<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (NISO Z39.96-2019) Journal Publishing DTD v1.2 20190208//EN" "https://jats.nlm.nih.gov/publishing/1.2/JATS-journalpublishing1-mathml3.dtd">
<article dtd-version="1.2" xml:lang="nl" xmlns:mml="http://www.w3.org/1998/Math/MathML" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">tseg</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>The Low Countries Journal of Social and Economic History</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="ppub">1572-1701</issn>
<issn pub-type="epub">2468-9068</issn>
<isbn publication-format="ppub">978 94 6270 399 5</isbn>
<publisher>
<publisher-name>Leuven University Press</publisher-name>
<publisher-loc>Leuven, Belgium</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">tseg.18032</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.52024/tseg.18032</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Book Reviews</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Veronica van Amerongen, <italic>Vrouwelijke muziekmecenassen in de Republiek der Nederlanden</italic> (Amsterdam: Amsterdam University Press, 2023). 351 p. ISBN 9789463721592.</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Welten</surname>
<given-names>Joost</given-names>
</name>
<aff>onafhankelijk onderzoeker</aff>
</contrib>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>11</month>
<year>2023</year>
</pub-date>
<volume>20</volume>
<issue>3</issue>
<fpage>209</fpage>
<lpage>211</lpage>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00a9; Joost Welten</copyright-statement>
<copyright-year>2023</copyright-year>
<copyright-holder>Joost Welten</copyright-holder>
</permissions>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>Voor een doctor in de vroegmoderne geschiedenis &#x2013; want dat ze feitelijk, al is ze formeel gepromoveerd in de muziekwetenschap &#x2013; heeft Veronica van Amerongen een bijzondere achtergrond. Ze verdient de kost als boomtechnisch adviseur, terwijl haar opleidingen (een master archeologie en daarna een bachelor muziekwetenschap) niet de meest voor de hand liggende opstap vormen voor een historisch proefschrift. Dat haar proefschrift, waarvan nu een handelseditie is verschenen, een verrijking is voor de Nederlandse cultuurgeschiedenis, is dus bewonderenswaardig. Met haar onderwerpkeuze heeft ze het zichzelf bovendien niet gemakkelijk gemaakt. Niet alleen is het onderwerp &#x2013; vrouwelijk muziekmecenaat in de Republiek &#x2013; braakliggend terrein, de grond valt hier ook nauwelijks te ontginnen, omdat er geen enkele voor de hand liggende bron van informatie beschikbaar is. Er is geen enkel archief dat systematisch, over een langere periode, relevante gegevens bevat. Dat de Republiek niet bekendstaat om haar bloeiende muziekleven, belemmert onderzoek nog eens extra.</p>
<p>Van Amerongen is die moeilijkheden inventief en met doorzettingsvermogen te lijf gegaan. Ze heeft systematisch gezocht naar drie soorten aanwijzingen voor vrouwelijk muziekmecenaat: orgels in openbare ruimtes die (mede) door vrouwen zijn geschonken of gerenoveerd, klokkenspelen waarvoor hetzelfde geldt, en partituren die aan vrouwen zijn opgedragen. Bij de eerste categorie was het standaardwerk <italic>Het historische orgel in Nederland</italic> het vertrekpunt, bij de derde categorie de muziekcatalogus van het Nederlands Muziek Instituut in Den Haag. Het is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Zo heeft Van Amerongen vrijwel alle orgels uit de Republiek bekeken, op zoek naar inscripties, wapenschilden en andere tekens die verwijzen naar een gulle geefster. Uiteindelijk kan ze van 29 orgels met zekerheid aangeven en van 4 met een grote waarschijnlijkheid dat ze (mede) zijn geschonken of gerenoveerd door een vrouw. Op deze manier dicht Van Amerongen de genderkloof en kent ze vrouwen weer de plaats toe die hun toekomt in het muziekleven van de Republiek.</p>
<p>Opvallend in dit verband is de opleving van de muziekcultuur in de tweede helft van de achttiende eeuw. Zo kwam het orgel in die tijd weer in zwang in de Republiek, na een lange periode waarin steile gereformeerden orgelmuziek te frivool vonden. Ook partituren, opgedragen aan vrouwen, stammen voor het overgrote deel uit de tweede helft van de achttiende eeuw. Hoewel een dedicatie niet automatisch een muziekmecenaat impliceert, maken de omstandigheden dat vaak wel aannemelijk. In bijna 90&#x0025; van de gevallen is de partituur opgedragen aan een prinses of een andere voorname en vermogende dame. Zelfs als de componist er geen geld voor ontving, betreft het een vorm van muziekmecenaat, omdat de dedicatie met toestemming plaatsvond en het aanzien van de componist verhoogde.</p>
<p>Het onderzoek heeft een inventariserend karakter. Uitsluitend over enkele vorstelijke vrouwen in Den Haag, zoals Elizabeth Stuart (1596-1662) &#x2013; de Winterkoningin &#x2013; en Wilhelmina van Pruisen (1751-1820), de echtgenote van Willem V, heeft Van Amerongen voldoende materiaal gevonden om hun rol als muziekmecenassen in te kleuren. Gelukkig wordt de taaiheid van de tekst die het onvermijdelijke gevolg is van de schaarsheid aan bronnen gecompenseerd door schitterend beeldmateriaal in kleur: afbeeldingen die niet alleen functioneel en fraai zijn, maar ook origineel.</p>
<p>Naast lof past evenwel ook een kritische noot. Het gaat dan niet om een enkele vergissing, waarmee Van Amerongen verraadt dat ze van huis uit geen historica is, zoals haar vermelding van adellijke dames van het stift Houthem-St. Gerlach die in 1784 een orgel lieten bouwen, dat enkele jaren later in Roermond belandde. Dit orgel hoort niet in haar onderzoek naar de Republiek thuis, omdat zowel het stift als Roermond tot de Oostenrijkse Nederlanden behoorde.</p>
<p>De beperking van deze dissertatie ligt in het ontbreken van een geschikt analytisch kader. Het begint al met de omschrijving van muziekmecenaat, waarbij de auteur focust op &#x2018;vrouwen die muziekliefhebbers waren en vanuit die gedachte geld en/of protectie schonken.&#x2019; (p. 17) Die definitie schiet tekort, omdat ze nauwelijks plaats laat voor muziekmecenaat als een vorm van representatie en daarmee welbegrepen eigenbelang. Doordat een geschikt instrument voor analyse ontbreekt komt Van Amerongen ook niet tot een verklaring voor het weinig florissante muziekleven in de Republiek. Die situatie schreeuwt evenwel om een verklaring, omdat de omstandigheden in de Republiek op het eerste gezicht gunstig waren: een welvarende, goed opgeleide en kunstminnende bevolking, in een verstedelijkt land met een goede infrastructuur en &#x2013; vooral in de achttiende eeuw &#x2013; professionele muziekuitgeverijen. Een recente studie over het muziekleven in Wenen in de achttiende eeuw levert volop aanknopingspunten op, hoe zo&#x2019;n analyse van het muziekleven in de Republiek eruit zou kunnen zien.<xref ref-type="fn" rid="fn2" specific-use="fn"><sup>2</sup></xref></p>
<p>In het Duitse taalgebied floreert het muziekleven door de staatkundige versnippering: de vele hoven concurreren met elkaar via professionele orkesten, en ook de hoge adel gebruikt muziek als distinctiemiddel. In de tweede helft van de achttiende eeuw ontdekken de lagere adel en de rijke burgerij in Wenen de mogelijkheden van muziek als representatie. Voor hen is het aantrekkelijk om economisch kapitaal om te zetten in cultureel kapitaal in de vorm van muziek. Concerten kunnen &#x2013; met een wisselend repertoire &#x2013; telkens worden herhaald, trekken relatief veel bezoekers en zijn dus al snel de het gesprek van de dag, terwijl een bibliotheek of kunstverzameling slechts incidenteel een bezoeker aantrekt, die zijn bezoek meestal niet herhaalt. Zo bezien is de afwezigheid van hof en hoge adel &#x2013; en daarmee het ontbreken van een sociale noodzaak voor rijke burgers om via een virtuoos muziekleven de concurrentie aan te gaan met hof en aristocratie en zo maatschappelijke status te winnen &#x2013; de oorzaak van het ontbreken van een bloeiend muziekleven in de Republiek.</p>
<p>Toegegeven, het is een beetje onrechtvaardig om Van Amerongen de les te leren aan de hand van een boek dat ze niet heeft kunnen gebruiken voor haar proefschrift. Maar Eybl is niet de eerste die het begrippenkader van Bourdieu gebruikt om het muziekleven in het verleden te analyseren. Met wat meer begeleiding vanuit historische hoek had deze studie over vrouwelijk muziekmecenaat in de Republiek nog aan kracht kunnen winnen. Maar dat doet niets af aan de waarde van deze studie als <italic>Fundgrube</italic>.</p>
</body>
<back>
<fn-group>
<title>Noot</title>
<fn id="fn2" symbol="2"><p>Martin Eybl, <italic>Sammler*innen: Musikalische &#x00D6;ffentlichkeit und st&#x00E4;ndische Identit&#x00E4;t, Wien 1740&#x2013;1810</italic> (Bielefeld 2022).</p></fn>
</fn-group>
</back>
</article>