<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (NISO Z39.96-2019) Journal Publishing DTD v1.2 20190208//EN" "https://jats.nlm.nih.gov/publishing/1.2/JATS-journalpublishing1-mathml3.dtd">
<article dtd-version="1.2" xml:lang="nl" xmlns:mml="http://www.w3.org/1998/Math/MathML" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">tseg</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>The Low Countries Journal of Social and Economic History</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="ppub">1572-1701</issn>
<issn pub-type="epub">2468-9068</issn>
<isbn publication-format="ppub">978 94 6270 365 0</isbn>
<publisher>
<publisher-name>Leuven University Press</publisher-name>
<publisher-loc>Leuven, Belgium</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">tseg.13027</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.52024/tseg.13027</article-id>
<article-categories>
<subj-group>
<subject>Book Reviews</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Henk Slechte, <italic>Laat me niet lachen! Spotbeeld van de Nederlandse geschiedenis, van 1570 tot nu</italic> (Zutphen: Walburg Pers, 2022). 317 p. ISBN 97894 62497115.</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Van Bruaene</surname>
<given-names>Anne-Laure</given-names>
</name>
<aff>Universiteit Gent</aff>
</contrib>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>12</month>
<year>2022</year>
</pub-date>
<volume>19</volume>
<issue>3</issue>
<fpage>169</fpage>
<lpage>170</lpage>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00a9; Anne-Laure Van Bruaene</copyright-statement>
<copyright-year>2022</copyright-year>
<copyright-holder>Anne-Laure Van Bruaene</copyright-holder>
</permissions>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>Een lange, magere meid jaagt met een bezem een Hollandse burgerman (te herkennen aan pofbroek, pijp en Oranje-kokarde) de kamer uit. Terwijl hij &#x2018;donder &#x0026; blixen&#x2019; uitroept, vertrapt hij met &#x00E9;&#x00E9;n voet het verscheurde huwelijkscontract tussen Belgi&#x00EB; en Holland. Op deze manier bracht de karikaturist William Heath (1794-1840) in 1830 de Belgische afscheiding in beeld voor een Brits publiek. Al associ&#x00EB;ren we Nederland niet meteen meer met pofbroeken en pijpen, de beeldtaal van het strijdende en scheidende koppel blijft eenvoudig te begrijpen. In 1975 cre&#x00EB;erde Fritz Behrendt (1925-2008) een gelijkaardig beeld naar aanleiding van de onafhankelijkheid van Suriname: een creools geklede moeder met kind overhandigt aan premier Joop den Uyl &#x2013; tot zijn ontzetting &#x2013; een verzoekschrift om &#x2018;alimentatie voor 300 jaar vaste relatie&#x2019;. In omgekeerde zin verbeeldde Johan Braakensiek (1858-1940) in 1919 het einde van de schoolstrijd als een verstandshuwelijk tussen het bijzonder en het openbaar onderwijs.</p>
<p>De terugkerende beeldtaal van huwelijk en scheiding is slechts &#x00E9;&#x00E9;n voorbeeld van de interessante verbanden die in Henk Slechte&#x2019;s overzicht van meer dan 400 jaar spotprenten naar voren komen. Die van de gestrande walvis als voorbode van onheil is er een ander van. Slechte is er echter in de eerste plaats op uit de geschiedenis van Nederland te vertellen aan de hand van spotbeelden. Hij selecteerde daartoe uit een aantal bekende collecties (zoals de Atlas van Stolk, het Rijksprentenkabinet en het IISG) een tachtigtal prenten en tekeningen van de hand van Nederlandse, maar ook Britse en Franse kunstenaars en cartoonisten. Elke prent wordt op dezelfde systematische manier behandeld: eerst wordt de prent kort verklaard, dan volgt een toelichting bij de historische context en tot slot wordt nader ingegaan op de gebruikte beeldtaal.</p>
<p>Slechte presenteert zijn materiaal in een zeer heldere en toegankelijke taal, waardoor het boek bij uitstek geschikt lijkt voor de lessen geschiedenis of maatschappijleer op de middelbare school. De nadruk ligt bovendien heel sterk op de twintigste en eenentwintigste eeuw. Door de aard van het medium &#x2013; commentaar geven op de actualiteit &#x2013; zijn niet alle prenten onmiddellijk te begrijpen, maar dat maakt ze in een aantal gevallen juist erg interessant. In 1933 publiceerde Albert Funke Kupper (1894-1934) bijvoorbeeld een tekening van de Sint die Zwarte Piet argwanend de vraag stelt: &#x2018;Ben jij wel een Ari&#x00EB;r?&#x2019;. Het blijkt te gaan om een scherpe satire op de rassenleer van de pas verkozen Adolf Hitler. Deze prent zou niet misstaan in een dossier over de historisch wisselende betekenissen van de Zwarte Piet-figuur.</p>
<p><italic>Laat me niet lachen!</italic> biedt zowel lering als vermaak aan de lezer, maar kan bezwaarlijk gelden als academische studie. Daarvoor zijn er een aantal belangrijke beperkingen. De voornaamste is dat niet wordt verduidelijkt op basis van welke criteria de selectie is gemaakt, behalve dan dat het gaat om een &#x2018;verscheidenheid aan tekenaars, stijlen en onderwerpen&#x2019; (p. 11). Slechte neemt de canon van Nederland als een soort maatstaf, maar stelt vast dat die niet een-op-een samenvalt met die gebeurtenissen uit het verleden waarover veel satirische prenten werden geproduceerd. De wetenschappelijke vraag die zich dan opdringt, is in welke mate onze herinnering aan een nationaal verleden bepaald is door de aan- of afwezigheid van beeldmateriaal. Dat pad bewandelt de auteur echter niet. Bovendien is Slechte af en toe opvallend eenzijdig in zijn selectie. De prenten met betrekking tot de Tweede Wereldoorlog zijn allemaal antinazistisch van strekking, terwijl er uiteraard evengoed antisemitische prenten werden gepubliceerd (wat even wordt aangehaald in de inleiding).</p>
<p>In een inleidend hoofdstuk getiteld &#x2018;De spottende verbeelding van de geschiedenis&#x2019; doet Slechte &#x2013; ondanks het wat ahistorische gebruik van het begrip &#x2018;tekenaar&#x2019; &#x2013; een aantal interessante vaststellingen. Met uitzondering van de alom gehate hertog van Alva aan het begin van de Nederlandse Opstand, werd pas in de patriottenstrijd de zittende macht &#x2013; en meer in het bijzonder Willem V &#x2013; door de mangel gehaald in bijtende spotprenten en karikaturen. Hoewel de grondwet van 1848 de persvrijheid verankerde, wordt tot op de dag van vandaag gediscussieerd over de precieze grens tussen vrije meningsuiting en smaad. Op dat laatste punt toont Slechte zich meer moralist dan historicus. Onder andere verwijzend naar de bloedige reacties op de Mohammed-karikatuur (2006) van Kurt Westergaard en de intrekking van een als antisemitisch ervaren cartoon (2019) door <italic>The New York Times</italic>, drukt hij zijn diepe bezorgdheid uit over de toekomst van de spotprent. Mijns inziens pint Slechte zich echter te veel vast op de klassieke media en gaat hij voorbij aan de dagelijkse vloed aan <italic>memes</italic> van allerlei strekking op sociale media. Vat krijgen op dat materiaal wordt voor de toekomstige chroniqueurs van de visuele satire bepaald geen lachertje!</p>
</body>
</article>