<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (NISO Z39.96-2019) Journal Publishing DTD v1.2 20190208//EN" "https://jats.nlm.nih.gov/publishing/1.2/JATS-journalpublishing1-mathml3.dtd">
<article dtd-version="1.2" xml:lang="nl" xmlns:mml="http://www.w3.org/1998/Math/MathML" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">tseg</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>The Low Countries Journal of Social and Economic History</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="ppub">1572-1701</issn>
<issn pub-type="epub">2468-9068</issn>
<isbn publication-format="ppub">978 94 6270 365 0</isbn>
<publisher>
<publisher-name>Leuven University Press</publisher-name>
<publisher-loc>Leuven, Belgium</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">tseg.13148</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.52024/tseg.13148</article-id>
<article-categories>
<subj-group>
<subject>Artikel</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Discussiedossier <italic>Kolonialisme en racisme</italic>: een reactie</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Breman</surname>
<given-names>Jan</given-names>
</name>
</contrib>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>12</month>
<year>2022</year>
</pub-date>
<volume>19</volume>
<issue>3</issue>
<fpage>151</fpage>
<lpage>156</lpage>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00a9; Jan Breman</copyright-statement>
<copyright-year>2022</copyright-year>
<copyright-holder>Jan Breman</copyright-holder>
</permissions>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>De bespreking van mijn boek over kolonialisme en racisme in een forumdiscussie eind vorig jaar op het IISG heeft een schriftelijke neerslag gekregen waarvoor ik de leden van het panel op de bijeenkomst erkentelijk ben. Zij waren in hun commentaar aan een limiet naar omvang gebonden en ook dit weerwoord is aan begrenzing onderhevig. Niet alleen naar lengte maar eveneens, met het oog op voorgenomen plaatsing, in tijd. Hun doordachte kanttekeningen vergen grondiger beschouwing en uitweiding dan een beknopt antwoord toestaat. Naar ik hoop is onze wisseling van mening het begin van een voortgaande discussie. Vaststaat dat ik in de belichting van de thematiek in tal van opzichten ben tekortgeschoten. Deze constatering, die zowel voortkomt uit mijn ontoereikend zicht als uit de wens voldoende samenhang te brengen in de opgenomen opstellen, geef ik graag toe. Hoewel de kritische noten door mijn opponenten geplaatst zich tot een gemeenschappelijke noemer laten groeperen, kies ik toch voor een reactie die zich tot elk van hen afzonderlijk richt.</p>
<p>Elise van Nederveen Meerkerk merkt terecht op dat, naast ras en klasse, geslacht een grotendeels ontbrekende dimensie is in mijn uiteenzetting. Zij vult deze lacune in aan de hand van wat zij daarover in haar eigen werk te berde heeft gebracht. Haar vaststelling van dit gemis krijgt nog meer gewicht omdat verschillende van haar publicaties over het koloniale landschap gaan waarop ook mijn eigen historisch onderzoek zich bij uitstek heeft toegespitst. Dit is de Oost-Indische archipel in Zuidoost-Azi&#x00EB; die vanaf het begin tot het omstreden einde het belangrijkste Nederlandse wingewest is geweest, zoals Congo deze betekenis voor Belgi&#x00EB; heeft gehad. Juist is naar mijn mening ook haar aandacht voor de verwaarlozing van de belangrijke rol van vrouwen bij de opkomst van de onafhankelijkheidsbeweging zowel in de Nederlandse als Indonesische koloniale geschiedschrijving. Bekendheid bijvoorbeeld met het werk van Pramoedya Ananta Toer zou dienstig zijn geweest om die bijziendheid te corrigeren. Het is een miskenning die in niet mindere mate gedurende het postkoloniale heden in stand is gebleven, zoals onze vakgenoot Saskia Wieringa heeft betoogd. Elise wijst er ten slotte op hoe na de dekolonisatie de uitwerking van dit verleden de genderverhoudingen in de voormalige imperiale mogendheden ingrijpend heeft veranderd. Hierbij zijn met name ras en etniciteit zich naast sociale klasse steeds sterker gaan opdringen als ordeningsprincipes van maatschappelijke organisatie.</p>
<p>Mijn betrekkelijke veronachtzaming van dit vervolg is de essentie van de argumentatie die Eline Mestdagh aanvoert tegen de strekking van mijn betoog. Om te beginnen denk ik dat de blinde vlekken die zij noteert uiting zijn van de tegenovergestelde routes die we in onze wijze van onderzoek hebben afgelegd. Als historica heeft zij zich tot de antropologie gewend om zich op basis van veldwerk te verdiepen in de anti-racismestrijd die thans gaande is. Van die rechtstreekse waarneming, bij voorkeur aan de voet van de onderzochte samenlevingen, heb ik mij de laatste tien jaar verwijderd. Niet uit vrije keuze maar door leeftijdsgebonden noodzaak. Het betekende dat het historisch perspectief dat ik altijd getracht heb in mijn werk te verdisconteren een sterkere inslag heeft gekregen. Maar ik zou willen tegenspreken dat die concentratie op de gang van zaken in het verleden als relicten uit een voorbij tijdperk aan betekenis hebben ingeboet. De suggestie dat zo&#x2019;n preoccupatie per definitie neerkomt op een onderschatting van nieuwe vragen en problemen opgeroepen door het tempo van maatschappelijke verandering is niet de mijne.</p>
<p>Een volgehouden koloniale blik leid ik onder andere af uit de tegenstand die het misprijzen van de bezetting en inlijving van vreemde landen en volken nog steeds oproept. Stellingname daartegen als anachronistisch te betitelen, als waren het hoofdstukken die voldoende aandacht hebben gekregen en nu als afgesloten kunnen worden beschouwd, doet geen recht aan de lof nog steeds toegezwaaid aan prominente koloniale beleidsmakers. Voor de overgebleven liefhebbers van &#x2018;ons Indi&#x00EB;&#x2019; hebben Jan Pieterszoon Coen en Johannes van den Bosch nog maar een paar jaar geleden een hagiografische biografie gekregen. Christiaan Snouck Hurgronje is opnieuw welwillend besproken en het net verschenen portret van A.W.F. Idenburg prijst hem als bezieler van de ethische politiek die de weg naar de vrijwording van Indonesi&#x00EB; zou hebben gebaand. Het zijn stuk voor stuk studies die van een volgehouden eurocentrische inslag getuigen. Kritiek erop weg te zetten als meer passend in een testament dat overbodig herhaalt wat de gangbare wijsheid is geweest, negeert de publieke bijval eraan nog steeds gegeven.</p>
<p>Met instemming onderstreep ik Eline&#x2019;s vaststelling dat zwarte en vrouwelijke denkers zoals Philomena Essed en Gloria Wekker de discussie over structureel racisme in Nederland hebben aangekaart. Hun namen heb ik wel genoemd, maar zonder stil te staan bij de identiteit die aan hun stellingname ten grondslag ligt. Die vloeit voort uit de beleving van een verleden waaraan ik in mijn boek volledig ben voorbij gegaan. Mijn relaas over kolonialisme en racisme handelt wat Nederland betreft alleen over &#x2018;Oost-Indi&#x00EB;&#x2019; en laat de geschiedschrijving van die dominerende aanwezigheid in het Cara&#x00EF;bisch gebied achterwege. Het is een verzuim dat afbreuk doet aan de begrijpelijke wens om de historische samenhang tussen kolonialisme en racisme breder aan de orde te stellen dan ik heb gedaan. De verklaring, niet de rechtvaardiging voor die tekortkoming, is mijn zeer verschillende bekendheid met Oost- en West-Indi&#x00EB;. De tijd en ruimte die ik in mijn academische loopbaan heb mogen besteden aan sociaal-wetenschappelijk onderzoek in Azi&#x00EB; is vele malen omvangrijker geweest dan de weinige en ook veel kortere bezoeken die ik aan de Cara&#x00EF;bische samenlevingen heb gebracht. Dat is ook het antwoord op de vraag waarom &#x2018;witheid&#x2019; ontbreekt in de tijd die ik aan veldonderzoek heb gewijd. Als mijn universitair bestaan dit toeliet, ging ik buitengaats en niet in eigen huis op pad. De interesse voor ver weg kwam niet voort uit onverschilligheid voor wat dichtbij gaande was, maar uit een rangorde van wat in mijn schaal van prioriteit vooropstond. Het was de beleving van een heel andere werkelijkheid dan waaruit ik zelf afkomstig was die me bezig hield. De keerzijde van die primaire nieuwsgierigheid heeft uiteraard veel onbelicht gelaten.</p>
<p>Inderdaad, de verwevenheid van de sociale en de koloniale kwestie met racisme als verbindende schakel staat voorop in mijn verslaglegging. Omdat Luisa Steur deze kwestie tot uitgangspunt van haar analyse kiest, schuif ik nu op naar haar reactie. Die wordt trouwens meer gekenmerkt door bevestiging van mijn stellingname dan in strijd daarmee te zijn. Haar toonzetting, zo licht Luisa toe, komt voort uit de ook door mij voorgestane gedachte die racisme in verband brengt met de kapitalistische dynamiek. De neiging in het huidige publieke debat, zo licht Luisa toe, is juist het ontkennen van deze koppeling. Ten onrechte, zo stelt zij vast. Ik ben het met haar eens dat de gewraakte mening blijk geeft van een onderschatting van de wijze waarop de kapitalistische leer en praktijk racisme oproepen. Zeker, de maatschappelijke orde is aan verandering onderhevig, maar dat wil niet zeggen dat de raciaal getinte onderdrukking in het koloniale verleden geen doorwerking in het postkoloniale heden heeft. Achter wat economische groei wordt genoemd gaat aan de bovenkant bezitsvorming schuil die aan de onderkant op bezitloosheid berust. De mateloze verbreding van de kloof die arm en rijk steeds verder uiteendrijft, is een eigentijdse trend die voor een aanzienlijk deel van de wereldbevolking haar uitsluiting van een humaan bestaan bestendigt. Dit inzicht was de sleutel voor mijn afsluitende werk over het arbeidsbestel aan de maatschappelijke bodem waarop mijn onderzoek in Zuid-Azi&#x00EB; meer dan een halve eeuw gericht is geweest, gepubliceerd als <italic>Capitalism, Inequality and Labour in India</italic> (2019). Ik ben blij dat Luisa binnen dit raamwerk van bespreking naar mijn leermeester Wim Wertheim verwijst die over uitbuitingsracisme sprak. Wat Eline kortweg als het bankroet van links afschrijft, krijgt bij Luisa een uitvoerige toelichting en nuancering die identiteit met klasse verbindt. Haar uitwijding ervaar ik als een welkome aanvulling op mijn relaas. Dat betekent natuurlijk allerminst dat het brede spectrum van een linkse gezindheid gespaard zou moeten blijven van kritiek op het falen van haar antiracistische politiek.</p>
<p>In mijn belichting van de knechting en uitbuiting van arbeid in het koloniaal bestel had ik uitvoeriger de aandacht moeten vestigen op de onderdrukking van vrouwen in het bijzonder. Ik heb dit al eerder toegegeven en wil daarin ook Marcel van der Linden bijvallen. Zij het dat bespreking ervan in Nederlands-Indi&#x00EB; en Belgisch Congo niet helemaal in de inhoud onvermeld is gebleven. Van zwaarwegender gehalte acht ik zijn kritiek op het afzweren door de sociaaldemocratische beweging, al op een veel vroeger tijdstip dan ik aangaf, van de oproep &#x2018;Proletarier aller L&#x00E4;nder vereinigt euch!&#x2019;. Het was de befaamde slotzin waarmee Karl Marx en Friedrich Engels hun Communistisch Manifest in 1848 afrondden. Ik beklemtoon Marcels vaststelling dat het ontbrekende appel aan zo&#x2019;n transnationale verbondenheid ertoe heeft bijgedragen dat de sociaaldemocratie in de gedekoloniseerde samenlevingen nauwelijks voet aan de grond heeft gekregen. Wanneer meer dan ooit een wereldwijd sociaal en solidair beleid geboden is als grondslag voor een fatsoenlijk bestaan van iedereen, zoals Marcel bepleit, dan kan voortgaande belichting van het ontbreken van die bereidheid in de hegemonische werking van het kapitalisme in het wereldbestel niet tot een nieuwe blinde vlek verklaard worden. Mijn waardering van het historisch-materialistische gedachtegoed is niet voortgekomen uit een al bij voorbaat aanwezige <italic>parti pris</italic> gedrevenheid. Het is de uitkomst van mijn empirisch onderzoek geweest dat behalve dit begrip ook heeft opgeleverd dat een grondige bijstelling van de klassiek-marxistische leer voorwaarde is om de eurocentrische vooringenomenheid eraan te ontnemen. Die conclusie vergt nadere uitwerking, maar dat zal tot een andere gelegenheid moeten worden uitgesteld. Hopelijk ook dan in aanwezigheid van en in samenspraak met mijn gulle recensenten.</p>
</body>
</article>