<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (NISO Z39.96-2019) Journal Publishing DTD v1.2 20190208//EN" "https://jats.nlm.nih.gov/publishing/1.2/JATS-journalpublishing1-mathml3.dtd">
<article dtd-version="1.2" xml:lang="nl" xmlns:mml="http://www.w3.org/1998/Math/MathML" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">tseg</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>The Low Countries Journal of Social and Economic History</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="ppub">1572-1701</issn>
<issn pub-type="epub">2468-9068</issn>
<isbn publication-format="ppub">978 94 6270 376 6</isbn>
<publisher>
<publisher-name>Leuven University Press</publisher-name>
<publisher-loc>Leuven, Belgium</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">tseg.13611</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.52024/tseg.13611</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Book Reviews</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Jan Lucassen, <italic>The Story of Work. A New History of Humankind</italic> (London (etc.): Yale University Press, 2021). 524 p. ISBN 9780300256796. Jan Lucassen, <italic>De wereld aan het werk. Van de prehistorie tot nu</italic> (Zwolle: W-Books, 2021). 512 p. ISBN 9789462584686.</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Vanhaute</surname>
<given-names>Eric</given-names>
</name>
<aff>Universiteit Gent</aff>
</contrib>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>03</month>
<year>2023</year>
</pub-date>
<volume>20</volume>
<issue>1</issue>
<fpage>173</fpage>
<lpage>178</lpage>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00a9; Eric Vanhaute</copyright-statement>
<copyright-year>2023</copyright-year>
<copyright-holder>Eric Vanhaute</copyright-holder>
</permissions>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>De publicatie in 2021 van Jan Lucassens <italic>The Story of Work. A New History of Humankind</italic> door Yale University Press, een turf van meer dan 500 bladzijden waarvan 70 pagina&#x2019;s met literatuur en noten, kreeg een opvallende en lovende weerklank in de Angelsaksische kwaliteitspers. Snel volgde de Nederlandstalige versie bij W-Books, onder de uitstekende redactie van Marie-Jos&#x00E9; Spreeuwenberg (IISG) met de iets bescheidener titel <italic>De wereld aan het werk. Van de prehistorie tot nu</italic>. Het boek is het resultaat van een leven lang onderzoek naar werk wereldwijd, in de eerste plaats als onderzoeker en directeur in het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis. Het verhaal is ge&#x00EF;nspireerd door de intense samenwerkingen binnen het onderzoeksveld van de <italic>Global Labour History,</italic> dat hij vanaf de jaren 1990 met Marcel van der Linden en hun medewerkers op de kaart heeft gezet. Maar vooral is het boek toch een heel persoonlijk relaas van een nog veel bredere geschiedenis, die van de werkende mens. Lucassen wil niet alleen vertellen hoe mensen vanaf het prilste bestaan hun wereld al werkend vorm hebben gegeven, ook brengt hij een ode aan de werkende mens, voor wie arbeid niet alleen een noodzaak is, maar ook betekenis geeft aan zijn bestaan. &#x2018;Via werk verhouden we ons tot elkaar. Dit boek laat in alle toonaarden zien dat werk weliswaar duidelijk wordt gedreven door noodzaak, maar dat de mensheid ook altijd heeft gewerkt omdat het zelfrespect oplevert en achting van anderen.&#x2019; (p. 426). Werk betekent voor Lucassen, ge&#x00EF;nspireerd door Charles en Chris Tilly, de verzameling van menselijke inspanningen die &#x2018;gebruikswaarde&#x2019; toevoegen aan goederen en diensten, en dit in de meest ruime zin. Dit houdt dus ook de zogenaamde reproductieve arbeid in (niet rechtstreeks vergoede arbeid, meestal verricht binnen een huishouden om &#x2018;productieve&#x2019; arbeid mogelijk te maken.) Alleen activiteiten als eten, drinken, slapen en wat kan worden gezien als ontspanning, vallen hier dan buiten.</p>
<p>Geschiedenis schrijven is hard labeur. Het concipi&#x00EB;ren van een wereldgeschiedenis is in beginsel onbegonnen werk. Elke keuze inhoudelijk zowel als conceptueel brengt beperkingen met zich mee. Die keuzes motiveren is lastig omdat pas met het verzamelen en het schrijven trajecten en perspectieven helder worden. Wereldgeschiedenis heeft iets van een groot avontuur, en heeft dus nood aan een betrouwbaar kompas. In de inleiding licht Jan Lucassen de lezer in over het kompas dat hij gebruikt: waarom een wereldgeschiedenis over werk, hoe dat verhaal te vertellen, en wat dit zegt over de mensheid vroeger en vandaag. Arbeid is een van de meest herkenbare signaturen van wat ons mens maakt, en juist omdat zoals Lucassen stelt de werkende mens &#x2018;van overal en van alle tijden&#x2019; is, is het mogelijk een wereldhistorisch verhaal te vertellen met gelijke concepten en analysekaders.</p>
<p>Hoewel werk in wezen gericht is op het lenigen van individuele noden en behoeftes, vertelt dit boek toch vooral het verhaal van de sociale omgeving waarin werk wordt verricht en betekenis krijgt, van de arbeidsrelaties dus. Deze focus ligt voor de hand omdat zo menselijke relaties en sociale interacties helder worden, inclusief collectieve samenwerkingsvormen en de (ongelijke) beloningssytemen. Reproductieve arbeid die in hoofdzaak wordt verricht door de vrouw komt zo minder in beeld, hiervan kon iets meer rekenschap worden gegeven. Heel overtuigend dan weer is hoe de diverse niveaus of schalen waarin de werkrelaties vorm krijgen expliciet worden geanalyseerd: het huishouden, informele (zoals zogenaamde &#x2018;bands&#x2019;) en formele sociale groepen, staten in hun diverse vormen, markteconomie&#x00EB;n. Het boek is op zijn sterkst daar waar de wisselende interactie wordt beschreven en uitgelegd, met veel aandacht voor de veranderlijke invloed van markten en staten, en voor de samenhang tussen diverse vormen van horizontale samenwerking en verticale ondergeschiktheid. Arbeidsrelaties doorheen tijd en plaats kunnen zo ingedeeld worden in vijf types: wederkerigheid, tributaire herverdeling, slavernij, loonarbeid en zelfstandige productie. Deze opdeling is een centrale leidraad in het boek.</p>
<p>Het boek laat heel goed de meerwaarde zien van een echte wereldhistorische analyse die met een adembenemende weidsheid en een grote aandacht voor details de lezer meeneemt op een tocht tot honderdduizenden jaren terug en over de hele aardbol. Die ambitie kan je maar waarmaken door het aanhouden van het gekozen analytisch perspectief en het verwerken van een indrukwekkende massa literatuur. De vergelijkende aanpak geeft de fascinerende dialectiek van de menselijke geschiedenis alle aandacht.</p>
<p>Hoewel Lucassen terecht waarschuwt voor de valkuilen van een teleologisch narratief en hij het verhaal aanvangt met de vroegste menselijke geschiedenis, krijgt het recente verleden onvermijdelijk een grotere aandacht. Het boek wordt opgedeeld in zes periodes of tijdvakken. Tijdens veruit het grootste deel van de menselijke geschiedenis, en zeker tot de landrevoluties vanaf 12.000 jaar terug, is wederkerigheid tussen de werkenden de regel. Met de verspreiding van landbouwsystemen groeit de mogelijkheid tot meer opbrengsten, meer mensen en een meer ongelijke verdeling van de productie. Het is pas met de opkomst van door steden gedomineerde samenlevingen vanaf 7000 jaar terug dat meer diverse vormen van arbeidsrelaties kunnen ontstaan. Omstreeks het eerste millennium voor onze jaartelling heeft het volledige spectrum van arbeidsverhoudingen zich over de diverse continenten verspreid, zij het op heel ongelijke wijze. In die periode neemt in sommige regio&#x2019;s ook de vermarkting sterk toe, mede onder impuls van de verspreiding van gemunt geld (een proces dat door Lucassen is gelabeld als &#x2018;diepe monetarisering&#x2019;). Markteconomie&#x00EB;n gedijen in diverse politieke en culturele settings, maar zijn ook gedoemd om na een hoogbloei te verdwijnen. Heel inzichtelijk is de vergelijking tussen samenlevingen met een sterk aandeel van loonarbeid in Eurazi&#x00EB; (Rome, India, China) en samenlevingen in Afrika en op het Amerikaanse continent waar deze vorm van arbeid lange tijd zo goed als afwezig blijft. De periode tussen 1500 en 1800 wordt getekend door een ongekende groei van markten die samengaat met diverse vormen van imperiale expansie. Hierdoor neemt de competitie tussen vormen van arbeidsrelaties wereldwijd toe. Met de Industri&#x00EB;le Revolutie worden de mondiale arbeidsverhoudingen opnieuw grondig door elkaar geschud, wat uiteindelijk vanaf de twintigste eeuw uitmondt in een geleidelijke convergentie van arbeidsrelaties. Naast wederkerigheid (vooral reproductieve arbeid) blijven alleen loonarbeid en zelfstandige arbeid over als dominante types. Deze convergentie verhindert niet dat ook de ongelijkheid tussen de werkenden verder is toegenomen.</p>
<p>Lucassen is erg beducht voor een te grote versimpeling van de geschiedenis, en wijst de lezer daarom herhaaldelijk op het discontinue verloop ervan, wat soms tot een cyclische gedachtegang leidt. Zo komen grootschalige systemen van loonarbeid, slavenarbeid en tributaire arbeid in verschillende delen van de wereld herhaaldelijk op om daarna terug te verdwijnen. Deze wisselwerking hangt in sterke mate samen met opkomst en neergang van markteconomie&#x00EB;n, een stelling die de auteur onder meer ontleent aan het werk van de Utrechtse hoogleraar Bas van Bavel. Tevens krijgt de ongelijke verloning van arbeid een belangrijke plaats in het boek, wat Lucassen relateert aan de groei van staatssystemen vanaf zo&#x2019;n 5000 jaar terug. Door de inbreng van de staat kan hij het debat over ongelijkheid verbinden aan het invloedrijke werk van de Franse econoom Thomas Piketty. Ten slotte maakt Lucassen de belangrijke claim dat wereldgeschiedenis relevant kan zijn voor het begrijpen van onze samenlevingen vandaag en morgen, iets wat hij vooral doet in het laatste deel van het boek, &#x2018;Vooruitblik&#x2019;. Belangrijke observaties gaan onder andere over de centrale plaats van wederkerigheid in arbeidsrelaties vroeger en nu, over de sturende rol van politieke macht, maar ook van politieke taal of ideologie, en over de impact van vermarkting ook lang voor de opkomst van de hedendaagse kapitalisme.</p>
<p>Ik wil in deze bespreking nog twee punten van reflectie en discussie inbrengen. Het eerste gaat over het risico van een (te) scherpe afbakening van types van arbeidsrelaties doorheen de geschiedenis, en dan vooral over de bewering dat we in de recente geschiedenis een mondiale convergentie zien in vormen van werk. Ten tweede evalueer ik de keuze van Lucassen om kapitalisme als analytisch concept uit het verhaal te weren.</p>
<p>De geschiedenis van arbeidsverhoudingen is de rode draad in het boek. Het kompas dat Lucassen gebruikt is helder en robuust, de analyse van zes types arbeidsrelaties doorheen zes periodes van de menselijke geschiedenis. Deze lezing van de geschiedenis heeft me op overtuigende wijze doorheen de rijk gedocumenteerde eerste hoofdstukken geleid. Soms mist het analysekader de nodige fijnmazigheid, wat zich in mijn ogen vooral wreekt in de twee hoofdstukken over de laatste twee eeuwen. Een centrale claim is hier dat op mondiale schaal arbeidsverhoudingen eenvormiger worden, dat mensen dus in toenemende mate hun werk organiseren op een gelijke wijze. Het gebruik van overkoepelende categorie&#x00EB;n geeft in mijn ogen een eerder superfici&#x00EB;le lezing van wat er gaande is in de recente wereld van het werk, zeker tijdens de voorbije halve eeuw. Achter het verhaal van het terugdringen van onvrije arbeid en zelfstandige arbeid en de verdere opmars van vrije loonarbeid gaat een complexe reorganisatie van arbeidsverhoudingen schuil, die niet wijst op een kleinere verscheidenheid. Natuurlijk is de auteur zich bewust van nieuwe vormen van ondergeschiktheid in loonarbeid en zelfstandige arbeid, getuige zijn observaties over de informele arbeid en de &#x2018;precarisering&#x2019; van arbeidsverhoudingen. Niettemin wordt te weinig rekenschap gegeven van de snelle opmars van heel diverse vormen van arbeid zowel binnen de rurale als de verstedelijkte wereld. Hier denken we in de eerste plaats aan de 2,5 miljard mensen die nog altijd leven, geheel of gedeeltelijk, van de opbrengsten van boerenarbeid. Onder grote druk diversifi&#x00EB;ren ze de manier waarop ze werk en inkomens combineren, zowel binnen als buiten de huishoudens. Wat soms wordt gepercipieerd als een globale trend van &#x2019;depeasantization&#x2019; is een complex en veelgelaagd proces van diversificatie van arbeidsrelaties dat geenszins samenvalt met een aangroei van systemen van vrije loonarbeid. Vanuit huishoudperspectief blijven de arbeidscategorie&#x00EB;n heel erg flu&#x00EF;de en heeft reguliere loonarbeid nog altijd een minderheidsaandeel. Hoe moeten we anders de scherpe groei begrijpen van vele vormen van schijnzelfstandigheid, onderaanneming, &#x2018;sweating labour&#x2019; en andere types van onvrije arbeid? Daarnaast lijkt de claim dat collectieve actie in deze tijden niet meer de rol speelt die zij ooit had (zie bijvoorbeeld p. 422) ook een gevolg van een te beperkte lezing van de grote transformaties in de rurale wereld. Sociale collectieve actie wordt nu vooral aangestuurd door bewegingen uit het globale zuiden, met als mogelijk belangrijkste en omvangrijkste de internationale boerenbeweging Via Campesina. Deze sociale beweging krijgt in het boek geen vermelding.</p>
<p>Zoals al eerder aangehaald krijgt een analytische wereldgeschiedenis alleen maar vorm door het gebruik van een doordacht arsenaal van transhistorische begrippen. Werk is natuurlijk het sturende concept bij uitstek, maar ook begrippen als staat en markt krijgen een betekenis in heel diverse maatschappelijke contexten. Verrassend is dat kapitalisme als analytisch concept geen plaats krijgt in dit boek. De redenering hiervoor gaat ongeveer als volgt. Binnen de sociale wetenschappen is er geen consensus over de historische inhoud noch over de datering van kapitalisme, waardoor het zijn &#x2018;oorspronkelijke analytische functie&#x2019; zou hebben verloren, namelijk &#x2018;het trekken van een scherpe lijn in de wereldgeschiedenis&#x2019; (p. 16). Daarenboven is er de blijvende associatie met modern(isering) (een concept dat de auteur terecht ook afwijst), terwijl de recente wereldgeschiedenis ons leert dat markteconomie&#x00EB;n en loonarbeid meer verspreid waren, en geen lineair maar vaak een cyclisch verloop kenden. &#x2018;In een dergelijke denkwijze komt de term &#x2018;kapitalisme&#x2019; steeds meer op &#x00E9;&#x00E9;n lijn te staan met de groei en bloei van markten en sommige auteurs zijn nu, zij het schoorvoetend, geneigd kapitalisme en markteconomie min of meer gelijk te stellen&#x2019; (p. 15). Deze redenering is volgens mij problematisch om drie redenen. Ten eerste is het een slecht idee om in de geschiedschrijving afstand te doen van alle concepten waarover nog een debat bestaat over inhoud en datering. Dit zou een verstrekkend abdicatie zijn van de historicus, iets waarvoor de auteur voor alle duidelijkheid uiteraard niet pleit. Dat neemt niet weg dat de keuze die in dit boek wordt gemaakt vreemd is omdat er wel begrippen worden gebruikt die even omstreden zijn in de literatuur, zoals Neolithische Revolutie, Industri&#x00EB;le Revolutie en globalisering. Ten tweede wordt met het verengen van kapitalisme tot een vorm van markteconomie (wat het wel is, maar ook veel meer) een oud maar nog heel relevant debat geheel aan de kant gezet. Tekenend is dat de meeste door Jan Lucassen geciteerde inspiratiebronnen zoals Smith, Marx, Weber en Braudel belangrijke inzichten hebben gepubliceerd over kapitalisme als historisch systeem. Het is ook geen toeval dat de helft van het boek handelt over de laatste vijf eeuwen, een erkenning van de decisieve transformatieprocessen die deze periode tekenen. Een laatste argument is dat Lucassen met het weggommen van kapitalisme als verwijzing een heel specifiek historisch systeem gebonden aan een eigen tijd en plaats, geheel tegengesteld aan de eigen betrachting, het verhaal niet een minder maar een meer universalistische (en dus niet-historische) toon geeft. De bediscussieerbare interpretatie over recente tendensen in de wereldwijde arbeidsrelaties zijn hier mogelijk een gevolg van.</p>
<p>Laat het echter duidelijk zijn, <italic>De Wereld aan het Werk</italic> is een genereus en meesterlijk boek. Jan Lucassen neemt de lezer mee in een verhaal vol details, inzichten en onverwachte wendingen, een verhaal dat door de grote vertelkracht blijft boeien en verbazen. Daarbij laat hij nogmaals zien hoe een doordacht wereldhistorisch kader onze geschiedenis kan verbinden met de wereld van vandaag en morgen.</p>
</body>
</article>