<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (NISO Z39.96-2019) Journal Publishing DTD v1.2 20190208//EN" "https://jats.nlm.nih.gov/publishing/1.2/JATS-journalpublishing1-mathml3.dtd">
<article dtd-version="1.2" xml:lang="nl" xmlns:mml="http://www.w3.org/1998/Math/MathML" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">tseg</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>The Low Countries Journal of Social and Economic History</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="ppub">1572-1701</issn>
<issn pub-type="epub">2468-9068</issn>
<isbn publication-format="ppub">978 94 6270 386 5</isbn>
<publisher>
<publisher-name>Leuven University Press</publisher-name>
<publisher-loc>Leuven, Belgium</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">tseg.14480</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.52024/tseg.14480</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Book Reviews</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Sebastian Felten, <italic>Money in the Dutch Republic. Everyday Practice and Circuits of Exchange</italic> (Cambridge: Cambridge University Press, 2022). 268 p. ISBN 9781009098847.</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Welten</surname>
<given-names>Joost</given-names>
</name>
<aff>onafhankelijk onderzoeker</aff>
</contrib>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>08</month>
<year>2023</year>
</pub-date>
<volume>20</volume>
<issue>2</issue>
<fpage>197</fpage>
<lpage>199</lpage>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00a9; Joost Welten</copyright-statement>
<copyright-year>2023</copyright-year>
<copyright-holder>Joost Welten</copyright-holder>
</permissions>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>Sebastian Felten heeft een fascinerend boek geschreven over het geldverkeer in de vroegmoderne tijd. Zijn boek is de vrucht van een lange odyssee, die begon bij King&#x2019;s College in Londen en eindigde aan de Universiteit van Wenen, waaraan Felten tegenwoordig verbonden is, en die hem in de tussentijd langs een groot aantal andere intellectuele centra voerde. Felten reconstrueert niet alleen de pluriforme praktijk van het geldverkeer in de zeventiende en achttiende eeuw, maar hij laat de lezer ook nadenken over wat geld is en hoe het functioneert.</p>
<p>Felten ontvouwt zijn betoog met behulp van casu&#x00EF;stiek uit het Gelderse platteland: een overwegend agrarische regio waarin zelfvoorziening centraal stond, maar die tegelijkertijd relaties had met de internationale economie en in Amsterdam bijvoorbeeld producten van de wereldmarkt betrok, zoals specerijen, suiker, thee en koffie. Aan de hand van archivalia reconstrueert Felten de praktijk van het geldverkeer en toont hij aan hoe flu&#x00EF;de de overgang was tussen de monetaire markteconomie enerzijds en de economie van zelfvoorziening en ruilhandel anderzijds. Maar hij gaat nog een stap verder en stelt de conceptuele tegenstelling tussen beide economie&#x00EB;n ter discussie. Hij laat zien dat een schepel rogge &#x00F3;&#x00F3;k als een vorm van geld fungeerde: een uniforme maat om transacties mee te verrichten. Net als bij geldstukken bestonden er verschillende eenheden (&#x2018;malder&#x2019; als een veelvoud van &#x2018;schepel&#x2019;, en &#x2018;kop&#x2019; als een fractie van een &#x2018;schepel&#x2019;) om velerlei soorten transacties nauwkeurig te kunnen voltrekken. De uniformiteit van dit geldsysteem werd gegarandeerd doordat elk dorp en elke stad over een standaardschepel beschikte, waaraan boeren en handelaren hun eigen maat ijkten. Mede daardoor bestond er onder gebruikers consensus over dit systeem. Voor transacties als pachtbetalingen was het ook eenvoudiger om in schepels rogge te betalen dan in de vorm van monetair geld, want voor een betaling in geld moest de rogge eerst verkocht worden op een markt, met alle extra transactiekosten van dien (vervoer!), plus de onzekerheid over de te verwachten opbrengst van de verkoop.</p>
<p>Een van de bronnen waarvan Felten dankbaar gebruikmaakt, is de boekhouding van rentmeesters van domeinen van de Oranjes. Omdat het Huis van Oranje over vele landgoederen beschikte, verspreid over verschillende staten, was het voor de domeinadministratie effici&#x00EB;nt om te werken met een uniforme &#x2013; fictieve &#x2013; waarde-eenheid: het pond Artois. Voor rentmeesters in het vorstendom Nassau, Frankrijk of de Oostenrijkse Nederlanden zou een boekhouding in Nederlandse guldens onbegonnen werk zijn geweest. Felten noemt de bedragen in deze boekhouding &#x2018;inktgeld&#x2019;. Hij maakt aannemelijk dat dit geld in de boekhouding net zo echt is als ander geld. De wijze van boekhouden cre&#x00EB;erde een uniforme geldsoort die in de praktijk door alle gebruikers ervan werd aanvaard en die deed wat ze moest doen, namelijk transacties mogelijk maken. Dankzij dit &#x2018;inktgeld&#x2019; maakte het niet meer uit of een pachtboer in Gelderland biggen in natura leverde als onderdeel van de pachtsom of de tegenwaarde daarvan in geld. Evenmin maakte het uit, met welk soort geld de boer (een deel van) zijn pachtsom betaalde. Het &#x2018;inktgeld&#x2019; werkte, al loste het voor de domeinadministratie niet de moeilijkheid op dat ze jaarlijks het overschot aan inkomsten aan de Oranjes diende af te dragen in de vorm van hoogwaardig zilver- en goudgeld. Het was telkens de kunst om de waarde van het &#x2018;inktgeld&#x2019; letterlijk te verzilveren.</p>
<p>Felten maakt duidelijk dat geld een sociale constructie is en dat het cre&#x00EB;ren van muntgeld op gelijkaardige moeilijkheden stuitte als het cre&#x00EB;ren van &#x2018;graangeld&#x2019; of &#x2018;inktgeld&#x2019;. De overheid diende zich grote inspanningen te getroosten om het vertrouwen te genereren dat muntgeld betrouwbaar was en een constante hoeveel goud of zilver bevatte. Weliswaar waren gewicht en zuiverheid van zilveren en gouden munten door iedere deskundige gebruiker te checken, maar het was buitengewoon omslachtig om dat bij elke transactie te doen. Een monetair systeem veronderstelde dus een betrouwbare overheid die streng en transparant toezag op de aanmunting van geld. Daarom legde elk gewestelijk munthuis in de Republiek bij elke aanmunting van geld enkele exemplaren apart. Die achtergehouden munten werden op gezette tijden minutieus op gewicht en zuiverheid gecontroleerd door specialisten. Van dat proces werd schriftelijk verslag gedaan en die bevindingen werden gedeeld met het publiek. Er was &#x2013; en is &#x2013; een heel apparaat nodig om het vertrouwen in de kwaliteit van gemunt geld overeind te houden.</p>
<p>Financi&#x00EB;le makelaars zoals handelaren en rentmeesters participeerden tegelijkertijd in allerlei circuits. Ze werkten met geld in de vorm van inkt of rogge, maar ook in de vorm van een grote verscheidenheid aan muntgeld. Op de moderne lezer &#x2013; numismaten uitgezonderd &#x2013; komt dat systeem ingewikkeld over, maar Felten plaatst daar met recht enkele kanttekeningen tegenover. Zo beschikten de makelaars over een indrukwekkende vertrouwdheid met de vele gedaanten die muntgeld kon aannemen. Nog veelzeggender is het feit dat het systeem werkte.</p>
<p>Aan het eind van zijn betoog komt Felten met een verrassende uitsmijter. Koning Willem II liet in de jaren 1840 al het geld dat in omloop was, omsmelten tot offici&#x00EB;le Nederlandse munten. Op dat moment bestond minder dan 12 procent van het geld uit munten van het Koninkrijk der Nederlanden. Felten maakt duidelijk dat de operatie niet economisch, maar politiek van aard was. De politiek mondige elite wilde eenheid in het muntverkeer om de staatkundige eenheid van het land &#x2013; en daarmee het natiebesef &#x2013; te versterken. Dat werd een gebiedende eis, waarvoor geen economische noodzaak bestond. De verscheidenheid aan monetaire systemen die tevoren bestond, voldeed in de praktijk immers.</p>
<p>Voor zover er op dit boek iets valt aan te merken, betreft het de schaarse aandacht die Felten besteedt aan loonbetalingen. Wie dit boek leest, krijgt de indruk dat goederenverkeer centraal staat in een monetaire economie. Impliciet laat Felten evenwel zien dat goederentransacties mogelijk zijn zonder muntgeld. Loonbetalingen vormen daarentegen de motor achter de geldeconomie.<xref ref-type="fn" rid="fn1" specific-use="fn"><sup>1</sup></xref> Maar deze opmerking doet weinig af aan de waarde van dit werk. Ook al lijkt het voer voor vakspecialisten, vanwege zijn prikkelende inzichten verdient <italic>Money in the Dutch Republic</italic> een breder lezerspubliek.</p>
</body>
<back>
<fn-group>
<title>Noot</title>
<fn id="fn1" symbol="1"><p>Jan Lucassen, &#x2018;Deep monetization in Eurasia in the long run&#x2019;, in: R.J. van der Spek en Bas van Leeuwen (red.), <italic>Money, currency and crisis. In search of trust, 2000 BC to AD 2000</italic> (Oxon/ New York 2018) 55-101.</p></fn>
</fn-group>
</back>
</article>