<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (NISO Z39.96-2019) Journal Publishing DTD v1.2 20190208//EN" "https://jats.nlm.nih.gov/publishing/1.2/JATS-journalpublishing1-mathml3.dtd">
<article dtd-version="1.2" xml:lang="nl" xmlns:mml="http://www.w3.org/1998/Math/MathML" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">tseg</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>The Low Countries Journal of Social and Economic History</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="ppub">1572-1701</issn>
<issn pub-type="epub">2468-9068</issn>
<isbn publication-format="ppub">978 94 6270 365 0</isbn>
<publisher>
<publisher-name>Leuven University Press</publisher-name>
<publisher-loc>Leuven, Belgium</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">tseg.13103</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.52024/tseg.13103</article-id>
<article-categories>
<subj-group>
<subject>Artikel</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Sekse in de koloniale geschiedschrijving</article-title>
<subtitle><italic>Jan Bremans</italic> Kolonialisme en racisme <italic>gelezen door een genderbril</italic></subtitle>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>van Nederveen Meerkerk</surname>
<given-names>Elise</given-names>
</name>
<email>e.j.v.vannederveenmeerkerk@uu.nl</email>
</contrib>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>12</month>
<year>2022</year>
</pub-date>
<volume>19</volume>
<issue>3</issue>
<fpage>103</fpage>
<lpage>114</lpage>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00a9; Elise van Nederveen Meerkerk</copyright-statement>
<copyright-year>2022</copyright-year>
<copyright-holder>Elise van Nederveen Meerkerk</copyright-holder>
</permissions>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>Jan Bremans nieuwste bundel geeft een prachtig inzicht in het belang van het bestuderen van klasse en ras in de Nederlandse en Belgische koloniale geschiedenis. Dit besprekingsartikel betoogt echter dat Breman er goed aan had gedaan n&#x00F3;g een analytische categorie in zijn werk te betrekken: sekse/gender. Aan de hand van drie voorbeelden uit ons koloniale en postkoloniale verleden wordt duidelijk gemaakt hoezeer het toepassen van een genderblik het begrip over historisch en hedendaags racisme kan verrijken.</p>
<sec id="s1">
<title>Inleiding</title>
<p>Met <italic>Kolonialisme en racisme</italic> heeft historisch-socioloog en Zuid- en Zuidoost-Azi&#x00EB;kenner Jan Breman een verzameling essays uitgegeven die je met recht een &#x2018;oeuvrebundel&#x2019; kunt noemen. Ongeveer de helft van de hoofdstukken is eerder elders uitgegeven, de andere helft is nieuw. De inleiding spreekt de lezer al direct aan, omdat deze een zeer persoonlijk relaas biedt van hoe Bremans eigen achtergrond zijn wetenschappelijke en maatschappelijke interesses en drijfveren heeft bepaald. Jans beide ouders stamden uit schippersgeslachten, waarin de strijd om het bestaan aan de orde van de dag was. Beiden migreerden op jonge leeftijd naar Amsterdam, waar zij deel uitmaakten van de onderste lagen van de arbeidersklasse. Zeker in de crisis van de jaren 1930 moesten de eindjes aan elkaar worden geknoopt, maar toch behoorde Jans gezin van herkomst niet tot de allerarmste arbeiders, omdat vader Breman ook in deze moeilijke jaren zijn baan als postbediende behield. Breman verhaalt beeldend hoe zijn ouders subtiel distinctie maakten in de klassenverschillen tussen henzelf en de armere gezinnen &#x2018;verderop in de straat&#x2019;. Zijn afkomst maakte Jan van jongs af aan bijzonder ge&#x00EF;nteresseerd in verschillen tussen sociale groepen en was voor hem een belangrijke beweegreden om zich te verdiepen in de sociologie en antropologie, al vond zijn familie dat hij beter kon gaan werken dan studeren.<xref ref-type="fn" rid="fn1" specific-use="fn"><sup>1</sup></xref></p>
<p>Deze persoonlijke noot trof mij zeer, niet alleen omdat het een mooi betoog is over Jans vasthoudendheid om door te leren, maar ook omdat mijn eigen familiegeschiedenis mijn historische interesses eveneens sterk heeft bepaald. Zo komt mijn liefde voor arbeids- en gendergeschiedenis mede voort uit het feit dat mijn grootouders van moederskant uit de arbeidersklasse kwamen. Mijn opa begon aan de ULO en had onderwijzer willen worden, maar moest op zijn veertiende aan de slag in de bouw wegens de economische crisis van de jaren 1930. Toen zijn dochter, mijn moeder, in de vroege jaren 1960 goed bleek te kunnen leren, vond hij het desalniettemin niet nodig dat zij, als meisje, naar de HBS zou gaan. Gelukkig volhardden haar leerkracht en mijn oma, die mijn grootvader overhaalden om Jopie niet naar de huishoudschool te sturen. Zo kon mijn moeder doorleren voor onderwijzeres en werd zij als werkende moeder een voorbeeld voor mij. Mijn grootouders van vaderszijde hebben beiden gewoond in wat toen nog Nederlandsch-Oost-Indi&#x00EB; heette. De ouders van mijn grootmoeder zijn er tijdens de Tweede Wereldoorlog in een kamp overleden. Het is dus geen toeval dat de koloniale verbindingen met deze archipel mij mateloos interesseren. Deze interesses kwamen samen in mijn recente boek <italic>Women, work and colonialism</italic>, waarvoor ik de relaties tussen ontwikkelingen van vrouwenarbeid in Nederland en Java in de koloniale periode onderzocht.<xref ref-type="fn" rid="fn2" specific-use="fn"><sup>2</sup></xref></p>
<p>In de veertien essays in zijn bundel verbindt Jan Breman historische, sociologische en antropologische methoden en perspectieven, waarbij hij het Nederlands (en Belgisch) kolonialisme onder de loep neemt. Ik noemde het hierboven een oeuvrebundel, wat uiteraard geen recht doet aan de prachtige studies over India die Breman tijdens zijn carri&#x00E8;re heeft verricht.<xref ref-type="fn" rid="fn3" specific-use="fn"><sup>3</sup></xref> Maar wat zijn studie naar het <italic>Nederlands kolonialisme</italic> betreft, en als reflectie op de <italic>ontvangst</italic> van zijn werk door collega&#x2019;s en de media door de jaren heen &#x2013; die lang niet altijd vriendelijk was &#x2013; vormt de bundel werkelijk een mooie, volledige en coherente verzameling artikelen. Breman analyseert haarfijn hoe ras en klasse een rol speelden in het Nederlands en Belgisch kolonialisme, en hoe deze nog steeds doorwerken in de hedendaagse samenleving &#x00E9;n de geschiedbeoefening.</p>
<p>Ondanks mijn bewondering voor dit werk is er, naar mijn smaak, door het boek heen echter &#x00E9;&#x00E9;n &#x2018;missing link&#x2019;, namelijk de aandacht voor sekse en gender. Niet alleen ras en klasse, waarop Jan veel nadruk legt in zijn boek, maar ook sekse is immers onontbeerlijk voor de analyse van koloniale en postkoloniale verhoudingen. Het grotendeels ontbreken van vrouwen in het boek en in de historische bronnen is op zich natuurlijk al een genderanalyse waard. Speelden vrouwen &#x2013; zowel Europese, als Indo-Europese als Indonesische &#x2013; slechts een bijrol in het Nederlandse kolonialisme? In dit besprekingsartikel zal ik ingaan op drie aspecten die in mijn ogen het belang aangeven van gender en sekse in de analyse van koloniale verhoudingen. Allereerst ga ik hierbij in op hoe gender een cruciaal instrument vormde voor de bevestiging van de zogenaamde Europese superioriteit van de blanke kolonist, die daarbij dikwijls gebruik maakte van beelden over mannelijkheid en vrouwelijkheid. Ten tweede kijk ik meer empirisch naar hoe het oog hebben voor sekseverhoudingen, en de rol van vrouwen in de koloniale geschiedenis, verholen vormen van alledaags verzet aan het licht brengt. Ten slotte ga ik in op de meer actuele waarde van het toepassen van een genderblik in het onderzoek naar postkoloniale verhoudingen in de Nederlandse maatschappij, en op de vraag welke rol stereotypering van (mannen en) vrouwen in deze verhoudingen speelt.</p>
</sec>
<sec id="s2">
<title>Kolonialisme, mannelijkheid en Europese superioriteit</title>
<p>Wanneer ik spreek van sekseverhoudingen in de koloniale geschiedenis, heb ik het uitdrukkelijk niet alleen over <italic>sekse</italic>, dat vooral gaat over de biologische verschillen tussen mannen en vrouwen,<xref ref-type="fn" rid="fn4" specific-use="fn"><sup>4</sup></xref> maar ook over <italic>gender</italic>, de sociaal-culturele opvattingen over wat mannelijke en vrouwelijke rollen zijn. Gender is een begrip dat in de jaren 1980 door Joan Scott ge&#x00EF;ntroduceerd werd als een analytische categorie voor historisch onderzoek. Hoewel het sindsdien dikwijls (foutief) is gebruikt als synoniem voor &#x2018;vrouwen&#x2019;, was gender bedoeld om aan te geven dat we niet veel kunnen weten over mannen (bijvoorbeeld in het verleden) zonder ook iets te weten over vrouwen en <italic>vice versa</italic>. Met andere woorden, gender gaat over hoe sociale relaties tussen de seksen worden vormgegeven. Heersende opvattingen over wat &#x2018;mannelijk&#x2019; en wat &#x2018;vrouwelijk&#x2019; is hebben hierop een grote invloed en deze opvattingen zijn sterk plaats- en tijdgebonden.<xref ref-type="fn" rid="fn5" specific-use="fn"><sup>5</sup></xref></p>
<p>Al vanaf de eerste koloniale ontmoetingen in de vroegmoderne periode speelde gender een belangrijke rol. Volgens historica Katherine Wilson cre&#x00EB;erde iedere koloniale ontmoeting &#x2018;gender frontiers&#x2019;, die zij als volgt definieert: &#x2018;two or more culturally specific systems of knowledge about gender and nature met and confronted one another, forcing the invention of new identities and social practices&#x2019;.<xref ref-type="fn" rid="fn6" specific-use="fn"><sup>6</sup></xref> Bij deze grensverleggende culturele ontmoetingen speelde enerzijds mee dat veel van de vroege kolonisten mannen waren (zoals zeelieden of soldaten), die behoefte hadden aan seks of huishoudelijke diensten. Bij gebrek aan vrouwelijke Europese kolonisten werden deze behoeften door inheemse vrouwen vervuld &#x2013; al dan niet gepaard gaand met dwang.<xref ref-type="fn" rid="fn7" specific-use="fn"><sup>7</sup></xref> In Kaap de Goede Hoop in het midden van de zeventiende eeuw, bijvoorbeeld, vormden zwarte en Indiase dienstboden en kinderverzorgsters de eerste intieme contacten tussen de &#x2018;inheemse&#x2019; bevolking en Europese kolonisten.<xref ref-type="fn" rid="fn8" specific-use="fn"><sup>8</sup></xref> Jan Breman spreekt af en toe ook over dergelijke ontmoetingen in zijn boek, bijvoorbeeld als hij een beschrijving geeft van planters-assistent Prins die, &#x2018;wanneer hij een vrouw begeerde, [&#x2026;] eenvoudig een koeliemeid, ongetrouwd, of getrouwd&#x2019; ontbood.<xref ref-type="fn" rid="fn9" specific-use="fn"><sup>9</sup></xref></p>
<p>Los van deze ontmoetingen tussen mannen en vrouwen uit verschillende culturen was het denken in termen van mannelijkheid en vrouwelijkheid ook een middel om &#x2018;de ander&#x2019; neer te zetten als zwak of belachelijk. Zo concludeerde de Italiaanse navigator Ca&#x2019;da Mosto in de vijftiende eeuw dat Afrikaanse mannen net vrouwen waren, aangezien zij de was deden en katoen sponnen. Spaanse <italic>conquistadores</italic> in LatijnsAmerika veroordeelden de inheemse mannen om hun lafheid, omdat ze &#x2018;vluchtten als vrouwen&#x2019; toen ze hen met hun wapens zagen aankomen. Op hun beurt ridiculiseerden de Amerikaanse Indianen hun Engelse en Spaanse tegenstanders om hun &#x2018;vrouwelijke gedrag&#x2019;.<xref ref-type="fn" rid="fn10" specific-use="fn"><sup>10</sup></xref> En zoals Mrinalini Sinha in haar onderzoek naar Brits-India heeft aangetoond, werden Bengaalse mannen door de kolonisator soms als zwak en verwijfd neergezet, maar op andere momenten juist weer als gewelddadig en barbaars, omdat ze hun vrouwen zouden onderdrukken met geweld.<xref ref-type="fn" rid="fn11" specific-use="fn"><sup>11</sup></xref> Op al deze manieren gebruikten Europeanen gender actief om hun superioriteitsgevoel ten opzichte van niet-Europeanen te bevestigen.</p>
<fig id="fg001">
<label>Illustratie 1</label>
<caption><p><italic>Wevende vrouwen op een achtergalerij van een Soendanese woning op West-Java (bron: KITLV A746.)</italic></p></caption>
<graphic xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xlink:href="tseg.13103_fig1.jpg"/>
</fig>
<fig id="fg002">
<label>Illustratie 2</label>
<caption><p><italic>Vrouwenarbeid op een theeplantage, Oostkust van Sumatra (bron: KITLV A891.)</italic></p></caption>
<graphic xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xlink:href="tseg.13103_fig2.jpg"/>
</fig>
<p>Ook uit mijn eigen werk blijkt hoe gender werd ingezet om de Europese mannelijke superioriteit te bevestigen. Zo werd de luiheid van de Javaanse man benadrukt door hem te vergelijken met zijn ijverige Javaanse vrouw. Van de Javaanse man vermeldden eigentijdse Nederlandse commentatoren dat hij zijn tijd in ledigheid doorbracht,<xref ref-type="fn" rid="fn12" specific-use="fn"><sup>12</sup></xref> terwijl zijn vrouw &#x2018;zwoegt en slooft zoolang haar krachten dat toelaten&#x2019;.<xref ref-type="fn" rid="fn13" specific-use="fn"><sup>13</sup></xref> Zo gebruikten kolonisten de manier waarop inheemse mannen hun vrouwen behandelden om te bewijzen dat zij niet in staat waren als mannelijke kostwinner hun verantwoording te nemen voor hun eigen gezin, laat staan dat zij als volk geschikt zouden zijn voor zelfbestuur. Hiertoe hadden zij de begeleiding nodig van de &#x2018;moderne&#x2019; en &#x2018;geciviliseerde&#x2019; blanke &#x2013; een gender-retoriek die de etnische distincties en machtsverschillen tussen kolonisator en gekoloniseerde bevestigde en legitimeerde.<xref ref-type="fn" rid="fn14" specific-use="fn"><sup>14</sup></xref></p>
<p>Dat het niet alleen bij minachten of beschimpen bleef, tonen enkele schrijnende voorbeelden uit Jans eigen boek. Zo is er het verhaal van dr. E., een Nederlandse arts in een inheems ziekenhuis, die zich onder meer schuldig maakte aan mishandeling en verkrachting van vrouwelijke pati&#x00EB;nten. Desondanks richtte de publieke verontwaardiging zich niet tegen deze arts, maar tegen degene die zijn wandaden aan het licht bracht!<xref ref-type="fn" rid="fn15" specific-use="fn"><sup>15</sup></xref> Deze sekse-specifieke vormen van machtsmisbruik komen ook op andere plaatsen in het boek zijdelings aan bod. In Belgisch Congo, zo schrijft Breman in een volgend hoofdstuk, werd een man gestraft door hem zijn vrouw af te nemen en haar voor vier maanden als bijzit aan een blanke meester te geven.<xref ref-type="fn" rid="fn16" specific-use="fn"><sup>16</sup></xref> Het zijn twee van de weinige voorbeelden waarin koloniale vrouwen een rol spelen in Bremans bundel. Helaas problematiseert hij het grotendeels ontbreken van vrouwen in de koloniale bronnen die hij gebruikt niet, en legt hij evenmin het verband tussen enerzijds het brute geweld dat Europeanen vaak bezigden ten opzichte van inheemse vrouwen en anderzijds de behoefte om hun eigen mannelijkheid en superioriteit te bevestigen.</p>
</sec>
<sec id="s3">
<title>Dagelijks leven en vormen van verzet</title>
<p>Ook in een ander opzicht is het belangrijk de bijdrage van inheemse vrouwen te betrekken bij het onderzoek naar kolonialisme en racisme: als deelnemers aan het alledaagse bestaan in de koloni&#x00EB;n. Dit is niet altijd makkelijk voor historici, omdat die vrouwen , met uitzondering van een enkele uit de elite, zelden geschreven bronnen hebben achtergelaten. De antropoloog Spivak heeft koloniale vrouwen daarom ook wel &#x2018;the subaltern of the subaltern&#x2019; genoemd.<xref ref-type="fn" rid="fn17" specific-use="fn"><sup>17</sup></xref> Door deze relatieve onzichtbaarheid is hun dagelijkse rol in de samenleving vaak vertekend door de gekleurde observaties van eigentijdse Europeanen. Alleen al het feit dat blanke kolonisten afhankelijk waren van lokale vrouwen voor tal van hun behoeften, zoals hierboven reeds genoemd, toont echter aan dat de tegenstelling onderdrukker-onderdrukte gecompliceerder ligt dan deze op het eerste gezicht lijkt. Zoals Amussen en Poska hebben betoogd: &#x2018;The desperate reliance of many European men on indigenous women for survival belied any overarching imposition of female subordination&#x2019;.<xref ref-type="fn" rid="fn18" specific-use="fn"><sup>18</sup></xref></p>
<p>Ook op Java vormden vrouwen een &#x2018;stille kracht&#x2019; achter de koloniale samenleving: het waren vrouwen die de kinderen baarden die de Javaanse bevolking zo deed toenemen, zij waren het die de huizen van Europeanen schoon hielden en hun kinderen verzorgden,<xref ref-type="fn" rid="fn19" specific-use="fn"><sup>19</sup></xref> zij werkten uren in de rijstvelden om ondanks de koloniale uitbuiting eten op tafel te zetten. Tijdens het Cultuurstelsel (1830-1870) bijvoorbeeld, ingesteld door de kolonisator met als doel om af te dwingen dat boerengezinnen op Java tegen een lage compensatie exportproducten zoals koffie, suiker en thee zouden verbouwen voor de Nederlanders, was het de extra arbeid van vrouwen in de landbouw die ervoor zorgde dat huishoudens niet verhongerden, zoals ik elders heb aangetoond.<xref ref-type="fn" rid="fn20" specific-use="fn"><sup>20</sup></xref></p>
<p>Het veronachtzamen van vrouwen heeft ertoe geleid dat vormen van &#x2018;agency&#x2019; en alledaags verzet in de koloniale context onderbelicht zijn gebleven in de geschiedschrijving. Een belangrijke misvatting, die Jan zelf ook maakt in zijn bundel, is bijvoorbeeld dat een combinatie van de belasting door het Cultuurstelsel en de fabrieksimporten van katoenen stoffen uit Nederland de bestaande textielnijverheid op Java geheel verwoestte.<xref ref-type="fn" rid="fn21" specific-use="fn"><sup>21</sup></xref> Ik ben er echter achter gekomen dat het handweven onder Javaanse vrouwen juist een sterke opbloei beleefde tussen circa 1860 en 1920. Zij maakten gebruik van ge&#x00EF;mporteerd fabrieksgaren waarmee zij veel tijd bespaarden die zij eerder kwijt waren aan het arbeidsintensieve handspinnen. Met deze garens vervaardigden vrouwen stoffen die meer in trek waren dan de ge&#x00EF;mporteerde fabriekskleding uit Europa, die dikwijls niet aan de consumptieve eisen van de inheemse bevolking voldeed. Ook bloeide de <italic>batik</italic>industrie op, een tak van nijverheid die vrouwen traditioneel beoefenden. Een belangrijke reden dat dit nooit bekend is geraakt, is dat de arbeid die werd gezien als dagelijkse bezigheid van vrouwen, indertijd nauwelijks werd opgetekend. Maar door berekeningen te maken op basis van ge&#x00EF;mporteerde garens en ongeverfde stoffen, wordt duidelijk dat al die tienduizenden vrouwen bij elkaar een groeiende bijdrage leverden aan de binnenlandse markt voor inheemse stoffen.<xref ref-type="fn" rid="fn22" specific-use="fn"><sup>22</sup></xref></p>
<p>Het kiezen voor producten van binnenlandse makelij, die vaak duurder waren dan de ge&#x00EF;mporteerde fabrieksstoffen, kan worden gezien als stil verzet tegen de koloniale overheerser, die duidelijk andere economische bedoelingen had, namelijk het benutten van de grote en groeiende bevolking van Java als afzetmarkt voor Nederlands textiel. Hoewel we niet zeker weten of deze vorm van verzet onbewust dan wel bewust plaatsvond, zijn er wel aanwijzingen voor het laatste. Zo probeerden Nederlandse fabrikanten in de jaren 1860 hoofddoeken met teksten uit de Koran aan de Javaanse consument te slijten, maar deze pogingen liepen op niets uit, volgens Nederlandse bronnen wegens de &#x2018;onwilligheid van Mohammedaanse priesters&#x2019; om deze aan de gelovigen te adverteren tijdens de erediensten.<xref ref-type="fn" rid="fn23" specific-use="fn"><sup>23</sup></xref> Het dragen van inheems gefabriceerde stoffen was, indien men het zich kon veroorloven, niet alleen een kwestie van goede smaak, maar ook van trots. Een verslag uit 1891 maakt dan ook melding van het feit dat &#x2018;geen inlander die zich respecteert, imitatiebatik draagt&#x2019;.<xref ref-type="fn" rid="fn24" specific-use="fn"><sup>24</sup></xref> Hoewel dit stille verzet zowel door Javaanse mannen als vrouwen werd gepleegd, waren het meestal <italic>vrouwen</italic> die de stoffen voor hun gezin kochten op de plaatselijke markten, indien zij deze niet zelf vervaardigden.<xref ref-type="fn" rid="fn25" specific-use="fn"><sup>25</sup></xref> Dit impliceert dat zij, binnen de grenzen van hun mogelijkheden en positie, zowel in hun eigen huishouden als breder in de koloniale samenleving, een belangrijk stempel drukten op vormen van verzet tegen de onderdrukker.</p>
</sec>
<sec id="s4">
<title>Slotwoord: gender in de postkoloniale samenleving</title>
<p>Ook tijdens en na de dekolonisatie is de rol van vrouwen en gender van groot belang geweest. Al in de jaren 1920 ontstonden er diverse vrouwenorganisaties in Nederlands-Indi&#x00EB; die pleitten voor meer autonomie voor de inheemse bevolking, dikwijls op religieuze grondslag, aangezien politieke organisaties door de Nederlanders verboden werden. Deze organisaties vormden een belangrijke spil in de onafhankelijkheidsstrijd, maar uiteindelijk zijn ze, zowel in de Indonesische nationale geschiedschrijving als in de Europese herinnering grotendeels buiten beeld gebleven.<xref ref-type="fn" rid="fn26" specific-use="fn"><sup>26</sup></xref> Deze verwaarlozing hangt sterk samen met de drang die vlak na de Indonesische revolutie bestond om in het nationale zelfbeeld de vrijheidsstrijders als mannelijk te presenteren, en daarin paste de betrokkenheid van vrouwen en vrouwenorganisaties niet goed. In hetzelfde licht is pas enkele jaren geleden uitgebreid studie verricht naar de milities van strijdende Tamilvrouwen in Brits-Maleisi&#x00EB; die tijdens de Tweede Wereldoorlog werden ingezet door Indiase nationalisten, maar over wie tot voor kort weinig bekend was.<xref ref-type="fn" rid="fn27" specific-use="fn"><sup>27</sup></xref></p>
<p>Ook in westerse samenlevingen heeft gender een rol gespeeld in postkoloniale verhoudingen, zowel wat betreft identiteitsvorming als stereotypering. In de decennia na de Tweede Wereldoorlog, toen de voormalige Europese imperiale machten hun overzeese gebieden langzaam maar zeker kwijtraakten, werd gender ingezet om de nationale identiteit te herdefini&#x00EB;ren. In het Britse geval, bijvoorbeeld, sloeg de onafhankelijkheidsstrijd die in veel koloni&#x00EB;n werd gestreden een aanzienlijke deuk in het zelfbeeld van de kolonisten, en het verlies van het Imperium luidde een crisis in van de Britse mannelijkheid. Daar kwam nog eens bij dat de onzekerheden en interculturele botsingen die volgden op de postkoloniale migratie naar Groot-Brittanni&#x00EB; een fundamentele herijking van de nationale identiteit betekenden, ook voor die Britten die zelf nooit in de voormalige koloni&#x00EB;n gewoond hadden. Huidskleur en etniciteit werden hierbij in toenemende mate ingezet als ordenend principe voor de postkoloniale Britse samenleving, naast het al bestaande onderscheid tussen de sociale klassen.<xref ref-type="fn" rid="fn28" specific-use="fn"><sup>28</sup></xref></p>
<p>In de omgang met postkoloniale migratie komen wij ook in Nederland veelvuldig misplaatste stereotypen tegen. Zo laat recent onderzoek naar het zogenoemde &#x2018;inburgeringsexamen&#x2019; voor nieuwkomers zien dat Nederland aan hen wordt voorgesteld als een land waarin volledige gelijkheid tussen de seksen, seksuele vrijheid en tolerantie ten opzichte van homoseksualiteit gemeengoed zijn. Dit wordt de &#x2018;traditionele&#x2019; migrant in een instructiefilm verteld door een &#x2018;moderne&#x2019; Nederlandse vrouw die direct in de camera kijkt en haar boodschap op dwingende wijze brengt. In de praktijk valt er op dit beeld uiteraard nogal wat af te dingen: er bestaan nog altijd loonverschillen tussen mannen en vrouwen en ook zijn huishoudelijke taken nog altijd ongelijk verdeeld tussen de seksen.<xref ref-type="fn" rid="fn29" specific-use="fn"><sup>29</sup></xref> Er is hier echter sprake van wat postkoloniale academici wel een &#x2018;colonial gaze&#x2019; noemen: westerlingen kijken dikwijls naar &#x2018;niet-westerse&#x2019; vrouwen vanuit de veronderstelling dat zij binnen hun cultuur per definitie onderdrukt worden. Er zouden interventies van buitenaf nodig zijn om hen van dit juk te bevrijden. Deze denkbeelden stammen uit de koloniale periode, waarin &#x2018;moderne&#x2019; Europeanen eveneens verlossing brachten in &#x2018;traditionele&#x2019; inheemse samenlevingen.<xref ref-type="fn" rid="fn30" specific-use="fn"><sup>30</sup></xref></p>
<p>Een ander voorbeeld van hoe gender en postkoloniale denkbeelden interfereren wordt duidelijk in hedendaagse debatten over het dragen van een hoofddoek of sluier door moslimvrouwen in Nederland. De hoofddoek wordt in deze debatten dikwijls gezien als een symbool van onderdrukking van de (moslim)vrouw. Wederom staat hier de dichotomie tussen de traditionele genderverhoudingen, zoals die vermeend in moslimgemeenschappen heersen, en de moderne ge&#x00EB;mancipeerde &#x2018;Nederlandse&#x2019; vrouw (en man) centraal. Dit dualistische beeld bestaat niet alleen in conservatief-politieke kringen, maar ook onder veel zichzelf als links beschouwende personen, onder wie feministen. Waar de eerstgenoemde groep emancipatie van moslimvrouwen van bovenaf wil afdwingen, bijvoorbeeld door wetgeving, zien de laatsten vaak liever dat moslimvrouwen de hoofddoek zelf afzweren.<xref ref-type="fn" rid="fn31" specific-use="fn"><sup>31</sup></xref> De laatste jaren roeren jonge vrouwen met een moslimachtergrond zich in dit debat, en laten zien dat emancipatie losstaat van de kwestie of zij al dan niet besluiten hun hoofd te bedekken. Liever brengen deze vrouwen structurele ongelijkheden aan het licht, zoals hun minder goede kansen op de arbeidsmarkt, en proberen zij het debat te &#x2018;dekoloniseren&#x2019;.<xref ref-type="fn" rid="fn32" specific-use="fn"><sup>32</sup></xref></p>
<p>In dit betoog heb ik gepoogd de verwevenheid van gender en kolonialisme op verschillende niveaus te laten zien. Hopelijk is duidelijk geworden dat gender zowel in het verleden als in het heden, bewust dan wel onbewust, is gebruikt om (machts)verschillen tussen groepen uit verschillende culturen te accentueren en/of te bestendigen. Ik zou ervoor willen pleiten dat Jan Breman naast ras en klasse, gender integreert in zijn volgende werk, dat er &#x2013; gezien zijn productiviteit en vitaliteit &#x2013; vast en zeker gaat komen!</p>
</sec>
<sec id="s5">
<title>Over de auteur</title>
<p><bold>Elise van Nederveen Meerkerk</bold> (1975) is Hoogleraar <italic>Gender en werk in vergelijkend historisch perspectief</italic> aan de Universiteit Utrecht. Zij is gespecialiseerd in de geschiedenis van arbeidsverhoudingen, in het bijzonder vrouwen- en kinderarbeid. Elise publiceerde in tal van internationale tijdschriften, zoals <italic>Feminist Economics</italic>, de <italic>Economic History Review,</italic> het <italic>Journal of Global History</italic> en de <italic>International Review of Social History</italic>. Zij organiseerde diverse comparatieve arbeidshistorische samenwerkingsprojecten, over de geschiedenis van textielarbeid, kinderarbeid, huishoudelijk werk en prostitutie, die allen resulteerden in uitgegeven bundels. In 2019 verscheen van haar hand <italic>Women, Work and Colonialism in the Netherlands and Java. Comparisons, Contrasts and Connections, 1830-1940</italic> (Palgrave Macmillan). Voor meer informatie, zie: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="http://www.elisenederveen.com">www.elisenederveen.com</ext-link></p>
<p>E-mail: <email>e.j.v.vannederveenmeerkerk@uu.nl</email></p>
</sec>
</body>
<back>
<fn-group>
<title>Noten</title>
<fn id="fn1" symbol="1"><p>Jan Breman, <italic>Kolonialisme en racisme. Een postkoloniale kroniek</italic> (Amsterdam 2021) 15-25.</p></fn>
<fn id="fn2" symbol="2"><p>Elise van Nederveen Meerkerk, <italic>Women, work and colonialism in the Netherlands and Java. Comparisons, contrasts, and connections, 1830-1940</italic> (London etc. 2019).</p></fn>
<fn id="fn3" symbol="3"><p>Om enkele van vele voorbeelden te noemen: Jan Breman, <italic>The poverty regime in village India. Half a century of work and life at the bottom of the rural economy in South Gujarat</italic> (Oxford 2009); Idem, <italic>At work in the informal economy of India. A perspective from the bottom up</italic> (New Delhi etc. 2013).</p></fn>
<fn id="fn4" symbol="4"><p>Waar overigens tegenwoordig ook discussie over is, zie bijvoorbeeld Z.C. Schudson, W.J. Beischel en S.M. van Anders &#x2018;Individual variation in gender/sex category definitions&#x2019;, <italic>Psychology of Sexual Orientation and Gender Diversity</italic> 6:4 (2019) 448-460.</p></fn>
<fn id="fn5" symbol="5"><p>Joan W. Scott, &#x2018;Gender: A useful category of historical analysis&#x2019;, <italic>The American Historical Review</italic> 91:5 (1986) 1053-1075, 1056.</p></fn>
<fn id="fn6" symbol="6"><p>Katherine Wilson, &#x2018;Empire, gender, and modernity in the eighteenth century&#x2019;, in: Phillipa Levine (red.), <italic>Gender and empire</italic> (Oxford 2004) 14-45,</p></fn>
<fn id="fn7" symbol="7"><p>Elise van Nederveen Meerkerk, &#x2018;Introduction: Domestic work in the colonial context. Race, color, and power in the household&#x2019;, in: Dirk Hoerder, Silke Neunsinger en Elise van Nederveen Meerkerk (red.), <italic>Towards a global history of domestic and caregiving workers</italic> (Leiden etc. 2015) 245-253.</p></fn>
<fn id="fn8" symbol="8"><p>Shireen Ally, &#x2018;Slavery, servility, service. The Cape of Good Hope, the Natal Colony, and the Witwatersrand, 1652-1914&#x2019;, in: Hoerder e.a., <italic>Towards a</italic> g<italic>lobal history</italic>, 254-270.</p></fn>
<fn id="fn9" symbol="9"><p>Breman, <italic>Kolonialisme en racisme</italic>, 86. Het is mij niet duidelijk of Breman de term &#x2018;koeliemeid&#x2019; hier zelf introduceert, of dat het als zodanig in de bronnen staat.</p></fn>
<fn id="fn10" symbol="10"><p>S.D. Amussen, A.M. Poska, &#x2018;Restoring Miranda. Gender and the limits of European patriarchy in the early modern Atlantic world&#x2019;, <italic>Journal of Global History</italic> 7:3 (2012) 342-363, 344-345, 352, 356.</p></fn>
<fn id="fn11" symbol="11"><p>Mrinalini Sinha, <italic>Colonial masculinity: the &#x201C;manly Englishman&#x201D; and the &#x201C;effeminate Bengali&#x201D; in the late nineteenth century</italic> (Manchester 1995).</p></fn>
<fn id="fn12" symbol="12"><p>Ph. Levert, <italic>Inheemsche arbeid in de Java-suikerindustrie</italic> (Wageningen 1934) 247.</p></fn>
<fn id="fn13" symbol="13"><p><italic>Onderzoek naar de mindere welvaart der Inlandsche bevolking, Vol. IXb3, Verheffing van de Inlandsche vrouw</italic> (Batavia 1914) 1.</p></fn>
<fn id="fn14" symbol="14"><p>Catherine Hall, &#x2018;Of gender and empire. Reflections on the nineteenth century&#x2019;, in: Levine, <italic>Gender and empire</italic>, 46-76, 51; Wilson, &#x2018;Empire, gender and modernity&#x2019;, 21.</p></fn>
<fn id="fn15" symbol="15"><p>Breman, <italic>Kolonialisme en racisme</italic>, 79-80.</p></fn>
<fn id="fn16" symbol="16"><p><italic>Ibid</italic>., 148.</p></fn>
<fn id="fn17" symbol="17"><p>G.C. Spivak, &#x2018;The Rani of Sirmur. An essay in reading the archives&#x2019;, <italic>History and Theory</italic> 24:3 (1985) 247-272.</p></fn>
<fn id="fn18" symbol="18"><p>Amussen en Poska, &#x2018;Restoring Miranda&#x2019;, 355.</p></fn>
<fn id="fn19" symbol="19"><p>Zie voor een mooie bijdrage over de ambivalente verhoudingen tussen Europeanen en hun dienstpersoneel op Java: Elsbeth Locher-Scholten, &#x2018;So close and yet so far. The ambivalence of Dutch colonial rhetoric on Javanese servants in Indonesia, 1900&#x2013;1942,&#x2019; in: Julia Clancy-Smith en Frances Gouda (red.), <italic>Domesticating the empire. Race, gender and family life in French and Dutch colonialism</italic> (Charlottesville/London 1998) 130-153.</p></fn>
<fn id="fn20" symbol="20"><p>Van Nederveen Meerkerk, <italic>Women, work and colonialism</italic>, hoofdstuk 3.</p></fn>
<fn id="fn21" symbol="21"><p>Breman, <italic>Kolonialisme en racisme</italic>, 262.</p></fn>
<fn id="fn22" symbol="22"><p>Elise van Nederveen Meerkerk, &#x2018;Challenging the de-industrialization thesis. Gender and indigenous textile production in Java under Dutch colonial rule, ca. 1830-1920&#x2019;, <italic>Economic History Review</italic> 70:4 (2017) 1210-1243. 2017.</p></fn>
<fn id="fn23" symbol="23"><p>Nationaal Archief Den Haag, Archief van de Nederlandsche Handel-Maatschappij, inv. nr. 5273, Jaarverslag 1873.</p></fn>
<fn id="fn24" symbol="24"><p>Geciteerd in G.P. Rouffaer, &#x2018;Aanhangsel: de voornaamste industrie&#x00EB;n der inlandsche bevolking van Java en Madoera.&#x2019; Appendix van C.Th. van Deventer (red.), <italic>Overzicht van den economischen toestand der inlandsche bevolking van Java en Madoera</italic> (Den Haag 1904) 25.</p></fn>
<fn id="fn25" symbol="25"><p>Peter Boomgaard, &#x2018;Female labour and population growth on nineteenth-century Java&#x2019;, <italic>Review of Indonesian and Malayan Affairs</italic> 15:2 (1981) 1-31, 12; Robert E. Elson, <italic>Village Java under the cultivation system, 1830-1870</italic> (Sydney 1994) 14.</p></fn>
<fn id="fn26" symbol="26"><p>Susan Blackburn, <italic>Women and the state in modern Indonesia</italic> (Cambridge 2004).</p></fn>
<fn id="fn27" symbol="27"><p>Arunima Datta, &#x2018;Social memory and Indian women from Malaya and Singapore in the Rani of Jhansi regiment&#x2019;, <italic>Journal of the Malaysian Branch of the Royal Asiatic Society</italic> 88:2 (2015) 77-103.</p></fn>
<fn id="fn28" symbol="28"><p>Barbara Bush, &#x2018;Gender and empire: the twentieth century&#x2019;, in: Levine, <italic>Gender and empire</italic>, 77-110, 109.</p></fn>
<fn id="fn29" symbol="29"><p>Marc de Leeuw en Sonja van Wichelen, &#x2018;Doing &#x201C;integration&#x201D; in Europe. Postcolonial frictions in the making of citizenship&#x2019;, in: Sandra Ponzanesi (red.), <italic>Gender, globalization, and violence. Postcolonial conflict zones</italic> (Londen etc 2014) 145-160, 147-148.</p></fn>
<fn id="fn30" symbol="30"><p>Zie bijvoorbeeld: Kapala Ram, &#x2018;Gender, colonialism, and the colonial gaze&#x2019;, in: Hillary Callan (red.), <italic>The international encyclopedia of anthropology</italic> (Londen 2018) 1-7.</p></fn>
<fn id="fn31" symbol="31"><p>Anna C. Korteweg en G&#x00F6;k&#x00E7;e Yurdakul, &#x2018;Liberal feminism and postcolonial difference. Debating headscarves in France, the Netherlands, and Germany&#x2019;, <italic>Social Compass</italic> 68:3 (2021) 410-429, 419.</p></fn>
<fn id="fn32" symbol="32"><p><italic>Ibid.,</italic> 420-421.</p></fn>
</fn-group>
</back>
</article>