-1939</italic> (New Delhi 1975); Irfan Habib, <italic>Indian economy, 1858-1914</italic> (New Delhi 2016); Utsa Patnaik, <italic>Republic of hunger and other essays</italic> (Gurgaon 2011); Michael Edelstein, &#x2018;Foreign investment, accumulation and empire, 1860-1914&#x2019;, in: <italic>The Cambridge economic history of modern Britain</italic>. Vol. II, <italic>Economic maturity, 1860-1939</italic> (Cambridge 2003) 190-226; Utsa Patnaik and Prabhat Patnaik, &#x2018;The drain of wealth. Colonialism before the First World War&#x2019;, <italic>Monthly Review</italic> February (2021) 1-22; Pilar Nogues-Marco, &#x2018;Measuring colonial extraction. The East India Company&#x2019;s rule and the drain of wealth (1757-1858)&#x2019;, <italic>Capitalism</italic> 2:1 (2021) 154-195.</p></fn>
<fn id="fn2" symbol="2"><p>Fran&#x00E7;ois B&#x00E9;darida, &#x2018;The French working-class movement and colonial expansion &#x2013; A reappraisal&#x2019;, <italic>Bulletin of the Society for the Study of Labour History</italic> 19 (1969) 4-5; Freda Harcourt, &#x2018;Disraeli&#x2019;s imperialism, 1866-1868. A question of timing&#x2019;, <italic>The Historical Journal</italic> 23:1 (1980) 87-109; Hans-Ulrich Wehler, <italic>Bismarck und der Imperialismus</italic> (Keulen 2017).</p></fn>
<fn id="fn3" symbol="3"><p>Elise van Nederveen Meerkerk, <italic>Women, work and colonialism in the Netherlands and Java. Comparisons, contrasts, and connections, 1830-1940</italic> (Cham 2019).</p></fn>
<fn id="fn4" symbol="4"><p>David Van Reybrouck, <italic>Revolusi. Indonesi&#x00EB; en het ontstaan van de moderne wereld</italic> (Amsterdam 2020) 312.</p></fn>
<fn id="fn5" symbol="5"><p><italic>Verslag van het koloniaal congres der Sociaal-Democratische Arbeiderspartij in Nederland, gehouden op zaterdag 11 en zondag 12 januari 1930 te Utrecht</italic> (Amsterdam 1930) 13-14. Zie ook J.B.D. Derksen en J. Tinbergen, &#x2018;Berekeningen over de economische beteekenis van Nederlandsch-Indi&#x00EB; voor Nederland&#x2019;, <italic>Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek</italic> 40:10-12 (1945) 210-216. Latere bespiegelingen in: M.J. Baudet en G.J. Wijers, &#x2018;De economische betekenis van Nederlandsch-Indi&#x00EB; voor Nederland. Oude en nieuwe berekeningen&#x2019;, <italic>Economisch-Statistische Berichten</italic>, 15 September (1976) 885-888; Angus Maddison, &#x2018;Dutch income in and from Indonesia, 1700-1938&#x2019;, <italic>Modern Asian Studies</italic> 23:4 (1989) 645-670; Pierre van der Eng, <italic>Economic benefits from colonial assets. The case of the Netherlands and Indonesia, 1870-1958</italic>. Research Memorandum GD 39 (Research Institute Systems, Organisations and Management (SOM), Universiteit Groningen, juni 1998); Alec Gordon, &#x2018;Netherlands East Indies: The large colonial surplus of Indonesia, 1878-1939&#x2019;, <italic>Journal of Contemporary Asia</italic> 40:3 (2010) 425-443; Alec Gordon, &#x2018;A last word. Amendments and corrections to Indonesia&#x2019;s colonial surplus 1880-1939&#x2019;, <italic>Journal of Contemporary Asia</italic> 48:3 (2018) 508-518; Frans Buelens en Ewout Frankema, &#x2018;Colonial adventures in tropical agriculture. New estimates of returns to investment in the Netherlands Indies, 1919-1938&#x2019;, <italic>Cliometrica</italic> 10:2 (2016) 197-224. Voor Belgi&#x00EB;: Frans Buelens en Stefaan Marysse, &#x2018;Returns on investments during the colonial era. The case of the Belgian Congo&#x2019;, <italic>Economic History Review</italic> 65:Supplement 1 (2009) 135-166.</p></fn>
<fn id="fn6" symbol="6"><p>Ik heb deze gedachte verder uitgewerkt in &#x2018;Workers who benefit from the exploitation of other workers&#x2019;, <italic>REVLATT: Revista Latinaomericana de Trabajo y Trabajadores</italic> 1 (2020-2021) 223-239.</p></fn>
<fn id="fn7" symbol="7"><p>&#x2018;As we see nowadays in South-East Asia or the Caribbean, the misery of being exploited by capitalists is nothing compared to the misery of not being exploited at all&#x2019;, Joan Robinson, <italic>Economic philosophy</italic> (Harmondsworth 1962) 43.</p></fn>
<fn id="fn8" symbol="8"><p>Paul Bairoch, <italic>Victoires et deboires. Histoire &#x00E9;conomique et sociale du monde du XVIe si&#x00E8;cle &#x00E0; nos jours</italic>. Vol. 3 (Parijs 1997) 778.</p></fn>
<fn id="fn9" symbol="9"><p>Gallup, <italic>State of the global workplace</italic> (New York 2017) 18; J. Clifton, &#x2018;Real global unemployment is 33&#x0025;, not 6&#x0025;&#x2019;, <italic>Gallup Blog</italic> (1 mei 2018).</p></fn>
<fn id="fn10" symbol="10"><p>Jan Breman et al. (red.), <italic>The social question in the twenty-first century. A global view</italic> (Oakland 2019).</p></fn>
<fn id="fn11" symbol="11"><p>Daarbij kunnen we, lijkt mij, niet heen om het begrip &#x2018;kapitalisme&#x2019;. Zie voor een verkenning van de vele aspekten van deze term: J&#x00FC;rgen Kocka en Marcel van der Linden (red.), <italic>Capitalism. The reemergence of a historical concept</italic> (London 2016). Belangrijk is dat het kapitalisme niet alleen een economisch, maar ook een ideologisch systeem vormt. Allen die zich op de markt begeven om waren te kopen of te verkopen zijn formeel gelijk &#x2013; daarin zit het egalitarisme van het burgerlijk recht besloten. Maar wie zich <italic>niet</italic> op de markt kan of mag bewegen valt buiten die gelijkheid &#x2013; en dat cre&#x00EB;ert de mogelijkheid tot patriarchale onderdrukking, sociale uitsluiting en racisme. Zie hierover het klassieke essay van Peter Schmitt-Egner, &#x2018;Wertgesetz und Rassismus&#x2019;, <italic>Gesellschaft: Beitr&#x00E4;ge zur Marxschen Theorie</italic> 8-9 (1976) 350-403. Op het web circuleren onder de titel &#x2018;Law of value and racism&#x2019; meerdere Engelstalige versies van deze tekst.</p></fn>
</fn-group>
</back>
</article>