<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (NISO Z39.96-2019) Journal Publishing DTD v1.2 20190208//EN" "https://jats.nlm.nih.gov/publishing/1.2/JATS-journalpublishing1-mathml3.dtd">
<article dtd-version="1.2" xml:lang="nl" xmlns:mml="http://www.w3.org/1998/Math/MathML" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">tseg</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>The Low Countries Journal of Social and Economic History</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="ppub">1572-1701</issn>
<issn pub-type="epub">2468-9068</issn>
<isbn publication-format="ppub">978 94 6270 386 5</isbn>
<publisher>
<publisher-name>Leuven University Press</publisher-name>
<publisher-loc>Leuven, Belgium</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">tseg.14443</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.52024/tseg.14443</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Book Reviews</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Ramona Negr&#x00F3;n en Jessica den Oudsten, <italic>De grootste slavenhandelaren van Amsterdam. Over Jochem Matthijs en Coenraad Smitt</italic> (Zutphen: Walburg Pers, 2022). 264 p. ISBN 9789462499270.</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Schute</surname>
<given-names>Marcella</given-names>
</name>
<aff>Roosevelt Institute for American Studies en Universiteit Leiden</aff>
</contrib>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>08</month>
<year>2023</year>
</pub-date>
<volume>20</volume>
<issue>2</issue>
<fpage>177</fpage>
<lpage>179</lpage>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00a9; Marcella Schute</copyright-statement>
<copyright-year>2023</copyright-year>
<copyright-holder>Marcella Schute</copyright-holder>
</permissions>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>In <italic>De grootste slavenhandelaren van Amsterdam</italic> bieden historici Ramona Negr&#x00F3;n en Jessica den Oudsten een nieuwe kijk op de rol van de hoofdstad van de Nederlandse Republiek in de trans-Atlantische slavenhandel gedurende de achttiende eeuw. Met name de transitie van de publieke naar de private handel staat centraal in deze studie. De opheffing van het monopolie van de WIC op de slavenhandel rond 1730 maakte de weg vrij voor private handelaren uit de Republiek om winst te maken op de verkoop van slaafgemaakte mensen uit West-Afrika.</p>
<p>Hoewel er binnen de Nederlandse geschiedenis veel bekend is over de rol van met name Zeeuwse private slavenhandelaren zijn er weinig studies die gaan over de rol van handelaren uit Amsterdam. De auteurs vullen dan ook een groot gat op in de historiografie. In Amsterdam bleek de firma van Jochem Matthijs en Coenraad Smitt de grootste te zijn. Aan de hand van diepgravend onderzoek in de Nederlandse archieven laten de auteurs met een uitgebreide grafiek zien dat in de periode van 1730 tot 1780 &#x2013; wat tevens het hoogtij vormde van de betrokkenheid van de Republiek in deze handel &#x2013; wel 42 private slavenreizen, van de in totaal 107 reizen, door de Smitts zijn georganiseerd.</p>
<p>Het boek is voortgekomen uit het werk dat de auteurs hebben verricht bij het archief van het Amsterdamse notariaat, gehuisvest in het Stadsarchief Amsterdam (SAA). Daar werkten zij samen op het digitaliseringsproject &#x2018;Alle Amsterdamse Akten&#x2019;. De vele notari&#x00EB;le akten van de Smitts die de historici tegen zijn gekomen in hun werk vormden de grondslag voor hun boek. Door vervolgens ook de handelingen van de Smitts te contextualiseren aan de hand van het gebruik van krantenartikelen, reisverslagen, archiefcollecties en internationale databases over de trans-Atlantische slavenhandel hebben de auteurs succesvol weten te achterhalen hoe de private handel in Amsterdam precies georganiseerd was.</p>
<p>De opkomst, de groei, het succes en de ondergang van &#x2018;Smitts slavenhandelimperium&#x2019; is tot in detail te volgen in zes verschillende hoofdstukken. Het verhaal begint met de oprichting van de onderneming van Jochem Matthijs Smitt; een Duitse koopman die rond 1724 naar Amsterdam is ge&#x00EB;migreerd samen met zijn vrouw Sophia Catharina Platen. Toen hun zoon Coenraad ongeveer een jaar of twintig was werd hij ook in dienst genomen. Smitt en zijn vrouw waren beiden lutheranen. De auteurs laten dan ook zien hoe de Oude Lutherse Kerk in Amsterdam een belangrijke rol heeft gespeeld voor Jochem Matthijs Smitt in het opbouwen van een uitgebreid netwerk voor de goederenhandel. Veel van zijn handelspartners kwamen uit Suriname. Dit bestaande netwerk vormde later ook de grondslag voor de rol van de Smitts in de slavenhandel.</p>
<p>In het bijzonder staat de eerste reis van het schip <italic>&#x2019;t Gezegende Suikerriet</italic> centraal in het boek. In detail wordt geschetst hoe de bemanning voor het schip gerekruteerd werd, en hoe het schip in ongeveer twee maanden naar West-Afrika afreisde. Daar dreef de bemanning handel op de Gambiarivier, waar ongeveer tussen de 300 en 354 slaafgemaakten werden ingekocht. De overtocht van West-Afrika naar Suriname verliep niet altijd vlekkeloos. De auteurs besteden veel aandacht aan de ervaringen van zowel de (onkundige) bemanningsleden als die van de slaafgemaakten. Zo vonden er veel mistanden plaats en zijn ook slaafgemaakten overleden tijdens de reis. Het geweld dat zich afspeelde aan boord van het schip wordt in detail beschreven, wat de lezer soms zal doen huiveren. De bronnen die deze ervaringen bevatten hebben de auteurs te danken aan het feit dat de bemanningsleden bij terugkomst in Amsterdam een verklaring moesten afleggen over hun ervaringen op het schip bij de notaris, die later ook als bewijs moest dienen in twee rechtszaken waarin de Smitts betrokken waren.</p>
<p>In het vierde hoofdstuk komen de auteurs nog eens terug op het internationale handelsnetwerk van de Smitts wanneer zij aantonen dat plantage-eigenaren uit Suriname direct investeerden in <italic>&#x2019;t Gezegende Suikerriet</italic>. De investeringen van de planters garandeerden niet alleen de toevoer van slaafgemaakten naar Suriname, maar zorgden er ook voor dat de verbouwde producten op de plantages &#x2013; zoals suiker en koffie &#x2013; aan dezelfde Amsterdamse handelaren terug verkocht werden.</p>
<p>De keuze om drie van de zes hoofdstukken te wijden aan de reis van <italic>&#x2019;t Gezegende Suikerriet</italic> is verrijkend. De vele bronnen die over het schip over zijn gebleven verhelderen letterlijk en figuurlijk ons beeld van de trans-Atlantische driehoekshandel. Letterlijk omdat de auteurs in helder detail door drie hoofdstukken heen schetsen hoe zo&#x2019;n reis van begin tot eind precies in elkaar zat. Figuurlijk omdat &#x2013; uitzoomend van de reis van schip naar het overkoepelende slavenhandelimperium van de Smitts &#x2013; het de lezer op metaforische wijze doet verbeelden hoe drie verschillende continenten sterk met elkaar verbonden waren. &#x2018;Voor koffie, suiker, &#x00E9;n slaafgemaakte mensen moet je bij de Smitts op de Prinsengracht zijn,&#x2019; aldus de auteurs (p. 12).</p>
<p>Om vervolgens <italic>&#x2019;t Gezegende Suikerriet</italic> ook als uitgangspunt te nemen voor de historiografische inbedding is daarentegen enigszins verwarrend. De auteurs positioneren hun werk binnen de geschiedschrijving over de ervaringen aan boord van Nederlandse slavenschepen in de achttiende eeuw, waarbij zij verwijzen naar bekende eerder geschreven werken over het WIC-schip <italic>Leusden</italic> en het Zeeuwse private schip de <italic>Neptunes.</italic> Hoewel de reis van <italic>&#x2019;t Gezegende Suikerriet</italic> zeker ons beeld verheldert van het leven aan boord van slavenschepen was het gezien de titel van het boek wellicht logischer geweest om de historiografie over grote slavenhandelaren in andere Nederlandse steden als uitgangspunt te nemen; of hier in ieder geval iets meer aandacht aan te besteden dan nu het geval is.</p>
<p>De algemene lezer zal zich echter niet druk maken om de historiografische inbedding. En terecht. Dat Negr&#x00F3;n en Den Oudsten zeer waardevol historisch materiaal gevonden hebben in de Nederlandse archieven moge duidelijk zijn. Om niet alleen het complexe slavenhandelimperium van de Smitts op een bijzonder toegankelijke manier te beschrijven, maar ook de ervaringen van slaafgemaakte mensen in detail te reconstrueren is precies wat <italic>De grootste slavenhandelaren van Amsterdam</italic> uiterst geschikt &#x2013; en misschien wel cruciaal &#x2013; maakt voor een breder Nederlands publiek.</p>
</body>
</article>