<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="research-article" xml:lang="EN" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="doi">doi: 10.18352/tseg.1124</journal-id> <!-- <journal-id journal-id-type="nlm-ta" /> YYYY -->
				<journal-title-group><journal-title>TSEG20201_05_Schrover&#160;</journal-title></journal-title-group>
				<issn pub-type="epub">0000-0000</issn> 
				<issn pub-type="epub">0000-0000</issn> 
				<publisher>
				<publisher-name>&#160;</publisher-name>
				</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-categories>
	<subj-group subj-group-type="heading">
	<subject>Article</subject>
	</subj-group>
	</article-categories><title-group>
<article-title xml:lang = "en">Feminationalisme en hoe vrouwen belangrijk werden in het maatschappelijke debat over migratie en integratie</article-title>
<subtitle xml:lang = "en">Wat kunnen we leren van internationaal vergelijkend historisch onderzoek naar arbeid en gender?&#160;</subtitle>
</title-group>
<contrib-group>
					<contrib contrib-type = "author">
						<name content-type = "reverse" name-style = "western">
							<surname>Schrover&#160;</surname>
							<given-names>Marlou&#160;</given-names>
						</name>
					   <!--<xref rid = "afn1"/>-->
					</contrib>
					<aff id = "aff0">
						<label></label>
						<addr-line></addr-line>
					</aff>
				</contrib-group>
				<pub-date pub-type="epub"> 
				<!-- <month>1</month> --> 
				<year>2020</year>
				</pub-date>
				<elocation-id>id.elocation: unknown</elocation-id>
<abstract>
<p>Women’s organizations fighting for rights for immigrant women emphasized the suppression of women within Islam. There was little attention to the labour market position of immigrant women, and a lot of attention to violence and lack of rights. Debates feminized and Islamitized at the same time. Arguments used by organizations fighting for immigrant women’s rights were appropriated by right-wing pop�ulist parties. This is called femi-nationalism. Right-wing parties also appropriated the gay rights discourse (homo-nationalism). The right-wing populist parties did so extensively, but as this article shows, so did other parties.�&#160;</p>
</abstract>
<kwd-group>
<kwd></kwd>
</kwd-group>
</article-meta>

</front>

<body>
<sec id="S1">
<title>Afhankelijke, zwakke vrouwen</title>
			<p>Toen in 1974 het gastarbeider-migratieregime (dat bestond sinds 1960) tot een einde kwam, werd gezinsvormende en gezinsherenigende migratie belangrijker. Migrantenvrouwen, die zich in Nederland bij hun man voegden, deden dat op basis van het recht op ‘Verblijf bij echtgenoot’.<target id="xr21"></target><xref ref-type="fn" rid="fn21">21</xref> De vrouw kon alleen een zelfstandige verblijfsvergunning krijgen nadat zij minstens drie jaar in Nederland had gewoond bij haar man. Tot die tijd kreeg ze een afhankelijke verblijfsstatus. Vrouwen die in die driejarige wachtperiode hun man verlieten of door hem werden verlaten, konden worden uitgezet. De man mocht blijven.<target id="xr22"></target><xref ref-type="fn" rid="fn22">22</xref> Er werden grote campagnes opgezet door linksgeoriënteerde, feministische organisaties die bestonden uit niet-migrantenvrouwen, om deze regelgeving betreffende de afhankelijke verblijfsstatus veranderd te krijgen. Als boegbeeld voor die campagnes werden vrouwen gezocht in zogenaamde Blijf-van-mijn-Lijf-huizen (opvanghuizen voor mishandelde vrouwen). Die tehuizen waren bereid mee te werken aan deze campagnes omdat ze voor de opvang van migrantenvrouwen die geen verblijfsstatus (meer) hadden geen subsidie kregen.<target id="xr23"></target><xref ref-type="fn" rid="fn23">23</xref> Alle vrouwen die werden uitgezocht voor de campagnes waren Turks. Het eerste boegbeeld was Halice Karaceper. Toen zij kort na het begin van de campagne een verblijfsstatus kreeg, verschoof de aandacht naar Fatma Yasar.<target id="xr24"></target><xref ref-type="fn" rid="fn24">24</xref> In een groot aantal krantenartikelen werd het leed van de vrouwen in detail beschreven; Halice’s lot – de vrouwen werden in kranten meestal alleen bij hun voornaam genoemd – werd beschreven in enkele tientallen artikelen; dat van Fatma in honderden krantenartikelen. Daarbij werd veel nadruk gelegd op de achterlijkheid van de Turkse cultuur, de onderdrukking van vrouwen daarbinnen en de kwetsbaarheid van migrantenvrouwen.<target id="xr25"></target><xref ref-type="fn" rid="fn25">25</xref> De kwesties werden ook in de Tweede Kamer besproken. Kamerlid Annelien Kappeyne van de Coppello (lid van de rechts-liberale Volkspartij voor Vrijheid en Democratie, <sc>vvd</sc>, en voorvechtster voor vrouwenrechten) vroeg Staatssecretaris van Justitie Bert Haars (het Christen-Democratisch Appèl, <sc>cda</sc>) hoeveel vrouwen met een afhankelijke verblijfsstatus in Blijf-van-mijn-Lijf-huizen verbleven en hoeveel er met uitzetting werden bedreigd. Haars moest het antwoord schuldig blijven want er waren geen gegevens. Ze benadrukte echter dat er geen reden was voor een beleidswijziging omdat vrouwen op humanitaire gronden in Nederland konden blijven.<target id="xr26"></target><xref ref-type="fn" rid="fn26">26</xref> De campagnes gingen desondanks onverminderd voort.</p>
			<p>Een Turkse vrouwenorganisatie in Nederland (<italic>Hollanda Türkiyeli </italic><italic>Kadınlar Birliği</italic> <sc>htk</sc><sc>b</sc>) waarschuwde voor een averechts effect: alle Turkse vrouwen werden voorgesteld als slachtoffers. Dat was niet in het voordeel van migrantenvrouwen, waarschuwde de organisatie.<target id="xr27"></target><xref ref-type="fn" rid="fn27">27</xref> In 1983 werd de regeling betreffende de afhankelijke verblijfsstatus veranderd. Migrantenvrouwen moesten meer dan drie jaar getrouwd zijn, maar ze hoefden slechts één jaar in Nederland te hebben gewoond. De beleidswijziging werd aangekondigd op een congres over seksueel geweld tegen migrantenvrouwen en -meisjes.<target id="xr28"></target><xref ref-type="fn" rid="fn28">28</xref> Die koppeling was belangrijk; de campagnes tegen de afhankelijke verblijfsstatus gingen naadloos over in campagnes tegen eerwraak.<target id="xr29"></target><xref ref-type="fn" rid="fn29">29</xref> </p>
			<p>Het debat over eerwraak begon na enkele moordzaken in Nederland waarbij Turken waren betrokken.<target id="xr30"></target><xref ref-type="fn" rid="fn30">30</xref> In 1973 werd door de openbare aanklager in een rechtszaak opgemerkt dat een specifieke moordzaak bezien moest worden binnen de Turkse traditie. Hij sprak echter over een gastarbeidersdrama, niet over eerwraak.<target id="xr31"></target><xref ref-type="fn" rid="fn31">31</xref> Kort daarop volgden enkele andere zaken waarin het woord <italic>eer</italic> werd gebruikt.<target id="xr32"></target><xref ref-type="fn" rid="fn32">32</xref> Krantenkoppen als ‘Turk steekt man dood’ leidden tot vragen van journalisten en politici. In 1976 werd de term <italic>eerwraak</italic> geïntroduceerd in de pers.<target id="xr33"></target><xref ref-type="fn" rid="fn33">33</xref> De term werd op grote schaal overgenomen. In Kamerdebatten en overheidspublicaties werd het woord meer dan 1500 keer gebruikt in de laatste decennia. Pogingen het aantal eerwraakzaken te schatten leidden tot krantenberichten, en vervolgens weer tot Kamervragen.<target id="xr34"></target><xref ref-type="fn" rid="fn34">34</xref> </p>
			<p>Door het gebruik van de term <italic>eerwr</italic><italic>aak</italic> werd een scherpe grens getrokken tussen moorden waarbij daders of slachtoffers Nederlands waren, en moorden waarbij zij Turks waren. Als een Nederlandse man zijn vrouw uit jaloezie vermoordde, was er sprake van een <italic>crime passionne</italic><italic>l</italic>; vermoordde hij (ook) zijn kinderen dan was het een gezinsdrama. Vond het drama plaats binnen de Turkse gemeenschap in Nederland dan heette het eerwraak.<target id="xr35"></target><xref ref-type="fn" rid="fn35">35</xref> Door de introductie van de term was de moord door een Turkse man onderdeel van een cultureel probleem.<target id="xr36"></target><xref ref-type="fn" rid="fn36">36</xref> In het verlengde van het eerwraakdebat, kwam er onderzoek naar huiselijk geweld onder Turken in Nederland.<target id="xr37"></target><xref ref-type="fn" rid="fn37">37</xref> Vervolgens werd <italic>huiselijk geweld</italic> in 2010 omgedoopt tot <italic>intimate terrorism, </italic>waarmee een link werd gemaakt met terrorisme.<target id="xr38"></target><xref ref-type="fn" rid="fn38">38</xref> Er verscheen een groot aantal rapporten over eerwraak met een nadruk op onoverbrugbaar en statisch cultureel verschil.<target id="xr39"></target><xref ref-type="fn" rid="fn39">39</xref> ‘Cultuur’ werd in toenemende mate vervangen door islam. </p>
			<p>Vergelijkbare verschuivingen deden zich voor in het hoofddoekjesdebat. In 1985 deed zich in Alphen de eerste hoofddoekjesaffaire voor, een half jaar nadat de eerste moskee in die plaats was geopend. Islamitische ouders maakten bezwaar tegen biologie- en gymles voor hun dochters en tegen de te weinig eerbare kleding van onderwijzeressen. Er kwamen steeds meer meisjes met een hoofddoek naar school. De school verbood het, maar kwam terug op dat besluit.<target id="xr40"></target><xref ref-type="fn" rid="fn40">40</xref> Feministes, waaronder Cisca Dresselhuys, hoofdredacteur van het feministische blad <italic>Opzij, </italic>vonden het moeilijk om in dit debat stelling te nemen. Enerzijds vonden ze dat vrouwen zelf moesten weten hoe ze zich wilden kleden, anderzijds konden ze het dragen van een hoofddoek niet als een vrije keuze zien maar slechts als onderdrukking binnen de islam.<target id="xr41"></target><xref ref-type="fn" rid="fn41">41</xref> </p>
			<p>In de hoofddoekendebatten die volgden ging het steeds vaker over gezichtsluiers (gewoonlijk aangeduid als <italic>boerk</italic><italic>a’s</italic>) waarbij sprake was van forse overschattingen van het aantal draagsters van gezichtssluiers.<target id="xr42"></target><xref ref-type="fn" rid="fn42">42</xref> Bij een rondvraag door journalisten in 2005 bleek dat mensen dachten dat er in Nederland 10.000 tot 20.000 vrouwen waren die een gezichtsluier droegen, terwijl het in werkelijkheid ging om enkele honderden vrouwen.<target id="xr43"></target><xref ref-type="fn" rid="fn43">43</xref> In 2005 kwam Geert Wilders, toen nog leider van de groep Wilders, met een motie voor een ‘boerkaverbod’, die werd aangenomen.<target id="xr44"></target><xref ref-type="fn" rid="fn44">44</xref> De <sc>vvd</sc> steunde de motie omdat de ‘<italic>boerka</italic>’ werd gezien als een veiligheidsrisico, omdat het dragen ervan in tegenspaak was met ‘onze’ normen en waarden en omdat het onderdrukking van vrouwen betekende. De links-liberale D66 hoopte dat een verbod niet nodig was en dat de <italic>boerka</italic> ‘weg-geëmancipeerd’ kon worden.<target id="xr45"></target><xref ref-type="fn" rid="fn45">45</xref></p>
			<p>Overdrijving was er ook bij het debat over wat sommige politici ‘importbruidjes’ noemden. In 2004 zei het Kamerlid Gerard van As (Lijst Pim Fortuyn, <sc>lp</sc><sc>f</sc>): ‘Per week landen er twee volle Boeings op Schiphol met importbruidjes’.<target id="xr46"></target><xref ref-type="fn" rid="fn46">46</xref> Wat Van As zei was incorrect: er landden per week geen twee Boeings vol ‘importbruidjes’. Bovendien waren het vooral Nederlandse mannen – en geen buitenlandse mannen die in Nederland woonden – die een vrouw uit bijvoorbeeld Thailand, Oekraïne of Polen naar Nederland lieten komen. Verder kwamen er net zoveel mannen in het kader van hun huwelijk naar Nederland als vrouwen, maar het debat ging alleen over ‘importbruidjes’ en niet over ‘importbruidegommetjes’.<target id="xr47"></target><xref ref-type="fn" rid="fn47">47</xref> Door het stellen van inkomenseisen en leeftijdseisen werd geprobeerd de komst van ‘importbruidjes’ af te remmen.</p>
			<p><italic>Loverboys</italic> werden in dezelfde context genoemd als eerwraak, hoofddoeken en importbruidjes. Het woord <italic>lo</italic><italic>verboy</italic> werd in de Nederlandse taal geïntroduceerd in 1995. Daarvoor werd het woord slechts gebruikt in homoseksuele contactadvertenties.<target id="xr48"></target><xref ref-type="fn" rid="fn48">48</xref> Na 1995 werd <italic>loverboy</italic> gebruikt voor een pooier die meisjes verleidde en voor zich liet werken als prostituee. In de beeldvorming was de <italic>lov</italic><italic>erboy</italic> veelal een Marokkaanse jongen.<target id="xr49"></target><xref ref-type="fn" rid="fn49">49</xref> Het fenomeen <italic>loverboys</italic> was aanleiding voor uitgebreide voorlichting, de samenstelling van lespakketten voor middelbare scholen, toneelstukken en een stortvloed aan publicaties. Er werden wilde schattingen gemaakt over het aantal slachtoffers.<target id="xr50"></target><xref ref-type="fn" rid="fn50">50</xref> Onderzoekers lieten zien dat er in werkelijkheid weinig <italic>lov</italic><italic>erboys</italic> waren, maar er kwamen toch tal van maatregelen en kranten duidden het aan als een groot probleem.<target id="xr51"></target><xref ref-type="fn" rid="fn51">51</xref> In de Kamer werd gevraagd om maatregelen en nieuwe wetgeving.<target id="xr52"></target><xref ref-type="fn" rid="fn52">52</xref> In het <italic>love</italic><italic>rboys</italic>-verhaal ging het aanvankelijk niet over islam, maar later werd, net zoals bij andere kwesties, die koppeling steeds vaker gemaakt. Nederlandse meisjes moesten worden beschermd tegen migrantenjongens.</p>
			<p>Er was, per saldo, niet zozeer sprake van een feminisering van de migratie, maar vooral van een feminisering van het publieke, journalistieke en wetenschappelijke debat. Feminisering van het debat – waarbij onderwerpen die vrouwen aangingen centraal werden gesteld – ging hand in hand met islamisering van het debat.</p>
			</sec>

<sec id="S2">
<title>Geen arbeidskrachten</title>
			<p>Terwijl er veel aandacht was in de media voor (huiselijk) geweld, eerwraak, gedwongen huwelijken en afhankelijkheid, was er – vergelijkbaar met Knotter’s <italic>Economische transformatie en stedelij</italic><italic>ke arbeidsmarkt </italic>– nauwelijks aandacht voor de arbeidsmarktpositie van migrantenvrouwen. Ook in beleid werden migrantenvrouwen niet als arbeidskrachten gezien.<target id="xr53"></target><xref ref-type="fn" rid="fn53">53</xref> Het merendeel (70 procent) van de gastarbeiders was man. Dat was niet onlogisch omdat gastarbeiders werden geworven voor werk dat als mannenwerk werd gezien, zoals in de mijnen of de staalindustrie. Migrantenvrouwen werden vooral gezien als echtgenotes en moeders.<target id="xr54"></target><xref ref-type="fn" rid="fn54">54</xref> De Nederlandse overheid deed weinig om de arbeidsmarktpositie van migrantenvrouwen te versterken, terwijl er wel projecten waren voor de verbetering van de arbeidsmarktpositie van Nederlandse vrouwen. </p>
			<p>Aanvankelijk werden analfabetisme, slechte beheersing van de Nederlandse taal of vermeende culturele verschillen niet als probleem gezien bij de arbeidsbemiddeling van migrantenvrouwen.<target id="xr55"></target><xref ref-type="fn" rid="fn55">55</xref> Het werk van migrantenvrouwen in het onderste segment van de arbeidsmarkt bood nauwelijks kansen om de kennis van de Nederlandse taal te verbeteren, omdat er veel lawaai was (bijvoorbeeld in de textiel- of voedingsmiddelenindustrie), omdat de werkdruk hoog was of omdat de vrouwen geïsoleerd werkten (bijvoorbeeld bij het schoonmaken van kantoren in de vroege ochtend).<target id="xr56"></target><xref ref-type="fn" rid="fn56">56</xref> Er was wel enig beleid om migrantenvrouwen te integreren, maar dat richtte zich niet op een verbetering van de arbeidsmarktpositie. In 1976 stelde Annemieke van Heel-Kasteel (Kamerlid van de <sc>kvp</sc>, Katholieke Volkspartij; later opgegaan in het <sc>cda</sc>) bijvoorbeeld: </p>
			<p><disp-quote><p>In de discussie over vrouwen van gastarbeiders heb ik niets gehoord over huishoudelijke voorlichting. Wellicht klinkt het rolbevestigend, maar persoonlijk ben ik van mening dat het bijzonder nuttig zou zijn als er middelen beschikbaar komen voor juist deze sector. Naar mijn mening is voor een vrouw in een vreemd land niets belangrijker dan te weten hoe zij efficiënt een huishouding kan runnen.<target id="xr57"></target><xref ref-type="fn" rid="fn57">57</xref></p></disp-quote></p>
			<p>In een rapport betreffende de positie van Turkse en Marokkaanse vrouwen in Utrecht werden allerlei maatregelen voorgesteld die integratie zouden moeten bevorderen – zoals buurthuiswerk, praatgroepen en peuterwerk – maar er waren geen voorstellen voor verbetering van de arbeidsmarktpositie. Voorgesteld werd wel om vrouwen een startkapitaal te geven waarmee ze ‘werkplaatsjes’ konden opzetten voor werkzaamheden die aansloten bij de vermeende cultuur van het land van herkomst.<target id="xr58"></target><xref ref-type="fn" rid="fn58">58</xref> Als alternatief voor uitzichtloos werk met geringe contacten met Nederlanders werd werk voorgesteld waaraan dezelfde bezwaren kleefden. De Interdepartementale Werkgroep Vrouwen uit Minderheden wees er in de jaren 1980 op dat het zinloos was ‘projectjes’ op te zetten voor migrantenvrouwen waarvan winstgevendheid en succes bij voorbaat betwijfeld moesten worden.<target id="xr59"></target><xref ref-type="fn" rid="fn59">59</xref> Met die conclusie werd niets gedaan.</p>
			<p>In de jaren 1980 nam de werkloosheid toe, niet alleen onder migranten maar binnen de Nederlandse samenleving als geheel. Het Utrechtse arbeidsbureau achtte het zinloos om buitenlandse vrouwen te bemiddelen. Zij werden tot het ‘Niet reëel aanbod’ gerekend en voor hen werden geen bemiddelingsactiviteiten ondernomen. Als ‘onbemiddelbaren’ drukten ze niet op het werkloosheidcijfer van het Gewestelijk Arbeidsbureau. Vrouwen protesteerden hiertegen maar zonder effect.<target id="xr60"></target><xref ref-type="fn" rid="fn60">60</xref> Indien Turkse en Marokkaanse vrouwen een baan kregen aangeboden was dat in het onderste segment van de arbeidsmarkt, zoals in de thuiszorg. Achterliggend idee was dat dit aansloot bij hun traditionele oriëntatie op huis en zorg. Het werk was ongeschoold, slecht betaald en bood geen perspectief.<target id="xr61"></target><xref ref-type="fn" rid="fn61">61</xref> Dat gold ook voor vergelijkbare initiatieven. In 1986 was er bijvoorbeeld in Middelburg een kledingproject waar werkloze Turkse vrouwen konden leren naaien. De cursus werd, in tegenstelling tot het oorspronkelijke plan, ’s avonds gegeven en niet overdag, omdat de deelneemsters overdag werkten of op school zaten. Ze waren dus niet werkloos, zoals de organisatoren veronderstelden. ‘Veel vrouwen willen leren breien met in hun achterhoofd dat ze daar, als ze ooit teruggaan naar Turkije, de kost mee kunnen verdienen’, zei projectleidster Anne Marie Bourgraaf.<target id="xr62"></target><xref ref-type="fn" rid="fn62">62</xref> Er werd voorbij gegaan aan het feit dat vrijwel niemand de kost kon verdienen met naaien of breien. De arbeidsmarktpositie van de vrouwen werd door het project niet versterkt. Het project kreeg subsidie door nadruk te leggen op de traditionele rol van migrantenvrouwen.<target id="xr63"></target><xref ref-type="fn" rid="fn63">63</xref> </p>
			<p>In het algemeen werd er in de periode van de gastarbeider-migratie veel gedaan <italic>voor</italic> migranten en minder <italic>door</italic> migranten,<bold> </bold>vooral ook omdat Nederlandse vrijwilligers de regels van het (subsidie)spel beter kenden en daardoor soms initiatieven van migranten in de kiem smoorden.<target id="xr64"></target><xref ref-type="fn" rid="fn64">64</xref> In de periode 1982-1990 konden migrantenvrouwen in het kader van het beleid Vrouwen en Minderheden subsidie krijgen voor een ‘veilige’ ontmoetingsplek.<target id="xr65"></target><xref ref-type="fn" rid="fn65">65</xref> Bij een Marokkaanse modeshow in Rotterdam, uitkomst van een dergelijk project, vroeg de Rotterdamse wethouder Onderwijs Hans Simons (Partij van de Arbeid, PvdA) zich af of buitenlandse vrouwen niet terecht konden bij een Nederlandse organisatie zoals het Vrouwenvormingscentrum. Een vertegenwoordigster van dat centrum meende echter dat het centrum was voor de vrouwenbeweging, en daar zouden de buitenlandse vrouwen zich niet thuis voelen. De Rotterdamse gemeenteraad besloot vervolgens dat buitenlandse vrouwen alleen nog maar een beroep konden doen op de pot voor integratie en niet op die voor emancipatie.<target id="xr66"></target><xref ref-type="fn" rid="fn66">66</xref> </p>
			<p>In de jaren 1980 liepen door de economische recessie de subsidiemogelijkheden terug. Organisaties maakten meer kans op subsidie indien hun verzoeken stereotype ideeën over immigranten bevatten.<target id="xr67"></target><xref ref-type="fn" rid="fn67">67</xref> In de jaren 1990 werden subsidies meer dan voorheen gegeven aan korte-termijnprojecten en dat leidde tot een snelle reproductie van stereotype ideeën vormgegeven in onder meer voorlichting of zwem- en fiets&#173;lessen voor vrouwen.<target id="xr68"></target><xref ref-type="fn" rid="fn68">68</xref> In 2003-2005 lanceerde de overheid het plan Participatie van Vrouwen uit Etnische Minderheidsgroepen. Projecten daarbinnen richtten zich op het bevorderen van werk in het onderste segment van de arbeidsmarkt: kinderopvang en naschoolse opvang, opleiding tot horeca-assistent en leer-werkprojecten in kapsalons of de confectie-industrie. Het waren allemaal sectoren waarin reeds migrantenvrouwen werkten, waarin het aanzien van het werk gering was en de kans op promotie klein.</p>
			</sec>

<sec id="S3">
<title>‘Welzijnboys’ en steniging</title>
			<p>Vanaf de jaren 1970 verkondigden rechtse partijen standpunten die leken op de standpunten van merendeels linkse en feministische organisaties die opkwamen voor rechten van migrantenvrouwen. Dat was een nieuwe ontwikkeling. De kleine rechts-extremistische partijen die in de eerste decennia na de Tweede Wereldoorlog actief waren,<target id="xr69"></target><xref ref-type="fn" rid="fn69">69</xref> hadden geen sterk anti-immigratiestandpunt en ze zeiden niets over de positie van vrouwen. Na 1970 gingen rechts-populistische partijen meer ageren tegen immigratie. In 1971 zei Joop Glimmerveen bij de oprichting van de Nederlandse Volksunie (<sc>nvu</sc>) dat het biologisch voortbestaan van de Nederlandse natie werd bedreigd door de komst van 50.000 Surinamers en 100.000 buitenlandse arbeiders.<target id="xr70"></target><xref ref-type="fn" rid="fn70">70</xref> ‘Er is in Nederland wel degelijk sprake van rassenmoord en wel op blanke Nederlanders, die met negers dreigen te worden vermengd’, zei Glimmerveen.<target id="xr71"></target><xref ref-type="fn" rid="fn71">71</xref> In 1972 speelde de <sc>nvu</sc> in op rellen in de Rotterdamse Afrikaanderwijk, die zeven dagen duurden en die door kranten rassenrellen werden genoemd.<target id="xr72"></target><xref ref-type="fn" rid="fn72">72</xref> Relschoppers verklaarden tegenover de pers dat Turken hun wijk overnamen en dat ze Nederlandse meisjes lastigvielen.<target id="xr73"></target><xref ref-type="fn" rid="fn73">73</xref> De <sc>nvu</sc> verspreidde racistische pamfletten. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1974 kreeg de <sc>nvu</sc> in Den Haag 4000 stemmen met de leus ‘Den Haag moet veilig en blank blijven’. Drie jaar later, kreeg de partij bij de parlementsverkiezingen van 1977, 33.000 stemmen (niet genoeg voor een Kamerzetel). De <sc>nvu</sc> was tegen immigratie, maar zei weinig over vrouwen of islam. </p>
			<p>Het Nederlandse debat veranderde door de Iraanse Revolutie van 1979 waarbij de Sjah werd verdreven door het fundamentalistisch-islamitische regime van de Ayatollah Khomeini.<target id="xr74"></target><xref ref-type="fn" rid="fn74">74</xref> De positie van vrouwen en homoseksuelen in Iran verslechterde snel. Nederlandse kranten publiceerden een groot aantal artikelen over de slechte en ondergeschikte positie van vrouwen in islamitische landen. Pakistan, Egypte en Libië werden veelvuldig genoemd, maar Iran domineerde het nieuws. In Iran waren massale demonstraties van vrouwen tegen de nieuwe verplich-</p>
			<p><fig id="F01" position="float">
<label>&#160;</label>
<caption><p>&#160;</p></caption>
<graphic xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xlink:href="images/Schrover01.jpg" /></fig></p>
			<p>Illustratie 1 Landelijke initiatiefgroep ‘Geen fascisten op straat’ demonstreert in Haarlem tegen de Centrumdemocraten op&#160;19 september 1987. De partij wierp zich niet op als verdediger van homorechten (bron: NL-HaNA, toegangsnr. 2.24.01.05, bestanddeelnr. 934-0810).</p>
			<p>ting voor vrouwen om gesluierd te gaan.<target id="xr75"></target><xref ref-type="fn" rid="fn75">75</xref> De vervolging van homoseksuelen in Iran was in 1979 reden voor de Nederlandse homorechten-organisatie <sc>coc</sc> om aandacht te vragen voor zowel de ‘ontrechting’ van Iraanse vrouwen als voor executies van homoseksuelen.<target id="xr76"></target><xref ref-type="fn" rid="fn76">76</xref> Kranten publiceerden uitgebreid over beide onderwerpen.<target id="xr77"></target><xref ref-type="fn" rid="fn77">77</xref> In de berichtgeving over Iran werd benadrukt dat islamisering betekende dat vrouwen&#173;emancipatie en homo-emancipatie werden teruggedraaid. Dit idee werd overgenomen door rechtse Nederlandse partijen.</p>
			<p>In 1980 werd de <sc>nvu</sc> opgevolgd door de Centrumpartij, geleid door Hans Janmaat.<target id="xr78"></target><xref ref-type="fn" rid="fn78">78</xref> Prominenten binnen de Centrumpartij waren de oprichter Henry Brookman en partij-ideoloog Alfred Vierling. Beiden waren openlijk homoseksueel.<target id="xr79"></target><xref ref-type="fn" rid="fn79">79</xref> Homo-emancipatie was echter geen actiepunt van de Centrumpartij, evenmin als vrouwenemancipatie.<target id="xr80"></target><xref ref-type="fn" rid="fn80">80</xref> Vierling noemde wel de islam als probleem, in combinatie met een groot aantal andere vermeende dreigingen. Aan de <italic>nrc</italic> liet hij weten dat hij bang was ‘voor het “judeo-kosmopolitisme”, voor islamieten, voor communisten, socialisten en liberalen [en] christendemocraten.’ Vierling sprak over: ‘De PvdA die nieuwe stadsproletariaten importeert […] die de Surinamers en Antillianen heeft gegijzeld met subsidies en gratis drugs. Het <sc>cda</sc> […] dat de school met de bijbel wil redden door daarnaast een school met de koran neer te zetten.’ Volgens Vierling hadden de ‘ambtenarenlobbies en welzijnsboys […] er belang bij dat hun eigen achterban kansarm en cultureel geïsoleerd blijft. Hoe armer en ellendiger, des te beter hebben die <italic>cap</italic><italic>tains of minorities </italic>en ambtenaren het.’<target id="xr81"></target><xref ref-type="fn" rid="fn81">81</xref> </p>
			<p>De Centrumpartij was in de jaren 1980 echter niet de enige Nederlandse partij met een restrictief standpunt ten aanzien van immigratie.<target id="xr82"></target><xref ref-type="fn" rid="fn82">82</xref> Na een toename van de werkloosheid kwamen tal van partijen met restrictieve punten. Het <sc>cda</sc> (dat in 1981 48 van de 150 zetels had in de Tweede Kamer) zei dat gastarbeiders niet langer moesten worden geworven, en dat remigratie moest worden ondersteund. Volgens D66 waren werkloosheid, woningnood en bevolkingsdichtheid redenen voor beperking van immigratie. D66 noemde ook nadrukkelijk de afhankelijke verblijfsstatus van allochtone vrouwen als probleem. Volgens DS70 (een rechtse afsplitsing van de PvdA)<target id="xr83"></target><xref ref-type="fn" rid="fn83">83</xref> was Nederland vol: er was onvoldoende ruimte en werk. DS70 wilde remigratie stimuleren: migranten die wilden terugkeren moesten een premie krijgen. De <sc>rpf</sc> (Reformatorische Politieke Federatie)<target id="xr84"></target><xref ref-type="fn" rid="fn84">84</xref> zei dat polygamie en eerwraak niet getolereerd werden, zelfs als zij onderdeel waren van de immigrantencultuur. Terugkeer naar het land van herkomst moest worden aangemoedigd en moest onderdeel worden van ontwikkelingshulp. Opvallend is dat in tal van de verkiezingsprogramma’s – niet alleen van rechts-populistische partijen – punten terugkomen zoals eerwraak en afhankelijke verblijfsstatus die eerder in acties voor migrantenvrouwen, zoals hierboven beschreven, belangrijk waren gemaakt. </p>
			<p>In 1981 publiceerde <italic>Middenweg</italic>, het partijblad van de Centrumpartij, een fictieve brief van een gastarbeider.<target id="xr85"></target><xref ref-type="fn" rid="fn85">85</xref> De brief was ondertekend met Mohammed Aktar, wat de naam was van een Afghaanse worstelaar die deelnam aan de Olympische spelen van 1980, maar hij was niet de auteur. </p>
			<p><disp-quote><p>Ik ben een gastarbeider en al tien jaar in Nederland. […] Daarom weet ik, wat Nederlanden over ons zeggen. […] Velen zeggen, dat de gastarbeiders terug naar hun land moeten. Gastarbeiders zijn dom en lui. Wij zullen dat onthouden […] De Nederlanders zijn kwaad op Khomeiny, die een goed man is […] Slechte mensen verdienen de doodstraf. […] Slechte mensen doen porno. Slechte mensen maken de vrouwen de baas. De vrouwen in Nederland zijn slecht gekleed. Niet voor zeden. […] De hele wereld wordt Islam. […] Nederland moet ook voor de Islam zijn, anders komt de straf. […] Nederlanden moeten zich aanpassen aan Islammensen. Wij hoeven ons niet meer aan te passen; wij zijn al genoeg aangepast. Wij hebben gelijk, want wij zijn van de Islam. […] Er zijn al 500.000 Islammensen in Nederland. Dat worden er nog veel meer. Onze vrouwen zijn niet lui, niet porno en niet de baas. Zij krijgen veel kinderen. […] Over 10-20 jaar is hier alles Islam. Dan komt onze wraak.</p></disp-quote></p>
			<p>In deze brief vol krompraat koppelde de Centrumpartij het terugdraaien van de vrouwenemancipatie nadrukkelijk aan islamisering. De Centrumpartij kwam in 1982 na verkiezingen in de Tweede Kamer, met één zetel (bezet door Janmaat). Volgens Janmaat waren de normen en waarden van het christendom en de islam totaal tegengesteld.<target id="xr86"></target><xref ref-type="fn" rid="fn86">86</xref> De Centrumpartij verklaarde dat buitenlanders niets gaven om de Nederlandse cultuur.<target id="xr87"></target><xref ref-type="fn" rid="fn87">87</xref> Er waren 400.000 Nederlanders werkloos en daarom was Nederland volgens de Centrumpartij geen immigratieland. Turken, Marokkanen, Surinamers en ‘Zigeuners’ zouden gesteund moeten worden </p>
			<p><fig id="F02" position="float">
<label>&#160;</label>
<caption><p>&#160;</p></caption>
<graphic xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xlink:href="images/Schrover02.jpg" /></fig></p>
			<p>in hun land van herkomst.<target id="xr88"></target><xref ref-type="fn" rid="fn88">88</xref> De Centrumpartij was voor vrijwillige terugkeer in combinatie met het geven van ontwikkelingshulp. Dat standpunt was niet zo heel anders dan dat van andere partijen, zoals hierboven beschreven.</p>
			<p>In 1982 schreef <italic>Middenweg</italic>: ‘Er kan ons dus nog van alles te wachten staan: bloedwraak, veelwijverij, koppensnellerij, stammenoorlogen, discriminatie van de minderheden onderling.’<target id="xr89"></target><xref ref-type="fn" rid="fn89">89</xref> De Centrumpartij wees in een radiotoespraak op de ‘onderdrukking’ en de ‘mishandeling’ van de vrouw binnen de islam, waarin de echo doorklonk van de berichtgeving over Iran. </p>
			<p><disp-quote><p>Mishandeling van vrouwen […] is dan ook iets waar de doorsnee-Moslim niet zo zwaar aan tilt. Daartoe moet ook de mishandeling op seksueel gebied gerekend worden […] Gaat het hier de gewoonte worden dat, in strijd met het proces van de emancipatie, de vrouw onderworpen gaat worden aan de man? Moet het regelmaat worden dat vrouwen door hun ouders worden uitgehuwelijkt zonder zich daartegen te kunnen verzetten? Ligt het in de bedoeling dat ontrouw met steniging zal worden gestraft?’<target id="xr90"></target><xref ref-type="fn" rid="fn90">90</xref> </p></disp-quote></p>
			<p>Zoals hierboven opgemerkt, was de Centrumpartij niet de enige partij met restrictieve voorstellen. Linkse partijen waren eveneens voor restrictie. In 1983 publiceerde de Socialistische Partij (SP) de brochure <italic>Gastarbeid en </italic><italic>Kapitaal</italic>.<target id="xr91"></target><xref ref-type="fn" rid="fn91">91</xref> De publicatie leidde tot grote commotie in de pers.<target id="xr92"></target><xref ref-type="fn" rid="fn92">92</xref> Door werving van gastarbeiders was het mogelijk geweest om lonen in Nederland laag te houden, stelde de SP, maar de gastarbeiders waren niet gelukkig.<target id="xr93"></target><xref ref-type="fn" rid="fn93">93</xref> Omdat ze van het platteland kwamen en moslims waren, konden ze zich moeilijk aanpassen aan de Nederlandse samenleving. Landen van herkomst ontmoedigden de terugkeer omdat ze baat hadden bij het geld dat de gastarbeiders naar huis stuurden. De SP ging in de brochure nadrukkelijk in op de positie van migrantenvrouwen. ‘De gezinshereniging in Nederland is voor de vrouwen in bijna alle gevallen een regelrechte ramp’, stelde de brochure. ‘Zij zitten een zeer groot deel van de dag in huis’. In Utrecht probeerden SP-vrijwilligsters migrantenvrouwen uit hun isolement te halen met taallessen. Ze huurden een zaaltje maar er kwam niemand. Desgevraagd lieten de vrouwen weten geen Nederlands te willen leren. Zij wilden terug naar hun land, familie en vriendinnen.<target id="xr94"></target><xref ref-type="fn" rid="fn94">94</xref> De SP stelde voor migranten, die op vrijwillige basis wilden terugkeren, 75.000 gulden te geven per persoon zodat ze in eigen land een bestaan konden opbouwen.<target id="xr95"></target><xref ref-type="fn" rid="fn95">95</xref> Opvallend is dat reeds in 1966 door de Amsterdamse chef van de Vreemdelingendienst en door Utrechtse welzijnswerkers hetzelfde was gesuggereerd, zonder dat het tot enige ophef leidde.<target id="xr96"></target><xref ref-type="fn" rid="fn96">96</xref> De SP-plannen waren bovendien niet zo heel anders dan die van andere partijen, die ook voor terugkeer en premies hadden gepleit. Toch kwam er op deze brochure een storm aan kritiek. <italic>De Waarheid</italic> (het partijblad van de <sc>cpn</sc>; Communistische Partij Nederland) maakte een koppeling naar rechts-populistische ideeën en schreef dat de SP Janmaat’s kiezers probeerde te trekken.<target id="xr97"></target><xref ref-type="fn" rid="fn97">97</xref> De opmerkingen in de brochure over de positie van migrantenvrouwen kregen in de pers geen aandacht.</p>
			<p>In 1985 was 14,5 procent van de mensen in Nederland werkloos en werkloosheid was een belangrijk punt bij de landelijke verkiezingen van 1986. Meerdere partijen pleitten nu voor geld voor terugkerende arbeidsmigranten. Het <sc>cda</sc> zei dat oudere gastarbeiders zouden moeten terugkeren met behoud van uitkering en dat ze steun zouden moeten krijgen bij het opzetten van een bedrijf in het herkomstland. De <sc>cpn</sc> kwam met een soortgelijk voorstel, benadrukkend dat terugkeer vrijwillig moest zijn. Volgens de <sc>psp</sc> (Pacifistisch Socialistische Partij)<target id="xr98"></target><xref ref-type="fn" rid="fn98">98</xref> wilden veel oudere gastarbeiders terug en daarom pleitte de <sc>psp</sc> ook voor het geven van geld en steun bij het opzetten van een eigen bedrijf na terugkeer. De eerdere suggestie van de SP werd dus breed bekritiseerd, maar kreeg wel navolging. Bovendien liepen de standpunten van alle partijen niet zo ver uiteen als de partijen zelf suggereerden. <sc>nvu</sc>, Centrumpartij en SP hadden het wel nadrukkelijker over islam en vrouwen dan andere partijen.</p>
			</sec>

<sec id="S4">
<title>Toe-eigenen van het vrouwen- en homo-emancipatiediscours</title>
			<p>Aan het einde van de jaren 1980 benoemde de Centrumpartij steeds nadrukkelijker vrouwenemancipatie en homoseksualiteit. In 1986 schreef de Centrumpartij in haar ontwerp-verkiezingsprogramma: </p>
			<p><disp-quote><p>Alle mensen zijn aan elkaar gelijk. Man en vrouw zijn volstrekt gelijkwaardig en hebben recht op gelijke maatschappelijke posities en behandeling. […] Het is noodzakelijk te streven naar een pluriforme maatschappij waarin iedereen, ongeacht ras, geslacht, huidskleur, politieke-, religieuze of sexuele geaardheid, aanspraak kan maken op gelijke behandeling, rechten, plichten en vrijheden.<target id="xr99"></target><xref ref-type="fn" rid="fn99">99</xref> </p></disp-quote></p>
			<p>In het Amsterdamse programma van de Centrumpartij (geschreven door gemeenteraadslid E.M.A. Bouman) stond: ‘In een geëmancipeerde maatschappij behoort men de vrijheid te hebben te kiezen voor een eigen leefvorm.’<target id="xr100"></target><xref ref-type="fn" rid="fn100">100</xref> </p>
			<p>Bij de Rushdie-affaire in 1989, waarbij de schrijver Salman Rushdie vogelvrij werd verklaard door Iraanse geestelijken, leek er steun te zijn in Nederland voor orthodoxe islamitische ideeën. Die steun werd echter volgens de Nederlandse Vereniging van Journalisten (<sc>n</sc><sc>vj</sc>) door kranten sterk overdreven. Enkele demonstranten hadden ‘Dood aan Rushdie’ geroepen maar een deel van de pers leek te willen bewijzen dat onze ‘moderne samenleving’ werd bedreigd door ‘Middeleeuws denkende, analfabete moslimboeren’. Volgens de <sc>nvj</sc> was aan tal van imams gevraagd of ze voor de microfoon wilden zeggen dat Rushdie dood moest. De imams waren beledigd en zeiden dat ze voor de vrijheid van meningsuiting stonden. Khomeini werd in de pers moeiteloos vervangen door moslims in het westen. Er was sprake van pure sensatiejournalistiek met agressieve foto’s en grote koppen, volgens de <sc>n</sc><sc>vj</sc>.<target id="xr101"></target><xref ref-type="fn" rid="fn101">101</xref> De overdreven berichtgeving had wel effect: belangrijke deelnemers aan het politieke en publieke debat spraken nu ook over de gevaren van de islam.<target id="xr102"></target><xref ref-type="fn" rid="fn102">102</xref> <sc>vvd</sc>-leider Frits Bolkestein vroeg zich af of bepaalde islamitische waarden en normen strookten met de democratische beginselen van de Nederlandse rechtsstaat, en benoemde expliciet de onderdrukking van vrouwen en homoseksuelen.<target id="xr103"></target><xref ref-type="fn" rid="fn103">103</xref></p>
			<p>Tot 1994 gold er een afspraak, door hoofdredacteuren binnen de <sc>nvj</sc> gemaakt, om Janmaat en zijn partij zoveel mogelijk te negeren. Toen bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1994 de (inmiddels hernoemde) Centrumdemocraten van 11 op 78 zetels kwamen, werd van die handelswijze afgestapt. Vooral lokale Brabantse en Limburgse kranten, provincies waar de partij van Janmaat fors had gewonnen, gingen over de nieuwe gemeenteraadsleden schrijven, met als doel te laten zien dat ze niets te zeggen hadden. Daarmee hoopten ze de slachtofferrol van Janmaat’s partij te verzwakken en complottheorieën te bestrijden.<target id="xr104"></target><xref ref-type="fn" rid="fn104">104</xref> Centrumdemocraten boetten vervolgens aan belang in maar werden min of meer opgevolgd door de zogenaamde <italic>Leefbaar </italic>partijen.</p>
			<p>In 2001 stelde de openlijk homoseksuele Nederlandse politicus Pim Fortuyn dat de homo-emancipatie zou moeten worden overgedaan als aan de ‘islamisering’ van de Nederlandse samenleving geen paal en perk werd gesteld.<target id="xr105"></target><xref ref-type="fn" rid="fn105">105</xref> Het debat over homoseksualiteit en islam verhevigde door de El-Moumni-affaire waarbij een Rotterdamse imam verklaarde dat homoseksualiteit een ziekte was.<target id="xr106"></target><xref ref-type="fn" rid="fn106">106</xref> Volgens de <italic>Gr</italic><italic>oene Amsterdammer</italic> sprongen de media met grote gretigheid op de uitspraak van een obscure imam, waarna de gehele Nederlandse islamitische gemeenschap werd neergezet als homofoob en Bolkestein werd geroemd als de eerste die dit gevaar van de islam had durven benoemen.<target id="xr107"></target><xref ref-type="fn" rid="fn107">107</xref>  </p>
			<p>Fortuyn was aanvankelijk leider van Leefbaar Rotterdam, maar in 2002 richtte hij de <italic>Lijst Pim </italic><italic>Fortuyn</italic> (<sc>lpf</sc>) op, nadat hij bij Leefbaar Rotterdam was weggestuurd.<target id="xr108"></target><xref ref-type="fn" rid="fn108">108</xref> Fortuyn herhaalde dat hij vreesde dat de homo-emancipatie moest worden overgedaan als de islamisering doorzette.<target id="xr109"></target><xref ref-type="fn" rid="fn109">109</xref> Fortuyn keerde zich tegen falende integratie en misdaad, wachtlijsten in ziekenhuizen, files, te grote scholen en te veel bureaucraten, maar het officiële partijprogramma van de <sc>lpf</sc> bevatte geen punten die met homoseksualiteit te maken hadden.<target id="xr110"></target><xref ref-type="fn" rid="fn110">110</xref> Fortuyn werd op 6 mei 2002 vermoord.<target id="xr111"></target><xref ref-type="fn" rid="fn111">111</xref> </p>
			<p>Na de aanslagen van 9/11 (2001) werden migranten uit Turkije en Marokko en hun nakomelingen steeds vaker in debatten moslims genoemd, en werd er sterker verband gelegd met geweld.<target id="xr112"></target><xref ref-type="fn" rid="fn112">112</xref> In 2003 sprak <sc>vvd</sc>-Kamerlid Ayaan Hirsi Ali, een islamitische feministe geboren in Somalië, zich uit tegen de islam uit naam van vrouwen.<target id="xr113"></target><xref ref-type="fn" rid="fn113">113</xref> In 2004 produceerde ze de film <italic>Submission</italic> met Theo van Gogh, die vervolgens vanwege zijn uitspraken over de islam werd vermoord. </p>
			<p>In 2006 richtte Geert Wilders de <italic>Partij voor de Vrijheid</italic> (<sc>pvv</sc>) op, met een uitgesproken anti-islam standpunt. Door het dragen van hoofddoeken werden vrouwen onaantrekkelijk op de arbeidsmarkt, ze kregen te veel kinderen, ze stuurden geld naar hun land van herkomst (en leefden bijgevolg hier in armoede), en ze verlieten de school te vroeg, benadrukte de <sc>pvv</sc>. ‘Buiten de problemen met de islam die we nu geïmporteerd hebben, zien we een oververtegenwoordiging van niet-westerse allochtonen op het gebied van uitkeringsafhankelijkheid, antisemitisme, homohaat, vrouwendiscriminatie, criminaliteit, overlast, schooluitval en eerwraak.’<target id="xr114"></target><xref ref-type="fn" rid="fn114">114</xref> Wilders combineerde nadrukkelijk risico’s voor homo-emancipatie en vrouwenemancipatie.<target id="xr115"></target><xref ref-type="fn" rid="fn115">115</xref> In 2016 sprak Wilders op een <italic>G</italic><italic>ays for Trump rally</italic>, waarna een Amerikaanse journalist schreef dat Nederlanders pioniers waren wanneer het ging om het gebruik van <italic>pro-gay</italic> retoriek in hun aanval op islamitische immigratie.<target id="xr116"></target><xref ref-type="fn" rid="fn116">116</xref> </p>
			<p>De <sc>pvv</sc> hamerde eindeloos op deze punten, maar ook andere partijen zoals de PvdA koppelde de positie van vrouwen en homo’s aan ‘islamisering’. Jeroen Dijsselbloem (PvdA) stelde in 2007 in de Tweede Kamer dat de komst van ‘een grote groep nieuwe gelovigen’ het risico met zich meebracht dat ‘verworvenheden […] zoals gelijke behandeling van&#160;vrouwen&#160;en homo’s’ verloren zouden gaan.<target id="xr117"></target><xref ref-type="fn" rid="fn117">117</xref> Zijn partijgenote Mariëtte Hamer (PvdA) stelde in 2008 dat moslims bij zichzelf te rade moesten gaan ‘over de vraag waarom veel mensen bang zijn voor de&#160;islam&#160;en hoe de&#160;islam&#160;omgaat met de rechten van&#160;vrouwen&#160;en homo’s’.<target id="xr118"></target><xref ref-type="fn" rid="fn118">118</xref> De <sc>pvv</sc> sprak in de Tweede Kamer het meeste van alle partijen over islamisering en het effect op vrouwen- en homo-emancipatie. <sc>pvv</sc>-Kamerlid Joram van Klaveren<target id="xr119"></target><xref ref-type="fn" rid="fn119">119</xref> zei in 2011 dat er ‘een verband bestaat tussen de&#160;islam&#160;en het emancipatieprobleem van homo’s en&#160;vrouwen. […] de politiek [zal] moeten erkennen dat specifiek de&#160;islam&#160;het grootste obstakel vormt voor de emancipatie van homo’s en&#160;vrouwen.’ Van Klaveren diende een motie in waarin hij stelde dat voor niet-westerse Nederlanders ‘de afwijzing van homoseksualiteit gelegitimeerd wordt vanuit de religie’. Het ‘overgrote deel van de jonge pooiers (loverboys)’ had volgens hem een islamitische achtergrond en eerwraak kwam ‘praktisch alleen voor op&#160;vrouwen&#160;met een islamitische achtergrond’. Hij verzocht de regering te erkennen dat ‘de&#160;islam&#160;het grootste obstakel vormt voor de emancipatie van homo’s en&#160;vrouwen’.<target id="xr120"></target><xref ref-type="fn" rid="fn120">120</xref> In 2013 presenteerde Van Klaveren een vrijwel gelijkluidende motie.<target id="xr121"></target><xref ref-type="fn" rid="fn121">121</xref> Opvallend is dat Van Klaveren verwees naar de SP-brochure uit 1983 en nadrukkelijk vroeg: ‘Ziet de SP de problematische rol van de&#160;islam&#160;als het gaat om de onderdrukking van&#160;vrouwen, als het gaat om antisemitisme en om homofoob geweld?’<target id="xr122"></target><xref ref-type="fn" rid="fn122">122</xref></p>
			<p>In 2017 richtte Thierry Baudet de rechts-populistische partij Forum voor Democratie (FvD) op. Volgens het partijprogramma zijn alle mensen ‘fundamenteel gelijkwaardig, ongeacht geslacht, ras of seksuele gerichtheid.’<target id="xr123"></target><xref ref-type="fn" rid="fn123">123</xref> De partij werpt zich echter niet op als voorvechter voor homo- of vrouwenrechten. Feministes worden neergezet als zuur, oud, lelijk en hysterisch, bijvoorbeeld door FvD-er Eva Vlaardingerbroek. Feministes zorgen er voor dat witte vrouwen minder aantrekkelijk zijn en minder kinderen krijgen waardoor het blanke ras verdwijnt. De witte man is de vijand, maar de massa-immigratie van honderdduizenden alleenstaande mannen uit zéér patriarchale samenlevingen, is blijkbaar voor feministes geen probleem, volgens Vlaardingerbroek.<target id="xr124"></target><xref ref-type="fn" rid="fn124">124</xref></p>
			<p>De <sc>vvd</sc> werpt zich meer op als de verdediger van vrouwen- en homorechten in een islamiserende samenleving. <sc>vdd</sc>-Kamerleden Bente Becker en Dilan Yeşilgöz, schreven in 2018 op de <sc>vdd</sc>-website over de problemen van migrantenvrouwen.<target id="xr125"></target><xref ref-type="fn" rid="fn125">125</xref> Ze stelden dat hun moeders hadden gevochten voor emancipatie, en dat zij zich nu opwierpen voor wie zichzelf niet kon verdedigen.<target id="xr126"></target><xref ref-type="fn" rid="fn126">126</xref> In een recent interview herhaalde Becker dit standpunt. Ze diende een initiatiefnota in tegen onderdrukking in naam van religie en cultuur. De vrijheid die zij had, was niet vanzelfsprekend ‘voor alle vrouwen, homo’s en andersdenkenden’. Zij kon zich niet voorstellen dat vrouwen ervoor kozen om thuis te blijven en voor de kinderen te zorgen. Ze koppelde die keuze aan eer-gerelateerd geweld. ‘In bepaalde culturen’ werden vrouwen bedreigd ‘door de hele groep, de hele familie’ als ze voor hun vrijheid opkwamen. Volgens Becker waren we in Nederland te ‘cultuursensitief’. Vrijheid van godsdienst werd misbruikt om vrouwen en homo’s te onderdrukken. Als de hele groep of alle familieleden weet hadden van onderdrukking, dan moest ook iedereen achter slot en grendel. Om te weten wat er achter de voordeur gebeurde, zouden vrouwen moeten worden opgeroepen door gemeentes voor een sollicitatiegesprek. ‘Als ze dan niet op komt dagen, heb je als gemeente een mogelijkheid om in gesprek te gaan. En zo kom je achter de voordeur.’ Desnoods kon de veiligheidsdienst of politie ingeschakeld worden.<target id="xr127"></target><xref ref-type="fn" rid="fn127">127</xref> Opvallend is dat een partij die staat voor vrijheid en geringe overheidsbemoeienis, controle wil uitoefenen tot achter de voordeur wanneer het gaat om vrouwen met een ‘bepaalde culturele’ achtergrond. De <sc>pvv</sc> was, zoals uit bovenstaande bleek, de partij die zich argumenten uit het vrouwenemancipatie en homo-emancipatiediscours het meeste toe-eigende, maar de <sc>pvv</sc> was niet de enige die dat deed.</p>
			</sec>

<sec id="S5">
<title>Conclusie</title>
			<p>De aandacht voor arbeidsmarktparticipatie van migrantenvrouwen was in alle hier aangehaalde debatten gering. Het verwijt aan Ad Knotter, dat hij weinig oog had voor de segregatie naar gender op de arbeidsmarkt voor migranten, gold in veel bredere zin. Het debat over migratie feminiseerde geleidelijk: er kwam een vrij eenzijdige aandacht voor vrouwen en vrouwspecifieke onderwerpen. In een poging om aandacht te genereren voor migrantenvrouwen werd een sterke nadruk gelegd op slachtofferschap. Het was effectief. De argumenten die in de jaren 1970 in campagnes door niet-migrantenvrouwen werden aangedragen voor de verbetering van de positie van migrantenvrouwen, werden overgenomen door anti-immigratie partijen. In de campagnes waren migrantenvrouwen voorgesteld als slachtoffer van onderdrukking door de islam. De anti-immigratie partijen namen juist dat element over. Feminisering van het debat leidde tot islamisering van het debat. Na de revolutie in Iran werd steeds vaker het ongedaan maken van vrouwen- en homo-emancipatie in dezelfde context genoemd als ‘islamisering’. Homonationalisme en feminationalisme ontwikkelden zich gelijktijdig en langs verwante lijnen. Vooral de <sc>PVV</sc> eigende zich, zoals uit het bovenstaande bleek, delen uit het homo-rechten- en vrouwenrechtendiscours toe, maar die partij deed dat niet als enige. Ook andere partijen zoals de PvdA en de <sc>vvd</sc> en de media speelden in die toe-eigening een rol. </p>
			</sec>

<sec id="S6">
<title>Over de auteur</title>
			<p><bold>Marlou Schrover</bold> is hoogleraar Migratiegeschiedenis en leerstoelhouder Economische en Sociale Geschiedenis in Leiden. Ze is medeoprichter van de <sc>lde</sc> Master Governance of Migration and Diversity en het bijbehorende onderzoekscentrum. Op dit moment publiceert ze vooral over migraties na 1945, met een nadruk op beleid en diversiteit (klasse, gender, etniciteit en religie).</p>
			<p>E-mail: m.l.<email>j.c.schrover@hum.le</email>idenuniv.nl</p>
			</sec>
</body>
<back>
<fn-group>
				<fn id="fn1"><p><bold>	</bold>	A. Knotter, <italic>Economisc</italic><italic>he transformatie en </italic><italic>stedelijke arbeidsma</italic><italic>rkt. Amsterdam in de</italic><italic> tweede helft van de</italic><italic> negentiende eeuw </italic>(Amsterdam 1991); zie ook: A. Knotter, ‘Stedelijke economie en arbeidsmarkt. Amsterdam in de eerste helft van de negentiende eeuw’, <italic>Bijdragen </italic><italic>en Mededelingen betr</italic><italic>effende de Geschiede</italic><italic>nis der Nederlanden</italic> (<italic>bmgn</italic>) (1986) 551-580.</p>
				</fn>
				<fn id="fn2"><p><bold>	</bold>	Zie bijvoorbeeld: H. Visscher, <italic>Rotterdamme</italic><italic>rs op de trappen der</italic><italic> historie. Een onder</italic><italic>zoek naar de sociale</italic><italic> mobiliteit van gezi</italic><italic>nshoofden in Rotterd</italic><italic>am rond 1880</italic> (Rotterdam 1997).</p>
				</fn>
				<fn id="fn3"><p><bold>	</bold>	A. Knotter en J.L. van Zanden, `Immigratie en arbeidsmarkt in Amsterdam in de 17e eeuw’, <italic>Tijdschrift voor </italic><italic>Sociale Geschiedenis</italic> <italic>(TvSG) </italic>13:4 (1987) 403-430.</p>
				</fn>
				<fn id="fn4"><p><bold>	</bold>	M. Schrover en J. van Lottum, ‘Spatial concentrations and communities of immigrants in the Netherlands 1800-1900’,<italic> Continu</italic><italic>ity and Change</italic> 22:2 (2007) 215-252.</p>
				</fn>
				<fn id="fn5"><p><bold>	</bold>	Knotter was niet de enige die deze combinatie niet maakte. Zie verwijzingen in: M. Schrover, J. van der Leun en C. Quispel, ‘Niches, labour market segregation, ethnicity and gender’, <italic>Journal</italic><italic> of Ethnic and Migra</italic><italic>tion Studies</italic> 33:4 (2007) 529-540. Zie ook: M. Schrover, ‘Labour migration’, in: M. van der Linden en K. Hofmeester (red.), <italic>Handbook global histor</italic><italic>y of work</italic> (Oldenbourg 2017) 443-478. In later werk had Knotter wel aandacht voor gender: A. Knotter, ‘Poverty and the family-income cycle. Casual laborers in Amsterdam in the first half of the 20th century’, <italic>T</italic><italic>he History of the Fa</italic><italic>mily</italic> 9:2 (2004) 221-237; T. Engelen e.a., ‘Labor strategies of families. An introduction’, <italic>The Histo</italic><italic>ry of the Family</italic> 9:2 (2004) 123-135; A. Knotter, ‘Justice for janitors goes Dutch. Precarious labour and trade union response in the cleaning industry (1988-2012). A transnational history’, <italic>International Revi</italic><italic>ew of Social History</italic> 62:1 (2017) 1-35.</p>
				</fn>
				<fn id="fn6"><p><bold>	</bold>	In meerdere publicaties heb ik die literatuur samengevat. Zie onder meer: M. Schrover en E.J. Yeo (red.), <italic>Gender</italic><italic>, migration and the </italic><italic>public sphere 1850-2</italic><italic>005</italic> (New York 2010); M. Schrover en D. Moloney (red.), <italic>Gende</italic><italic>r, migration and cat</italic><italic>egorization. Making </italic><italic>distinctions between migrants</italic><italic> in Western countrie</italic><italic>s (1900) 1945-2010 </italic>(Amsterdam 2013). Zie ook: M. Schrover, ‘Verschillen die verschil maken. Inleiding op het themanummer over gender, migratie en overheidsbeleid in Nederland en België in de periode 1945-2005’, <italic>tseg</italic> 5:1 (2008) 2-22; M. Schrover, ‘Migrantenvrouwen in de slachtofferrol. Integratiebeleid na 1945 en het terugslageffect’, in: L. Coello e.a. (red.), <italic>Het m</italic><italic>inderhedenbeleid voo</italic><italic>rbij; motieven en ge</italic><italic>volgen</italic> (Amsterdam 2013) 69-90; M. Schrover, <italic>Om de meisjes, v</italic><italic>oor de meisjes. Een </italic><italic>historische perspect</italic><italic>ief op problematiser</italic><italic>ing en bagatelliseri</italic><italic>ng van onderwerpen d</italic><italic>ie te maken hebben m</italic><italic>et migratie en integ</italic><italic>ratie</italic> (Leiden 2011).</p>
				</fn>
				<fn id="fn7"><p><bold>	</bold>	R. Andrijasevic, <italic>Trafficking in women a</italic><italic>nd the politics of m</italic><italic>obility in Europe</italic> (Utrecht 2004); T-D. &#173;Truong, ‘Gender, exploitative migration, and the sex industry. A European perspective’, <italic>Gender Techno</italic><italic>logy and Development</italic> 7 (2003) 31-52; L. Agustin, ‘Migrants in the mistress’s house. Other voices in the “trafficking debate” ’, <italic>Social Polit</italic><italic>ics: International S</italic><italic>tudies in Gender, St</italic><italic>ate and Society</italic> 12:1 (2005) 96-117, 108.</p>
				</fn>
				<fn id="fn8"><p><bold>	</bold>	W. Chapkis, ‘Trafficking, migration, and the law. Protecting innocents, punishing immigrants’, <italic>Ge</italic><italic>nder and Society</italic> 7:6 (2003) 923-937.</p>
				</fn>
				<fn id="fn9"><p><bold>	</bold>	Zie bijvoorbeeld: N. Piper, ‘Feminization of labor migration as violence against women. Interna&#173;tional, regional, and local nongovernmental organization responses in Asia’, <italic>Violen</italic><italic>ce Against Women </italic>9 (2003) 723-745; P. Dannecker, ‘Transnational migration and the transformation of gender relations. The case of Bangladeshi labour migrants’, <italic>Current Sociology </italic>53 (2005) 655-674; G. Labadie-Jackson, ‘Reflections on domestic work and the feminization of migration’, <italic>Campbell Law Rev</italic><italic>iew</italic> 31 (2008) 67-90.</p>
				</fn>
				<fn id="fn10"><p><bold>	</bold>	Zie voor een uitgebreide bespreking van die literatuur: M. Schrover, ‘Feminization and problematization of migration.&#160;Europe in the nineteenth and twentieth centuries’, in: D. Hoerder en A. Kaur (red.), <italic>Proletarian and g</italic><italic>endered mass migrati</italic><italic>ons. A global perspe</italic><italic>ctive on continuitie</italic><italic>s and discontinuitie</italic><italic>s from the 19th to t</italic><italic>he 21st Centuries</italic> (Leiden 2013) 103-131.</p>
				</fn>
				<fn id="fn11"><p><bold>	</bold>	S.L. de Lange en L.M. Mügge, ‘Gender and right-wing populism in the Low Countries. Ideological variations across parties and time’,<italic> Patterns of </italic><italic>Prejudice</italic> (2015) 1-20; N. Spierings en A. Zaslove, ‘Gender, populist attitudes, and voting. Explaining the gender gap in voting for populist radical right and populist radical left parties’, <italic>Wes</italic><italic>t European Politics</italic> 40:4 (2017) 821-847.</p>
				</fn>
				<fn id="fn12"><p><bold>	</bold>	B. Siim, ‘Gender, diversity and migration – challenges to Nordic welfare, gender politics and re&#173;search’, <italic>Equality, Diversi</italic><italic>ty and Inclusion: An</italic><italic> International Journ</italic><italic>al</italic> 32:6 (2013) 615-628; S.R. Farris, <italic>In </italic><italic>the name of women’s </italic><italic>rights. The rise of </italic><italic>femonationalism </italic>(Durham/Londen 2017).</p>
				</fn>
				<fn id="fn13"><p><bold>	</bold>	P. Mepschen, J.W. Duyvendak en E.H. Tonkens, ‘Sexual politics, orientalism and multicultural citizenship in the Netherlands’, <italic>Sociology</italic> 44 (2010) 962-979.</p>
				</fn>
				<fn id="fn14"><p><bold>	</bold>	J. Puar en A. Rai, ‘Monster, terrorist, fag. The War on Terrorism and the production of docile patriots’, <italic>Social Tex</italic><italic>t</italic> 20:3 (2002) 117-148; J. Puar, <italic>Terroris</italic><italic>t assemblages. Homon</italic><italic>ationalism in queer </italic><italic>times</italic> (Durham 2007); zie ook: G. Hekma en J.W. Duyvendak, ‘Queer Netherlands. A puzzling example’, <italic>Sex</italic><italic>ualities</italic> 14:6 (2011) 625-631; K. Jungar en S. Peltonen, ‘Acts of homonationalism. Mapping Africa in the &#173;Swedish media’, <italic>Sexualities</italic> 20:5-6 (2017) 715–737.</p>
				</fn>
				<fn id="fn15"><p><bold>	</bold>	M. Schrover, ‘Integration and gender’, in: M. Martiniello en J. Rath (red.), <italic>An</italic><italic> introduction to imm</italic><italic>igrant incorporation</italic><italic> studies: European p</italic><italic>erspectives</italic> (Amsterdam 2014) 117-138.</p>
				</fn>
				<fn id="fn16"><p><bold>	</bold>	In debatten omtrent genderdysforie. Handelingen Tweede Kamer 1983-1984, 4 september 1984, 5777-5878, 5809.</p>
				</fn>
				<fn id="fn17"><p><bold>	</bold>	<italic>De Volkskrant</italic> 21 juni 1995.</p>
				</fn>
				<fn id="fn18"><p><bold>	</bold>	‘Macht en monopolies: Hoe “gender” de maatschappij in is gesijpeld’, website Erkenbrand (laatst gezien 14 december 2019) https://www.erkenbrand.eu/artikelen/macht-en-monopolies-hoe-gender-de-maatschappij-in-is-gesijpeld/; A. van Veldhuizen en J. Overwijk ‘Het postmodernisme als zondebok. Houden ijskristallen van Haydn?’, <italic>De Groene Am</italic><italic>sterdammer</italic> 24 januari 2018; H. Bahara, ‘Wat is alt-right, waar komt het vandaan en wat is de aantrekkingskracht ervan?’, <italic>De Volkskra</italic><italic>nt</italic> 16 december 2017.</p>
				</fn>
				<fn id="fn19"><p><bold>	</bold>	A. Kranenberg, ‘Alt-right in Nederland: Hoe Erkenbrand zich opmaakt voor de strijd om een blanke natie’, <italic>De Volkskran</italic><italic>t </italic>19 november 2017. </p>
				</fn>
				<fn id="fn20"><p><bold>	</bold>	Wat volgt is een samenvatting van wat ik eerder heb beschreven: M. Schrover, ‘Family in Dutch migration policy 1945-2005’, <italic>Th</italic><italic>e History of the Fam</italic><italic>ily</italic> 14 (2009) 191-202; M. Schrover, ‘Why make a dif&#173;ference? Migration policy and making differences between migrant men and women (The Netherlands 1945–2005)’, in: Schrover en Yeo (red.), <italic>Gender, migr</italic><italic>ation and the public</italic><italic> sphere 1850-2005</italic>, 76-96; M. Schrover en S. Bonjour, ‘Public debate and policy-making on family migration in the Netherlands, 1960-1995’, <italic>Jo</italic><italic>urnal of Ethnic and </italic><italic>Migration Studies</italic> 41:9 (2015) 1475-1494.</p>
				</fn>
				<fn id="fn21"><p><bold>	</bold>	S. Kraus, ‘Ze hebben u thuis harder nodig, mevrouw! Een emotionele of zakelijke benadering van vrouwelijke arbeidsmigratie?’, in: C. Kohlmann, S. Kraus en I. Orobio de Castro (red.), <italic>Vrouwen in h</italic><italic>et migratiebeleid </italic>(Den Haag 2003) 13-24.</p>
				</fn>
				<fn id="fn22"><p><bold>	</bold>	Schrover, ‘Family in Dutch migration policy 1945-2005’, 191-202; Schrover, ‘Why make a difference?’, 76-96.</p>
				</fn>
				<fn id="fn23"><p><bold>	</bold>	<italic>De Volkskrant</italic> 7 juni 1983.</p>
				</fn>
				<fn id="fn24"><p><bold>	</bold>	Handelingen Tweede Kamer 1981, bijlage 573; <italic>Het Vrije Volk</italic> 21 mei 1982; <italic>Het</italic> <italic>Parool</italic> 21 mei 1982; <italic>nrc</italic> 21 mei 1982.</p>
				</fn>
				<fn id="fn25"><p><bold>	</bold>	Zie bijvoorbeeld <italic>Het Parool</italic> 12 juli 1982.</p>
				</fn>
				<fn id="fn26"><p><bold>	</bold>	Handelingen Tweede Kamer, 1980-1981, Minderhedenbeleid 16102, verslag van mondeling overleg 9, 1-6.</p>
				</fn>
				<fn id="fn27"><p><bold>	</bold>	De actie werd geleid door de Aktiegroep Zelfstandig Verblijfsrecht Buitenlandse Vrouwen, die 1985 opging in Het Komité Zelfstandig Verblijfsrecht voor Migrantenvrouwen (kzv) dat zich samenvoegde met het htkb, mvvn, Blijf van m’n Lijf, The Surinaams-Hindoestaanse vrouwenorganisatie sitara en het Clara Wichmann Instituut; W. Tinnemans, <italic>Een </italic><italic>gouden armband. Een </italic><italic>geschiedenis van Med</italic><italic>iterrane immigranten</italic><italic> in Nederland (1945-</italic><italic>1994)</italic> (Utrecht 1994) 182; Kraus, ‘Ze hebben u thuis harder nodig, mevrouw!’, 13-24.</p>
				</fn>
				<fn id="fn28"><p><bold>	</bold>	<italic>Algemeen Dagb</italic><italic>lad</italic> 9 juni 1982.</p>
				</fn>
				<fn id="fn29"><p><bold>	</bold>	M. Schrover, ‘Multiculturalism, dependent residence status and honour killings. Explaining current Dutch intolerance towards ethnic minorities from a gender perspective (1960-2000)’, in: Schrover en Moloney (red.), <italic>Gender</italic><italic>, migration and cate</italic><italic>gorization,</italic> 227-249.</p>
				</fn>
				<fn id="fn30"><p><bold>	</bold>	<italic>Het Parool</italic> 4 juni 1969; <italic>Het </italic><italic>Vrije Volk </italic>4 juni1969; Schrover, ‘Multiculturalism, dependent residence status and honour killings’. Zie ook: H.B. Ferwerda en I. van Leiden, <italic>Eerwraak of eerger</italic><italic>elateerd geweld? Naa</italic><italic>r een werkdefinitie</italic>. Onderzoek gedaan in opdracht van het Ministerie van Justitie (Den Haag 2005); M. Siesling, <italic>Multicul</italic><italic>turaliteit en verded</italic><italic>iging in strafzaken.</italic><italic> Een onderzoek naar </italic><italic>de manieren waarop i</italic><italic>n het Nederlandse st</italic><italic>rafrecht ruimte word</italic><italic>t gevonden voor het </italic><italic>verwerken van de cul</italic><italic>turele achtergrond v</italic><italic>an de verdachte</italic> (Utrecht 2006) 66; A. Korteweg en G. Yurdakul, ‘Islam, gender, and immigrant integration. Boundary drawing in discourses on honour killing in the Netherlands and Germany’, <italic>Ethnic and Racial </italic><italic>Studies</italic> (2008) 1-21.</p>
				</fn>
				<fn id="fn31"><p><bold>	</bold>	<italic>Nieuwsblad van het Noord</italic><italic>en</italic> 29 augustus 1973.</p>
				</fn>
				<fn id="fn32"><p><bold>	</bold>	<italic>Het Parool</italic> 29 juli 1975; <italic>Het</italic> <italic>Parool</italic> 1 november 1975.</p>
				</fn>
				<fn id="fn33"><p><bold>	</bold>	‘Turk steekt man dood en verwondt ex-vriendin’, <italic>Leeuwarder </italic><italic>Courant </italic>14 december 1973. In de jaren 1970 lag het aantal moordzaken waarbij Turken betrokken waren waarschijnlijk iets boven het gemiddelde, ofschoon een inschatting moeilijk is, omdat de kans om bij een moord betrokken te raken sterk beïnvloed wordt door klasse, leeftijd en geslacht. G. Leistra en P. Nieuwbeerta, <italic>Moo</italic><italic>rd en doodslag in Ne</italic><italic>derland (1992-2001)</italic> (Amsterdam 2003) 21.</p>
				</fn>
				<fn id="fn34"><p><bold>	</bold>	P. Wierenga, ‘Ook in Nederland eist “eer” vele doden. Eerwraak. Nieuwe politiecijfers’,<italic> De Pers</italic> 13 september 2010; Schriftelijke Kamervragen Van Klaveren en Fritsma (pvv) 16-9-2010 en schriftelijk antwoord 13 oktober 2010.</p>
				</fn>
				<fn id="fn35"><p><bold>	</bold>	<italic>Algemeen Dagblad</italic> 12 augustus 2009.</p>
				</fn>
				<fn id="fn36"><p><bold>	</bold>	M. Schrover, ‘Pillarization, multiculturalism and cultural freezing, Dutch migration history and the enforcement of essentialist ideas’, <italic>bmgn</italic> 125:2-3 (2010) 329-354.</p>
				</fn>
				<fn id="fn37"><p><bold>	</bold>	T. van Dijk en E. Oppenhuis, <italic>Huiselijk g</italic><italic>eweld onder Suriname</italic><italic>rs, Antillianen en A</italic><italic>rubanen, Marokkanen </italic><italic>en Turken in Nederla</italic><italic>nd. Aard, omvang en </italic><italic>hulpverlening</italic> (Hilversum 2002) 7.</p>
				</fn>
				<fn id="fn38"><p><bold>	</bold>	H.C.J. van der Veen en S. Bogaerts, <italic>Huiseli</italic><italic>jk geweld in Nederla</italic><italic>nd. Overkoepelend sy</italic><italic>ntheserapport van he</italic><italic>t vangst-hervangst-,</italic><italic> slachtoffer- en dad</italic><italic>eronderzoek 2007-201</italic><italic>0</italic> (Den Haag 2010) 15; ‘Transparant misbruik slachtoffers eerwraak’, <italic>Nederlands D</italic><italic>agblad</italic> 12 oktober 2010.</p>
				</fn>
				<fn id="fn39"><p><bold>	</bold>	Zie bijvoorbeeld C. van Eck, <italic>Door</italic><italic> bloed gezuiverd. Ee</italic><italic>rwraak bij Turken in</italic><italic> Nederland</italic> (Amsterdam 2001); J. Simsek, <italic>Alle ogen op haar gericht, eerwraak. T</italic><italic>raditioneel geweld tegen Turkse vr</italic><italic>ouwen en meisjes: ee</italic><italic>n handleiding voor h</italic><italic>ulpverleners</italic> (Utrecht 2006); R. van der Zee, <italic>Eerwraak in Ned</italic><italic>erland</italic> (Antwerpen/Amsterdam 2006); R. Ermers, <italic>Eer en eerwraa</italic><italic>k: definitie en anal</italic><italic>yse </italic>(Amsterdam 2007). Semi-autobiografische romans: K. Hilterman, <italic>Eerwraak</italic> (Houten 2001); N. Özer, <italic>H</italic><italic>atice. Een Turks dra</italic><italic>ma</italic> (Amsterdam 2007).</p>
				</fn>
				<fn id="fn40"><p><bold>	</bold>	<italic>Leidse Courant</italic> 8 januari 1985; <italic>Rijn &amp; Gouwe</italic> 31 januari 1985; <italic>Leidse </italic><italic>Courant</italic> 13 februari 1985; <italic>Leidse Courant</italic> 19 februari 1985.</p>
				</fn>
				<fn id="fn41"><p><bold>	</bold>	B. Sauer, ‘Headscarf regimes in Europe. Diversity&#160;policies&#160;at the intersection of gender, culture and religion’, <italic>Comparative European Politics </italic>7:1 (April 2009) 75-94, 76.</p>
				</fn>
				<fn id="fn42"><p><bold>	</bold>	A. Moors, <italic>Gezichtssluiers, dr</italic><italic>aagsters en debatten</italic> (Amsterdam 2009).</p>
				</fn>
				<fn id="fn43"><p><bold>	</bold>	<italic>Het Parool </italic>12 oktober 2005; <italic>De Volkskr</italic><italic>ant </italic>1 oktober 2005; ‘Jeugd voor boerkaverbod; ook Moslimjongere wil op school geen gezichtsbedekking’, <italic>Spits</italic> 12 september 2008; L. Herrera en A. Moors, ‘Banning face veiling. The boundaries of liberal education’, <italic>isim</italic><italic> Newslette</italic><italic>r</italic> 13 (2003) 16-17. Vergelijk ook: R. Coppes, ‘Niet zomaar een stukje stof. Hoofddoekjesaffaires in Frankrijk, Nederland, en Groot-Brittannië’, <italic>Sociologische Gid</italic><italic>s</italic> 41 (1994) 130-143.</p>
				</fn>
				<fn id="fn44"><p><bold>	</bold>	Het verbod ging in 2019 in.</p>
				</fn>
				<fn id="fn45"><p><bold>	</bold>	D. Lettinga en S. Saharso, ‘Outsiders within. Framing and regulation of headscarves in France, Germany and the Netherlands’, <italic>Social Inclusion</italic> 2:3 (2014) 29-39.</p>
				</fn>
				<fn id="fn46"><p><bold>	</bold>	Handelingen Tweede Kamer, 86 86-5529, 22 juni 2004.</p>
				</fn>
				<fn id="fn47"><p><bold>	</bold>	I. Orobio de Castro. ‘Hoeksteen des aanstoots? Marokkaanse en Turkse huwelijksmigratie’, in: Kohlmann,  Kraus en Orobio de Castro (red.), <italic>Vr</italic><italic>ouwen in het migrati</italic><italic>ebeleid</italic>, 59-74, 60; Handelingen Tweede Kamer, 2003–2004, 28 689, nrs. 8-9 Onderzoek integratiebeleid (Eindverslag van de commissie Blok) 456. Vergelijk ook <italic>De Volkskrant</italic> 9 januari 2008<italic>; De Tel</italic><italic>egraaf</italic> 8 januari 2008; <italic>Metro</italic> 8 januari 2008; <italic>Spits</italic> 8 januari 2008. Alleen <italic>Metro</italic> vermeldde dat het vooral Nederlandse mannen zijn, die een vrouw uit het buitenland laten over komen.</p>
				</fn>
				<fn id="fn48"><p><bold>	</bold>	Zie bijvoorbeeld <italic>Het Vrije Volk</italic> 20 januari 1984.</p>
				</fn>
				<fn id="fn49"><p><bold>	</bold>	F. Bovenkerk e.a., <italic>‘Lov</italic><italic>erboys’ of modern po</italic><italic>oierschap in Amsterd</italic><italic>am</italic> (Utrecht 2004) 5.</p>
				</fn>
				<fn id="fn50"><p><bold>	</bold>	P. Burger en W. Koetsenruijter, ‘Nieuws over loverboys komt uit een klein kaartenbakje. Inhoudsanalyse van berichtgeving in Nederlandse nieuwsmedia (1995-2005)’, in: P. Burger en W. Koetsenruijter (red.), <italic>M</italic><italic>isdaad in het nieuws</italic><italic>. Cijfers en verhale</italic>n (Leiden 2008) 37-60, 51.</p>
				</fn>
				<fn id="fn51"><p><bold>	</bold>	Bovenkerk e.a., <italic>‘Loverboys’ of</italic><italic> modern pooierschap,</italic><italic> </italic>34.</p>
				</fn>
				<fn id="fn52"><p><bold>	</bold>	Burger en Koetsenruijter, ‘Nieuws over loverboys’, 51;  Bovenkerk e.a., <italic>‘Loverboys’ of modern pooierschap, </italic>40.</p>
				</fn>
				<fn id="fn53"><p><bold>	</bold>	S.A.W. Goedings, ‘Echtgenotes, mijnarbeiders, <italic>au-pai</italic><italic>rs</italic> en soldaten: de pionnen op het Europese schaakbord. Gender en de Europese migratieonderhandelingen, 1950-1968’, <italic>tseg</italic><italic> </italic>5:1 (2008) 49-74; Zie ook: <italic>Het</italic> <italic>Vrije Vol</italic><italic>k</italic> 14 maart 1966; <italic>De</italic> <italic>Haagse Courant</italic> 13 november 1971; <italic>D</italic><italic>e Telegraaf</italic> 13 februari 1974; <italic>Vara-Visie</italic> 17 oktober 1978; Handelingen Tweede Kamer 1979-1980, bijlage 711-712; Handelingen Tweede Kamer 1978-1979, bijlage 1217.</p>
				</fn>
				<fn id="fn54"><p><bold>	</bold>	S. Bonjour, ‘Ambtelijke onmin rond gezinnen van gastarbeiders. Beleidsvorming inzake gezinsmigratie in Nederland, 1955-1970’, <italic>tseg</italic><italic> </italic>5:1 (2008) 101-127; M. Chotkowski, ‘ “Baby’s kunnen we niet huisvesten, moeder en kind willen we niet scheiden”. De rekrutering door Nederland van vrouwelijke arbeidskrachten uit Joegoslavië, 1966-1979’, <italic>TvSG</italic> 26:1 (2000) 76-100; S. Bonjour, <italic>Grens en gezin</italic><italic>. Beleidsvorming inz</italic><italic>ake&#160;gezinsmigratie&#160;i</italic><italic>n Nederland, 1955-20</italic><italic>05 </italic>(Amsterdam 2009).</p>
				</fn>
				<fn id="fn55"><p><bold>	</bold>	E.C.M Ankoné en W.J. Kaufman,<italic> Turks</italic><italic>e en Marokkaanse vro</italic><italic>uwen in Utrecht. Een</italic><italic> verkennend onderzoe</italic><italic>k naar hun positie e</italic><italic>n ervaringen.</italic> Onderzoek uitgevoerd door afdeling onderzoek van rovu gemeente Utrecht (Utrecht 1984).</p>
				</fn>
				<fn id="fn56"><p><bold>	</bold>	ncb, <italic>De laatste </italic><italic>kans, Positieverbete</italic><italic>ring van buitenlands</italic><italic>e vrouwen en meisjes</italic><italic> in Nederland</italic> (Utrecht 1983).</p>
				</fn>
				<fn id="fn57"><p><bold>	</bold>	Handelingen Tweede Kamer 15 november 1976. </p>
				</fn>
				<fn id="fn58"><p><bold>	</bold>	Ankoné en Kaufman,<italic> T</italic><italic>urkse en Marokkaanse</italic><italic> vrouwen in Utrecht</italic>.</p>
				</fn>
				<fn id="fn59"><p><bold>	</bold>	ncb, <italic>De laatste k</italic><italic>ans</italic>.</p>
				</fn>
				<fn id="fn60"><p><bold>	</bold>	ncb, <italic>De laat</italic><italic>ste kans</italic>; Ankoné en Kaufman,<italic> Turkse en M</italic><italic>arokkaanse vrouwen i</italic><italic>n Utrecht</italic>.</p>
				</fn>
				<fn id="fn61"><p><bold>	</bold>	S. Saharso, ‘Een koperen bruiloft. Twaalf en een half jaar sekse en etniciteit in het gecombineerde vrouwen- en minderhedenbeleid’, <italic>Migrantenstudi</italic><italic>es</italic> 4 (1995) 241-257.</p>
				</fn>
				<fn id="fn62"><p><bold>	</bold>	<italic>Provinciale Zeeuwse C</italic><italic>ourant</italic> 5 maart 1986.</p>
				</fn>
				<fn id="fn63"><p><bold>	</bold>	K. Arib en E. Reijmers, <italic>Marokkaanse </italic><italic>vrouwen in Nederland</italic> (Leiden 1992).</p>
				</fn>
				<fn id="fn64"><p><bold>	</bold>	Tinnemans<italic>,</italic> <italic>Een gouden arm</italic><italic>band, </italic>182.</p>
				</fn>
				<fn id="fn65"><p><bold>	</bold>	S. Bilgin, e.a., <italic>Met één h</italic><italic>and kan je niet klap</italic><italic>pen. Een onderzoek n</italic><italic>aar organisaties van</italic><italic> vrouwen uit etnisch</italic><italic>e minderheidsgroepen</italic><italic> in Nederland</italic> (Utrecht/ Leiden1988).</p>
				</fn>
				<fn id="fn66"><p><bold>	</bold>	‘Buitenlandse vrouwen in Rotterdam manifesteren zich’, <italic>Buitenlanders Bu</italic><italic>lletin</italic> 9:2 (1984) 9.</p>
				</fn>
				<fn id="fn67"><p><bold>	</bold>	<italic>De Volkskrant </italic>21 april 1995; Handelingen Tweede Kamer 2003–2004, 28 689, no. 12, 253; A. Fermin, <italic>Nede</italic><italic>rlandse politieke pa</italic><italic>rtijen over minderhe</italic><italic>denbeleid 1977-1995</italic> (Amsterdam 1997); J. Uitermark, U. Rossi en H. van Houtum, ‘Reinventing multiculturalism. Urban citizenship and the negotiation of ethnic diversity in Amsterdam’, <italic>Internat</italic><italic>ional Journal of Urb</italic><italic>an and Regional Rese</italic><italic>arch</italic> 29:3 (2005) 622-640; E. Snel, ‘De vermeende kloof tussen culturen – Een sociologisch commentaar op een actueel debat’, <italic>Sociologische</italic><italic> Gids </italic>50:3 (2003) 236-258; <italic>Leidsch Dagbl</italic><italic>ad</italic> 19 augustus 1983.</p>
				</fn>
				<fn id="fn68"><p><bold>	</bold>	C. Roggeband en M. Verloo, ‘Nederlandse vrouwen zijn geëmancipeerd, allochtone vrouwen zijn een probleem. De ontwikkeling van beleidskaders over gender en migratie in Nederland (1995-2005)’, <italic>Migrantenstudies </italic>4 (2006) 157-178; A. Elling, ‘Het zwembad. De Hollandse Dames Zwemclub, de islamitische Waterlelies en de vraag van wie het zwembad is’, in: I. Hoving, H. Dibbits en M. Schrover (red.), <italic>Veranderingen v</italic><italic>an het alledaagse. C</italic><italic>ultuur en migratie i</italic><italic>n Nederland</italic> (Den Haag 2005) 227-248.</p>
				</fn>
				<fn id="fn69"><p><bold>	</bold>	<italic>Stichting Oud Politieke Delinque</italic><italic>nten</italic> (sopd, 1951), <italic>W</italic><italic>erkgemeenschap Europ</italic><italic>a </italic>(WE, 1951), <italic>Nation</italic><italic>aal Europese Sociale</italic><italic> Beweging</italic> (nesb, 1953-1954, <italic>Nederlandse </italic><italic>Conservatieve Partij</italic> (ncp, 1954), <italic>Hulp a</italic><italic>an invalide oud-Oost</italic><italic>frontstrijders </italic>(hinag, 1955), en <italic>Nederla</italic><italic>ndse Oppositie Unie</italic> (nou, 1955). De ncp was voorstander van onafhankelijke Molukken, zodat Molukkers vanuit Nederland konden terugkeren naar Indonesië. Alleen de <italic>Boerenpartij </italic>onder leiding van Hendrik Koekoek (BP, 1958-1981) had een anti-immigratie-agenda.</p>
				</fn>
				<fn id="fn70"><p><bold>	</bold>	<italic>nrc</italic> 13 december 1974.</p>
				</fn>
				<fn id="fn71"><p><bold>	</bold>	<italic>H</italic><italic>et Vrije Volk</italic> 2 december 1975.</p>
				</fn>
				<fn id="fn72"><p><bold>	</bold>	<italic>Trouw</italic> 18 augustus 1972;<italic> </italic><italic>nrc</italic> 11 augustus 1972; J. van Donselaar en W. Wagenaar, <italic>Monitor raci</italic><italic>sme &amp; extremisme. Ra</italic><italic>cistisch en extreemr</italic><italic>echts geweld in 2006</italic> (Leiden 2007) 4; M. Schrover, ‘Van zeeliedenoproer tot pogrommerdam. Rassenrellen in 1926 en 1972’, <italic>Meent</italic> (2012) 18-23.</p>
				</fn>
				<fn id="fn73"><p><bold>	</bold>	<italic>Het Vaderland</italic> 11 augustus 1972; <italic>Het</italic><italic> Vrije Volk</italic> 10 augustus 1972;<italic> </italic><italic>nrc</italic> 10 augustus 1972.</p>
				</fn>
				<fn id="fn74"><p><bold>	</bold>	T. Hessels, <italic>Iraniërs in N</italic><italic>ederland</italic> (Den Haag 2004).</p>
				</fn>
				<fn id="fn75"><p>&#160;</p>
					<p><bold>	</bold>	<italic>nrc</italic> 12 maart 1979; <italic>De Waarheid </italic>8 juli 1980; <italic>De Waarhei</italic><italic>d</italic> 16 juli 1979; <italic>Trou</italic><italic>w</italic> 12 maart 1979.</p>
				</fn>
				<fn id="fn76"><p><bold>	</bold>	<italic>D</italic><italic>e Waarheid</italic> 12 maart 1979.</p>
				</fn>
				<fn id="fn77"><p><bold>	</bold>	In mei 1981 werden in Iran zeven mensen geëxecuteerd wegens smokkel en homoseksualiteit, en in september 1981 waren er achttien executies wegens gewapend verzet, homoseksualiteit of overspel. <italic>De Volkskrant </italic>18 september 1981; Een vader van zes kinderen, gestenigd omdat hij beschuldigd werd van homoseksualiteit. <italic>De Volkskrant</italic> 4 juli 1980.</p>
				</fn>
				<fn id="fn78"><p><bold>	</bold>	M. Fennema en W. van der Brug, <italic>Nederlandse anti-imm</italic><italic>igratie partijen in </italic><italic>Europees perspectief</italic> (Amsterdam 2006); Van Donselaar,&#160;<italic>Fo</italic><italic>ut na de oorlog</italic>; J. van Holsteyn en C. Mudde. <italic>Extreem-rechts</italic><italic> in Nederland</italic> (Den Haag 1998); J. de Vetten, <italic>In de ban van g</italic><italic>oed en fout. De best</italic><italic>rijding van de Centr</italic><italic>umpartij en de Centr</italic><italic>umdemocraten (1980-1</italic><italic>998) </italic>(Leiden 2016); Fermin, <italic>Nederlandse politieke pa</italic><italic>rtijen over minderhe</italic><italic>denbeleid 1977-1995</italic>; C. Mudde, <italic>Populist </italic><italic>radical right partie</italic><italic>s in Europe</italic> (Cambridge 2007); K. Brants en W. Hogendoorn, <italic>Va</italic><italic>n vreemde smetten vr</italic><italic>ij. Opkomst van de C</italic><italic>entrumpartij</italic> (Bussum 1983); J. Niemöller, <italic>De verschrikkelijk</italic><italic>e Janmaat. Nederland</italic><italic> en de Centrumpartij</italic><italic>. </italic>(Amsterdam 2015). Voor partijprogramma’s zie: https://dnpp.nl//dnpp/.</p>
				</fn>
				<fn id="fn79"><p><bold>	</bold>	Van Donselaar, <italic>Fout na de o</italic><italic>orlog,</italic> 174; www.stichtingargus.nl, Inzage dossier Nationale Centrumpartij, Centrumpartij, Centrumdemocraten, Centrumpartij ‘86, Jonge Geuzen (1980-1997) map 4 deel 1; G. Hekma <italic>Homo</italic><italic>seksualiteit in Nede</italic><italic>rland van 1730 tot d</italic><italic>e moderne tijd</italic> (Amsterdam 2004) 115.</p>
				</fn>
				<fn id="fn80"><p><bold>	</bold>	C. Mudde, <italic>The ideology of the </italic><italic>extreme right</italic> (Manchester 2002) 154-155.</p>
				</fn>
				<fn id="fn81"><p><bold>	</bold>	<italic>nrc</italic> 2 juni 1984.</p>
				</fn>
				<fn id="fn82"><p><bold>	</bold>	Fermin, <italic>Nederlan</italic><italic>dse politieke partij</italic><italic>en over minderhedenb</italic><italic>eleid 1977-1995</italic>; M.P.C.M. van Schendelen, ‘De Centrumpartij – karakter, voedingsbodem, toekomst’, <italic>B</italic><italic>eleid en Maatschappi</italic><italic>j</italic> 11 (1983) 298-306.</p>
				</fn>
				<fn id="fn83"><p><bold>	</bold>	Opgericht in 1970 en opgeheven in 1983.</p>
				</fn>
				<fn id="fn84"><p><bold>	</bold>	Opgericht in 1975 uit protest tegen de vorming van het cda en 2001 opgegaan in de ChristenUnie.</p>
				</fn>
				<fn id="fn85"><p><bold>	</bold>	De bladen <italic>CD-info, CD-actueel </italic>en<italic> </italic><italic>Middenweg </italic>liggen bij de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag.</p>
				</fn>
				<fn id="fn86"><p><bold>	</bold>	Handelingen Tweede Kamer 1982-1983 23 november 1982, 649-716, 707.</p>
				</fn>
				<fn id="fn87"><p><bold>	</bold>	De bvd (Binnenlandse Veiligheidsdienst) verzamelde veel materiaal van partijen waaronder de Centrumpartij. Het archiefmateriaal van de bvd is toegankelijk via www.stichtingargus.nl; Partijprogramma De Nationale Centrum Partij 1980; Archief bvd, rapport bijeenkomst Centrum Partij 11 december 1981; bvd kwartaaloverzicht 1538.691 1981 anti-democratische bewegingen. Pamflet Centrum Partij 1980; pamflet Centrum Partij 1981.</p>
				</fn>
				<fn id="fn88"><p><bold>	</bold>	Archief bvd, pamflet Centrum Partij Burgers van Nijmegen 198; pamflet CP 1982.</p>
				</fn>
				<fn id="fn89"><p><bold>	</bold>	<italic>Middenweg</italic> 5-6 (1982).</p>
				</fn>
				<fn id="fn90"><p><bold>	</bold>	<italic>Trouw</italic> 22 september 1984.</p>
				</fn>
				<fn id="fn91"><p><bold>	</bold>	De SP werd opgericht in 1972 als een maoïstisch-leninistische partij, en werd later omgevormd tot een socialistische partij. De SP had geen Kamerzetels in 1983.</p>
				</fn>
				<fn id="fn92"><p><bold>	</bold>	<italic>Gastarbeid en kapitaal</italic> (Rotterdam 1983); K. Slager, <italic>Het geheim van Oss</italic><italic>. Een geschiedenis v</italic><italic>an de SP</italic> (Amsterdam/Antwerpen 2001) 361; Fermin, <italic>Nederlandse</italic><italic> politieke partijen </italic><italic>over minderhedenbele</italic><italic>id,</italic> 111; Tinnemans, <italic>Een gouden armband, </italic>257; C. Bouw, J. Donselaar en C. Nelissen, <italic>De Neder</italic><italic>landse volks-unie. P</italic><italic>ortret&#160;van&#160;een racis</italic><italic>tische splinterparti</italic><italic>j </italic>(Bussum 1981); Volgens L. Lucassen en J. Lucassen,<italic> Winnaar</italic><italic>s en verliezers, een</italic><italic> nuchtere balans van</italic><italic> vijfhonderd jaar im</italic><italic>migratie</italic> (Amsterdam 2011) 82-83, werd de brochure genegeerd.</p>
				</fn>
				<fn id="fn93"><p><bold>	</bold>	D. Schaap en K. Hooymans, <italic>Ver van hui</italic><italic>s en toch thuis. Gas</italic><italic>tarbeid in Nederland</italic> (Rijswijk 1981).</p>
				</fn>
				<fn id="fn94"><p><bold>	</bold>	<italic>Gastarbeid en kapitaal</italic>, 16-17.</p>
				</fn>
				<fn id="fn95"><p><bold>	</bold>	<italic>Gastarbeid en kapitaal</italic>, 20.</p>
				</fn>
				<fn id="fn96"><p><bold>	</bold>	<italic>Algemeen Handelsbla</italic><italic>d</italic> 19 oktober 1966; <italic>D</italic><italic>e Volkskrant </italic>19 oktober 1966.</p>
				</fn>
				<fn id="fn97"><p><bold>	</bold>	Slager, <italic>Het geheim van Oss,</italic> 361; Tinnemans <italic>Een g</italic><italic>ouden armband, </italic>257.</p>
				</fn>
				<fn id="fn98"><p><bold>	</bold>		Opgericht in 1957 en in 1991 opgegaan in GroenLinks.</p>
				</fn>
				<fn id="fn99"><p><bold>	</bold>		Archief bvd, ontwerpverkiezingsprogramma 1986.</p>
				</fn>
				<fn id="fn100"><p>		Archief bvd, programma Centrumpartij Lijst 25 Amsterdam 1986.</p>
				</fn>
				<fn id="fn101"><p><bold>	</bold>	iisg, archief nvj Werkgroep Migranten en Media arch02681; A. van Ammelrooy. ‘De jihad van de Nederlandse media’, <italic>De Journalist</italic> 10 april 1989.</p>
				</fn>
				<fn id="fn102"><p><bold>	</bold>	Lucassen en Lucassen,<italic> W</italic><italic>innaars en verliezer</italic><italic>s,</italic> 23.</p>
				</fn>
				<fn id="fn103"><p><bold>	</bold>	<italic>De Volkskr</italic><italic>ant</italic> 12 september 1991.</p>
				</fn>
				<fn id="fn104"><p><bold>	</bold>	iisg, archief nvj Werkgroep Migranten en Media arch02681; <italic>De Journalist</italic><italic> </italic>8 april 1994.</p>
				</fn>
				<fn id="fn105"><p><bold>	</bold>	A. Shield, <italic>Immigrants i</italic><italic>n the sexual revolut</italic><italic>ion. Perceptions and</italic><italic> participation in No</italic><italic>rthwest Europe </italic>(Cham 2017).</p>
				</fn>
				<fn id="fn106"><p><bold>	</bold>	N. Bouras, <italic>Het land van herko</italic><italic>mst. Perspectieven o</italic><italic>p verbondenheid met </italic><italic>Marokko, 1960-2010</italic> (Hilversum 2012); Hekma, <italic>Homoseksualiteit</italic><italic> in Nederland</italic>, 177.</p>
				</fn>
				<fn id="fn107"><p><bold>	</bold>	R. Zwaap, ‘Bij een nieuwe kruistocht’, <italic>De Groene Amsterdam</italic><italic>mer </italic>26 mei 2001.</p>
				</fn>
				<fn id="fn108"><p><bold>	</bold>	<italic>De Volkskrant</italic> 1 mei 2002.</p>
				</fn>
				<fn id="fn109"><p><bold>	</bold>	<italic>De Volkskrant</italic> 9 februari 2002; <italic>anp</italic> 13 februari 2002; <italic>nrc</italic> 9 maart 2002.</p>
				</fn>
				<fn id="fn110"><p><bold>	</bold>	<italic>Trouw</italic> 15 maart 2002; <italic>nrc</italic> 4 mei 2002; <italic>nrc</italic> 23 maart 2002; Hekma, <italic>Homoseksualitei</italic><italic>t in Nederland</italic>, 121.</p>
				</fn>
				<fn id="fn111"><p><bold>	</bold>	Bij de landelijke verkiezingen negen dagen later kreeg zijn partij 26 Kamerzetels.</p>
				</fn>
				<fn id="fn112"><p><bold>	</bold>	Handelingen Tweede Kamer 2003-2004, 28 689, no. 12, 256; P. Scholten, <italic>Framing i</italic><italic>mmigrant integration</italic><italic>. Dutch research-pol</italic><italic>icy dialogues in com</italic><italic>parative perspective</italic> (Amsterdam 2011).</p>
				</fn>
				<fn id="fn113"><p><bold>	</bold>	<italic>Trouw</italic> 25 januari 2003.</p>
				</fn>
				<fn id="fn114"><p><bold>	</bold>	Verkiezingsprogramma pvv 2012 -2017: <italic>Hún Brussel, óns Ned</italic><italic>erland</italic> (z.p. 2012).</p>
				</fn>
				<fn id="fn115"><p><bold>	</bold>	K. Vossen, ‘Classifying Wilders. The ideological development of Geert Wilders and his Party for Freedom’, <italic>Politics</italic> 31 (2011) 179-189.</p>
				</fn>
				<fn id="fn116"><p><bold>	</bold>	https://www.vox.com/2016/7/21/12238048/rnc-party-milo.</p>
				</fn>
				<fn id="fn117"><p><bold>	</bold>	Handelingen Tweede Kamer 6 juni 2007.</p>
				</fn>
				<fn id="fn118"><p><bold>	</bold>	Handelingen Tweede Kamer 1 april 2008.</p>
				</fn>
				<fn id="fn119"><p><bold>	</bold>	Van Klaveren zat tot 2014 in de Kamer voor de pvv. Daarna stapte hij uit de pvv en bleef Kamerlid tot 2017. Hij probeerde een eigen rechtse partij van de grond te krijgen. In 2019 bekeerde hij zich tot de Islam.</p>
				</fn>
				<fn id="fn120"><p><bold>	</bold>	Handelingen Tweede Kamer 23 juni 2011.</p>
				</fn>
				<fn id="fn121"><p><bold>	</bold>	Handelingen Tweede Kamer 20 juni 2013.</p>
				</fn>
				<fn id="fn122"><p><bold>	</bold>	Handelingen Tweede Kamer 4 april 2013.</p>
				</fn>
				<fn id="fn123"><p><bold>	</bold>	http://dnpprepo.ub.rug.nl/10938/1/FvD_verkprogTK2017.pdf.</p>
				</fn>
				<fn id="fn124"><p><bold>	</bold>	<italic>De Volkskrant</italic> 7 december 2019.</p>
				</fn>
				<fn id="fn125"><p><bold>	</bold>	Bente Becker werd geboren in Nederland in 1985 en Dilan Yeşilgöz in Turkije in 1977. Yeşilgöz kwam naar Nederland als een vluchteling in 1984.</p>
				</fn>
				<fn id="fn126"><p><bold>	</bold>	https://cms.vvd.nl/nieuws/ontmasker-de-onderdrukkers/.</p>
				</fn>
				<fn id="fn127"><p><bold>	</bold>	vvd: Sluit bij eerwraak hele familie op. Interview met Sven Kockelmann. 2 december 2019, https://www.nporadio1.nl/1-op-1/onderwerpen/521491-vvd-sluit-bij-eerwraak-hele-familie-op</p>
				</fn>
</fn-group>
</back>

</article>