<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (NISO Z39.96-2019) Journal Publishing DTD v1.2 20190208//EN" "https://jats.nlm.nih.gov/publishing/1.2/JATS-journalpublishing1-mathml3.dtd">
<article dtd-version="1.2" xml:lang="nl" xmlns:mml="http://www.w3.org/1998/Math/MathML" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">tseg</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>The Low Countries Journal of Social and Economic History</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="ppub">1572-1701</issn>
<issn pub-type="epub">2468-9068</issn>
<isbn publication-format="ppub">978 94 6270 376 6</isbn>
<publisher>
<publisher-name>Leuven University Press</publisher-name>
<publisher-loc>Leuven, Belgium</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">tseg.13621</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.52024/tseg.13621</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Book Reviews</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Petra Groen et al., <italic>Krijgsgeweld en kolonie. Opkomst en ondergang van Nederland als koloniale mogendheid 1816-2010</italic> (Amsterdam: Boom, 2021). 644 p. ISBN 9789024438952.</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Lak</surname>
<given-names>Martijn</given-names>
</name>
<aff>Universiteit Utrecht/Radboud Universiteit</aff>
</contrib>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>03</month>
<year>2023</year>
</pub-date>
<volume>20</volume>
<issue>1</issue>
<fpage>178</fpage>
<lpage>182</lpage>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00a9; Martijn Lak</copyright-statement>
<copyright-year>2023</copyright-year>
<copyright-holder>Martijn Lak</copyright-holder>
</permissions>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>Het Nederlandse koloniale verleden en de rol van structureel en extreem geweld daarin liggen de laatste jaren terecht onder een vergrootglas en zijn onderwerp van een gestage stroom boeken en artikelen. Zo verschenen er vorig jaar meerdere studies over de dekolonisatie van Nederlands-Indi&#x00EB;, David van Reybrouck&#x2019;s <italic>Revolusi</italic> prijkte tijdenlang hoog op de lijst van best verkochte boeken, en het Rijksmuseum had in 2022 een tijdelijke tentoonstelling onder dezelfde titel. Een van de indrukwekkendste onderdelen daarvan &#x2013; in ieder geval voor deze recensent &#x2013; was de film die er gedraaid werd waarin Nederlandse soldaten in actie te zien zijn; beelden die een ongetraind oog eerder aan de oorlog in Vietnam doen denken. In het werkelijk prachtig ge&#x00EF;llustreerde nieuwste deel van de reeks Militaire Geschiedenis van Nederland &#x2013; <italic>Krijgsgeweld en kolonie. Opkomst en ondergang van Nederland als koloniale mogendheid 1816-2010</italic> &#x2013; staat ook zo&#x2019;n foto (p. 314). Alleen de uniformen van de Nederlandse mariniers onder zwaar vijandelijk vuur in 1946 verraden dat we hier te maken hebben met de strijd in Nederlands-Indi&#x00EB; en niet die in Vietnam.</p>
<p>In hun inleiding stellen de redacteuren dat koloniale geschiedenis militaire geschiedenis is. In de historiografie is een tendens zichtbaar waarin morele verontwaardiging over het verleden een belangrijke rol speelt. Maar &#x2018;morele betrokkenheid en wetenschappelijke fascinatie sluiten elkaar in de geschiedschrijving niet uit. Ons uitgangspunt is dat het westerse kolonialisme, ook het Nederlandse, was gestoeld op economische uitbuiting, racisme, ge&#x00EF;nstitutionaliseerde rechtsongelijkheid en geweld dat miljoenen Afrikanen, Amerikanen en Aziaten het leven kostte&#x2019; (p. 14). Toch ligt de nadruk in dit vuistdikke boek terecht op het militaire geweld dat Nederland inzette bij de verovering en het uiteindelijke verlies van het overzeese rijk.</p>
<p>Petra Groen wijst er in haar hoofdstuk &#x2018;Een nieuwe koloniale mogendheid&#x2019; fijntjes op dat er een aanzienlijk verschil was tussen het eerdere Nederlandse kolonialisme en de periode na 1814: &#x2018;Het was dus niet op eigen kracht zoals in de zeventiende eeuw, maar vanwege Brits eigenbelang en dankzij Britse protectie dat Nederland in de negentiende eeuw herleefde als koloniale macht&#x2019; (p. 21). Hoewel ook nu de koloni&#x00EB;n in de eerste plaats werden gezien als wingewesten, vatte ook het idee post dat het de taak was van een koloniale mogendheid vooruitgang te brengen voor de autochtone bevolking. In de woorden van Groen: &#x2018;Dergelijke verlichtingsidealen mochten de koloniale baten echter niet in gevaar brengen. Een conflict tussen geld en geweten zat dus in het DNA van de koloniale staat&#x2019; (p. 22).</p>
<p>Hoe slaagde Nederland erin in de loop van de negentiende eeuw haar overzeese imperium uit te breiden en welke rol speelden het leger en geweld daarin? Groen en Mark Loderichs maken duidelijk dat Groot-Brittanni&#x00EB; Nederlands-Indi&#x00EB; voorzag van &#x2018;een ruim bemeten jas&#x2019; (p. 34), waarin Nederland de eerste jaren feitelijk alleen gezag uitoefende in de gebieden onder zijn rechtstreeks bestuur. Hoewel Nederland onder meer een maritiem overwicht had, werden Nederlandse schepen soms zware verliezen toegebracht. De kajuit van de <italic>Wilhelmina</italic> werd na een treffen in oktober 1818 bijvoorbeeld als volgt omschreven: &#x2018;[Het] geleek of men daarin geslacht had; de stukken vleesch, plassen bloed en overal tegen gespatte bloed, vet en hersenen maakten eene ongename vertooning&#x2019; (p. 38). Pas in de tweede helft van de negentiende eeuw zou Nederland zijn gezag over de hele Indonesische archipel uitbreiden.</p>
<p>Essentieel daarbij was de Atjehoorlog (1873-1914), die werd gekenmerkt door grootschalig geweld, van beide zijden. Onder leiding van Karel van de Heijden voerde het koloniale leger in Atjeh een &#x2018;nietsontziende vernietigingscampagne&#x2019; uit: &#x2018;Strijders, bevolking, huizen en bestaansmiddelen waren het doelwit [&#x2026;] In de gehele Atjehvallei waren volgens Nederlandse bronnen na zes jaar oorlog nog 50.000 van de 300.000 vooroorlogse inwoners over&#x2019; (p. 108). Tegelijkertijd gebruikte het koloniale gezag als vanouds &#x2013; ook al door het gebrek aan voldoende manschappen &#x2013; een verdeel-en-heerspolitiek, waarbij lokale elites werden ingeschakeld. Zo rekruteerde het de Atjehse leider <italic>teuku</italic> Umar als opperste oorlogsleider in Nederlandse dienst. Deze &#x2018;wisselde moeiteloos de rollen van verzetsheld, roofridder en collaborateur met elkaar af&#x2019; (p. 114). Huiveringwekkend is het bijna achteloze gebruik van geweld, de schokkende foto&#x2019;s op pagina 118-119 en 127 zijn wat dat betreft illustratief.</p>
<p>Pas in 1913 was het Atjehse verzet gebroken door &#x2018;een combinatie van doelgerichte en harde militaire acties en weloverwogen en gefaseerd doorgevoerde politiek-bestuurlijke maatregelen om de macht van de <italic>uleebalang</italic> te vergroten en de economische druk op de bevolking te verminderen en haar welvaart te stimuleren&#x2019; (p. 132). De in de Atjehoorlog toegepaste strategie werd ook elders in Nederlands-Indi&#x00EB; toegepast, maar, zo concludeert Groen, &#x2018;net als in Atjeh was, alle theorie over chirurgisch geweld ten spijt, in de Buitengewesten extreem geweld een integraal onderdeel van het militaire optreden&#x2019; (p. 159).</p>
<p>Het Nederlandse koloniale beroepsleger was structureel te klein om Nederlands-Indi&#x00EB; of zelfs alleen Java te verdedigen &#x2018;tegen een serieuze aanval van een buitenlandse mogendheid&#x2019; (p. 258). Naarmate de Japanse dreiging in de jaren dertig toenam, werd deze kwestie steeds urgenter en zocht Nederland steun van de Amerikanen en Britten, maar die hadden geen direct belang bij de versterking van de verdediging van Nederlands-Indi&#x00EB;; dat gold alleen voor Australi&#x00EB;. Toen de Japanse aanval kwam in februari 1942, waren de verdedigers feitelijk kansloos. Loderichs beschrijft de gevechten indringend, inclusief de eerste tankaanval uit de Nederlandse militaire geschiedenis, die overigens geen succes werd (p. 294).</p>
<p>Voor het heroveren van zijn koloniale bezittingen was Nederland geheel afhankelijk van Londen en Washington. Maar, zo maken R&#x00E9;my Limpach en Groen inzichtelijk, bij de besluitvorming op het allerhoogste geallieerde niveau was Nederland helemaal niet betrokken. Het deed Conrad Helfrich, de belangrijkste militaire bevelhebber, verzuchten: &#x2018;Ik vraag me af of Nederland nog als goede bondgenoot wordt beschouwd dan wel als quantit&#x00E9; negligeable en in het laatste geval of wij ons daarbij moeten neerleggen&#x2019; (p. 304).</p>
<p>Op de capitulatie van Japan volgde een chaotische en opnieuw zeer gewelddadige periode (onder meer de <italic>Bersiap</italic>), voordat het Nederlandse gezag (ten dele) werd hersteld. Limpach en Groen wijzen &#x2013; net als de andere auteurs &#x2013; steeds knap op overeenkomsten met eerdere oorlogen in Nederlands-Indi&#x00EB;. Net als in de negentiende eeuw was ook in de dekolonisatieoorlog tussen 1945 en 1949 &#x2018;de premisse dat de tegenstander door een grootschalige, geregelde aanval op zijn machtscentrum op de knie&#x00EB;n was te krijgen&#x2019; (p. 323). Dat die strategie uiteindelijk niet werkte en Nederland onder sterke internationale druk de onafhankelijkheid van Indonesi&#x00EB; moest erkennen, was volgens Limpach en Groen al in 1948 duidelijk: &#x2018;Dat de oorlog met de Republiek uitzichtloos was, had zich in 1948 al afgetekend, voor wie het wilde zien&#x2019; (p. 343).</p>
<p>Wat voor de Nederlandse koloni&#x00EB;n in Zuidoost-Azi&#x00EB; gold, ging evenzeer op voor het overzeese imperium in &#x2018;de West&#x2019;, zo stellen Groen en Anita van Dissel: &#x2018;Op 26 februari 1816 wapperde voor het eerst sinds 12 jaar de Nederlandse vlag vanaf het gouverneurspaleis in Paramaribo [&#x2026;] Dit militaire vertoon kon niet verhullen hoe afhankelijk Nederland ook in dit deel van de wereld was van Britse welwillendheid&#x2019; (p. 389). Feitelijk was dit deel van het overzeese imperium net zo onverdedigbaar als aan de andere kant van de wereld. De hoofstukken over dit deel van de Nederlandse koloni&#x00EB;n is minstens zo fascinerend, en de auteurs doen daar ook recht aan.</p>
<p>In een uitgebreide slotbeschouwing wordt de Nederlandse politiek in de koloni&#x00EB;n nog eens prachtig en treffend samengevat: &#x2018;Gewichtigheid, gewichtig doen, gewichtig zijn, was de kwintessens van de koloniale gezagsuitoefening&#x2019; (p. 497). Tussen 1816 en 1914 voerde Nederland altijd ergens in de archipel wel een expeditie uit, waarin het uiteindelijk vaak de overhand kreeg in deze &#x2018;permanente oorlog&#x2019;: Nederland had de tijd en slaagde erin Indonesische bondgenoten in te schakelen: &#x2018;de vorstendommen en volken in de archipel vormden geen politieke eenheid, integendeel&#x2019; (p. 498). Paradoxaal genoeg was dit na 1945 precies omgekeerd, bijvoorbeeld omdat de tijdsgeest zich tegen het kolonialisme had gekeerd.</p>
<p>De auteurs schatten dat tussen 1816 en 1914 minstens 415.000 Indonesi&#x00EB;rs om het leven kwamen door oorlogsgeweld, en in de dekolonisatieoorlog kwamen er daar nog minimaal 100.000 bij (p. 505). Dit in alle opzichten indrukwekkende boek is ondanks veel specialistisch jargon zeer toegankelijk, ook voor niet-experts. De laatste zinnen zijn treffend, vooral als het gaat om het extreme Nederlandse geweldsgebruik: &#x2018;Het militaire geweld waarmee Nederland zijn koloniale rijk veroverde, consolideerde en verdedigde [kan] niet langer worden genegeerd. Het vormt evenzeer een onderdeel van &#x201C;onze&#x201D; geschiedenis en militaire traditie als de Tachtigjarige Oorlog&#x2019; (p. 507).</p>
</body>
</article>