<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (NISO Z39.96-2019) Journal Publishing DTD v1.2 20190208//EN" "https://jats.nlm.nih.gov/publishing/1.2/JATS-journalpublishing1-mathml3.dtd">
<article dtd-version="1.2" xml:lang="nl" xmlns:mml="http://www.w3.org/1998/Math/MathML" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">tseg</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>The Low Countries Journal of Social and Economic History</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="ppub">1572-1701</issn>
<issn pub-type="epub">2468-9068</issn>
<isbn publication-format="ppub">978 94 6270 399 5</isbn>
<publisher>
<publisher-name>Leuven University Press</publisher-name>
<publisher-loc>Leuven, Belgium</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">tseg.18027</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.52024/tseg.18027</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Book Reviews</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Jaap Evert Abrahamse, Henk Baas, Sonja Barends, Dr&#x00E9; van Marrewijk, Ben de Pater, Michiel Purmer, (red.), <italic>Het landschap beschreven. Historisch-geografische opstellen voor Hans Renes</italic> (Hilversum: Uitgeverij Verloren, 2021). 335 p. ISBN 9789087048730.</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Thoen</surname>
<given-names>Erik</given-names>
</name>
<aff>Universiteit Gent</aff>
</contrib>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>11</month>
<year>2023</year>
</pub-date>
<volume>20</volume>
<issue>3</issue>
<fpage>201</fpage>
<lpage>204</lpage>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00a9; Erik Thoen</copyright-statement>
<copyright-year>2023</copyright-year>
<copyright-holder>Erik Thoen</copyright-holder>
</permissions>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>Dit boek is gemaakt als huldealbum ter gelegenheid van de pensionering van Hans Renes. Het lag al veel te lang op mijn werktafel maar kreeg plots een nieuwe betekenis toen de gevierde onlangs, op 23 september, veel te vroeg op 69-jarige leeftijd onverwacht overleed. Professor Renes begon zijn carri&#x00E8;re aan de landbouwuniversiteit Wageningen waar hij als jonge medewerker onderzoek deed bij Jelle Vervloet en hij eindigde zijn carri&#x00E8;re als historisch geograaf aan de Universiteit Utrecht (1995, hoogleraar sinds 2010). Ondertussen was hij tevens deeltijds hoogleraar erfgoedstudies geworden aan de Vrije Universiteit van Amsterdam (sinds 2001).</p>
<p>Ik herinner me nog goed hoe onder impuls van wijlen de bekende landbouwhistoricus Ad van der Woude een belangrijke afdeling &#x2018;historische geografie&#x2019; werd gesticht aan de Wageningen Universiteit met aan het hoofd Jelle Vervloet. Die bouwde er een veelkoppige groep uit van dynamische jonge leerlingen en medewerkers waaronder Hans; ook een aantal anderen van hen zou overigens nadien bekendheid krijgen in het vakgebied. Die afdeling met een belangrijke toepassingscomponent inzake landschapsplanning moest de bestaansreden van historisch onderzoek over het platteland ondersteunen en helpen om de weer eens bedreigde afdeling geschiedenis van de Wageningen Universiteit in haar bestaan te verzekeren. Vanaf dan zouden onze wegen zich regelmatig kruisen en leerde ik Hans kennen als een minzaam en zeer actief man.</p>
<p>Hij werd al vrij snel een bekend figuur in de historisch geografische wereld binnen zijn thuisland Nederland, maar ook ver daarbuiten. Hij hield zich bezig met zowel &#x2018;toegepaste historische geografie&#x2019; (ten behoeve van de landschapsplanning) als met zuiver wetenschappelijk onderzoek over historische landschappen. Dit blijkt ook uit dit boek dat ter gelegenheid van zijn emeritaat in 2021 is gemaakt: hoewel het beperkt werd tot auteurs uit Nederland, bevat het niet minder dan 33 bijdragen en is het uitgegeven door zes collega&#x2019;s deskundigen die onderzoek verrichten over landschappen. De bekendheid van Hans is onder meer het gevolg van bijna 400 publicaties die hij maakte over vele verschillende aspecten die te maken hebben met landschapsevolutie. Hij was bovendien een bekend figuur op het internationale wetenschappelijke forum, onder meer wegens zijn rol in het internationale netwerk over (vooral, maar niet uitsluitend historisch) landschapsonderzoek PECSRL (<italic>Permanent European Conference for the Study of the Rural Landscape</italic>) waarvoor hij zich ook jarenlang inzette als bestuurslid. Een zeer mooie en uitgebreide &#x2018;levensloop&#x2019; van Hans&#x2019; carri&#x00E8;re, doorspekt met veel persoonlijke anekdotes, werd beschreven in de inleidende bijdrage van dit boek geschreven door Henk Baas en Michiel Purmer terwijl al zijn publicaties tot 2021 achteraan zijn opgesomd. Het boek werd onderverdeeld in vijf delen met elk een inhoudelijke eenheid.</p>
<p>Een <bold>eerste reeks artikelen</bold> van het huldeboek werd gebundeld onder de noemer &#x2018;Landschap als erfgoed&#x2019;. Het betreft minder regionaal gebonden bijdragen die zowel gaan over spanningen tussen behoud van historische landschappen en hedendaags beheer van landschappen (Joep Dirckx, Edwin Raap, Aad de Klerk, Jan Kolen) als over zuivere historische geografie (Karel Leenders over de historische rechten op gemene gronden). Een <bold>tweede reeks artikelen</bold> richt zich specifiek op zogenaamd &#x2018;Hoog-Nederland&#x2019;, het zandgebied dat minder onder recente invloed stond van de zee. Ook in deze bijdragen staat het beheer van hedendaagse landschappen meestal centraal, terwijl de historiek ervan moet bijdragen tot een verbetering daarvan. Dit is onder meer &#x2013; uiteraard vermelden we hier slechts een kleine selectie van de in het boek ge&#x00EF;ntegreerde artikelen &#x2013; het geval bij Henk Baas die het historisch beheer van landschappen in Zuid-Limburg aanprijst als inspiratiebron voor een beleid dat erosie op de akkers moet verhinderen. Hetzelfde geldt voor de bijdrage van Joks Janssen over de comeback van het gemengde bedrijf op de Nederlandse zandgronden. Een <bold>derde reeks</bold> artikelen bespreekt facetten van &#x2018;Laag-Nederland&#x2019; waaronder een analyse van een kaart van het Eiland Schouwen uit 1540 (Frans Beekman) maar ook geheel andere zaken zoals de bespreking van de mysterieuze terminologie gebruikt in het verleden voor de aanduiding van delen van grote boerderijen in de Zaanstreek en de provincie Groningen (Taeke Stol). In deze reeks vinden we ook een bijdrage over het grondbezit en grondbeheer door een familie van zeventiende-eeuwse en achttiende-eeuwse handelaars en grootgrondbezitters, leden van de Amsterdamse familie Huydecoper die tegelijk ook &#x2018;projectontwikkelaars&#x2019; waren (Judith Schuif). Een <bold>vierde reeks</bold> bijdragen handelt eerder over sterk regiogerichte landschapsbepalende activiteiten. Sommige bijdragen van dit deel zijn zeer &#x2018;micro-geografisch&#x2019; van aard zoals de bijdrage van Henk Schmal over de evolutie van een wegtrac&#x00E9; te Zeist vanaf de middeleeuwen en de studie van Sonja Barends over de vroegste geschiedenis van het dorp Geesteren gelegen in de Achterhoek. Geografisch ruimer is een zeer lezenswaardig artikel van Adrie de Kraker over de gilden van voet- en handboogschutters in het Noorden van het graafschap Vlaanderen inclusief het huidige Zeeuws-Vlaanderen. Ze bestonden zowel in de steden als op het platteland en waren zeker tot het begin van de zeventiende eeuw een sterke cohesievormende component van de hogere en middenklasse. Het loont de moeite om de resultaten van dit artikel te koppelen aan de politieke (cf. o.m. studies van Anne-Laure Van Bruaene) en sociaaleconomische (studies Thoen) veranderingen die deze regio doormaakte vanaf de late Middeleeuwen. Interessant is ook het goed gedocumenteerde artikel van Marcel IJsselstijn over de vroegste topografische ontwikkeling van de stad Utrecht dat een aantal nieuwe vondsten samenbrengt. Ook hier zou een vergelijking met andere steden van West-Europa (cf. bijvoorbeeld de studies van Adriaan Verhulst) de nieuwe inzichten nog beter in een algemene vergelijkende context kunnen plaatsen, al hebben de korte artikelen in dit boek uiteraard die ambitie niet. Een <bold>vijfde reeks</bold> artikelen omvat enkele bijdragen die historisch-geografische problematieken behandelen buiten de Nederlanden. Hier vinden we een artikel van de bekende historisch-geograaf Guus J. Borger die schreef over de historiek van het voor het grootse deel in Belgi&#x00EB; gelegen kanaal tussen de Schelde en de Maas. Een eerste verbinding is er pas gekomen in de negentiende eeuw hoewel de intentie er al veel eerder was en het eerste mislukte project al dateert uit de zeventiende eeuw. Een <bold>zesde</bold> en laatste <bold>reeks</bold> artikelen bundelt dan weer bijdragen onder de noemer &#x2018;Landschap en verbeelding&#x2019; waarmee het landschap in de kunst bedoeld wordt. E&#x00E9;n van deze artikelen (van Reinout Rutte) eindigt met een persoonlijke aanspreking tot de met dit boek gevierde en nu betreurde Hans Renes die erin geloofd wordt voor de <italic>doordachte, bescheiden, sympathieke en zo nodig humoristische manier</italic> waarop hij zijn onderzoek en onderwijs uitoefende. Dat hij, wanneer dit is geschreven nog maar zo kort op de daar beschreven wijze door het leven zou kunnen gaan, had men dan wellicht niet verwacht maar het boek blijft in ieder geval een mooie verzameling van 32 artikelen waarin medewerkers, vrienden en collega&#x2019;s hem de hulde brengen die hij verdient en waarvan hij de voorstelling nog heeft meegemaakt.</p>
</body>
</article>