<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (NISO Z39.96-2019) Journal Publishing DTD v1.2 20190208//EN" "https://jats.nlm.nih.gov/publishing/1.2/JATS-journalpublishing1-mathml3.dtd">
<article dtd-version="1.2" xml:lang="nl" xmlns:mml="http://www.w3.org/1998/Math/MathML" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">tseg</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>The Low Countries Journal of Social and Economic History</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="ppub">1572-1701</issn>
<issn pub-type="epub">2468-9068</issn>
<isbn publication-format="ppub">978 94 6270 376 6</isbn>
<publisher>
<publisher-name>Leuven University Press</publisher-name>
<publisher-loc>Leuven, Belgium</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">tseg.13630</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.52024/tseg.13630</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Book Reviews</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Jan Luiten van Zanden, Thomas van Goethem, Rob Lenders en Joop Schamin&#x00E9;e, <italic>De ontdekking van de natuur. De ontwikkeling van biodiversiteit in Nederland van ijstijd tot 21<sup>ste</sup> eeuw</italic> (Amsterdam: Prometheus, 2021). 330 p. ISBN 9789044647341.</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Stynen</surname>
<given-names>Andreas</given-names>
</name>
<aff>KU Leuven</aff>
</contrib>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>03</month>
<year>2023</year>
</pub-date>
<volume>20</volume>
<issue>1</issue>
<fpage>197</fpage>
<lpage>200</lpage>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00a9; Andreas Stynen</copyright-statement>
<copyright-year>2023</copyright-year>
<copyright-holder>Andreas Stynen</copyright-holder>
</permissions>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>In 2015 startte een interdisciplinair team, gefinancierd door Clariah (in Nederland de leidende speler inzake <italic>digital humanities</italic>), aan ATHENA. Doel van dit ambitieuze project was om de meest uiteenlopende data inzake Nederlandse planten- en diersoorten bijeen te brengen. Na de lancering van een dataportaal in 2019 volgde twee jaar later het boek <italic>De ontdekking van de natuur</italic>. Het opzet was niet minder breed: traditionele historische bronnen worden aangevuld met archeologische en biologische datasets om zo &#x2013; in de vandaag populaire trend van <italic>big data</italic> &#x2013; een geschiedenis op lange termijn van fauna en flora op grondgebied van het hedendaagse Nederland te schetsen. De doelstelling gaat verder dan louter wetenschappelijke aspiraties: met een publieksboek ondernemen de auteurs een poging om te wegen op het maatschappelijke debat rond klimaatverandering, teloorgang van biodiversiteit en andere milieuproblemen.</p>
<p>De actuele problemen mogen dan wel onrustwekkend zijn, toch hoeden de auteurs zich ervoor een fatalistisch verhaal te brengen. In plaats van een makkelijk lineair narratief van een oplopend verlies van natuur, schetsen ze in grote fasen (de opkomst en verspreiding van <italic>Homo sapiens</italic>, de ontwikkeling van landbouw en globalisering, de Industri&#x00EB;le Revolutie en tot slot de zogenaamde &#x2018;Tweede Domesticatie&#x2019;, het ingrijpen in de natuur met het oog op behoud) de verschillende vormen van impact die de mensheid op haar omgeving had. Vaak komt een meer gelaagde dynamiek naar voor, met meerdere bepalende krachten: behalve de mens en de natuurlijke evolutie speelden ook klimaatveranderingen een wezenlijke rol, zelfs lang v&#x00F3;&#x00F3;r de industrialisatie. Ecologische crises waren niet enkel voor de recentste (en aankomende) generaties een gesel: zo kan de instorting van de graanteelt in delen van veertiende-eeuws Holland, als gevolg van een almaar nattere bodem (p. 105), moeilijk worden overschat. Tegelijkertijd toont de lange termijn dat fauna en flora snel en vooral vaak evolueren: het huidige verlies aan biodiversiteit betekent dus niet noodzakelijk een definitieve teloorgang. Zelfs zonder uitgekiende herstelprogramma&#x2019;s kennen sommige soorten vandaag een opmerkelijke <italic>remonte</italic>, zoals het wedervaren van de kraai in de laatste tweehonderd jaar (p. 181) treffend illustreert.</p>
<p>Het grootste deel van het boek handelt echter over ontwikkelingen over (veel) langere periodes: deze schaal, heel anders dan waar historici zich doorgaans aan wagen, vormt de grote sterkte van <italic>De ontdekking van de natuur</italic>. Met het nodige zelfvertrouwen worden zeker in de eerste helft soms evoluties doorheen meerdere millennia doelgericht geschetst. Onvermijdelijk betekent dergelijk jongleren met tijd dat vaak gegevens ontbreken. Onderbouwde projecties bieden evenwel een uitweg, waarbij de multidisciplinaire aanpak tot verrassende resultaten leidt: de relatie tussen de domesticatie van het rund en de vormgeving van schriftstelsels (p. 65) is een sterk voorbeeld van de zwier waarmee de auteurs de materie beheersen. Niettemin blijft het vaak in het duister tasten. Gelukkig verneemt de lezer dan waar hij of zij het terrein van hypotheses betreedt, onder meer in de speculaties over een animistisch geloof in het Mesolithicum (p. 50).</p>
<p>Een ander risico bij een zodanig ambitieuze schaal is het opduiken van anachronismen. Een moeilijke valkuil is de geografische afbakening: de huidige rijksgrenzen van Nederland zijn voor het overgrote deel van de analyses zonder de minste betekenis, want het gevolg van politiek-maatschappelijk &#x2018;toeval&#x2019;. In de teksten wordt het belang vaak terecht gerelativeerd, bijvoorbeeld door over de &#x2018;Lage Landen&#x2019; te spreken of gericht naar ontwikkelingen buiten het huidige Nederland te verwijzen. Hoewel begrijpelijk is het echter jammer dat de &#x2018;harde&#x2019; hedendaagse afbakening in kaarten opduikt (die zijn overigens net als de vele andere afbeeldingen in heldere kleuren afgedrukt, al zijn sommige schakeringen te subtiel om vlot leesbaar te zijn). De evidentie van een zeker &#x2018;banaal&#x2019; nationalisme blijkt in de tekst dan weer in het herhaalde gebruik van de toch problematische term &#x2018;Gouden Eeuw&#x2019; en in subtiele trots over de &#x2018;verrassend grote variatie&#x2019; (p. 24) of de kenmerkende &#x2018;Nederlandse geest en vindingrijkheid&#x2019; (p. 207). Sterker is de systematische aandacht voor de interne variatie binnen het Nederlandse grondgebied en al zeker het relativeren van een idee als &#x2018;autochtone&#x2019; natuur.</p>
<p>Opmerkelijk in een boek over de natuur, is dat die notie zelf nergens wordt gedefinieerd en dat de mens fundamenteel <italic>buiten</italic> want tegenover de natuur wordt geplaatst. Die visie leidt ertoe dat de jagende prille <italic>Homo sapiens</italic> als verantwoordelijke van &#x2018;een ecologische ramp van ongekende omvang&#x2019; (p. 36) ten tonele wordt gevoerd, een stelling die hedendaagse nefaste tendensen zoals de neoliberale exploitatie onbedoeld toch lijkt te relativeren. Ook iets als de groene &#x2018;tegenbeweging&#x2019; (p. 197) krijgt een weinig precieze invulling: welke verenigingen daartoe behoren en vanaf wanneer bijvoorbeeld de ANWB onder dat label valt, blijft onvermeld. Bij dit recente anti-utilitaristische vertoog over &#x2018;natuur-als-natuur&#x2019; duikt een courant euvel van <italic>big history</italic> op: aan de hand van Delpher grijpt men naar een eenvoudig turven van woorden, waarbij onder meer de mogelijkheid van veranderende associaties helemaal wordt miskend, met wankele analyses als gevolg. Meer zin voor nuance is er gelukkig bij de interpretatie van populatietellingen, systematisch uitgevoerd vanaf de jaren 1970. Dat aantallen niets over verspreiding zeggen, is een essenti&#x00EB;le vaststelling.</p>
<p><italic>De ontdekking van de natuur</italic> is een boeiende en veelzijdige poging om wetenschap naar een breed publiek te brengen, al gebeurde de vertaalslag niet overal optimaal. Op sommige pagina&#x2019;s is de tekst nogal zwaar op de hand en technisch: specifiek vakjargon of zelfs langere passages, zoals de toelichting bij de ontwikkeling van vier soorten biodiversiteit in het Holoceen (p. 55), leggen de lat hoog. In combinatie met bespiegelingen als die over &#x2018;cruyffiaanse principes&#x2019; bij de krimp van het Nederlandse bosareaal (p. 143) leidt dit tot een soms merkwaardige spreidstand. Deze tekortkomingen doen evenwel geen afbreuk aan de kwaliteit en het belang van dit boek. Een meer genuanceerd inzicht in een idee als &#x2018;natuurlijkheid&#x2019; staat daarbij vooraan. Zo brengen de diverse hoofdstukken de lezer veel bij over het ontstaan van kenmerkende Nederlandse landschapstypes. Dat schijnbaar ongerepte biotopen zoals de kustduinen vaak een kunstmatig karakter hebben (p. 226) en dat, andersom, steden een bijzondere ecologische rol vervullen (238 e.v.), zijn waardevolle vaststellingen, die uitnodigen tot reflectie over de intrinsieke verwevenheid van mens en natuur.</p>
</body>
</article>