<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (NISO Z39.96-2019) Journal Publishing DTD v1.2 20190208//EN" "https://jats.nlm.nih.gov/publishing/1.2/JATS-journalpublishing1-mathml3.dtd">
<article dtd-version="1.2" xml:lang="nl" xmlns:mml="http://www.w3.org/1998/Math/MathML" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">tseg</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>The Low Countries Journal of Social and Economic History</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="ppub">1572-1701</issn>
<issn pub-type="epub">2468-9068</issn>
<isbn publication-format="ppub">978 94 6270 365 0</isbn>
<publisher>
<publisher-name>Leuven University Press</publisher-name>
<publisher-loc>Leuven, Belgium</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">tseg.13099</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.52024/tseg.13099</article-id>
<article-categories>
<subj-group>
<subject>Book Reviews</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Jelena Dobbels, <italic>Building a Profession. A History of General Contractors in Belgium (1870-1970)</italic> (Brussel: ASP, 2021). 246 p. ISBN 9789461171795.</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Weyns</surname>
<given-names>Eva</given-names>
</name>
<aff>Vlaams Architectuurinstituut</aff>
</contrib>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>12</month>
<year>2022</year>
</pub-date>
<volume>19</volume>
<issue>3</issue>
<fpage>157</fpage>
<lpage>159</lpage>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00a9; Eva Weyns</copyright-statement>
<copyright-year>2022</copyright-year>
<copyright-holder>Eva Weyns</copyright-holder>
</permissions>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>In een context van industrialisatie, economische groei en intense bouwactiviteit onderging de bouwsector in de negentiende eeuw belangrijke veranderingen. Door de toenemende vraag aan omvangrijke bouwprojecten die in een snel tempo gerealiseerd moesten worden, ontstond er ruimte voor een nieuwe actor in het bouwproces: de algemene aannemer. Hoewel er geen eenduidige definitie is voor het beroep, kan in het algemeen gesteld worden dat algemene aannemers verantwoordelijk zijn voor de organisatie en uitvoering van volledige bouwprojecten, van de grondwerken tot de afwerking, waarbij ze ook de verantwoordelijkheid voor alle risico&#x2019;s dragen. Algemene aannemers kunnen dit realiseren door zelf alle werken uit te voeren of door een deel uit te besteden aan onderaannemers. In <italic>Building a Profession</italic> geeft architectuurhistorica Jelena Dobbels voor de eerste keer een uitgebreid overzicht van de opkomst en de ontwikkelingen van algemene aannemers in Belgi&#x00EB; sinds het einde van de negentiende eeuw. Waar in voorgaand onderzoek enkel zeer specifieke aspecten van het beroep of van bepaalde bedrijven aan bod kwamen, was de ontwikkeling van de discipline in de breedte en op de lange termijn grotendeels nog niet beschreven. Dobbels gebruikt het concept van professionalisering om de evoluties van het beroep te evalueren. Op deze manier toont dit boek hoe algemene aannemers in korte tijd sleutelfiguren werden in de Belgische bouwindustrie.</p>
<p>Het boek is gestructureerd in twee chronologische delen waarbij eerst de periode 1870-1930 wordt onderzocht en daarna wordt ingezoomd op de evoluties in 1930-1970, en dit telkens met drie verschillende insteken. Eerst wordt er naar de inhoud van het beroep zelf gekeken. In Belgi&#x00EB; hadden startende algemene aannemers in de negentiende eeuw veelal ervaring als metser of timmerman, maar ook vanuit andere beroepen werd de overstap gemaakt. Terwijl algemene aannemers initieel een uitgesproken gemengd profiel hadden waarbij ze verschillende soorten werken combineerden (publiek en privaat, groot en klein, volledig of gedeeltelijk), specialiseerden de meeste bedrijven zich uiteindelijk, wat samenhing met de toenemende mechanisering van het beroep. Als tweede belicht Dobbels het ontstaan en de acties van beroepsorganisaties, een essentieel onderdeel van het professionaliseringsproces. In 1880 werd op nationaal niveau de <italic>F&#x00E9;d&#x00E9;ration des Entrepreneurs</italic> opgericht, met als doel het behartigen van de belangen van de leden. Vanaf de start werd er geijverd voor betere procedures voor openbare aanbestedingen en uniformiteit in de algemene voorwaarden van bestekteksten, waarna de inzet verschoof naar een wettelijke erkenning van het beroep van algemeen aannemer. Dit resulteerde eerst in een licentie voor aannemers in de jaren 1940, en meer specifieke wetgeving volgde in 1964 en 2007. Na de Tweede Wereldoorlog evolueerde en professionaliseerde het landschap van de beroepsorganisaties verder met de oprichting van de Nationale Confederatie van het Bouwbedrijf (1946) en het Wetenschappelijk en Technisch Centrum van het Bouwbedrijf (1959). Tot slot wordt in het boek de samenwerking tussen algemene aannemers en andere actoren in de bouw onderzocht, voornamelijk met architecten en ingenieurs, maar ook de opkomst van vastgoedontwikkelaars wordt geschetst. Waar er in de negentiende eeuw nog overlap was tussen het werk van aannemers, architecten en ingenieurs, tekenden in de twintigste eeuw de beroepsprofielen zich duidelijker af, terwijl ook de beroepen wettelijke erkenning kregen.</p>
<p>Door de systematisch chronologische en thematische structuur geeft het boek een heel volledig en helder beeld van de opkomst en ontwikkeling van algemene aannemers. Er is niet alleen aandacht voor de technische kant van de discipline maar ook de zakelijk-organisatorische uitdagingen worden uiteengezet. Ook wie ge&#x00EF;nteresseerd is in de professionalisering van algemene aannemers buiten Belgi&#x00EB;, vindt in deze publicatie veel aanknopingspunten. Voortbouwend op een uitgebreide studie van de internationale literatuur worden de evoluties van het beroep en de beroepsorganisaties in Belgi&#x00EB; vergeleken met die in andere landen, in het bijzonder in Europa en de Verenigde Staten. Deze systematische aandacht voor de internationale context is zeker een meerwaarde voor de naoorlogse periode, toen er met de groeiende Europese integratie concrete organen kwamen waarmee de internationale federatie belangen kon bespreken. Naast een degelijke literatuurstudie is dit boek ook onderbouwd door een grondige analyse van primaire bronnen. Het archief van de <italic>F&#x00E9;d&#x00E9;ration des Entrepreneurs</italic> (vandaag FEGC/FABA) was essentieel om de groei van de beroepsorganisatie in beeld te krijgen, waarbij ook geput werd uit de verschillende publicaties die de organisatie heeft voortgebracht, zoals <italic>De Algemene Aannemer.</italic> Doordat <italic>Building a Profession</italic> zo sterk inzet op het uitleggen van algemene tendensen in het beroep blijft het verhaal soms wel enigszins abstract. Zo worden bijvoorbeeld enkele prominente figuren die doorheen de jaren actief waren in de <italic>F&#x00E9;d&#x00E9;ration des Entrepreneurs</italic> ge&#x00EF;ntroduceerd, maar over hun achtergrond, hun netwerk of hoe ze zich binnen de beroepsorganisatie positioneerden, komen we weinig te weten. Daarnaast komen in de hoofdstukken die de effectieve activiteiten van algemene aannemers analyseren zeker voorbeelden aan bod, zoals van <italic>Entreprises G&#x00E9;n&#x00E9;rales Henri Ruttiens et Fils</italic> en <italic>Entreprises Louis De Waele</italic>, waarvan Dobbels de bedrijfsarchieven bestudeerde, maar op sommige plaatsen beperkt het verhaal zich toch tot algemene beschouwingen. Zo zou bijvoorbeeld het belang van het kunnen opstellen van een realistische offerte veel duidelijker worden met een sprekend voorbeeld.</p>
<p>Dat de auteur koos voor deze insteek is waarschijnlijk te verklaren doordat er in de bestaande literatuur al zo veel aandacht is voor het vertellen van verhalen van specifieke bedrijven. Het gemis aan concrete voorbeelden in de tekst wordt evenwel grotendeels gecompenseerd door de vele en gevarieerde illustraties. Op die manier wordt het verhaal van de algemene aannemer dan toch echt tot leven gebracht. Natuurlijk botst een onderzoeker ook altijd op de beperkingen van beschikbaar archiefmateriaal. Daarom is het, zoals Dobbels ook zelf benadrukt, zo belangrijk dat er vanuit bedrijven en de culturele erfgoedsector zorg wordt gedragen voor het erfgoed van het bouwbedrijf zodat de geschiedenis en het maatschappelijk belang van deze bouwactoren, in de breedte en in het details, onderzocht en verteld kan worden.</p>
</body>
</article>