<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (NISO Z39.96-2019) Journal Publishing DTD v1.2 20190208//EN" "https://jats.nlm.nih.gov/publishing/1.2/JATS-journalpublishing1-mathml3.dtd">
<article dtd-version="1.2" xml:lang="nl" xmlns:mml="http://www.w3.org/1998/Math/MathML" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">tseg</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>The Low Countries Journal of Social and Economic History</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="ppub">1572-1701</issn>
<issn pub-type="epub">2468-9068</issn>
<isbn publication-format="ppub">978 94 6270 376 6</isbn>
<publisher>
<publisher-name>Leuven University Press</publisher-name>
<publisher-loc>Leuven, Belgium</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">tseg.13631</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.52024/tseg.13631</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Book Reviews</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Johan Joor, <italic>Door de mazen van het net. Crisis en verborgen veerkracht in Rotterdam ten tijde van het napoleontisch continentaal systeem 1806-1813</italic> (Amsterdam: Boom, 2022). 526 p. ISBN 9780024442430.</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Postma</surname>
<given-names>Jan K.T.</given-names>
</name>
</contrib>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>03</month>
<year>2023</year>
</pub-date>
<volume>20</volume>
<issue>1</issue>
<fpage>194</fpage>
<lpage>197</lpage>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00a9; Jan K.T. Postma</copyright-statement>
<copyright-year>2023</copyright-year>
<copyright-holder>Jan K.T. Postma</copyright-holder>
</permissions>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>Met zijn interessante boek <italic>Door de mazen van het net</italic> heeft de historicus Johan Joor een belangrijk werk toegevoegd aan zijn studies over de napoleontische tijd (1806-1813). Joor promoveerde in 2000 op de baanbrekende studie <italic>De Adelaar en het Lam.</italic> Hij benadrukte in zijn dissertatie dat de Nederlandse bevolking niet lijdzaam de Franse invloed had ondergaan, maar dat er talrijke protesten, rellen en opstootjes waren tijdens het bewind van koning Lodewijk Napoleon en de daaropvolgende inlijving bij Frankrijk. Een belangrijk deel van die protesten kwam voort uit het continentaal stelsel.</p>
<p>Over dit laatste onderwerp schreef Joor ook al eerder. Zo was hij in 2015 co-redacteur van de bundel <italic>Revisiting Napoleon&#x2019;s Continental System</italic>, met bijdragen over de Europese, regionale en lokale gevolgen van het stelsel. Zijn nieuwe boek handelt niet alleen over het continentaal stelsel in het algemeen, maar richt zich ook op de gevolgen van het stelsel voor de sociaal-economische positie van de stad Rotterdam.</p>
<p>Joor heeft de resultaten van zijn onderzoek op systematische wijze weergegeven. Eerst wordt een algemeen overzicht gegeven van de aard en betekenis van het continentaal stelsel. Bij het decreet van Berlijn van 1806 werden alle handel en personele contacten van Frankrijk en de aan Frankrijk onderworpen gebieden met Engeland verboden. De bedoeling van keizer Napoleon was om Engeland op deze manier economisch te ru&#x00EF;neren. Handel, scheepvaart en nijverheid op het continent werden echter ook zwaar getroffen. Voor Nederland met zijn open economie en sterke afhankelijkheid van de handel en scheepvaart had het stelsel zeer negatieve gevolgen.</p>
<p>Het continentaal stelsel slaagde echter uiteindelijk toch niet door een aantal factoren. In de praktijk was er een omvangrijke smokkel van goederen en veel illegaal personenverkeer. De controleapparaten van marine, douane en politiek waren zwak en vertoonden tal van tekortkomingen. Dan was er nog de aantasting van het stelsel doordat Napoleon zelf allerlei inbreuken op de blokkade toeliet en zelfs stimuleerde. Zo was er een officieel licentiesysteem voor de in- en uitvoer, dat inkomsten voor de staat opleverde. Voor een gedetailleerde beschrijving van de werking van dit licentiesyteem kon Joor beschikken over gegevens uit relatief onbekende bronnen, met name het archief van het Minist&#x00E8;re des Manufactures et du Commerce in Parijs. Ten slotte toonde de Engelse economie aanzienlijk meer veerkracht dan voorzien was door Napoleon, die Engeland eerder wel had getypeerd als een reus op lemen voeten.</p>
<p>Joor levert met zijn boek niet alleen een belangrijke bijdrage aan de kennis van de werking van het continentaal stelsel, maar vooral ook aan de algemene Rotterdamse stadshistorie. Na een overzicht van de ontwikkeling van Rotterdam van vissersdorp tot koopmansstad in de zeventiende en achttiende eeuw komt de Rotterdamse samenleving in de napoleontische tijd aan de orde, met bijzondere aandacht voor de gevolgen van het continentaal stelsel voor de stad. Deze verhandelingen zijn in de eerste plaats gebaseerd op de gedetailleerde economische rapporten van de Kamer van Koophandel, een instituut waarover Rotterdam al vroeg beschikte. In de tweede plaats kon Joor beschikken over de duizenden brieven van de Franse politiecommissaris De Marivault, die deze tijdens de inlijving heeft geschreven. Zij bevatten levendige rapportages met een bijzondere kijk op het dagelijkse leven in de havenstad.</p>
<p>Joor betoogt dat Rotterdam na het instellen van de economische blokkade van Engeland enkele &#x2018;bronnen van veerkracht&#x2019; kende. Zo boden de producten van de agrarische omgeving van de stad nieuwe mogelijkheden voor de handel van de Rotterdamse kooplieden. Ook gingen zij zich meer richten op Zeeland, Brabant, de Oostenrijkse Nederlanden en Duitsland. In dit verband krijgen vooral ook de Noordzeevissers, die voornamelijk in het Maasgebied en de Zuid-Hollandse kust waren gevestigd, veel aandacht van de auteur. Ook zij boden de Rotterdamse kooplieden veel nieuwe kansen om hun bedrijven op de been te houden. Omdat de controle op zee en langs de kust moeilijk uitvoerbaar was, konden de Noordzeevissers goede contacten blijven onderhouden met Engeland. Rotterdam was daardoor een centrum van smokkel en illegale communicatie met zelfs een internationale reputatie. Joor laat verder zien hoe door de genoemde factoren Rotterdam&#x2013; meer dan Amsterdam &#x2013; veel veerkracht toonde toen het continentaal stelsel in de napoleontische jaren tot een politieke, sociale en economische crisis leidde. Hij acht het ook van belang dat de Rotterdamse kooplieden anders dan de Amsterdamse, volop participeerden in nieuwe instituties, waarvan de Kamer van Koophand de belangrijkste was. Ook nam een nieuwe, postrevolutionaire generatie van actieve kooplieden deel aan het Rotterdamse stadsbestuur. Deze wisseling van de wacht was van groot belang volgens Joor. In Amsterdam zou het stadsbestuur juist volledig gedomineerd blijven door leden van de kooplieden- en regentengeslachten van het ancien r&#x00E9;gime.</p>
<p>Als ervaren onderzoeker en schrijver heeft Joor met zijn nieuwe boek een boeiend onderzoeksverslag geproduceerd, verlevendigd door tal van concrete voorbeelden uit de praktijk van het continentaal stelsel. Wel is de schrijfstijl hier en daar wat stroef door lange, gecompliceerde zinnen. Het boek is rijk ge&#x00EF;llustreerd, alleen de talrijke foto&#x2019;s van onleesbare archiefstukken zijn niet zinvol. Wat de inhoud betreft is het onderzoek van Joor vooral geconcentreerd op de Rotterdamse situatie. De opzet van de studie is niet om een expliciete vergelijking met Amsterdam te maken. Waar Joor toch een aantal opmerkingen in deze richting maakt, voelde ik soms de behoefte aan een nadere onderbouwing van de Amsterdamse ontwikkeling. Verder had wat concreter en systematischer aandacht kunnen worden gegeven aan het reilen en zeilen van de Bataafse Republiek, voorafgaande aan het napoleontische tijdvak. Voor de verhouding met Engeland was met name ook de korte periode onder raadpensionaris Schimmelpenninck interessant als aanloop naar de napoleontische jaren. Deze opmerkingen doen echter niet af aan mijn positieve oordeel over het boek. De auteur heeft met zijn onderzoek naar de Rotterdamse situatie een belangwekkende studie toegevoegd aan onze kennis van het continentaal stelsel.</p>
</body>
</article>